Zeg dan maar eens nee

carte_vitale_nvo_6Hou je net een hele verhandeling over ‘nee’ zeggen (klik hier), ga je meteen bij de eerstvolgende gelegenheid alweer in de fout. Tja.
Ik moest gisteren even op de afdeling urbanisme zijn, administratief dingetje. De bureaucratische openingstijden zijn krap dus ik haastte me langs de kronkels van de smalle be-kinderkopte ‘grand’rue’ omhoog naar het gemeentehuis. En struikelde na de laatste kronkel bijna over een geheel in het zwart gestoken dame op leeftijd, die als een snikkend hoopje schokschouderende ellende voor de deur van de aanpalende ‘permanence de securité sociale’ ineen gezegen was. Uit de kleine wachtkamer kwam een moslima aangesneld met een bekertje water, terwijl ik de dame van papieren zakdoekjes voorzag en probeerde er iets zinnigs uit te krijgen. “Ça va madame? On peut vous aider?”
“Nee”, snikte ze in onvervalst Nederlands, “ik ben niet meer te helpen.”
De moslima keek me betekenisvol aan en schudde het kunstig in een foulard gewikkelde hoofd: “C’est une étrangère.”
Met vereende krachten hielpen we de dame overeind en posteerden haar op het lage stenen muurtje tegenover de ‘securité’.
“Vertel het maar”, zei ik in het Nederlands terwijl ik naast haar ging zitten. Ze keek me verrast aan, de tranenstroom leek zowaar even te minderen. Er kwam een verhaal waaraan ik geen touw kon vastknopen, en dat eindigde in een hernieuwde sniksessie. Vanuit de deuropening van de ‘securité’ wenkte een kortdate dame van het type ‘niet lullen maar poetsen’: of mevrouw haar sessie nog wilde afmaken, er waren meer klanten. Ze wees met een dwingend gebaar naar het propvolle wachtkamertje achter zich.
“Kunt u niet even met me mee?” smeekte de mevrouw in het zwart, “dan kunt u het misschien uitleggen.”
Ik had geen idee wat, maar zeg dan maar eens nee.
In de sjofele ambiance van de ‘securité werd me door de door het jarenlang aanhoren van kommer en kwel geharde ambtenaresse uitgelegd waar het om ging. Het Hollandse echtpaar had jaren geleden een bescheiden tweede huisje gekocht in de Provence, na het pensioen van meneer waren ze hier permanent komen wonen om samen te genieten van hun nog niet zo heel oude dag. Het huis in Nederland zou verkocht, maar dat lukte niet door de crisis, het verviel aan de bank. Met het eigen bedrijf was het al mis gegaan toen meneer zich terugtrok en de zakenpartner toch niet zo zakelijk bleek. Ze moesten het doen met een staatspensioen. Van die aow konden ze redelijk rondkomen. En ze hadden een ‘carte vitale’ voor de ziektekosten, zeg maar een basisziekenfondsverzekering. Maar hij werd echt ziek, er was geen aanvullende verzekering, de ziekenhuiskosten liepen torenhoog op. En toen ging ie ook nog dood en stond de weduwe er alleen voor. Geen in de zaak opgebouwd pensioen, geen aow -ze was van na 1950 en dan krijg je niks namens je man, maar nog niet zelf pensioengerechtigd. En geen ‘carte vitale’ meer want zij stond bijgeschreven op die van haar man. En die was dood, dus vervielen ook haar rechten. En dat huisje hier in de Provence zou ook wel moeten worden verkocht, want daar lag een loodzware hypotheek op dus dat wàs eigenlijk al van de bank.
“Ja, en nu?” vroeg ik aan de securamtenaresse, terwijl ik een schuin oogje hield op de weduwe, die het allemaal niet meer leek aan te gaan.
“Nu niks”, klonk het droogjes. “Madame kan proberen in Nederland een wao-uitkering aan te vragen. Of ze kan een baantje gaan zoeken.” Waarna ze opstond om de deur van het gehorige spreekkamertje voor ons open te houden. In de wachtkamer draaiden hoofden zich gegeneerd de andere kant uit.
In het café onderaan het dorp heb ik bij een glaasje rosé geprobeerd de weduwe uit te leggen hoe het er voor stond. Ze knikte moedeloos, ze had het al wel vermoed.
Had ze familie in Nederland, kinderen, vrienden hier, die haar konden helpen? Een afwezig schouderophalen. Ik gebaarde tamelijk wanhopig naar de barman dat ie de glazen nog maar eens moest volschenken terwijl ik een oplossing voor deze onmogelijke situatie probeerde te bedenken, toen de deur van het café met een ferme ram werd opengeduwd.
“Mam!” Een blozende buitenman, onmiskenbaar Hollander, struinde recht op ons tafeltje af. “Daar ben je!”
Hij hees haar zonder veel omhaal van haar stoeltje en wilde haar afvoeren naar de Volvo break die buiten met draaiende motor stond te wachten. “Ho even”, protesteerde ik, en legde uit wat me zojuist was overkomen.
“A ja,” zei hij met een gemelijke grijns, “die sociale dienst. Altijd de moeite waard om te proberen.” Daarom had ie moeder alleen gestuurd en was zelf op de parkeerplaats onderaan het dorp blijven wachten. Jammer dat het niks werd blijkbaar. Nou ja, dan dat huisje maar weg. En een leuk plekje voor moeder in een of ander bejaardentehuis. Terwijl ze in de auto werd geduwd keek de weduwe nog één keer met betraande ogen om. Een beverige hand met mijn papieren zakdoekje erin wuifde een woordeloos ‘merci, laat maar’.
Nu begreep ik pas echt wat ze bedoelde met ‘ik ben niet meer te helpen’.

Kijk, Zuid-Frankrijk!

Een idee van Renée Vonk-Hagtingius, schrijver, journalist, copywriter, vertaler en hoofdredacteur van www.coteprovence.nl

18 gedachten over “Zeg dan maar eens nee

  • vr 20 februari 2015 om 16:42
    Permalink

    daar sta je dan met je goede wil en je voorgenomen ‘nee’, Renee.
    sodeju merde en meer
    tenenkrommend
    oh wat is dit errug
    teriest
    geen woorden voor
    neem op deze vrijdagavond maar een extra glaasje
    op jezelf en allen die tegen beter weten in de sociale zekerheid trachten te misbruiken ten koste van degene die het wel echt nodig hebben
    liefs en troost je, ik zou er ook met beide benen ingetuind zijn

    Beantwoorden
    • vr 20 februari 2015 om 18:15
      Permalink

      Ja ja Tien, maar dat arme vrouwtje kon er echt niks aan doen en was er beslist niet op uit om de boel te tillen. Gewoon wanhopig na de dood van haar man en dus heeeeel manipuleerbaar. Arm mensje…

      Beantwoorden
  • vr 20 februari 2015 om 19:56
    Permalink

    Mooi verhaal Renée, zag het voor me… En wees eerlijk, dit had je niet willen missen! (Ik ook niet, overigens ;-) )

    Beantwoorden
  • ma 23 februari 2015 om 01:02
    Permalink

    Misère, misère, arm mensje . . . nog geen 65 en màg naar een bejaardenhuis want je hebt een zoon om van te kotsen . . . die heeft de p. . . in want z’n “gratis” vakantieplekje wordt hem door de neus geboord en voor haar is de enige oplossing met een rugzak de wereld in, niets meer te verliezen ! Neem er nog eentje want hier slaap ik niet lekker op
    begrijp goed dat je dit verhaal best had willen missen, warme groet

    Beantwoorden
    • ma 23 februari 2015 om 09:23
      Permalink

      ik zag in gedachte zoon al pochen dat hij ‘een huis in Zuid-Frankrijk heeft’… alleen moeders moet nog dat bejaardentehuis in…

      Beantwoorden
      • ma 23 februari 2015 om 09:52
        Permalink

        Maar ja, eerst dat huisje nog verkocht. Zal niet meevallen Tien, t’Is nog steeds crisis op de huizenmarkt.

      • do 26 februari 2015 om 18:59
        Permalink

        Ja Renée zelfs dat wordt nog moeilijk voor haar en reken er maar op dat wijzelf tot het einde lekker de “mouwen blijven opstropen”, afijn dat zijn we gewend, toch ? !

  • zo 1 maart 2015 om 08:31
    Permalink

    Vaste sujet Renée. Mooi geschreven. Oud worden in het buitenland. Ver van je geboorteland. Het lukt tot nu toe aardig, maar je weet nooit hè? Ik schreef er ooit over in het Frans: http://wp.me/pEv8g-6

    Beantwoorden

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: