Home

Wachtwoorden

do 31 maart 2016

Dame-Nature

Nee, natuurlijk niet. Wachtwoorden mag je nooit, never ever, opschrijven. En nee, natuurlijk doe ik dat niet. Officieel dan. Ja hoor, ik ken er een paar uit het hoofd, de meest gebruikte. En verder heb ik geen idee; Max’s geheugentrainer is niet aan mij besteed, zullen we maar zeggen. Dus de overige kluwen aan al dan niet belangrijke wachtwoorden zoek ik bij gelegenheid op in mijn blauwe boekje. Een stokoud introductiegidsje van de postgiro dat van ellende uit elkaar valt maar met genoeg witruimte in de marges van de pagina’s om een – voor mij en niemand anders – begrijpelijk overzichtje te huisvesten van gecodeerde codes en entreebewijzen tot sites waar ik ook weleens moet wezen.
Dat blauwe boekje is zoek. Sinds de verhuizing. Nee hoor, natuurlijk beschuldig ik niemand. Maar het is wel weg. En ik heb echt alles afgezocht, maar het blijft weg. Intussen heb ik visioenen. Van iemand die in een noodtempo boeken- en archiefkasten verdeelt tussen vuilniszakken en verhuisdozen, terwijl ik computers ontkabel en liveboxen probeer te saven, omdat het inpakken langer duurde dan het geduld van de verhuizers die dus besloten even de helpende hand te bieden. Van iemand die op de déchetterie hele papiercontainers vult met afgedankte ordners en een zee aan verouderde reisgidsen, handleidingen, bedrijfsbrochures en andere aangroeisels die door de jaren heen tot vertrouwde medebewoners waren geworden. Dat blauwe boekje zou er tussen gezeten kunnen hebben. Feit is, dat het weg is.
“je had ze toch ook op je computer kunnen opslaan?” zegt de echtgenoot lichtelijk verwonderd.
“Ja, en dan is er weer eens een stroomstoring en dan kan ik er niet bij”, snib ik terug.
“Dan heb je ze ook niet nodig, want dan is er toch geen internet.” Daar zit een tergende logica in die me nog kwaaier maakt. Maar ik zeg het niet, van die verhuisvuilvermissing. Al garandeer ik niks voor de toekomst.
Intussen heb ik de meeste wachtwoorden weer terug en/of vervangen door nieuwe. Maar er zijn er een paar die doorzeuren. Die van de ING bijvoorbeeld, om m’n kaartjesoverzicht te kunnen volgen. Mailtje gestuurd, geen antwoord. Nog een mailtje gestuurd, weer niks. Gebeld. “Weet u uw gebruiksnaam nog?”
“Tuurlijk.”
“Dan krijgt u een mailtje met uw wachtwoordhint.”
“Maar ik wil gewoon een nieuw wachtwoord! Ik heb geen idee meer waar die wachtwoordhint van zoveel jaar geleden op sloeg.”
“U krijgt een mail.”
Tot op heden niet, dus.
Intussen tikt de specht die aan de oever van de rivier woont dagelijks zijn code in op een boomstam naar keuze, en schateren de eksters een eik of wat verderop hun ongecodeerde lachsalvo’s naar de rest van de meute: “niet serieus nemen die lui, ’t is maar mensvolk.” De eenden die pal onder het huis aan de oever van de rivier een nest hebben gehuisvest snateren er net zo vrolijk op los, maar geven toch hun alarmcode af als een van de honden te dichtbij komt. Hoog in de lucht schrijven de zwaluwen hun lenteboodschap tegen het helblauwe zwerk, geen email voor nodig.
Dan zijn wachtwoorden ver weg, je zit nog met een glaasje even op het terras, de avond valt.
En dan vraagt even later de echtgenoot met de afstandsbediening van de tv in de hand: “Wat was ook alweer de code voor…? Er is voetbal vanavond.”

Schermafbeelding 2016-03-25 om 17.43.39

Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland en België verkrijgbaar zijn, te maken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Goede vrijdag vandaag, al denkt het weer er anders over. Maar morgen wordt het mooi, zondag is het Pasen en krijgen we ook nog eens de voorjaarsklassieker Gent – Wevelgem cadeau, reken maar dat ik kijk, mijn liefde voor de ‘koers’ heeft zich nooit laten remmen. En die zondag zijn we al wakker met zomertijd. Eindelijk! Ik verafschuw de wintertijd en ik snap niet waar het goed voor is, dat gerommel met die tijden. Een ruime meerderheid van de Fransen is tegen wintertijd, ik ook. Wie beslist dat eigenlijk, uur langer, uur korter pitten? De boven ons gestelden?
Hoe dan ook: dit wordt een mooi, lang paasweekeinde. Waarin ik maar weinig tijd vrij maak voor keukencapriolen. Oké, een ei-ontbijtje met een ‘oeuf cocotte’ (eitje breken in een beboterd bakje, beetje herbes de provence, snufje zout & peper erover, paar minuutjes in de magnetron of wat langer au-bain-marie) met een vers croissantje, maar niks ingewikkelders. Beetje luie lunch met een makkelijke tonijnsalade waarvan het recept binnenkort volgt. En dan ’s avonds de onontkoombare Paasklassieker: gigot d’agneau. In tal van varianten overal op het menu, maar we houden het bij de oerklassieker, met grove mosterd, knoflook en kruiden uit de Provence.
Zo’n lamsbout ‘doet’ zichzelf, gewoon door ‘m in de oven te schuiven. Het enige lastige is eigenlijk het bot bij het snijden straks, maar dat kan de slager er vooraf uitbenen. Kortom, de Provence op z’n Paasbest.

Ingrediënten:
1 lamsbout (ruim 1 kilo)
2 eetlepels grove mosterd (liefst met hele korreltjes)
1 eetlepel tijm
1 eetlepel rozemarijn
2 eetlepels olijfolie
8 tenen knoflook
zout en peper

Bereiding:
Verwarm de oven voor op 180 graden.
Was de lamsbout schoon, dep droog en bestrooi met zout en peper.
Meng in een schaaltje de mosterd, tijm, rozemarijn en olijfolie door elkaar, pel 2 knoflooktenen en knijp die boven het mengsel uit, roer er doorheen.
Giet wat van het mengsel in een ovenschaal, leg de lamsbout erin en bedruip met de rest van het mengsel. Schik de overige (ongepelde) knoflooktenen er omheen.
Zet de ovenschaal in het midden van de voorverwarmde oven en laat de bout zo’n 30-50 minuten langzaam garen. Voor ‘saignant’ circa 30/35 minuten, voor ‘à point’ een minuutje of 7/10 erbij, voor ‘bien cuit’ nog wat langer.
Bedruip de bout regelmatig met het kookvocht en draai hem ongeveer halverwege de kooktijd om.
Haal de gare bout uit de oven en uit de ovenschaal. Giet daar een glaasje witte wijn in, zet dat nog zo’n vijf minuten in de warme oven. Roer daarna de aanbaksels los en serveer de jus los in een kom.
Geef er de traditionele haricots verts, flageolets en gebakken aardappeltjes bij.

Schermafbeelding 2016-03-18 om 16.25.17

Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland en België verkrijgbaar zijn, te maken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Met de echtgenoot naar de supermarkt is een feest. Voor hem dan. Voor mij is het meer een uit de hand gelopen expeditie Robinson. Helemaal nu we aan een nieuwe supermarkt moeten wennen op ruim een half uur rijden van de pas betrokken woonstee. Een grote supermarkt, met een plattegrond die we nog helemaal moeten doorgronden. De echtgenoot heeft daar geen enkele moeite mee; hij keutelt en dreutelt bij de schappen die zíjn interesse wekken (wijn & spiritualiën, hondenvoer, kaas, delicatessen) en ik race intussen langs zo’n beetje alle afdelingen op zoek naar noodzakelijke waren (toiletartikelen, schoonmaakmiddelen, gloeilampen, vuilniszakken) die hij per definitie overbodig en dus oninteressant vindt. Waarna ik met de armen vol, een strategische zoektocht inzet naar het karretje dat hij soms wel, soms niet meeneemt van de plek waar het geparkeerd stond. Zo’n veldslag kan gemakkelijk ontaarden in een ‘full scale war’, maar met een beetje mazzel komen we elkaar ergens tegen bij iets waar we allebei blij van worden. Zoals een vers gevulde sushibar waarvan we het bestaan niet eens vermoed hadden. Of een fles groengele limoncello, nu eens niet uit Italië maar uit Menton. Een feestje in het glas maar ook heel lekker om mee te knutselen in de keuken. Met onderstaande ‘tiramisu’ als resultaat bijvoorbeeld.

Ingrediënten:
20 lange vingers
250 gram mascarpone
4 rijpe bananen
2 zakjes vanillesuiker
70 gram poedersuiker
3 eetlepels geraspte kokos
3 eieren
4 eetlepels limoncello (eventueel grappa, of rum)
4 basilicumblaadjes
4 schijfjes citroen

Bereiding:
Snij de lange vingers in tweeën.
Pel de bananen, snij ze in plakjes en prak ze in een die bord fijn met een vork.
Scheidt de eieren (bewaar het eiwit voor iets anders) en klop in een kom de eierdooiers, de suiker en de vanillesuiker tot een romige massa. Meng er de mascarpone door. Voeg de bananenprut, de kokos en de limoncello toe en meng alles goed door elkaar.
Zet de lange vingerhelften rechtop langs de kant van vier schaaltjes of bakjes en verkruimel de rest over de bodems. Vul de bakjes op met de bananencrème.
Zet minstens drie uur in de koelkast.
Versier voor het opdienen met een blaadje basilicum en een schijfje citroen, en serveer met een klein glaasje limoncello.

Schermafbeelding 2016-03-17 om 21.58.52

Nooit geweten dat een mens zoveel rotzooi om zich heen kon verzamelen. Nee, ik ben geen bewuste allesbewaarder, het is meer iets organisch, het groeit als het ware vanzelf aan. De ellende is dat het niet meer weggaat, niet vanzelf in elk geval. Dingen verdwijnen uit zicht, verschuilen zich achter andere dingen, hangen rond in kasten, liggen in laadjes, zijn onzichtbaar aanwezig in kelders en op zolders. En intussen leef je onbekommerd verder, niks aan de hand, nergens last van. Ook niet van opruimwoede trouwens, of voorjaarsschoonmaakkriebels, ik moet er niet aan denken.
Ik weet zo ongeveer wel waar alles zich bevindt dat in de dagelijkse praktijk nodig is, en in de chaos op mijn bureau weet ik feilloos de weg.
Er is een dus dramatische gebeurtenis nodig – zeg een verhuizing, ik noem maar wat – om tot puinruimen over te gaan. Maar dan gaat het ook hard. Iets een jaar niet gemist? Weg ermee! Spullen overcompleet waar geen hond interesse voor heeft? Vuilnisman! En dan komen we op een gevoelig punt, want de vuilnisman is de vuilnisman niet meer. Vroeger, in het begin van mijn jaren hier in de Var, kon je de gemeente bellen en melden dat je ‘monstres’ had: grotere stukken zoals een oud matras of een versleten fauteuil, die zette je dan aan de weg en die werden dan opgehaald. Ik belde dus braaf de gemeente. En kreeg te horen dat de eerstkomende ophaalronde ergens halverwege de komende maand lag. De spulletjes mocht ik pas op de dag van de ‘collection’ aan de weg zetten.
“Aj, maar dan ben ik al verhuisd…”
“Dan moet u de rommel maar meeverhuizen.”
“Is er echt geen andere oplossing?”
“U kunt zelf naar de déchetterie gaan.”
En dat was dat.
Nou heb ik een levendige fantasie, maar ik zag mezelf toch geen oude bedden, overtollige ladenkastjes, afgedankte tuinmeubelen en een berg uitpuilende vuilniszakken in m’n Fiat Panda proppen.
De Britse buren brachten uitkomst. Harry heeft een ruim bemeten aanhanger en doet niets liever dan ermee rondrijden, hij zat ooit in de bouw en mist het gesleep met machines en bouwmaterialen nog steeds. En Janet wilde ook wel weer eens serieus rommelen: “my house is so tidy it annoys me”, meldde ze monter. Mooi geregeld, dacht ik en overwoog intussen serieus om m’n snor te drukken maar ja, dat kun je ook weer niet maken.
Na zo’n drie kwartier sjouwen en stouwen gingen we al half gesloopt op weg naar de bescheiden déchetterie van het dorp. Maar Harry nam wel een erg riante omweg. Ik hield beleefd m’n mond maar de echtgenoot had het ook opgemerkt en vroeg na alweer een verkeerde afslag voorzichtig “of Harry wel wist waar de vuilstort was?”
“Sure”, zei Harry.
“He likes to take the long route,” zei Janet.
Die duurde wel heel erg lang. En voerde steeds verder weg van het dorp.
“We áre going to the déchetterie yes?” vroeg ik nog maar eens voor de zekerheid, “the one in our village?”
“Nope”, zei Harry, “we’re going to the real one.”
Dat bleek de vuilstort van het grotere dorp enkele kilometers verderop. Een immens terrein waar zo’n beetje het halve departement zijn overbodige spullen kon lozen, met bakken, containers, stortkokers, eilanden, pieren en wat erger is: een afvalmanager. Niks even je aanhanger legen op de grote hoop. Nee, alles netjes scheiden. En denk maar niet dat je ongezien je kartonnen doos met ongesorteerd kleingoed in de papierbak kon dumpen. Het was er krankzinnig druk, blijkbaar moest iedereen op hetzelfde tijdstip van z’n overbodige spullen af. Als een verkeersagent stond de afvalmanager te midden van zijn afvalimperium alles en iedereen in de gaten te houden, naar de juiste bakken en containers te dirigeren en tot de orde te roepen als er bijvoorbeeld een plastic tasje mee de kartoncontainer dreigde in te fladderen. Hij had nog net geen fluitje in de mond, maar dat dacht je er vanzelf wel bij. Harry was meteen helemaal in zijn element en had de grootste lol. Hij keerde en manoeuvreerde van het ene afvaleiland naar de volgende vuilstortpier en liet het sjouwen, sorteren en dumpen aan ons over; híj moest rijden. Tot het zelfs Janet te gortig werd en ze hem gedecideerd de auto uitfoeterde. “Mefiez-vous des petites”, hijgde de echtgenoot terwijl we een loodzwaar ouderwets glasbeeldscherm naar de elektronicacontainer zeulden, ‘pas op voor de kleintjes’. Harry zeulde inmiddels gehoorzaam mee.
Ruim anderhalf uur later waren we klaar. Op weg naar huis nam Harry de korte route: “could do with a drink.” Wie niet!
Op het smalle weggetje langs het huis moesten we de kant in voor een vrachtwagentje van de grof vuildienst. De chauffeur draaide het raampje open. Of we wisten waar de ‘monstres’ opgehaald moesten worden. Ze waren al een keer langs gereden maar hadden niks aan de weg zien staan. Normaal gesproken kwamen ze niet zomaar, maar het ging om een verhuizing of zo?
We keken elkaar aan en schudden van nee, geen idee. Niemand had trek om aan die lui uit te leggen dat we blijkbaar volkomen onnodig gesloopt waren.
“Well”, zei Janet, nadat de eerste fles geleegd en we allemaal weer een beetje bijgekomen waren, “je hebt in elk geval wat om over te schrijven op je blog.”
Dat wel natuurlijk. Maar voortaan gaat alles dat zelfs maar overbodig lijkt, meteen de vuilnisbak in. Nou ja, dat is althans het voornemen. Je moet ergens beginnen.

Schermafbeelding 2016-03-11 om 17.00.59

Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland en België verkrijgbaar zijn, te maken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Het blijft nog even aanmodderen in de keuken, zo zonder gaskookplaat. Maar het moet gezegd, de oven doet het uitstekend. En met een beetje fantasie en handigheid kom je toch een heel eind. Ik haalde bijvoorbeeld altijd mijn neus op voor (kant-en-klare) ovenpatat: bleke slungels of verbrande sukkels, zonde van de tijd en het energieverbruik. Echte patatten snij je zelf, komen uit de hete olie, mogen even uitdruipen op keukenpapier en gaan dan gloeiend heet en knapperig aan tafel. Maar na een beetje experimenteren heb ik het toch redelijk voor elkaar: huisgemaakte ovenpatat. Nog steeds niet zo opti als ik ze zou willen, maar de kruiden maken veel goed. En het trucje om ze op het laatst nog even af te bakken doet wonderen.

Ingrediënten:
800 gram stevige aardappels (Charlotte, bintje)
2 tenen knoflook
2 theelepels gedroogde tijm (of rozemarijn, oregano, bieslook, peterselie)
1 theelepel paprikapoeder
zout en peper
4 eetlepels olijfolie

Bereiding:
Verwarm de oven voor op 220 graden.
Schil de aardappels en snij ze in patatreepjes (dikte naar eigen inzicht). Doe ze in een vergiet en spoel ze af, dep ze droog met keukenpapier.
Pel de knoflooktenen en knijp ze uit boven een ruime kom. Doe er de olijfolie en de tijm (of ander groen kruid), de paprikapoeder en wat peper bij, klop alles stevig door elkaar met een vork. Voeg de patatten toe en schep ze door het mengsel tot ze aan alle kanten een laagje hebben.
Leg een vel bakpapier op een bakplaat en verdeel de patatten erover, bedek ze met een tweede laag bakpapier en schuif alles in het midden van de voorverwarmde oven.
Laat de patatten zo’n 30 minuten garen. Check af en toe of ze niet te bleek blijven óf te bruin worden. In het eerste geval: haal het bovenste vel bakpapier weg en laat ze lekker bronzen. In het tweede geval: zet de oven een tandje lager, bijvoorbeeld op circa 180 graden. Steek op het eind een prikker in een patatje om te voelen of ook de binnenkant gaar is.
Haal de bakplaat uit de oven, bestrooi de patatten met wat zout en serveer ze meteen. Past prima een frisse salade bij, plus een glaasje natuurlijk.

De Banque Tabac

do 10 maart 2016

Schermafbeelding 2016-03-10 om 18.50.37Ja ja, ik ben verhuisd. En ’t was erg, heel erg, maar dat weet iederéén die weleens verhuisd is, dus daar gaan we niet verder over doorzeuren. Het lijkt me alleen wel leuk om er af en toe een anekdote in te gooien over wat wèl goed ging, of memorabel was. Bijvoorbeeld dat het horloge dat ik van m’n opa geërfd heb er na 89 jaar ineens mee ophield na de eerste nacht in het nieuwe huis. Voor de grappenmakers: nee, ik ben geen 89, dat is de leeftijd van het horloge. Enne, ik doe niet echt aan bijgeloof, maar ik schrok toch. Ga je wonen in de buurt van een reeds eeuwen geleden overleden gehucht in de Provence Verte, en houdt de polspendule van opa er na jaren trouwe dienst mee op…
“Tut hola”, oordeelde de echtgenoot, die overigens al een tijdje kampt met het opwindmechanisme van z’n eigen ultramoderne tijdmetertje, dat op polsbeweging reageert, maar na een nachtje stevig doorpitten steevast gereanimeerd moet worden door stevig schudden waarna het gelijk gezet kan worden met de tijdsaanduiding van BFMTV, en weer een dagje doorsukkelt.
Op de derde dag van m’n verblijf alhier had ik wat cash nodig. Je wilt een broodje kopen bij de dorpsboulanger, een glaasje in de kroeg kunnen afrekenen, een krantje en een doosje sigaren bij de tabac kunnen betalen. Of er ergens een flappentap in de buurt was, vroeg ik aan de waardin van de minuscule en minimaal bezette dorpsbistro. Daar moet je zijn als je wat over dorp en omgeving wilt weten, dat heb ik in al m’n Zuid-Franse jaren wel geleerd. Voor de zekerheid bestelde ik wel eerst een rouge (jawel, om 11 uur des ochtends, en die ging erin als het woord in een ouderling, wegens echt heel lekker) en vroeg naar de dichtstbijzijnde ‘distributeur de billets’.
“Simple.”, kreeg ik te horen vanaf het enige andere bezette tafeltje, waaraan een zo te zien ras-Provençaal met doorgroefde gelaatsrekken onder een doorleefde lederen flaphoed z’n Var Matin zat te lezen. “En ville.” Hij bedoelde de nabije stad, 12 km verderop. Toen greep de kroegbazin in (of misschien moet ik kroegtijgerin zeggen, ze oogt behoorlijk weerbaar, maar we zijn nog in de aftastingsfase) door simpelweg op te merken dat ik gewoon kon oversteken naar de tabac.
“Le tabac, madame?” vroeg ik verbaasd.
Ze gebaarde nonchalant naar de overkant van het pleintje, achter de fontein.
De echtgenoot was er al geweest in verband met de aanschaf van een doosje sigaren, plus de krant. Begreep ik goed dat de Tabac tevens de dorpsbank was? De echtgenoot had er niets over gezegd, of er was hem natuurlijk weer eens niets opgevallen.
“Mais oui!” zei ze alsof het de gewoonste zaak van de wereld was. “Als je klant van de Crédit Agricole bent, kunt je daar pinnen.” Ze draaide zich om en ging het koffie-apparaat poetsen.
Ik haastte me het straatje over, liet mijn bankkaartje zien en vroeg om 35 euro.
“Hier uw bankpasje voorhouden aub”, zei de tabagiste, en toonde me een betaalapparaatje. Ik zocht naar een gleufje om m’n bankpasje in te schuiven.
“Ah non”, zei de tabaksmevrouw, “payer sans toucher!” Betalen zonder contact, gewoon je kaartje voor het machientje houden. Daar had ik even niet van terug. In dit afgelegen gehucht in the middle of nowhere waren ze dus moderner dan in menige grote stad.
Banken en ik: nooit vrienden geweest. En al helemaal niet met de Crédit Agricole. Kwart eeuw geleden een rekening geopend op advies van een makelaar. Al jaren van plan dat ‘account’ op te zeggen, wegens nul dienstverlening. Maar ja, het gedoe… Dus altijd maar weer uitgesteld. En nu zit ik ineens goed, en kan ik – tot op zekere hoogte – flappentappen bij de sigarenboerin.
Inmiddels heb ik ook de plaatselijke cave ontdekt die een meer dan behoorlijke huiswijn (en meer) biedt, AOC en al. Met een kaartje betalen? Geen probleem. Ik geloof dat ik me hier nogal thuis ga voelen.

Schermafbeelding 2016-03-04 om 11.20.44

Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland en België verkrijgbaar zijn, te maken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Net verhuisd en nog lang niet alles op orde. Da’s niet zo vreemd, ik ben niet zo’n ordentelijk type dus dat kan nog wel even duren, maar ik mis m’n gasfornuis. In dit nieuwe huis is er een prachtige inductiekookplaat ingebouwd in het praktische aanrechtblok. En heus, ik heb het geprobeerd, maar ik kan niet met het onding uit de voeten. Jawel, ik heb ook een speciale pan aangeschaft om te zien of het daarmee beter zou gaan, maar er blijven lampjes onverklaarbaar knipperen en niks wordt warm. Het zal wel dom avondblond zijn, maar ik wil gewoon gas! En de baas zijn over mijn cuisinière. Dat gaat nog even duren. Die inductieterrorist zit stevig ingebouwd, wat betekent dat het halve aanrecht gesloopt moet worden voor mijn gasfabriek erin geplaatst kan worden. In afwachting van, doe ik dus maar iets creatiefs met de oven onder de plaat, die ik wél snap, of gewoon met dingen die niet warm hoeven. Zoals vanmiddag, een lekkere sandwich voor de lunch zonder kookgedoe. Van de weergoden mag het; we kunnen zomaar in de zon aan de buitentafel aanschuiven, terwijl de mistral gisteren nog om het huis gierde. Met een broodje Dépannage en een fris glas wit. Niks mis mee.

Ingrediënten:
2 ciabattabroodjes (of 2 x 1 kwart stokbrood, of 4 sneden pain de campagne, of ander stevig brood)
1 hele dikke plak ham
50 gram geitenkaas of fêta
1 kwart komkommer
1 tomaat
1 kwart paprika
1 handje ontpitte olijven
½ ui
1 eetlepel citroensap
1 eetlepel olijfolie
1 teentje knoflook
herbes de Provence
mayonaise
zout en peper uit de molen

Bereiding:
Snij de ham in blokjes.
Snij de geitenkaas of de fêta in blokjes.
Was de komkommer en snij ‘m in dunne plakjes.
Haal het kroontje eruit en snij de tomaat in dunne plakjes.
Haal de zaadjes uit de kwart paprika en snij hem in flinterdunne reepjes.
Snij de olijven in ringetjes.
Pel de ui, gooi de buitenste ‘rokken’ weg en snij het binnenwerk in dunne ringetjes.
Pers het citroensap.
Halveer de knoflookteen.
Klop in een kom de olijfolie en het citroensap met wat zout en peper door elkaar tot een mollige slasaus. Meng er de herbes de Provence doorheen, en daarna de ham- en kaasblokjes, plus de olijven.
Snij het brood in helften (leg ze als het kan even met de binnenkant op een hete bakplaat of onder de grill) en smeer ze in met de knoflook, daarna met een flinke lik mayonaise.
Beleg 2 helften met de plakjes komkommer, tomaat, ui en paprika.
Verdeel er het ham/kaasmengsel over en bedek met de resterende 2 broodhelften. Voila, broodje Dépannage.