De vlooienbunker

le_sleigh_bed_002
De stokoude maar nog vieve buurman van een kilometertje verderop klopte aan. Hij was nu toch eindelijk toe aan een nieuw bed, wegens er doorheen gezakt. Kon mijn man hem misschien aan een nieuw helpen. “Die werkt toch in zo’n beddenwinkel?”
We keken elkaar aan. Vroeger, toen ik nog in Rotterdam woonde, zou ik gezegd hebben: “Ken je bek nog verder open?” Maar daar woon ik al een dikke kwart eeuw niet meer.
Dus we riepen in koor “entree”, zetten buurman aan de keukentafel, schonken hem een ruimhartig glaasje pastis in, en vroegen hoe het zat.
Nou, hij had mijn man ooit zien langskomen met een bed dat uit de auto stak.
“Hoe lang geleden?” vroeg ik voorzichtig.
“Mwah, jaartje of wat. Twintig misschien, kan ook dertig zijn…”
In mijn hoofd ging geen belletje, maar na even nadenken viel bij mijn man het muntje. “De vlooienbunker!” Na een respectabel aantal jaren in mijn gezelschap is zijn Rotterdams aardig bijgespijkerd.
Tuurlijk! De vlooienbunker. Onze eerste nacht in ons allereerste Provençaalse huisje. Amper een stuiver te makken, dus beknopt ingericht met afdankertjes en rommelmarktrommel. Het bed -een als boxspring vermomde stromatras- had jaren op de zolder van een verre tante vertoefd en begon in Zuid-Frankrijk aan een tweede leven. Een beetje veel leven, merkten we die eerste nacht. Het ding gierde van de vlooien.
Gif, veel gif, en dan flink luchten buiten. Dachten we. Het hielp niet. Nacht twee verliep net zo rampzalig. En nacht drie. Toen was de maat vol.
Het bed ging langs de kant van de weg voor de ‘ramassage des monstres’, ik stortte me op het ontsmetten van de slaapkamer, en diep ongelukkig tufte mijn man het tuinpad af naar de dichtstbijzijnde beddenwinkel, toch nog een eind verderop, in de grote stad. Daar aangekomen wees hij op goed geluk ‘iets voor twee personen’ aan. Dat paste zelfs niet in de Renault Espace die we toen nog hadden. De bedombouw was demontabel, maar het metalen frame niet.
“Heb je een ijzerzaagje?” vroeg mijn man aan de verkoper. Of zoiets, vermoed ik. Het Frans voor ijzerzaagje leer je niet op school.
“Nou nee, maar ik kan ‘m wel even thuis gaan halen als u intussen op de winkel past…”
“Doe maar.” Er moest toch ergens op geslapen worden.
Terwijl hij ineens even chef bedden was, kwam er uitgerekend op dat moment een nieuwe klant binnenwandelen. “Kleine op komst, bedje nodig”, begreep mijn echtgenoot.
Zijn carrière in de slaapbusiness duurde en duurde. Na een anderhalf uur was de officiële verkoper nog steeds niet terug. Amper in Frankrijk gearriveerd, kreeg mijn man allerlei slaaptechnische vragen in verband met baby´s naar zijn kop geslingerd. ´Zijn´ klant begon ook over prijzen. Eenmaal thuis kondigde mijn man aan dat hij zich nimmer meer voor welke boodschap dan ook op pad zou laten sturen.
Eindelijk kwam de winkelbediende terug met het ijzerzaagje. Hij overhandigde het aan mijn man, die er onvervaard het metalen frame mee aanviel. De verkoper was te verbijsterd om eerst aan afrekenen te denken; hij hielp het frame vasthouden. Na wat gehannes paste de boel in de Espace, maar de achterklep moest wel open blijven staan.
Die Renault met dat ver uitstekende bed heeft mijn buurman destijds langs zien komen. Sindsdien, al een jaar of dertig, is hij er van overtuigd dat mijn man in de beddenhandel zit. Op zeker moment heb ik het maar opgegeven.
Maar nu wilde hij een nieuw bed.
Ik nam hem mee naar ons thuiskantoor, zette hem in een stoel naast m’n computer en toonde hem het aanbod van La Redoute en 3 Suisses.
“Dus dáár werkt je man tegenwoordig!”, glunderde hij.
Deze week kreeg hij zijn bed thuisbezorgd. Wij een mandje eieren, hij houdt kippen.
“Fijn jongen”, zei hij tegen mijn man, “dat je die baan nog hebt, ondanks de crisis.”

Kijk, Zuid-Frankrijk!

Een idee van Renée Vonk-Hagtingius, schrijver, journalist, copywriter, vertaler en hoofdredacteur van www.coteprovence.nl

3 gedachten over “De vlooienbunker

  • vr 18 april 2014 om 13:30
    Permalink

    Kostelijk! Ik zie het helemaal voor me.
    Ik kwam eens als vertegenwoordiger in een winkeltje met huis-opleuk-spullen en werd aangezien voor de verkoopster. De winkeleigenaar was met een andere klant bezig dus ik heb de honneurs waargenomen, en na een succesvol verkoopgesprek de klant naar de kassa verwezen. “u mag bij mijn collega afrekenen”. En mijn order heb ik ook geschreven natuurlijk.

    Beantwoorden
  • zo 20 april 2014 om 11:47
    Permalink

    Leuk verhaal Renée.!
    Een doortastende man heb jij , een ijzeren frame op maat zagen.. en thuis weer lassen.?

    Beantwoorden
    • zo 20 april 2014 om 11:59
      Permalink

      Nee Henri, zo erg was het nou ook weer niet. Het was zo’n holle buizen-ding, met 2 aparte spiralen erin. Hebben we zonder lassen nog een paar jaar heel prettig op geslapen. Toen was ie op :-]

      Beantwoorden

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: