Heeft de dubbelganger het gedaan?

Voor gerechtelijke dwalingen ben je -behalve in het oude vaderland- ook in Frankrijk aan het goede adres. Getuige bijvoorbeeld de affaire-Omar, waarover ik hier eerder schreef (blog van 27/5), en die nu hopelijk een nieuwe wending neemt.
Hoe zit het ook alweer?
De zaak begon te spelen in 1991 toen de rijke 65-jarige weduwe Ghislaine Marchal in haar villa in Mougins (vlakbij Cannes) werd doodgestoken. Op de muur stond in bloed geschreven: ‘Omar m’a tuer’.
Voor de gendarmerie reden genoeg om Omar Raddad (foto), de jonge Marokkaanse tuinman van Madame Marchal, te arresteren. Neem in aanmerking dat zeker destijds het xenofobe Front National van Le Pen in deze omgeving hoge ogen gooide, om het voorzichtig te zeggen.
Om een lang verhaal kort te maken: de altijd ontkennende Raddad werd in 1994 tot 18 jaar veroordeeld. Ondanks -onder meer- het feit dat de goed opgeleide Mme Marchal in dat zinnetje nooit die vreemde spelfout zou hebben gemaakt: tuer in plaats van tué.
Actiegroepen vielen dat vonnis -ook in gedegen boeken- aan en president Chirac besloot in 1996 -mede onder druk van de Marokkaanse koning- tot een vorm van gedeeltelijke gratie, in 1998 kwam de tuinman vrij.
Nu vecht Raddad nog steeds voor eerherstel, definitieve vrijspraak.
Dankzij nieuw DNA-onderzoek staat hij sterk. In het bloed op de muur van de plaats delict zijn DNA-sporen gevonden die niet van Raddad zijn. Ook op grond daarvan vroeg hij in 2008 de minister van Justitie plus de rechtbank die over herziening van vonnissen oordeelt, om heropening van het onderzoek. Tot op de dag van vandaag geen reactie.
Maar misschien gaat er nu wél wat gebeuren. Want de privé-detective Bernard Narenjo heeft zich dezer dagen bij Justitie gemeld met foto’s (plus naam en adres) van iemand die werkelijk zó voor een dubbelganger van Omar Raddad kan doorgaan. Zelfde postuur, zelfde kapsel, zelfde snor, zelfde donkere ogen. Zegt op zichzelf niks, maar deze ‘dubbelganger’ had toegang tot de villa van Mme Marchal! Als een van de drie minnaars van een dame, die vooralsnog alleen omschreven wordt als iemand uit de zeer nabije omgeving van het slachtoffer. Waarschijnlijk gaat het om een soort huishoudster/verzorgster.
Twee van haar ‘amants’ zijn destijds door de gendarmes verhoord. Hun namen komen in het dossier voor. Maar die derde vriend, die zo op Omar lijkt, is nooit gehoord. De recherche wist zelfs niet van zijn bestaan af. Hij was de ‘geheime’ minnaar van ‘de vrouw uit de directe omgeving van….’ Ze heeft hem ook voor de recherche zorgvuldig verborgen weten te houden, ofschoon het volgens de privé-detective vaststaat hij Mme Marchal kende en bij haar over de vloer is geweest.
De foto’s van die dubbelganger liggen nu bij het parket in Grasse. “Over dit dossier doen we geen uitspraken”, was gisteren de reactie.
Tien tegen één dat het eerherstel van Omar Raddad nog lang op zich laat wachten. Ook in dit land kost het justitie en de rechterlijke macht de grootst mogelijke moeite om blunders toe te geven. En ach, zo’n Marokkaan. Bovendien, hij ís toch al op vrije voeten?

Kijk, Zuid-Frankrijk!

Een idee van Renée Vonk-Hagtingius, schrijver, journalist, copywriter, vertaler en hoofdredacteur van www.coteprovence.nl

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: