Pater Obama: ontwikkelingshulp uit Afrika

Ik ben streng gereformeerd opgevoed, ter hoogte van de Nederlandse Bible-belt. Als klein meisje elke zondag twee keer naar de kale kerk. Het was er altijd koud en van die preken over eeuwige schuld en boete werd ik niet warmer. Om het voorzichtig te zeggen.
Toen ik later naar Zuid-Frankrijk was geëmigreerd en min of meer van mijn geloof was gevallen, ging ik op mijn allereerste kerstavond toch naar de nachtmis. Uit platte nieuwsgierigheid, en het hele dorp ging erheen. Dus waarom niet? En we zouden daarna nog van de traditionele ‘Treize Desserts’ gaan genieten in het gemeentehuis.
Het dorpskerkje vond ik die nacht prachtig. Overal kaarsen, en het leek voor een protestantse die alleen een calvinistische ijskast als kerk kende, wel een museum met schitterende schilderijen en indrukwekkende beelden.
De pastoor begon zijn betoog met erop te wijzen dat we vaker moesten komen. Hij stelde vast dat hij op de reguliere zondagsmis -om half tien- voor een vrijwel lege kerk sprak. Waarom waren we er nu ineens wèl met z’n allen?
Aj! Ik was al bijna voor het zingen de kerk weer uit: het klonk toch nogal als -alweer- dat schuld- en boetegedoe.
Maar verschil was er ook. Zo’n priester die bijvoorbeeld een goed glas wijn achterover slaat terwijl wij als eventueel gelovige klanten niks te drinken krijgen, kom je in de gereformeerde kerk niet tegen. Daar staat wel weer bijna zonder uitzondering het kelkje schavuitenwater klaar als de ouderling op huisbezoek komt. Ik noem maar wat.
Met de kennis van nu was ik geloof ik toch liever frivool katholiek dan streng gereformeerd opgevoed. Al zie ik omscholing ook niet echt meer zitten. Stel je voor, dan zou ik nu zo’n beetje als enige parochiaan het dorpskerkje bevolken, want het gaat ronduit slecht met de katholieke kerk in Frankrijk.
Even afgezien van de parochiale leegloop, zijn er ook nog maar 19.640 monniken en nonnen over, van wie de helft ouder dan 75 jaar is en hun dagen in een klooster of verzorgingstehuis slijt. Personeelsgebrek voor de mis. Onze dorpspastoor (over wie ik ooit nog wel eens een heel verhaal zal schrijven) is ‘curé ambulant’: hij doet er als herder nog een paar dorpen bij, rondtuffend in zijn Renaultje Clio.
Dat er (te) veel mis gaat in de katholieke kerk is duidelijk. Nog even afgezien van de zedenschandalen waaronder de Kerk van Rome nu gebukt gaat. Het hele instituut is zó verstard dat gelovigen hun heil massaal elders zoeken.
In Avignon (Vaucluse) werd dezer dagen door trouwe kerkgangers gedemonstreerd tegen de bisschop, die blijkbaar extreem streng in de leer en autoritair is. Ze willen hem weg hebben: hij eruit, of zij eruit.
Pastoor Laurent Lenne in La Seyne-sur-Mer (Var) intussen, ziet zèlf geen dagelijks brood meer in het priesterschap en heeft zich dus maar kandidaat gesteld voor het Franse presidentschap. Je moet toch wat.
Maar er is nog hoop! Paus Benedictus is slimmer dan we denken. Want hij stuurt steeds vaker Afrikaanse priesters als missionaris naar Frankrijk. En zo kon het gebeuren dat het handjevol hoogbejaarden dat de kerk in het mini-gehucht Claviers in de Var voor totale leegstand behoedt, ineens toch weer een eigen pastoor kregen: de eerwaarde Santiago Obama (what’s in name?) uit Guinée. Een vrolijke zwarte man, die met schwung de mis schijnt te leiden en die zojuist zijn eerste CD heeft opgenomen (voor de slachtoffers van Haïti). Met kerst was de kerk afgeladen, en het lijkt ook bij de reguliere diensten steeds drukker te worden. Ik ga beslist een keertje kijken, een kerkdienst kan me niet frivool genoeg zijn. Obama zal het met zijn ontwikkelingshulp nog ver schoppen. Yes he can! Vast wel. Toch?

Kijk, Zuid-Frankrijk!

Een idee van Renée Vonk-Hagtingius, schrijver, journalist, copywriter, vertaler en hoofdredacteur van www.coteprovence.nl

6 gedachten over “Pater Obama: ontwikkelingshulp uit Afrika

  • ma 17 januari 2011 om 10:06
    Permalink

    Hoi Renée,
    Leuk wat je schrijft.
    Ik ken maar 1 religie (wel een beetje cliché,haha):
    LEVEN ALS GOD IN DE PROVENCE.
    Dan wel graag juist van god los en alleen maar geloven in de mensch en wat je denkt, hoort en ziet.
    En het is trouwens heel mooi om een mis op kerstavond bij te wonen, in dit geval in de Vaucluse in Beaumont du Ventoux. Enkele jaren geleden waren we deelgenoot van de kerstmis die volledig in het Provençaals werd gehouden. Natuurlijk met de crèche en santons en met de treize desserts. Ingetogen, traditioneel, warm, mooi.
    Groet, Esther

    Beantwoorden
    • ma 17 januari 2011 om 12:01
      Permalink

      Dag Esther,
      Al ben je duizend keer van god los ;-) , zo’n kerstkerkdienst blijft een mooi feestje, wat je zegt.

      Beantwoorden
  • ma 17 januari 2011 om 16:18
    Permalink

    Leuk om je verhaal te lezen. Ik ben ook streng gereformeerd opgevoed, maar gelukkig ook helemaal los van het kerkelijke instituut gekomen. In mijn boek “Ja natuurlijk, zo is het” heb ik ook de voorspelling van Nostradamus vermeld, dat de kerkelijke instituten over een aantal jaren totaal gaan verdwijnen. Zo’n Kerstnachtdienst kan vanuit een nostalgisch gezichtspunt echter nog beslist prettig zijn om te beleven!
    Mijn mening is, dat wij later niet naar de hemel gaan, maar wij moeten HIER en NU de hemel in ons leven zelf creëren!

    Beantwoorden
    • ma 17 januari 2011 om 17:13
      Permalink

      De Zuid-Franse auteur Jean Giono zei het zo: “Les joies du monde sont notre seule nourriture. La dernière petite goutte nous fait encore vivre.” En zo is het maar net.

      Beantwoorden

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: