Home

P1100837Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland verkrijgbaar zijn, te maken. Zoals al mijn recepten. Meer weten, meer recepten? Klik hier voor mijn kookboeken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Vandaag bezondig ik me aan plagiaat: ik neem 1 op 1 een recept over van de Zuid-Franse superchef Roger Vergé. Komt door het weer. We hebben -alweer- te maken met ‘un temps maussade’ (chagrijnig regenweer). Dan is troost-eten aan de orde. Liefst zoet, met chocolade, en een bakkie troost. En van ‘maussade’ is het maar een klein taalkundig stapje naar mousse. Au chocolat vanzelfsprekend. Van Roger Vergé, de uitvinder van de ‘Cuisine du soleil’. In zijn poepie-sjieke, met 3 Michelin-sterren bekroonde Le Moulin de Mougins kreeg ik die supermousse eind jaren tachtig zomaar voorgezet. Nou ja, zomaar…. Er ging wel wat aan vooraf.
Uitgerekend die ochtend ging de telefoon stuk. Paniek, want er moest een belangrijk artikel naar Nederland gefaxt worden (nee, email, internet en mobieltjes bestonden nog niet). France Télécom beloofde ‘m ‘asap’ te komen maken. Moet je wel thuis zijn natuurlijk. Maar er was ook die belangrijke afspraak met een klant in Mougins.
“Ik ga wel alleen”, zei ik iets te opgeruimd tegen mijn man, terwijl ik de Espace instapte. “Zijn ze een beetje vlot, dan kun je me altijd nog achterna komen.”
Ze wáren vlot, maar nou ook weer niet zó vlot. Tegen het einde van de maaltijd kwam mijn man met krakende Eend tot stilstand voor Le Moulin. De ‘voiturier’ dirigeerde hem minzaam achterom, naar de leveranciersingang. Via de keuken hijgde hij uiteindelijk de eetzaal binnen.
Maar Vergé was een attente chef/patron. Hij regelde adequaat een mooie maaltijd, verontschuldigde zich omdat die klant en ik een beetje moesten wachten totdat mijn man de lunchinhaalslag gemaakt had, en bood dessert, koffie en digestif van het huis aan. Die supermousse dus.
rogervergeVergé (83) is intussen al jaren met pensioen. De sterren zijn weg, zijn opvolgers hebben de reputatie van Le Moulin niet overeind weten te houden. Maar zijn recepten staan nog altijd als een huis. En die herinnering ook.

Ingrediënten:
150 gram pure chocolade (70% of hoger)
3 eetlepels loeisterke espresso
15 gram cacaopoeder
60 gram fijne kristalsuiker
8 eiwitten
½ citroen
snufje zout

Bereiding:
Maak de binnenkant van een ruime kom goed vetvrij door hem in te wrijven met de halve citroen. Spoel de binnenkant af onder de koude kraan en droog zorgvuldig af. Scheidt de eieren (die op kamertemperatuur moeten zijn) en doe de eiwitten in de kom met het snufje zout. Klop ze stijf, voeg er de suiker aan toe en klop verder tot het eiwit in pieken blijft staan.
Breek de chocolade in stukjes, maak de espresso. Doe beide samen met de cacao in een andere (hittebestendige) kom, die in een flinke pan past. Doe water in de pan, zet de kom erin (zorg dat het water onder de rand van de kom blijft) en verwarm de pan op laag vuur; laat de ingrediënten onder af en toe roeren smelten tot een egale massa.
Klop met een garde of een vork een kwart van het stijve eiwit door de gesmolten chocolademassa. Spatel de rest van het eiwit beetje bij beetje voorzichtig door het mengsel tot een egaalbruine mousse. Schep alles -nog steeds voorzichtig- in een diepe schaal of in kleinere schaaltjes en laat de mousse minstens een uur in de koelkast opstijven. Wie durft, kan er met een ijslepel bolletjes van scheppen. Wel de ijslepel vooraf, en na elk bolletje, onder de koude kraan houden. Garneer voor het opdienen eventueel met een takje mint, wat verse vruchten, een toefje slagroom of een biscuit/lange vinger.

Drones aan de Côte

februari 27, 2014

DRONE PALMIERSDe afgelopen dagen gierden hier de helikopters weer laag over. We wonen niet ver van het grootste militaire oefenterrein van Europa en met de missies in Mali en in de Centraal Afrikaanse Republiek moet er natuurlijk geoefend worden.
Ik denk: kansloze missies, het Vietnam van Frankrijk.
En intussen maar nachtelijke rondjes door m’n achtertuin vliegen. Maar goed, het is in elk geval ergens voor bedoeld.
Pissig werd ik pas toen er ineens een drone een kijkje kwam nemen. Ik vind dat schaamteloze gegluur pal boven je hoofd zo’n beetje de allergrootste schending van privacy die je je maar kunt indenken. Als ik een geweer had gehad -maar gelukkig ben ik pacifist- had ik ‘m zó uit de lucht geknald. En toen stortte het ding ineens vanzelf neer. En kwam het kleinzoontje van de nieuwe Britse buren beleefd vragen of hij zijn radiografisch bestuurbare vliegtuigje terug mocht komen halen. Oeps.
Toch zitten die drones er ook hier aan te komen. En daar ben ik straks -ondanks mezelf- misschien toch wel een beetje blij mee. Ik zal het uitleggen.
Een paar jaar terug schreef ik er al over: de palmen gaan dood aan de Côte. Niet vanwege de natste winter sinds 1942, maar vanwege een klein rotkevertje dat die bomen van binnenuit opvreet. De snuitkever -charançon rouge- is een killer-parasiet die het voortbestaan van de palmenpracht langs de hele Côte d’Azur ernstig bedreigt. Het oorspronkelijk uit Indonesië afkomstige insectje dook zes jaar geleden voor het eerst op in Cap d´Antibes en verspreidde zich razendsnel.
“De situatie is explosief”, vertelde Jean-Luc Belliard van de Chambre d´Agriculture in de Alpes-Maritimes destijds in de Nice-Matin. Hij vreesde dat 30 procent van de palmen in zijn departement verloren zou gaan, tenzij er heel snel werd ingegrepen. Dat werd er, maar het was niet genoeg. Er werd de afgelopen jaren op alle mogelijke manieren geëxperimenteerd met bestrijdingsmethoden, van puur giftige rotzooi tot en met milieuvriendelijke middelen, maar niets hielp tot nu toe afdoende. Bovendien zijn de kosten inmiddels flink uit de hand gelopen. Afhankelijk van de gekozen bestrijdingstechniek (chemisch of biologisch) en de omvang van de boom moet je gemiddeld rekening houden met € 1.000 per palm. Alleen al in de Alpes-Maritimes staan er naar schatting 100.000. Dus reken maar uit. Bovendien zijn veel palmen in de loop der jaren hoog opgegroeid en staan ze op vaak onmogelijke plaatsen waar bestrijders niet goed bij kunnen.
Een Côte d´Azur zonder palmen dan maar? Hyères, bekend als de palmenstad vanwege de ruim 7000 palmen die er het stadsgezicht bepalen, zónder die karakteristieke bomen?
Er is nog een beetje hoop. En die komt zomaar uit de lucht vallen.
In Monaco heeft een bedrijfje een drone ontwikkeld die -een ook al kersvers ontwikkeld- ecologisch verantwoord bestrijdingsmiddel kan vervoeren en uitstrooien over de toppen van de aangetaste palmen. Eerst wordt er, ook met een drone, gekeken welke palmbomen ziek zijn. Dat zie je van onderaf niet, en van bovenaf meteen: de kroon is kaal in het midden, en de rest van de bladeren hangt er maar zo’n beetje bij.
Zo’n drone inzetten betekent tijdswinst, want hoe eerder een zieke boom ontdekt wordt, des te sneller er bestreden kan worden en des te minder kans op verspreiding van dat rotkevertje. Tijdswinst is er ook omdat er geen mankracht meer aan te pas komt en niemand halsbrekende toeren uit hoeft te halen om in de palmtop te komen. En nog meer tijdswinst omdat zo’n drone in een uurtje een groep van circa tien bomen tegelijk kan behandelen. Dat maakt deze nieuwe methode ook meteen een stuk goedkoper. En nu maar hopen dat het écht werkt. Want een Côte d’Azur zonder palmen, dan kan toch niet?
Intussen hou ik die drones wel in de gaten natuurlijk.

