Bejaardengymnastiek

p1050960Van de week belandde ik door omstandigheden op een onbetamelijk vroeg tijdstip, in het holst van de ochtend, bij de grote supermarkt van het dorp verderop. Maar blijkbaar toch niet vroeg genoeg. Voor de gesloten glazen schuifpui dobberde een kluitje hoogbejaarden die, hangend op de winkelwagentjes, met argusogen de verrichtingen van de bewaker aan de andere kant van het glas volgden. Ik schoof behoedzaam aan en wachtte lijdzaam mee, ondertussen van top tot teen en weer terug met onverholen nieuwsgierigheid door de grijze brigade bestudeerd. Ik knikte maar eens wat en bekeek de reclameplaquette van m’n karretje waarop gewag werd gemaakt van de aanbieding van de week. Mits je een klantenkaart hebt, die ik natuurlijk niet bezat. Toen de bewaker het laatste slot van de deuren draaide en die eindelijk open zoefden voer er een rimpeling door het ingesufte clubje en kwam men langzaam in beweging. De gedachte dat ik even snel de broodnoodzakelijke boodschappen uit de schappen zou kunnen trekken stierf ter plekke een stille dood. Het aantal schuifelenden voor me had het tempo van appelstroop bergopwaarts, zoals een oud-collega van me dat noemde. Schrijver/tekenaar Marten Toonder, van de Ollie B. Bommelstrips, zou het de vertraagde massa genoemd hebben, ook mooi. Maar intussen mooi niet doorheen te komen. Ik sijpelde mee naar binnen en nam meteen de eerste de beste afslag naar de kassa’s, die trouwens op twee na allemaal dicht waren. Van daaruit werkte ik me tegen de logische looprichting in langs de vers gedweilde paden waarop hier en daar nog bordjes met ‘Pas op! Glijgevaar!’ stonden. In gedachten zag ik het aantal gebroken heupen oplopen, tot ik me realiseerde dat ik verkeerdom slalomde en de bejaardensoos pas in dit deel van de winkel zou belanden als alles netjes was opgedroogd.
Mijn tempo zat er lekker in. Tot ik bij een schap kwam waaruit ik even snel een flesje sirop d’erable dacht weg te grissen dat ik onmisbaar achtte voor een recept dat ik wilde maken. Schap leeg? Ik hipte een paar keer op en neer en zag helemaal bovenin achterin twee flesjes van de begeerde ahornsiroop staan. Ik klom zo’n beetje half de stelling in maar kon er nog steeds net niet bij.
“Madame! Wat doet u nou?” De jonge, rijkelijk met jeugdpuistjes bedeelde vakkenvuller die een stukje verderop aan het vakken vullen was geweest kwam verontrust aangesneld.
“Ik kan er niet bij”, zei ik een beetje schaapachtig.
“Maar dan haal ik toch een trapje!” En weg was hij, naar het magazijn, om dat opstapje te halen. Hij posteerde het voor het schap, ik dacht dat ik er zo wel bij zou kunnen en wilde al een voet op het eerste treetje zetten. Dat mocht niet.
“Dat doe ík wel”, klonk het met een zekere bravoure. Hij kon er net bij.
“Doe ze alletwee er maar” zei ik ruimhartig, “voor de moeite. En heel erg bedankt hè.” Hij bloosde zowaar, maar behield iets van z’n bravoure. Dat werd vast ooit de volgende bedrijfsleider van de supermarché.
Ik was al bijna op weg naar de uitgang toen me nog iets te binnen viel. Ik ben niet groot, maar de bejaarden die voor me uit gedobberd hadden waren beslist nog kleiner. “Moeten die stellingen eigenlijk niet wat lager? Kleine mensen kunnen er toch echt nooit bij, bij die bovenste schappen? En voor oudere mensen is het nog gevaarlijk ook.”
“Nou mevrouw, dat valt wel mee hoor.” En kijkend naar de eerste bejaarden die inmiddels ons gangpad hadden bereikt, voegde hij er filosofisch aan toe: “Ze klimmen niet hè. Ze komen gewoon terug als de onderste schappen weer gevuld zijn. Toch alle tijd.”
Van de week sprak ik erover met een van mijn bejaarde ‘buurvrouwen’ op het dorp. Zo’n typisch Provençaals onderdeurtje van ik denk een jaar of tachtig, iedereen wordt hier oud, die zich nog steeds probleemloos in een minstens zo oud R4tje verplaatst. Eén keer per week racet ze naar die supermarché en als ze ergens niet bij kan, laat ze zich gewoon optillen door zo’n vakkenvuller. Ze giechelde er ondeugend bij. Aan die optie had ik niet gedacht.
‘Zal ik me ook een keertje laten optillen?’vroeg ik aan de echtgenoot aan wie ik verslag uitbracht.
Hij beloofde voortaan zelf mee te gaan.

Kijk, Zuid-Frankrijk!

Een idee van Renée Vonk-Hagtingius, schrijver, journalist, copywriter, vertaler en hoofdredacteur van www.coteprovence.nl

18 gedachten over “Bejaardengymnastiek

  • vr 19 februari 2016 om 18:39
    Permalink

    Herkenbaar! Mijn dienst staat tegenover een Carrefour waar elke ochtend een rollatorbrigade ruim voor openingstijd al klaarstaat.
    Maar wat het ergste is: als ik net na 12.00h wat te eten ga halen, zijn ze er óók! Want ze houden wel van reuring en aanspraak. En dan sta je aan de kassa achter een mémé met een staarbril op die met chèques betaalt en ondertussen lekker klept met de caissière die wat vertwijfeld kijkt maar ook niets kan.
    Eigenlijk vind ik dat ze bejaarden “heures de sortie” moeten geven net als bij diegenen in de Ziektewet: alleen boodschappen doen tussen 9 en 11 en tussen 14-16h.

    Beantwoorden
  • za 20 februari 2016 om 09:21
    Permalink

    ach, wij doen nog zo ons best om ook zo oud te worden, zien daarbij over het hoofd dan ook allengs onze vitaliteit te verliezen en te worden zoals in deze weer zo amusant geschreven geschiedenis,
    tja, de herfst in ’t leven je bent er zo, het duurt maar even …………….( welkom)

    Beantwoorden
    • za 20 februari 2016 om 11:16
      Permalink

      Nou nou, niet zo somberen Maaike. De oudjes hier hebben een best leven hoor (nou ja, de meeste dan) en gewoon heel veel tijd. Die besteden ze graag aan gezellig door een winkel keutelen. Vitaal zijn ze genoeg!

      Beantwoorden
  • za 20 februari 2016 om 10:26
    Permalink

    Kijk, dat is een verhaal die een grijns van hier tot mijn ruggengraat doet verschijnen! Heerlijk om te lezen, zoals al je verhalen. Bedankt.

    Beantwoorden
  • za 20 februari 2016 om 11:53
    Permalink

    Een parapluie is heel handig voor het naar je toe harken van onbereikbare artikelen.

    Beantwoorden

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: