Home

Schermafbeelding 2016-04-29 om 16.17.43

 

Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland en België verkrijgbaar zijn, te maken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

In Nice zit in de Rue Saint-François de Paule een schitterende confiserie. Een winkel die er uitziet als een bonbonnière, die sinds 1820 bestaat en waar nu de vijfde generatie voor de artisanale heerlijkheden zorgt. Confiserie Auer is wereldberoemd; voor de chocolade, friandises en fruits confits komt ‘tout le monde’ naar Nice. Er werd zelfs een scène opgenomen voor de film ‘Joyeuses Pâques’ uit 1984 met Jean Paul Belmondo en Sophie Marceau. Zó beroemd dus.
Ik kom er heel af en toe, want goedkoop zijn ze niet en het is nou ook niet echt om de hoek. Maar ik ben een beetje verslingerd aan de macarons aldaar. Je kunt ze krijgen in allerlei kleuren en smaken, van pistache en framboos tot en met chocola en koffie en nog veel meer, en ze zijn verrukkelijk. Maar ze zijn dus niet te koop in de webshop van Auer. Omdat je macarons krakend vers moet eten. Ga je ze versturen – en met de Franse postbezorging weet je maar nooit hoelang ze onderweg zijn – dan loop je de kans dat ze uiteindelijk taai worden afgeleverd. Dat zou de reputatie van Auer schaden.
Bon, dan maar zelf aan de slag. Maar wel een flinke slag simpeler vanzelfsprekend. En omdat de vulling veruit het moeilijkst/tijdrovendst is, komt die voor een eerste probeersel gewoon uit een potje. Bij geslaagd, kunnen we altijd nog een serieus vulsel voor een volgende variant in elkaar draaien.
En nee, natuurlijk halen mijn macarons het in de verste verte niet bij die van de wereldberoemde confiserie. Maar voor een thuisklusje ‘au bout du monde’?
Mwah, niet verkeerd.

Ingrediënten:
3 eiwitten (van grote eieren)
200 gram poedersuiker
125 gram amandelpoeder
15 gram pure cacaopoeder
30 gram kristalsuiker
Nutella voor de vulling

Bereiding:
Doe de poedersuiker, de cacao en het amandelpoeder in de keukenrobot en mix zo fijn mogelijk. Gooi alles door een zeef in een kom.
Klop in een andere kom de eiwitten met een eetlepel kristalsuiker zo stijf mogelijk, mixer op de hoogste stand. Strooi er halverwege voorzichtig een eetlepel kristalsuiker bij om de eiwit echt flinks stijf te krijgen: het moet in punten overeind blijven staan als je de mixer eruit haalt.
Spatel het gezeefde suiker/cacao/amandelpoedermengsel er voorzichtig doorheen.
Bedek een bakplaat met bakpapier en maak met een lepel hoopjes van het beslag van zo’n 3 cm doorsnee; laat wat ruimte tussen de hoopjes want ze zetten nog uit. Zet de bakplaat op een koele plaats en laat de toekomstige macarons minstens een half uur rusten.
Verwarm de oven voor op 175 graden, schuif de bakplaat in het midden en laat de macarons circa 10 minuten bakken.
Laat ze afkoelen, peuter ze van de bakplaat, keer ze om en leg in het midden van de helft van de macarons een lepeltje Nutella. Leg de andere macarons er bovenop en druk ze een beetje aan.
Bewaar ze in de koelkast, maar niet langer een dag (of twee) want ze worden snel taai.

Een aimabele email-papie

april 28, 2016

61624676

 

Het verliep werkelijk vlekkeloos. Niet dat er na het verkennende telefoontje inderdaad op het afgesproken tijdstip een mannetje voor de deur stond, maar toen ik belde waar hij bleef kreeg ik van zijn thuisbasis in de stad een stuk verderop, zowaar een 06-nummer waarmee hij te traceren viel. Hij was al in het dorp, we laten even in het midden waar, maar de achtergrondgeluiden lieten niet veel te raden over. Of ie nog kwam… “Bèn ouì, je vous cherche”, klonk het in onvervalst Provençaals. En verdomd, een kwartier later rochelde er inderdaad een fourgeonnette de open plek voor het huis op. Er stapte een kruising van Quasimodo en R2D2 uit, die me grondig monsterde alvorens een hartelijke hand uit te steken: “Sajé!” zei hij enthousiast, wat zoveel betekent als ‘gelukt’. Ik stak een hand terug, hij kneep en schudde. Ik weer-kneep zo stevig mogelijk, maar dat valt niet mee als je in een goedmoedige bankschroef bent beland.
Wat of het probleem was. “Geen”, zei ik naar waarheid, intussen achter mijn rug m’n beurse vingers betastend. “Er moet alleen iets met de schotel op het dak – richten of zo – en er moet een kabeltje door de cave. Zodat we weer televisie hebben.”
“Astra zeker?” opperde hij monter. Hij kende zijn pappenheimers. En beklom bekwaam het dak. Nog geen half uur later was er televisie, met alle zenders in HD, ook de pas – of nog net niet – overgestapte kanalen; had ie meteen maar even ingeregeld.
“Bèn, sajé”, zei hij, en maakte aanstalten om in zijn bestelautootje te stappen.
“En de rekening?” vroeg ik verbaasd.
“Komt via de post”, wuifde hij ten afscheid. En reutelde het pad af.
Die bescheiden rekening kwam, ruim een maand later. Netjes, dacht ik en zocht naar het bankrekeningnummer zodat ik ‘m zou kunnen betalen. Dat was er niet. Wel een emailadres, dus ik mailde. Daar kwam geen antwoord op, dus ik belde. En kreeg de meest aimabele Provençaalse ‘papie’ (opa) ooit aan de lijn. Nee, hij snapte er niks van, van dat hele emailgedoe niet. En god mocht weten waarom uitgerekend hij nou weer met deze moderne onzin was opgezadeld, hij was ook maar ‘apprentice’ en zat er alleen maar om z’n zoon (“en opvolger!” klonk het trots) een beetje te helpen. Jawel, er was ook een serieus type dat dat hele internetgebeuren snapte, maar die was naar een of andere cursus en dat kon wel even duren, voor die terug was. Maar goed, hij deed z’n best. En als ik nou maar eens even vertelde wat ie nu precies moest doen, kwamen we er samen vast wel uit.
“Zal ik gewoon maar naar de winkel komen om cash te betalen? Of misschien is een cheque ook goed? Of geeft u anders het IBAN-nummer telefonisch door”, stelde ik voor.
“Mais non ma biche! Il faut que j’apprèns!” Het moést per email, zoveel was duidelijk, hij was bij de tijd en dat zouden z’n zoon en die cursist straks weten ook!
En zo begon een Provençaalse spraakverwarring waar zelfs onze grote schrijver Pagnol – ongetwijfeld met stomheid geslagen – van zou hebben meegenoten. Ook m’n mailbox bleef stom trouwens, want elke poging strandde bij papie in ‘retour wegens adres onbekend’. En dan rolden er hele hordes ‘putains de merde’ de telefoon door, waarvoor hij zich overigens telkens netjes verexcuseerde.
“Zal ik toch maar niet even langskomen? Kunnen we misschien samen zien wat er mis gaat?” Ik zei het op hetzelfde moment dat er zowaar een mailtje binnen floepte.
“Sajé!” riep ik enthousiast, tot ik zag dat de begeerde RIB (relève d’identité bancaire) met de bankgegevens er niet bijzat.
“Eh, er is geen bijlage….”
Daar draafden de hoerenhordes weer langs. Ik hield de telefoon een stukje verder van m’n oor en vroeg me af hoe ik beleefd doch vastbesloten aan deze martelgang een einde kon maken.
‘Plonk’ zei de mailbox. “Putain” mompelde ik zachtjes terwijl ik de bijlage met RIB opende.
“Alors?” klonk het ongerust en vol verwachting aan de andere kant van de lijn.
“Sajé”, zei ik vol bewondering. “U bent geen apprentice meer hoor, u bent een volleerd internetter!”
“Wist ik toch”, grinnikte hij, ineens helemaal overmoedig. “Ik mag dan bijna tachtig zijn, gek ben ik niet, hein! Dus als er nog eens wat is, ma biche, vraag het gerust aan je papie! En anders kom je maar gewoon eens gezellig een glaasje drinken.”
“Doe ik”, beloofde ik. En bedacht dat we dat misschien maar beter meteen hadden kunnen doen.

Schermafbeelding 2016-04-22 om 15.57.20

 

Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland en België verkrijgbaar zijn, te maken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Jawel, mollige, dikke Hollandse asperges zijn heerlijk. Maar ik ben ook nogal dol op de slankere groene versie die hier nu overal te koop is. Als de blaadjes aan de bomen komen duiken ze op, van maart tot en met juni, het seizoen is korter dan dat van de witte. Ik vind ze wat delicater van smaak, je moet er ook niet teveel mee knoeien, dus we beginnen heel voorzichtig met een simpel receptje – overgewaaid uit buurland Italië – dat met geen mogelijkheid kan mislukken. Tenzij je er héél erg je best voor doet natuurlijk. Maar waarom zou je? Bon app!

Ingrediënten:
1 bosje groene asperges (circa 16 stuks)
8 blaadjes basilicum
wat parmesankrullen
paar plakjes Parmaham (facultatief)
balsamicosiroop
olijfolie
zout

Bereiding:
Schil de asperges en snij een flink stuk van de onderkant af. Kook ze een minuut of 10 in een ruime pan met kokend water (het water moet al koken als de asperges erin gaan) en een schep zout. Doe ze over in een vergiet en koel ze even af onder de koude kraan. Laat ze uitlekken en dep ze af met keukenpapier.
Verhit een flinke scheut olijfolie in een grote koekenpan en bak de asperges er rondom in aan, maar niet langer dan hooguit 5 minuten.
Snij de basilicumblaadjes in reepjes.
Schaaf met de kaasschaaf wat mooie krullen van een stevig stuk parmesan.
Verdeel de asperges over de borden, versier met de parmesankrullen en de basilicum, en sprenkel er wat van de balsamicosiroop overheen.
Voor de liefhebber kunnen er ook nog een paar plakjes parmaham naast gelegd worden.
Meteen serveren.

Schermafbeelding 2016-04-20 om 17.55.24

Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland en België verkrijgbaar zijn, te maken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Soms kom je een recept tegen (echt, ik weet niet meer waar) waarvan je denkt ‘nou, moet dat nou?’ Ik bedoel, er is niks mis met een mooie paté waarvan de ingrediënten van dierlijke komaf zijn, dus hoezo moet die dan ineens vegetarisch verantwoord en zo? Ik zal best op tenen en zieltjes trappen, maar ik ben en word geen vegetariër, hoewel ik ernstig tegen dierenleed ben en daar ook altijd tegen zal blijven ageren. Noem het dubbel, maar een dier dat een mooi leven heeft gehad en pijnloos is gestorven, mag postuum op m’n bordje. Tegelijkertijd: tegen een overheerlijke paté waar geen dier aan te pas komt zeg ik ook geen ‘nee’. Zoals onderstaande bonenpaté. Ik hem ‘m inmiddels gemaakt met lentilles, met fèves, met haricots rouges en met pois chiches. Je moet een beetje variëren met de ingrediënten (olijfolie en zo) voor de smeuïgheid, maar eigenlijk kan het niet mislukken.

Ingrediënten:
165 gram bonen (uit blik, naar keuze)
50 gram zongedroogde tomaatjes (niet op olie)
5 takjes verse tijm (of 1 afgestreken eetlepel gedroogd)
1 grote ui
3 tenen knoflook
1 eetlepel citroensap
½ theelepel cayennepeper (of 1 theelepel paprikapoeder)
zout
olijfolie

Bereiding:

Laat de bonen uitlekken in een vergiet en zet ze apart.
Snij of knip de zongedroogde tomaatjes in kleine stukjes.
Pel en snipper de ui. Pel de knoflooktenen. Ris de blaadjes van de takjes tijm. Doe de tomaatsnippertjes en de tijm in een kom. Giet er kokend water bij tot alles onder staat en laat een minuutje of tien weken.
Verhit een scheutje olijfolie in een koekenpan en fruit de ui en knoflook er zachtjes in aan. Voeg de cayennepeper (of de paprikapoeder) toe en bak even mee.
Doe de bonen, de tomaatjes en de uienprut in de keukenmachine en mix er een mooie dikke puree van. Doe er het citroensap, eventueel een snufje zout, en wat olijfolie bij. Pureer alles tot een grove of een fijnere paté, net wat je lekker vindt. Doe de paté over in een goed afsluitbaar bakje, druk stevig aan en laat opstijven in de koelkast. Lekker als voorafje of bij de borrel. Kan ongeveer een week in de koelkast bewaard worden.

Chomage technique

april 20, 2016

Sinds vanmiddag hebben we weer internet. En niet te vergeten, telefoon! Het heeft de firma Orange behaagd dit ver verstopte gehucht in de achterlanden van de Provence weer op de moderne wereld aan te sluiten. “Wat doe je daar dan ook?” vroeg een collega die gruwt bij alles dat twee stappen van het privé-strand van het Carlton te Cannes verwijderd is en die dus per definitie nada vertrouwen heeft in wifi-ontvangst op drie stappen afstand. Tja.
Het stukje hieronder schreef ik afgelopen zaterdag, de update gisteren. Hoog tijd dat het nu geplaatst wordt. Deo volente, Orange.
img_8175

Chomage technique

Geen internet, al sinds vrijdagmorgen niet. Daar word je tamelijk gallisch van als je werk ook van internetgedoe aan elkaar hangt. En volgens Orange – via veel mobiel wachthangen bereikt – duurt het ook nog wel tot ergens maandagmiddag voor de storing verholpen is. “Wat voor storing dan?”
“De servers liggen plat.”
“Hoe kan dat nou? Jullie hebben toch wel een backup-systeem?”
“Waarschijnlijk een cyberaanval, ik weet het verder ook niet”, zei de meneer van de technische helpdesk. Die was overigens niet de eerste die ik sprak, hem heb ik na tal van verwoede pogingen om ‘m te verstaan uiteindelijk maar opgehangen. Nee, niet letterlijk aan een eindje telefoondraad, maar de arme man was zó aangedaan door de ‘pollen’ (voorjaar, nietwaar) dat hij klonk alsof hij zonder snorkelapparatuur aan het diepzeeduiken was geslagen om Nemo terug te vinden. Ophangen betekent overigens wel weer een rondje kostbare mobiele belminuten langs gedigitaliseerde computermevrouwen die uiteindelijk aan jou vragen of je geen robot bent en of je dat even wilt bewijzen door een reeds lang vergeten hint naar een lang verloren wachtwoord op te hoesten.
Bon, ‘chomage technique’ dus. Ik kan wel stukjes tikken, maar ik kan ze aan de straatstenen niet kwijt. En nee, die grap hoeft niet gemaakt, deed ik zojuist zelf al.
Wat doe je dàn als je op een fraaie zaterdag vol lentebeloften van de rest van de buitenwereld bent afgesloten? Inderdaad, dan zoek je die buitenwereld in natura op.
“We gaan het dorp maar eens verkennen”, vond de echtgenoot. Zo geschiedde, en daar waren we snel klaar mee. Er viel namelijk eigenlijk niks te verkennen. Ik bedoel, waar de tabac, de kroeg en de mini-épicerie huisden wisten we al, de kerk en het gemeentehuis konden we ook plaatsen. Tja, en verder was er eigenlijk niks, behalve een dicht restaurantje, een dunbevolkte pizzeria en een crêperie waar iets van reuring leek.
“Daar dan maar even lunchen?”
“Honger?”
“Nee, maar we waren toch aan het verkennen?”
We streken neer aan een tafeltje voor twee, er stonden nog minstens zes viertjes leeg, maar vanaf de andere drie bezette tafeltjes klonk een vertrouwd Provençaals dialect op, waardoor we ons meteen thuis voelden. Met het aperó kwam een schaaltje baggervette coppa dat sneller wegsmolt in de hete zon dan we met ons drankje konden bijhouden. De mollige slakken vooraf waren zo klassiek dat je ze bijna zou inlijsten en bij de salade chèvre chaud wist ik zeker dat een avondmaaltijd geen optie meer was en dat het nog maar de vraag was of we onze magen naar huis zouden kunnen dragen. Intussen bemoeiden de aanpalende tafeltjes zich met die ‘nieuwelingen’, wat een kabbelende en soms hilarische conversatie opleverde waarbij serieuze roddel (iedereen was verstoken van internet) en ‘blagues’ elkaar afwisselden. Ik geloof dat we wel meevielen, als ‘non-touristes’. Bij de prima ‘café serré’ kregen we een ongevraagd glaasje limoncello en bij de rekening bijna een spontane aanval van gêne; zo’n mooie middag en dan dat lullige bedragje aftikken?…
Het leek een timelaps maar dan terug in de tijd; zo waren we ooit een ruime kwart eeuw geleden in een ander dorp begonnen, voor déze Provence waren we in een grijs verleden als een blok gevallen. Het bestond dus nog. En we lijken het zomaar terug gevonden te hebben. In een achterafgehucht waar de mistral hard kan uithalen, de nachten ook ‘s zomers behoorlijk koud zijn, het internet bij de grote providers geen prioriteit heeft en het leven nog kabbelt.
La vie est belle en Provence!
Maar internet zou toch wel prettig zijn. Dan kan ik dit stukkie ook nog plaatsen…

We leven inmiddels dinsdagavond 18.00 uur, het opnieuw en herbeloofde tijdstip waarop we weer online zouden zijn. Nada. Volgens Orange duurt het herstel langer dan voorzien terwijl iedereen wéét dat er het hele weekeinde geen zak aan die storing is gedaan. En intussen vroeg ik me af: zou het aan de toeristische kust en in de ‘dure’ dorpen met al die tweede huizen ook zo lang duren voor zo’n storing gerepareerd is?
Vanmiddag bij de tabac mocht ik op de pof, bij de mairie kon ik zomaar een fotokopietje maken en bij het postkantoor keek de postmeester op een ouderwetse tarievenlijst aan de muur en plakte hoogstpersoonlijk een paar nog beschikbare timbres op m’n brief voor NL. Ook hij geen internet. Ik had godlof wel de drie gevraagde euri toevallig cash in de knip. Tegelijkertijd kregen twee beschroomd binnen schuifelende dametjes op leeftijd te horen dat ze hun uitkering voorlopig konden vergeten, wegens geen internet. De postmaestro keek ze schokschouderend de deur uit; hij kon er ook niks aan doen nietwaar. Ze dropen bedremmeld af (“De nieuwe tijd, net wat u zegt” citeer ik hier Wim Sonneveld maar even) en je zàg ze denken: ‘dat ze om hun schamele uitkerinkje hadden dúrven vragen’…
Dan welt in mij woede op. Tegen de arrogante almacht van zo’n internetprovider die een klein dorpje als het onze maar laat aanklooien. En tegen overheden die het allemaal wel best vinden en niet snappen dat de hele maatschappij – inclusief zijzelf – inmiddels cyberisch is overgenomen door iets waarop ze allang geen grip meer hebben. Want nu is het een lullige storing, al duurt ie veel te lang. Maar wat is het straks? En dan? Precies.

Nog steeds sorry …

april 19, 2016

Ondanks de toezegging van Orange vorige week dat we snel weer de digitale snelweg op zouden kunnen, zijn we nog steeds verstoken van toegang tot het wereldwijde web. Geen web, geen werk. We hopen dus dat Orange héél hard bezig is om dit probleem op te lossen. Tot die tijd kunnen we alleen maar duimen draaien. En vloeken.

Sorry!

april 15, 2016

storing-kpn-wedstrijd

Wegens technische problemen moet ik vandaag op m’n handen zitten. Daar ben ik niet goed in. Maar Orange heeft beloofd dat ik morgenmiddag weer mee mag doen. On verra!