Clipboard01
Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland verkrijgbaar zijn, te maken. Zoals al mijn recepten. Meer weten, meer recepten? Klik hier voor mijn kookboeken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Druk druk druk. Deadlines voor m’n blad Côte & Provence en dus eigenlijk te weinig tijd om te koken. Maar lekker eten, ja, dat moet natuurlijk. Heerlijk als je dan gewoon iets simpels in de oven kunt gooien en je op afroep van het ‘we-zijn-zover’-biepje aan tafel kunt.
Had je gedacht. Dat ging gisteren dus akelig mis.
Ik had gewaarschuwd moeten wezen; al de hele middag gaf de ‘onduleur’ (de accu die onze computers beschermt tegen de fluctuaties in het Franse stroomnet) onheilssignalen af. Dat de elektrische verwarming op het thuiskantoor niet te temperen bleek, behalve door ‘m af te zetten, was ook geen geruststellend gegeven. Maar -zoals gezegd- druk, dus zonder erbij na te denken de oven ingeschakeld en nog gauw een (kort!) avondrondje met de honden gemaakt. Bij terugkomst stond de oven angstaanjagend te hyperventileren. De ventilatie, die inschakelt bij dreigende oververhitting, draaide op volle toeren. Terwijl de oven al volautomatisch was uitgeschakeld. Ik dank de voorzienigheid nog steeds op m’n blote knietjes dat ik indertijd voor een veilig fornuis heb gekozen, ondanks de prijs, dat is ie meer dan waard. Maar wat er gebeurd was?
Een eind verderop wordt een huis gebouwd, men is in de eindfase en druk bezig met de aanleg van het elektriek. Maar nee, “pas ici hein. Ça doit être une erreur général de l’EDF.” De EDF gebeld. De computerstem gaf te kennen dat er geen storingen te melden waren. Maar iemand liegt, en ik vertrouw het niet.
Dus als ik straks het hieronder beschreven chèvre/tomatentaartje in de oven schuif, blijf ik er naast zitten. Met een mooi glas rood, dat wel.

Ingrediënten:
1 rol koelvers bladerdeeg (of 4 plakjes diepvries)
2 à 3 tomaten
1 rolletje geitenkaas
8 blaadjes verse basilicum
1 krappe eetlepel mosterd
½ eetlepel herbes de Provence

Bereiding:
Verwarm de oven voor op 180 graden.
Rol het bladerdeeg uit en leg het -met het bakpapier eronder- in een lage bakvorm. De overhangende randen afsnijden (ik gebruik een schaar, gaat een stuk soepeler). Bij gebruik van diepvriesplakjes: het papier verwijderen, de plakjes laten ontdooien, de bakvorm invetten en de plakjes erover verdelen. Druk de randen stevig op elkaar en snij de overhangende randen weg.
Prik het bladerdeeg over de hele bodem in met een vork en zet de vorm in de oven tot het deeg goudbruin verkleurt.
Haal de vorm eruit en laat de boel afkoelen.
Snij intussen de tomaten en de geitenkaas in plakjes. Laat kop en kont van de rol geitenkaas weg; teveel korst, dat smelt niet lekker weg straks.
Snij de basilicum in reepjes.
Besmeer de bladerdeegbodem heel dun met mosterd. Verdeel de tomatenplakjes erover, dan de basilicum en daarna de plakjes geitenkaas.
Bestrooi alles met de herbes de Provence.
Zet de vorm in het midden van de oven en laat in een half uurtje alles gaar worden en wegsmelten. Hou het wel een beetje in de gaten: als de geitenkaas te donker wordt en zwarte randjes begint te vertonen, gaat ie bitter smaken.

Clipboard01
Al jaren word ik bij het zware huishoudelijke werk (ja ja, niet lachen, daar zit echt zwaar werk tussen) geholpen door een schat van een Tunesische vriendin. Ze is ongeveer net zo klein als ik, maar voor geen kleintje vervaard. Waar mijn reumabotjes het laten afweten, buffelt zij gewoon verder: een krachtpatsertje.
Een mooi mens om te zien ook, trots van houding, met een volle bos ravenzwart haar, van goede komaf, dat wil ze graag weten. Wílde ze weten, moet ik zeggen. Want sinds twee jaar draagt ze een hoofddoek. Dat moet iedereen natuurlijk voor zichzelf weten, maar wat mij opvalt is dat ze er karakterologisch door veranderd is. Ze is moslima, maar ze was niet zo erg praktiserend. Tot twee jaar geleden. Toen is ze ineens een klein vrouwtje geworden, dat luistert naar het ritme van de Ramadan en naar wat wel en niet mag van Allah, vertaald door haar echtgenoot, die ik als een nurks en onaangenaam mens heb leren kennen, die iets te gretig van de Franse sociale voorzieningen gebruik maakt.
Yasmin is daar heel boos over. Maar niet bij machte er iets tegen te doen. Ik heb haar gevraagd waarom die hoofddoek ineens zo nodig moest. Ik kom er niet door en krijg een vaag verhaal waarbij ze de nadruk legt op ‘haar eigen keuze’ en daar geloof ik dus geen barst van. Die mooie trotse vrouw is verschrompeld tot een slaafs sloofje, dat eerst in haar eigen ‘pot de yaourt’ (zo’n pruttelpotje voor types zonder rijbewijs, ze had teveel examenvrees om dat te halen) voor kwam rijden, en nu door die man gehaald en gebracht wordt.
Drie weken geleden was ze opeens helemaal verdwenen; naar verluidt zit ze in Tunesië. Ze had nog wel geregeld dat haar dochter voortaan de honneurs waar zou nemen. Ook aan de ‘foulard’ “uit vrije wil”. Ze heeft twinkelende ogen, een grote bek en een kraampje op de markt van Fréjus met ‘marocainerie’: leren tassen, riemen, slippers, dat werk. En ze ‘doet mij erbij’ vanwege haar moeder. De tegenstelling kan niet groter zijn.
Ook haar vroeg ik naar het waarom van die hoofddoek.
“Nou kijk tuurlijk speelt het geloof een rol, je wordt meer gerespecteerd door moslims. Maarreh, het komt me ook wel goed uit. Als ik op de markt sta geeft het een vrijer gevoel; je wordt als vrouw meer met rust gelaten, geen avances en zo. Enne…, ze grinnikt, “ik heb nogal snel vet haar. Dat zie je niet, met zo’n foulard.”
Duidelijk.
Mijn man was die eerste paar keer zeer te spreken over mijn nieuwe hulp. Hij is tegen volk over de vloer en stelde opgetogen vast dat deze jonge werkster een uur sneller was dan haar moeder.
‘Hoe zit dat?’, vroeg hij haar.
“Oh”, was het antwoord, “ik werk wel vaker bij bejaarden.”
Bon, ik ben al een aantal jaren ‘ruim achtttien’, maar als ik af ga op het gezicht van mijn man, denk ik dat ze haar langste tijd gehad heeft.

chocotaart
Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland verkrijgbaar zijn, te maken. Zoals al mijn recepten. Meer weten, meer recepten? Klik hier voor mijn kookboeken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Over Sint Valentijn, wiens naamdag het vandaag is, doen meer legenden de ronde dan er blaadjes aan een bos bloemen zitten. Ik pluk er daarom maar gewoon wat aardige anekdotes uit. Deze bijvoorbeeld: Valentijnsdag werd in het jaar 496 ingesteld door Paus Gelasius, om weerwerk te bieden aan ‘Lupercalia’, een heidens Romeins vruchtbaarheidsfeest dat op 15 februari werd gevierd.
Valentijn zou bij leven in de ene versie priester in Rome zijn, in een andere bisschop van Terni (Umbrië). Maar volgens de overlevering zou het best om dezelfde persoon kunnen gaan.
Hij zou -tegen het bevel in van de Romeinse keizer Claudius II- heidense Romeinse soldaten en hun christelijke liefjes in de echt hebben verbonden. (dat verklaart het getortel) Daarvoor werd hij ter dood veroordeeld. De cipier die hem bewaakte, had een blind dochtertje. Op weg naar het schavot stopte Valentijn haar een briefje toe. Toen ze het op de tast opende, viel er een bloem uit. (zeg het met bloemen) En voilà, ze kon zien en de tekst lezen: “Van je Valentijn.” (daar is de Valentijnskaart)
Blijft alleen de wijn en de chocolade nog over om te verklaren.
Voor de wijn kom ik niet verder dan deze spreuk:
“Dooi op Sint-Valentijn doet veel water in de wijn.
Zonneschijn op Sint-Valentijn, geeft goede wijn.”
Er is zon vandaag, dus dat zit wel goed.
Maar die chocolade, waar komt die nou vandaan? Ik hou het er maar op dat die uitstekend past bij een glaasje zoete witte wijn. Of, nog lekkerder, een glaasje champagne.
En zo komen we er -samen met de commercie- wel uit vandaag.

Ingrediënten:
2 eieren
100 gram kwark
75 gram pure chocolade (minstens 60%)
3 cl olijfolie
120 gram bloem
90 gram fijne suiker
½ zakje levure chimique (bakpoeder)
75 gram geraspte kokos
zout en peper

Bereiding:
Verwarm de oven voor op 180 graden.
Breek de chocolade en laat de stukjes ‘au bain marie’ of in de magnetron smelten (niet laten koken!).
Breek de eieren in een ruime kom en mix ze met de suiker. Voeg de kwark toe en mix die erdoor. Doe er de olijfolie en de gesmolten chocolade bij en mix weer alles door elkaar. Mix er de bloem en het bakpoeder doorheen. Meng er tot slot de geraspte kokos door, maar hou een volle eetlepel apart.
Doe het mengsel over in een ingevette (of met bakpapier beklede) springvorm en verdeel het gelijkmatig.
Bak de taart in het midden van de voorverwarmde oven in 15-20 minuten. Controleer of de taart gaar door er een prikker in te steken; die moet er schoon weer uitkomen. Anders nog een paar minuten extra in de oven laten staan.
Laat de taart even afkoelen, haal hem uit de springvorm en bestrooi ‘m met de achtergehouden kokos.

Ik ben het strontzat!

februari 11, 2014

1df767aaIk zit al een paar dagen in de stront. Letterlijk. Hondenstront om precies te zijn.
’t Is een combinatie van factoren, zullen we maar zeggen.
Factor 1: ik heb twee honden. Aardige honden, daar niet van, maar het zijn wel zeikerdjes. Als het regent blijven ze bijvoorbeeld véél liever binnen, van een lekkere modderplas moeten ze niks hebben en bij de vraag ‘zwemmen?’ schieten ze bibberend hun mand in. We hebben het geprobeerd -voorzichtig en geduldig- om ze op snikhete zomerdagen gezellig met het baasje mee te laten poedelen, maar de aversie zit diep. Alles dat met water te maken heeft is taboe, behalve de drinkbak in de keuken.
Factor 2: we beleven de natste winter in 35 jaar; er gaat bijna geen dag voorbij of het hoost van de regen. Honden uitlaten betekent al maanden twee weerspannige ‘blokken beton’ aan een riem achter je aan berge-op-berge-af slepen in de hoop dat ze ergens een hoop doen. Ik ben daar tamelijk vasthoudend in, de echtgenoot iets minder; die vindt het al snel ‘zielig’. Tot een paar dagen geleden. Toen kwam factor 3 in het spel.
Factor 3: er wordt hier in de buurt gejaagd. Daar zijn we niet voor, maar daar gaan we niet over. Die lui kennen god noch gebod, dus die knallen er lustig op los. Dat doen ze bij voorkeur in het holst van de ochtend, liefst met een meute bloed-geile honden die gruwelijk gillend door het bos crossen, waarop vanzelfsprekend die salonhonden van mij ook weer gezellig mee gaan jodelen. Ja! Dat willen ze ook wel!
Factor 4: omdat het regent, zijn zowel jagers als jachthonden te belazerd om het aan- of afgeschoten wild op te sporen en uit het lijden te verlossen, dan wel mee te nemen. Er ligt hier dus ergens in de buurt een kadaver of wat, weg te rotten. En als salonhond wil je daar natuurlijk je ‘instincten’ op botvieren.
Factor 5: Een paar dagen geleden was het zo ver. Er werd een nieuwe wasmachine afgeleverd (dat verhaal vertel ik ook nog weleens). Deuren open, hoppa, honden weg! En pas vele uren later weer terug; het was zowaar een tijdje droog, toen. Bon, kan gebeuren. Maar die avond begon het in de woonkamer toch wel extreem te stinken. Met ruftende honden naast je op de bank kijk je niet prettig naar Pauw & Witteman, of het Franse journaal, of de Olympische Spelen. Extra rondjes, extra late en extra vroege rondjes ten spijt, er zat duidelijk iets helemaal mis met de darmflora. Dat bleek de volgende ochtend. Stront. Ik zal niet zeggen: ‘zover het oog reikt’, maar ik denk het wel. Dat is niet leuk opstaan.
Factor 5: het bleef regenen, het regent trouwens nog steeds. En zelfs al heb je last van je darmen, dan toch liever binnen dan buiten poepen. Ik vrees dat ik mijn honden inmiddels vloeiend Frans vloeken heb bijgebracht. Niet dat ze daarvan onder de indruk zijn: ‘merde’ zien ze slechts als openingszet. Pas bij ‘putain de….’ beginnen de oortjes te hangen. En pas als ik in vloeiend Rotterdams verval wordt ik serieus genomen. Maar ik ben het zat.
Niet alleen de honden, die thans alleen nog op droog brood en rijstwater leven, maar ook de jagers, die er een puinhoop van maken en andere mensen opzadelen met hun wangedrag.
En wat ga ik daar aan doen? Tja. Het zal wel weer stront ruimen worden.

pain_perdu_1
Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland verkrijgbaar zijn, te maken. Zoals al mijn recepten. Meer weten, meer recepten? Klik hier voor mijn kookboeken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Pain perdu betekent zoveel als ‘verloren brood’: oud brood dat je zou weggooien als je er bijvoorbeeld geen paneermeel van zou maken of het aan je huisdieren zou voeren. Om maar wat te noemen. Mooi niet, want oud brood kan heel lekker zijn. Dat wisten ze eeuwen geleden al. Zo staat pain perdu al als ‘aliter dulcia’ (alweer een zoet dessert) beschreven in de Apicius: een verzameling Latijnse recepten uit de 4e/5e eeuw. In Frankrijk was het de meesterkok Taillevent die er in de 14e eeuw goede sier mee maakte aan het hof. Hij noemde het ‘tostées dorées’: aan het hof deed men niet aan oud brood, dat werd daar dus wèl weggegooid. Dachten ze. Taillevent wist wel beter. En ik ben hem er dankbaar voor dat hij die kennis wilde delen. Want wentelteefjes (zoals ze in Nederland heten) zijn verrukkelijk. En je kunt er eindeloos mee variëren. Onderstaand recept vind ik typisch iets voor het rotweer van nu; het ultieme troost-eten. Maar als de seizoenen verschuiven, maak ik ze ook met aardbeien, frambozen, morilles, verse vijgen, gebakken bananenschijfjes, verse druiven, chocopasta, honing, een klont confiture naar keuze of een dikke kledder slagroom. Met kaas, ham, spekjes of gewoon niks extra’s kan natuurlijk ook. Nou ja, zie maar.

Ingrediënten:
30 cl volle melk
4 dikke sneden stevig brood (pain de campagne)
100 gram gewelde rozijnen
½ dl zoete witte wijn
½ theelepel kaneel
1 zakje vanillesuiker
10 gram kristalsuiker
3 eieren
snufje zout
klont boter, scheut olijfolie

Bereiding:
Doe de wijn met de helft van de vanillesuiker en de kaneel in een pannetje en laat op laag vuur warm worden. Meng de rozijnen er doorheen en draai het vuur uit. Laat de rozijnen wellen tot ze aan de beurt zijn.
Klop de eieren samen met de rest van de vanillesuiker en een snufje zout los in een kom. Mix er beetje bij beetje de melk doorheen.
Leg de sneden brood in een ondiepe schaal of op een groot bord en giet het mengsel er voor de helft overheen. Draai de sneden voorzichtig om (bijvoorbeeld met een spatel) en giet de rest van het mengsel er overheen. Laat de sneden even weken, maar niet te lang, anders vallen ze uit elkaar.
Laat intussen het boter/oliemengsel heet worden in een ruime koekenpan. Haal de sneden brood uit de schaal en bak ze aan beide zijden goudbruin.
Laat intussen de rozijnen in hun pannetje nog even opwarmen.
Verdeel de wentelteefjes over de borden, schep de rozijnen erover en schep wat van het wijnkookvocht mee. Bestrooi tot slot met wat kristalsuiker.
Warm serveren.