Boodschappenkarretje

car-shopping-cart
Ik had het bijna gezegd: “Mwah, doe er maar twee.” Quasi nonchalant, met zo’n blik van ‘koopje, moet kunnen’. Maar daar keek Denise toch iets te streng voor; geen serieus gevoel voor lichtvoetigheid, deze dame van de ‘accueil’ van de grote supermarché een dorp verderop. Ik beperkte me tot het overhandigen van m’n ‘piece d’identité’ en scheurde de ingevulde cheque uit m’n ‘carnet’. Ze gaf me de sleuteltjes en dat was dat. Ik had zojuist een auto gekocht. Bij de supermarkt.
‘Holland, eat your heart out’! grinnikte ik inwendig terwijl ik m’n boodschappenkarretje over de parkeerplaats naar mijn vers verworven boodschappenkarretje duwde. Ik stak de sleutel in het slot, laadde de boodschappen in, en dacht aan al die keren dat de achterblijvers in Nederland me meewarig voor de voeten geworpen hadden dat ik me had begraven in een onherbergzaam berggehucht: “Daar kom je vroeger of later echt wel op terug hoor. Wat heb je daar nou? Studeer je voor fossiel of zo?” Daarbij even negerend dat ik weliswaar afgelegen woon, maar dat de internet- en mobiele verbindingen hier doorgaans optimaal functioneren (bij ons geen dagenlange KPN-storingen), en dat je wel gewoon met zo’n achterlijke Franse cheque een autootje kunt kopen bij de plaatselijke kruidenier. Kom er maar eens om bij Albert Heijn. Dat ging ik ze dus even handenwrijvend per email inpeperen.
Terug naar huis tuffend realiseerde ik me dat ook de echtgenoot wellicht een tikkie verrast zou zijn door de voor hem bedoelde Ferrari-rode bolide. Ja zeg, ik ga natuurlijk niet zelf in een Fiat Panda rijden. Moest ik alleen nog even uitleggen. “Nou eh, ze waren in de aanbieding”, leek me geen goeie openingszin, al was dat niet helemaal bezijden de waarheid; die supermarché doet ook in autoverhuur en eens in de paar jaar wordt het complete wagenpark vernieuwd. Dat is centraal geregeld door de supermarktketen. De puike karretjes die amper verhuurd zijn geweest (ja ja, het stille, achterlijke platteland) gaan eruit. Tegen een vriendenprijsje, voor wie het weet. De rest gaat naar een opkoopdealer die ze voor grof geld doorverkoopt.
Bovendien zou de echtgenoot me ook niet thuis verwachten; die ging z’n mail doen, de krant lezen en de honden uitlaten, nadat hij me had afgezet en we het tijdstip van ophalen hadden uit-onderhandeld.
Ik koos voor de frontale aanval, parkeerde pal voor het huis, opende de voordeur en galmde door de gang: “Help je even sjouwen?” Toch wel een mooi gezicht, die totale verbijstering.
Maar de echtgenoot heeft gevoel voor humor. En een vreugdedempend gevoel voor realiteit. “Carte grise ook al geregeld?”
Shit! Hoe kreeg ik die auto op naam, op kentekenbewijs! Ik voorzag een gang naar de sous-préfecture in de nabijgelegen grote stad, oeverloze wachtrijen, geharnaste loketbeambten die altijd net dat ene ontbrekende stukje onontbeerlijke documentatie wensten ‘pour completer le dossier’.
Ik pleegde een paniektelefoontje naar een vriend uit de dorpskroeg van wie ik wist dat hij een beetje in de autohandel scharrelt. Et voila! Ik hoefde helemaal niet meer naar de sous-préfecture: “Gewoon even naar de mairie op het dorp. Zo geregeld.”
Speelde nog de verzekering. Mwah, zo geregeld, dacht ik. Ik keek op internet, koos een aantrekkelijke offerte en meldde me per email. Helaas. De assuradeur, nota bene in het wereldse Nice, wenste nadere info en wel per antieke telefoon. Halfuurtje in de wacht met als tijdverdrijf-jengel een soort van hiphopmuzak waartegen ik als Bach-liefhebber niet zo opgewassen ben. ’t Zal wel jong en optimistisch bedoeld zijn, maar ik werd toch tamelijk nerveus van die in de repeteerstand verankerde digitale notenbrij. Uiteindelijk kreeg ik een heuse mevrouw aan de lijn. Vriendelijk ook nog, al liep haar computer tijdens ons onderhoud voortdurend vast. Kan gebeuren, ’t is de grote stad tenslotte. Maar na verloop van tijd was de auto dan toch verzekerd. Nee, niet meteen, na 24 uur. We gingen die avond maar met míjn auto uit eten om het te vieren. Het Pandaatje bleef een beetje triest achter op de parkeerplaats.
De volgende morgen kreeg ik een NL-mailtje van onze zoon. Zijn Alfa Romeo, klassiek en ‘verantwoord’ gekocht bij een echte dealer, had ’t begeven.
Nee nee nee! Zo vals ben ik nou ook weer niet. Ik berichtte alleen maar terug dat ik net een auto bij de supermarkt had ingeslagen. Tegelijk met een paar flessen wijn, wat voer voor de honden, en nog zo het een en ander aan leeftocht voor boodschapperenkarretjesrijders.
Het bleef meer dan een etmaaltje stil.

Kijk, Zuid-Frankrijk!

Een idee van Renée Vonk-Hagtingius, schrijver, journalist, copywriter, vertaler en hoofdredacteur van www.coteprovence.nl

23 gedachten over “Boodschappenkarretje

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: