Het Provençaals komt terug

Toen ik hier pas woonde, dacht ik nog dat de nabijgelegen camping Lou Cantaïre naar de eigenaar heette. Nu weet ik allang beter. Lou is geen voornaam, maar Provençaals voor ‘le’ en ‘cantaïre’ staat voor zanger. Camping De Zanger.
Een kwart eeuw geleden, toen ik aan mijn inburgeringscursus begon, spraken de bejaarde autochtonen bijna allemaal nog Provençaals, of althans hun versie van dat ‘patois’, streekdialect. Een paar dorpen verderop ging het weer om een andere interpretatie van het Provençaals. Daar had juffrouw Bavinck me op mijn Rotterdamse MMS nooit voor gewaarschuwd en al helemaal niet op voorbereid. Met mijn ABF (Algemeen Beschaafd Frans) kwam ik niet ver bij de bakker en in het café.
Ik kocht een Provençaals woordenboek, maar dat heb ik nu niet meer nodig. Want bijna niemand meer in ons dorp spreekt nog Provençaals. De oudjes van toen zijn op hun laatste trein gestapt. Ze rekenden nog in oude Franse francs en het is maar beter dat ze niet ook nog de introductie van de euro hebben moeten beleven.
Buiten ‘het seizoen’ is de voertaal in ons dorp tegenwoordig ABF, ’s zomers overheerst het Engels, het Nederlands en de Waalse variant van het Frans. Het is snel gegaan.
Noem me gerust ultra-conservatief, maar ik vind het jammer dat we geen Provençaals meer spreken. Het zoveelste bewijs van een cultuur die verloren is gegaan. Dacht ik.
Maar kijk: in Avignon gaan ze vanaf volgend jaar weer straatnamen -ook- in het Provençaals vermelden! Ik vind dat prachtig nieuws.
Zeker tegen de achtergrond van een recent vonnis van het ‘tribunal administratif’ van Montpellier, dat de gemeente Villeneuve-les-Maguelone (departement L’Hérault) ertoe dwong zijn plaatsnaambord Vilanova-de-Magalone terug te veranderen in Villeneuve etc. Het tribunaal oordeelde naar aanleiding van een klacht van de ‘Mouvement républicain de salut public’, een organisatie die onder meer wil voorkomen dat Frankrijk uit elkaar valt. Honderden inwoners van Villeneuve hebben inmiddels tegen het oordeel van de rechtbank gedemonstreerd.
Ik vermoed dat het voorzichtig eerherstel van het Provençaals samenhangt met de afkeer van ‘Brussel’, die in elk geval in mijn dorp onmiskenbaar is. Een nog groter Europa? Wij vinden dat ‘Parijs’ al veel teveel te vertellen heeft.
Die aangepaste straatnaambordjes in Avignon zijn minstens een signaal. Ik ben er blij mee, want ik zie niet in waarom we in het zuiden gebukt moeten gaan onder de ‘normen & waarden’ van het noorden, inclusief Parijs en Brussel. Laat ons maar met rust, we hebben meer verstand van zoiets als joye de vivre.
En hoewel ik van Frankrijk houd, ben ik vóór een onafhankelijk Baskenland, een onafhankelijk Corsica en een onafhankelijke Provence, om maar eens wat te noemen.
Lang geleden stelde wijlen Freddy Heineken voor om Europa op te splitsen in zo’n 75 kleine, militair zwakke landen. Zo kon je volgens hem ook een nieuwe oorlog in dit werelddeel vermijden en tevens streekgebonden culturen overeind houden, tot genoegen van de bevolkingen. Ik denk dat Heineken gelijk had.
Ga ik nu een Heineken-biertje drinken om te vieren dat Avignon het belang van het Provençaals heeft herontdekt. Dat biertje komt trouwens uit de Heinekenfabriek in Marseille en wordt gebrouwen met het water uit de rivier de Verdon. Ook een beetje streekgebonden dus.

Kijk, Zuid-Frankrijk!

Een idee van Renée Vonk-Hagtingius, schrijver, journalist, copywriter, vertaler en hoofdredacteur van www.coteprovence.nl

9 gedachten over “Het Provençaals komt terug

  • wo 15 december 2010 om 06:45
    Permalink

    Hoi Renée,
    Wat een prachtig stukje schrijf je me daar!
    Ook ik ben een groot voorstander van de hartverwarmende Provençaalse taal. Fantastisch dat men in Avignon de straatnamen in oude Provençaalse luister gaan herstellen.
    Het geeft kleur, het doet recht aan en het toont respect voor de heerlijke en eigengereide Provence.
    Geweldig!
    Wat zo leuk is is het feit dat het Provençaals soms heel herkenbaar is met betrekking tot het dialect van mijn eigen geboortestreek: Twente. Zo is er het woord: l’oustau.Dit woord vertoont best wel wat verwantschap met het Twentse woord: hoesstee (huis of herberg of aanverwant.
    Groet,
    Esther

    Beantwoorden
    • wo 15 december 2010 om 12:46
      Permalink

      Dag Esther,
      Wat leuk dat het Twents hier en daar op het Provençaals lijkt. Mijn huis heet ‘L’Oustaou Agrado’, vrij vertaald: het huis dat bevalt (zeg maar: huisje weltevree). En oustaou blijkt in nog ouder Provençaals als houstaou geschreven te worden. Dan ben je inderdaad maar één stapje verwijderd van het Twents.

      Beantwoorden
  • wo 15 december 2010 om 08:49
    Permalink

    Hé Renée, leuk stuk weer. Ik kom uit West-Friesland, een streek in de “bult” van Noord-Holland die in de Zuiderzee ;-) steekt. Dat is ook een lappendeken van dialekten. Nu wonen we in de Allier en daar is het al niet anders. Nu is ons niveau van de franse taal niet zo geweldig, dus alles lijkt op elkaar. Maar bij een vergadering van de feestcommissie waar we onlangs bij zijn geweest (integereren), merk je duidelijk verschillen.

    Op de kerstmarkt hebben we een boekje gekocht: “Le Parlet Local de Saint-Nicolas-des-Biefs”. Helemaal compleet met woordenlijst en uitleg van de grammatica. En in onze omgeving staat de naam van het dorp ook in één of ander dialekt op de borden.

    Beantwoorden
    • wo 15 december 2010 om 12:51
      Permalink

      Dag Edmond,
      West-Friesland, daar heb ik voor mijn emigratie jaren gewoond, dus ik snap precies wat je bedoelt. En ook hier in Zuid-Frankrijk zie je al veel ‘dubbele’ aanduidingen, alleen nog niet officieel. Maar: ’t rooit d’r op’!

      Beantwoorden
  • wo 15 december 2010 om 21:43
    Permalink

    Hoi Renée, Leuk dat ik eindelijk ook weet wat LOU betekend. Ik vond al dat er heel wat linke LOU-tjes hier in Saint Aygulf wonen. Op heel wat gevels staat ‘ Lou – etc. ‘! Had het al eens aan een plaatselijke bewoner gevraagd maar ook die kon het mij niet vertellen.

    Beantwoorden
  • wo 15 december 2010 om 23:59
    Permalink

    Paar kant-tekeningen:
    – In de tijd dat Europa bestond uit tientallen, wellicht meer dan honderd defensief zwakke staatjes werd er eeuwenlang zo bloedig oorlog gevoerd, dat (als je alles op zou tellen) de Eerste Wereldoorlog er bij verbleekt.
    – Het provençaals is geen dialect van het Frans (patois), maar een eigen taal die dichter bij het Catelaans (mogelijk zelfs ook bij het Spaans) staat dan bij het Frans
    – Een zelfstandig Corsica zou vermoedelijk heel snel failliet zijn (al gun ik de Corsicanen graag de kans om het tegendeel te bewijzen)

    Beantwoorden
    • do 16 december 2010 om 13:15
      Permalink

      Beste Peter,
      Freddy Heineken pleitte dan ook voor ‘slechts’ circa 75 staatjes, gevormd volgens de ‘natuurlijke’ grenzen van zeg maar, een ‘stammenverband’, die hun buurstaten nodig zouden hebben om te overleven (handel, samen sterk) en het dus wel uit hun hoofd zouden laten om oorlog te voeren. Tja, idealisme.
      Het Provençaals is sinds 1539 geen officiële taal meer (zie http://www.beyond.fr/history/oc.html ) en heeft alleen met het Catelaans gemeen dat het tot het OC behoort.
      En ja, eens: laat Corsica het maar proberen.

      Beantwoorden
  • do 16 december 2010 om 09:02
    Permalink

    Zijn ze dan weer uit de schulden in Avignon? Want al die naambordjes in het provençaals ophangen zal een smak geld kosten (250 € HT per bordje!). Ze doen maar…Ik heb er 10 jaar gewerkt en gewoond en die streektaal, met de Mistral liefhebbers was toch altijd in zwang, de naamborden van alle gemeentes in de Vaucluse zijn trouwens al lang in de 2 talen. En natuurlijk, het is leuk voor de toeristen ook!

    Beantwoorden
    • do 16 december 2010 om 13:18
      Permalink

      Beste Peter, Ik zou het niet weten of ze in Avignon uit de schulden zijn. Hoe kom je trouwens aan die prijs voor zo’n bordje?

      Beantwoorden

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: