Veerpont over de Rede

Martinke Hardenbol is een Nederlandse uit Amersfoort, met Zeeuwse en Rotterdamse roots, die in 1976 na een kunstopleiding op haar negentiende naar Parijs vertrok. Ze trouwde er, werd Française, zakte af naar het zuiden en kreeg daar twee stoere zonen. Het huwelijk liep na 18 jaar op de klippen, haar liefde voor Frankrijk bleek onvoorwaardelijk. Ze werd in de begin jaren in het zuiden, ter optimale integratie en beheersing van de Franse taal, correspondent voor de lokale krant Var Matin. Daarna volgde een 23-jarige carrière bij een grote publieke instantie, waarvoor Martinke de halve wereld afreist. Maar Frankrijk is en blijft haar thuis, met Toulon als haar thuishaven. “De hang naar water, boten en de zee, het zullen m’n Hollandse wortels wel zijn.”
Hieronder een verslag van haar oversteek in de vroege ochtend met de veerpont over de rede van Toulon op weg naar haar kantoor: “Daar geniet ik dagelijks van.”

“Het schrijven mag weer. Moet.
In moetertaal weer oefenen van beeld naar woord naar zin.
Naar zin in.
Van spinsels en gedachten, naar zacht gesproken tekst.”

“Twinkelend weerkaatst de ochtendzon op het stille – nog donkere – water.
Dichtbij diep en donker, verderop een uitgestrekt zilvergrijs oppervlak dat amper zachtjes plooit.
Alles is op dit uur nog even licht en donker. Duisternis in hoeken en schaduw lost langzaam op in de meedogenloze kracht van de zon. Vogels aan de oever zijn klaar met hun lied en wachten.
Meeuwen roepen hun jongen. Tot vliegens toe.
Met bijeen geschraapte moed slaan bruingrijze jonggeborenen de vleugels slordig uit. Proberen dan een zwenking en een korte glij op de ochtend zucht. Van kei tot kei naar dak. Nooit een boom. Een meeuw jong of oud, wil zicht en verte.
Als vloeibaar glas rimpelt de baai in luie plooien. Palmen groeien doodstil in verlaten tuinen, waar huizen dromen achter geloken luiken.
Verderop in het tegenlicht steken vermolmde houten stompen amper boven water als stoppels op een ongeschoren wang.
De veerpont maakt vaart en schuim langszij. Aan de einder licht glitterend zilver en goud op tot aan de rand van de zwarte dam.
Meerdere pontjes tuffen alom, heen en weer, heen en weer. De ganse dag. In de stille ochtend zijn ze fier en dapper met hun vaartje. Hun kielzog rimpelt het oppervlak als een groot satijnen gordijn, dat waaiert achter een kolk van tule en schuim.
Op het open water wrijven korte zuchtjes rimpelvlekken in de gladde spiegel.
Aan de overkant staan flats aan de rond genageld in diepe overpeinzing.
De bergen achter de grote stad besluiten het gezichtsveld in grijze tinten als van een chromatische kleurenwaaier.
De Carferry voor Corsica ligt als een grote held onder stoom. Vrachtwagens manoeuvreren over de rijplanken en verdwijnen in de ruime buik.
De oude binnenstad is amper tot rust gekomen. De stilte hangt nog maar net in de smalle steegjes.
Een zwerver, een ochtend ruzie achter een open raam. Het bejaarde echtpaar in de stomerij, met rijen marinepakken, “spic and span”. De fietsenmaker.
Aan de haven wordt geeuwend de krant gelezen, met een café au lait, een croissant, de eerste sigaret.
De roodwitte vlaggen van de rugbyclub hangen slap langs witte stokken op de kade.
Een dag vangt aan.”

Kijk, Zuid-Frankrijk!

Een idee van Renée Vonk-Hagtingius, schrijver, journalist, copywriter, vertaler en hoofdredacteur van www.coteprovence.nl

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: