Een broodje kaas is soms heel verleidelijk

Gisteren even wezen lunchen met een collega in Cannes. Een rasechte Hollander, maar gelukkig behoorlijk verfranst, dus er kwam gewoon een mooie fles op tafel en we schuwden ook het drie-gangenmenu niet. Als vanzelfsprekend kwamen we te spreken over het cultuurverschil tussen Holland en Frankrijk, en we kwamen beiden tot de conclusie dat zoiets als een lunchcultuur in Nederland nog steeds niet bestaat. Broodje kaas, glaasje melk, dat is het wel. Ook op regeringsniveau. Wijlen Joop den Uyl kon je er geen groter plezier mee doen. En premier Rutte trekt er ook geen vies gezicht bij.
Maar ooit werd het ‘Hollandse lunchmenu’ François Mitterand tijdens een werkbezoek echt teveel; ‘le chef de l’état’ was meteen vertrokken naar een sterrenrestaurant in de buurt.
Heel soms heeft die ‘culture neerlandaise’ ook z’n voordelen. Wijlen journalist Jan Brusse -zelf vele jaren woonachtig in Zuid-Frankrijk- ontkwam ermee aan een bekeuring. Hij had bij zijn favoriete château een paar ‘bonbonnes’ (glazen mandflessen) wijn gehaald, waarvan er helaas eentje tijdens het vervoer was geknapt. Zijn auto stonk een uur in de wind en natuurlijk werd hij uitgerekend toen aangehouden. “Vous avez bu, monsieur?” Geen druppel, maar bewijs het maar eens in het voor-blaaspijpjes-tijdperk. Waarop Brusse een uitgebreid exposé begon over de nationale drank van Nederland: melk. “Du lait?” vroeg de gendarme meewarig. “Gaat u maar gauw naar huis; u bent wel aan een glaasje toe.” Cultuurverschil.
Mijn collega en ik kwamen te spreken over meer cultuurverschillen.
En taalkundig onbegrip.
Dat kan je lelijk opbreken als je bijvoorbeeld -zoals een kennis van me overkwam- in het Frans zaken moet doen. Op een symposium had hij zijn beoogde zakenpartner aan het woord gehoord en het leek hem een goed idee om de man te complimenteren met zijn fraaie speech. Hij vertelde hem na afloop dus dat hij bijzonder gecharmeerd was van zijn mooie woorden en dat hij hem zeer welsprekend had gevonden. Ten- minste, dat dácht hij. In werkelijkheid verweet hij de arme man dat hij hem had uitgescholden en hem uitbundig met speeksel had besproeid. Toegegeven, mijn kennis zat op de eerste rij, maar zo grof en zó ‘nat’ was hij beslist niet toegesproken. Wat ging er mis? Geen serieuze cursus Frans gevolgd, dat om te beginnen. Een cursus waarbij je niet alleen de elementaire grammatica leert beheersen, maar waarin je ook de ter zake doende taalnuances krijgt uitgelegd. ‘Gros mots’ zijn geen grote mooie woorden, maar scheldwoorden. En ‘flux de bouche’ is geen welsprekendheid, maar staat voor speekselvloed; nat praten dus. Kijk er de etymologische Van Dale maar op na: daar staat dat de uitdrukking ten onrechte in het Nederlands wordt gebruikt. In het Frans heet het ‘éloquence’ of ‘flux de paroles’ als je goed van de tongriem gesneden bent.
Vanzelfsprekend kan het erger. Gebarentaal is helemaal iets om je verre van te houden. Het simpele gebaar waarmee wij Hollanders bijvoorbeeld aangeven dat iets oké is -waarbij je een rondje maakt van duim en wijsvinger- betekent in het Frans dat je iemand een enorme hufter vindt. Ik zie en hoor het onze kroegbaas nog toevoegen aan iemand die zijn nering frustreerde door het enige toegangsstraatje voor de truck van de bierbrouwerij te blokkeren en weigerde even verderop te parkeren voor hij zijn café au lait op had: “Vous êtes un nul, monsieur!” Waarop deze Nederlandse klant zijn duim opstak, ten teken dat hij het ook wel erg oké vond op het terras onder de plataan. Waarna de kroegbaas het helemaal niet meer had, want een opgestoken duim betekent zoveel als: vooral zo dóór gaan. En dat kan ook héél cynisch bedoeld zijn. Het is nog net geen matten geworden, maar het scheelde niks.
Misschien heeft het wel te maken met de tegenstelling tussen noord en zuid. Noorderlingen zijn direct, winden er geen doekjes om, schuwen de confrontatie niet, en zeggen open en direct wat ze ergens van vinden. Zuiderlingen zijn juist heel erg ‘van de doekjes’: hier wordt de harde werkelijkheid een beetje verpakt, desnoods in cadeauverpakking. Desnoods alléén cadeauverpakking, want waarom zou je iemand voor het hoofd stoten?
Dat vergt een zekere souplesse, zeker als je hier professioneel moet opereren.
Zaken doen? Tuurlijk, prima. Maar we gaan eerst eens uitgebreid gezellig lunchen. Dan bespreek je zo het een en ander. Maar niks serieus, dat is voor later. Elkaar leren kennen staat voorop; noem het maar gerust aftasten. Vinden we elkaar een beetje te pruimen? Dan kunnen we wellicht nog eens een keertje afspreken. En nog eens. Enneh, waar ging het ook alweer over? Záken! Ja, natuurlijk, dat ook. Zullen we dezer weken nog eens lunchen?
Soms (maar echt soms) is een broodje kaas met een glas melk héél verleidelijk.

Kijk, Zuid-Frankrijk!

Een idee van Renée Vonk-Hagtingius, schrijver, journalist, copywriter, vertaler en hoofdredacteur van www.coteprovence.nl

6 gedachten over “Een broodje kaas is soms heel verleidelijk

  • vr 21 oktober 2011 om 06:53
    Permalink

    Al die verschillen… Het blijft lachen, zelfs na bijna een mensenleven verfransen. Maar ook vermoeiend. Ik neem elke dag een trommeltje mee voor tussen de middag. Brood met “goeda” kaas. Het helpt. ?

    Beantwoorden
  • za 22 oktober 2011 om 09:53
    Permalink

    Weer een heel amusant verhaal, Renée. Ik wil maar zeggen: Danku. (Gelieve niet aan je Franse collega naar de betekenis te vragen!)

    Jos

    Beantwoorden
  • za 22 oktober 2011 om 19:47
    Permalink

    Broodje kaas is nog steeds een verleidelijk lunchtussendoortje, maar altijd liever een glas wijn dan een beker melk. ;)

    Beantwoorden

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: