Franse vrienden en de cultuurclash

Aan ruim 25 jaar Zuid-Frankrijk heb ik Franse vrienden overgehouden. Die zie ik bijna uitsluitend in het café, want mensen bij je thuis uitnodigen doe je hier niet zo gauw. Kwestie van omgangsvormen. Degenen die wel -en dan vaak ook nog onaangekondigd- via de achterdeur bij je binnenstappen, zijn vrijwel altijd Nederlander. Geeft niks, reuze gezellig: er is toch altijd wel wat onder de kurk en voor een geheel geïmproviseerde maaltijd is er meestal ook wel wat bij elkaar te sprokkelen. Dus daar doen wij niet moeilijk over. Maar je moet het niet in je hoofd halen om zo met je Franse vrienden om te gaan. Hier botsen twee culturen knalhard op elkaar. Ze zullen je nog net niet de deur wijzen als je “zomaar, voor de gezelli”, langs wipt. Maar je moet er ook niet op rekenen dat je iets te drinken aangeboden krijgt. En als je langer dan tien minuten blijft hangen, worden er wenkbrauwen gefronst en onrustig op stoelen geschoven. Je was immers niet uitgenodigd. Dus wat kwam je dan dóen? Vriendschappen verlopen hier nu eenmaal een stuk formeler. Tref je elkaar niet toevallig in de kroeg, dan wordt er voor thuisbezoek een serieuze afspraak gemaakt. Bijvoorbeeld voor een mooie zomerse zondagmiddaglunch.
Sla zo’n uitnodiging nóóit af; hij zal nimmer meer worden herhaald en de beginnende vriendschap is al bij voorbaat ‘kalt gestellt’.
Op ‘le jour J’ (het ‘uur U’), val je natuurlijk niet exact op het afgesproken tijdstip binnen. De beleefdheid vereist dat je minstens een kwartier te laat komt: dat ‘petit quart d’heure de courtoisie’ geeft de uitnodigende partij de gelegenheid weer een beetje op adem te komen. Het is wél zondag tenslotte. En vanzelfsprekend is er al een ochtend van hard werken in de lunch gestoken. Vroeg op, vroeg naar de marché. de bakker, de slager. de supermarkt en dan nog voor twaalven minimaal drie gerechten helemaal, en de rest half voorbereid hebben; dan heb je even een time out nodig, alvorens je jezelf gesoigneerd kunt presenteren. De eerste familieleden en/of gasten die binnendruppelen worden -na het welkomstritueel met veel handen schudden en nooit meer dan twee welgemeende wangzoenen (echte, geen schampschoten)- met een aperitiefje en een ‘amuse’ (= trekmakertje) op het terras geparkeerd. Zo kan er in de keuken rustig doorgewerkt worden.
Dat welkomstritueel is overigens aan strikte regels gebonden. Alleen familie en zeer goede vrienden kunnen zich dat gekus permitteren, waarbij trouwens ook mannen onderling een stevige pakkerd niet schuwen. Grenzen voor het doorbreken van de kusbarrière zijn overigens uiterst vaag. Neem nooit zelf het initiatief als de relatie tot nu toe uit louter handwerk bestond. Maar blijf wel alert als de contacten zodanig zijn dat de omslag er aan zit aan te komen. Er zijn symptomen: je kent elkaar al wat langer, de handdruk is de laatste tijd wat warmer geworden; de onderarm wordt (bij mannen) met de andere hand meegepakt bij het schudden, er wordt op schouders geklopt.
Terwijl de dames er een handje van hebben om de toegestoken mannenhand met beide eigen exemplaren te omklemmen, denkbeeldige pluisjes van revers te wapperen of (bij andere dames) de handen van de tegenpartij elk in een eigen hand te vangen en ze zo’n beetje heen en weer te jonassen. Om vervolgens bijvoorbeeld een haarlok van de ander naar achteren te strijken, of een kneepje in de wang te geven. We worden -zeg maar- lichtelijk handtastelijk.
Doen deze symptomen zich voor, let dan extra op: neigt de ander het hoofd voorzichtig naar voren, dan komt er tien tegen één een kusconfrontatie aan. Meeneigen! En goed opletten welke wang het eerst benaderd wordt: tegendraads draaien kan per ongeluk een smakkerd vol op de mond betekenen, en dát is een blamage eerste klas. Maar wie iemand in het luchtledige laat smakken kan het voorlopig ook wel schudden.
Neem trouwens nooit een fles wijn uit de supermarkt mee als beleefdheidsgebaar, zelfs al is ie van uitstekende kwaliteit. Dat kan worden opgevat als een gebrek aan vertrouwen in de goede smaak van de gastheer. Beledigender kun je bijna niet zijn. Maar een mooi flesje uit die ‘geheime cave’ van die speciale wijnboer uit de streek (die iedereen natuurlijk allang kent) kan weer wel. Een bloemetje voor de gastvrouw mag. Maar bedenk dat bloemen in Frankrijk peperduur zijn en een fors boeket al gauw als ‘overkill’ zal worden gezien. U staat definitief als patser te boek.
Zijn deze horden genomen, dan wordt het meestal heel gezellig, wat ook nauwelijks anders kan bij een rijkelijk besproeide maaltijd op een zonnig terras. Zo’n lunch loopt doorgaans dan ook uit tot een uurtje of vijf. Maar, later mag het niet worden en je moet zeker niet blijven hangen als de laatste gang voorbij gekomen is. Je was tenslotte alleen maar uitgenodigd voor de lunch.
Eigenlijk is het logisch dat Fransen elkaar bij voorkeur in de kroeg ontmoeten. Daar kun je tenminste gewoon -informeel aan de toog hangend- een potje slap ouwehoeren met je vrienden. Zonder rituelen en zonder op de klok te hoeven kijken. Als je op moet krassen weet de barman dat probleemloos duidelijk te maken: gewoon, door de rekening voor je neus te leggen. En daar is geen woord Frans bij.

Kijk, Zuid-Frankrijk!

Een idee van Renée Vonk-Hagtingius, schrijver, journalist, copywriter, vertaler en hoofdredacteur van www.coteprovence.nl

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: