Home

Schermafbeelding 2016-05-27 om 15.14.27

 

Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland en België verkrijgbaar zijn, te maken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

“Nee”, zei de echtgenoot, “de tuin wordt niet gemaaid, geen benzine.” Hij wreef zich nog net niet in de handen; zo leuk vindt hij het over het hobbelige, uitgestrekte terrein met een bosmaaier op de rug rondhopsen niet. Al mag hij er graag stoer over vertellen. Maar hij had wel gelijk. Zolang er alleen benzine in z’n Fiatje Panda zit, en het lang niet duidelijk is welke kant het op gaat met de stakingen en alle tankstations in de wijde omgeving bordjes met ‘penurie’ en ‘à sec’ op de dichte deur hebben hangen, kunnen we dat reservetankje van 5 liter maar beter koesteren. Maaien kan later ook wel, al zal het niet makkelijk zijn; het gras en struikgewas groeit waar je bij staat.
Intussen is ook boodschappen doen een dingetje geworden. Omdat ik er zo’n pesthekel aan heb, doe ik al niet vaker dan eens per week aan voorraadvorming. Ik vind supermarkten – en dan met name de grandes surfaces – de absolute consumentenhel. Nooit zal ik begrijpen waarom mensen shoppen leuk vinden. En dus oeverloos lang voor schappen kunnen blijven hangen om echt alles wat erin staat met gretige belangstelling te bestuderen. Ja? En dan hèb je alles tot op het bot bekeken. En dan dreutel je vervolgens zonder iets in je karretje te flikkeren naar het volgende rayon om daar uitgebreid in de weg te gaan staan. Wat is daar de lol van?
Ik geef het eerlijk toe, ik scheer als een speer door zo’n bevoorraadingsfabriek heen, ruk links en rechts wat uit de schappen dat lijkt op wat het boodschappenlijstje dicteert (ja ja, vaak verkeerd), en spoed me naar de kassarij om alsnog in de wachtstand gezet te worden. Boodschappen en ik, het zal nooit wat worden.
Ik besloot dus om het te doen met wat er nog aan voorraad in huis was.
“De verstandige huisvrouw”, grijnsde de echtgenoot. Ik besloot er niet op in te gaan en hem gewoon gelijk te geven. Door een lekkere hap op tafel te zetten.
Het is een mooie buitenlunch geworden. Met zon, vogelgetierelier aan alle kanten in het uitbundige groen, een bruisende rivier met een paddenpoel vol paringsherrie onderaan het terrein; het ultieme onthaastingsgevoel.
Nee, ik heb ook liever dat er een arbeidsakkoord komt, en dat de boel niet langer wordt lamgelegd door de verharde standpunten van rigide vakbonden en een verkrampte overheid. Maar ik heb wel lekker geluncht.

Ingrediënten:
1 kropje groene eikenbladsla
1 grote ui
1 blikje tonijn op olijfolie (130 gram)
1 citroen
50 gram geraspte kokos
4 theelepels kerrie
1 theelepeltje sambal
1 scheut sesamolie (of notenolie o.i.d)
4 volle eetlepels mosterdmayonaise
1 eetlepel kappertjes

Bereiding:
Was en pluk de sla, leg een laagje op de bodem van 4 diepe borden.
Pel en snipper de ui ragfijn.
Snij de citroen in tweeën, pers 1 helft uit, snij de andere helft in 4 plakjes.
Giet een deel van de olijfolie uit het tonijnblikje, maar hou de tonijn zompig.
Prak de tonijn en aanhangende olie met een vork los in een kom. Doe er de ui, de kokos, de sesamolie, het citroensap, de kerrie, de sambal en de mayonaise (kwam bij mij uit een knijpfles dit keer) bij en hussel alles door elkaar.
Leg in het midden van elk bord een hoopje tonijnprut en strooi er ter versiering wat kappertjes overheen en schuif er een schijfje citroen naast.
Geef er (stok)brood en een fris glas rosé bij. Wit mag ook, of gekoelde rooie. ’t Is maar net wat je in huis hebt hè.

Aftanken

mei 24, 2016

Schermafbeelding 2016-05-24 om 16.01.47

“Nou…” zei de mevrouw van de tabac, “in de stad misschien?”
De voorpagina van de Var Matin schreeuwde het in z’n toonbankbakje naast haar zo ongeveer uit: raffinaderijen geblokkeerd, personeel in staking, tankstations vallen droog. Maar voor de ondanks een snoeiharde mistral in short en halve hemdmouwtjes gestoken toerist was het blijkbaar nog niet duidelijk dat je voor benzine niet in het dorp moest wezen. Niet dat het dorp een tankstation heeft, maar dat doet er even niet toe. Wil je op het ogenblik ergens in Frankrijk nog kans maken op een drupje brandstof, dan moet je in een serieuze stad of langs de snelweg een paar uurtjes in de file gaan staan. En dan maar hopen dat de pomp niet net leeg is als je aan de beurt bent. Is er intussen een bordje ‘pénurie’, ‘en panne’, ‘vide’, ‘rupture’ of iets vergelijkbaars opgehangen, dan kun je opnieuw op jacht. M’n vriend uit het landelijke Tourtour moest vijf (!) grotestads tankstations af voor ie z’n bolide vol kon gooien. Een extra tankje vullen? Verboden!
Ik heb het eerder meegemaakt; ook in 2000, 2010, 2013 en 2015 ging het om uiteenlopende redenen mis met de brandstofvoorziening.
Daar leer je van. Dat je bijvoorbeeld altijd een reservetankje in de cave moet hebben staan. Gebruik je ‘m niet voor de bosmaaier, dan kun je er in elk geval op terugvallen als je auto droog dreigt te vallen. En dat je moet luisteren naar je omgeving. Als journalist volg ik weliswaar de nieuwsvoorziening op de voet, maar de dorpstamtam is toch altijd net even iets sneller. In de kroeg, bij de tabac, of de bakker hoor je de ‘buzz’ voor het nieuws geworden is. En als je verstandig bent, luister je ernaar en gooi je ergens in de buurt je tank èn je tankje vol voordat de files en de mededeling ‘à sec’ je hebben ingehaald.
Of we het met onze ‘voorraden’ gaan redden is weer een ander verhaal.
Vanochtend vroeg werd met veel machtsvertoon de raffinaderij in Fos-sur-Mer bij Marseille ontzet; de blokkades en blokkeerders werden door de oproerpolitie met harde hand verwijderd. Prompt kondigden de vakbonden CGT (Confédération Générale du Travail) en de FO (Force Ouvrières) aan dat vanaf vandaag alle raffinaderijen in Frankrijk (dat zijn er acht) plat gaan wegens het gebruik van excessief geweld door de overheid: “ze behandelen ons als terroristen”.
Premier Manuel Vals gooide nog eens olie op het vuur door te verklaren dat “ook de andere blokkades – desnoods met geweld – zullen worden opgeheven.”
“Frankrijk laat zijn economie niet gijzelen door een minderheid”, voegde president Hollande daar nog aan toe.
Maar intussen ligt het land wel zo’n beetje op z’n gat. Ook de treinen, het vliegverkeer en de ferries staken. Weliswaar niet allemaal tegelijk en niet permanent, maar een reisje van A naar B is in Frankrijk even geen ABC-tje meer. En dat allemaal om ‘le loi de travail’, een wet van minister Miriam El Khomri, bedoeld om de economie weer op gang te helpen door onder meer een versoepeld ontslagrecht en langere werktijden. Het kwam niet door het parlement, maar via artikel 49-3 van de grondwet kon het toch doorgedrukt worden. Vakbeweging natuurlijk razend. En jawel, ik snap het wel, en ik voel wel mee. Maar dat Frankrijks economie nou niet echt top draait is ook wel duidelijk.
Intussen ben ik blij met het Fiatje Panda van de echtgenoot. Met volle tank. Verbruik: 1 op oneindig of zo. Maar vaker dan één keer in de maand staat ie niet aan de pomp. Mooi vooruitzicht.
Nou Frankrijk nog…

Schermafbeelding 2016-05-20 om 18.23.26
Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland en België verkrijgbaar zijn, te maken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Er zit iets goed fout tussen mij en het gebakken ei. Ik geef het niet graag toe, maar ik kan geen ei bakken. De echtgenoot klaagt dat er wit doorbubbelt in de dooier, dat het omliggende eiwit eruit ziet als een volgesnoten zakdoek en dat de donkerbruin verbrande randjes doen denken aan ‘terre brulée’.
Hij heeft helaas gelijk. En het ligt niet aan de pan, niet aan het kookmeubel, niet aan de eieren. Het gebakken ei is bij mij een blinde vlek, en het komt nooit meer goed. Ik heb het dus opgegeven. En me gestort op alle ander bereidingswijzen die je een ei mogelijkerwijze kunt aandoen. Geroerd, geklutst, gekookt: kom maar op, ik varieer wel. Zoals met dit receptje voor oeufs mimosa. Helemáál niet moeilijk, lukt altijd. Tot je de echtgenoot vraagt om dit simpele hapje even klaar te maken natuurlijk. Denk hier een vileine grijns bij. En een koel glas wit of rosé om de boel te blussen.

Ingrediënten:

Voor de basis:
4 grote tomaten
5 eieren
½ bosje bieslook
handje ontpitte zwarte olijven
zout en peper uit de molen

Voor de mayonaise:
2 eierdooiers
1 theelepel mosterd
citroensap van een halve citroen
zout en peper
olijfolie

Bereiding:
Kook de 5 eieren hard, laat ze afkoelen, pel ze en snij ze doormidden. Haal de eierdooiers eruit, doe ze in een kom en prak ze fijn.
Hak de bieslook fijn.
Snij de tomaten in plakken.
Snij de olijven in plakjes.
Maak de mayonaise als volgt:
Doe de mosterd en de eierdooiers in een ruime kom en meng alles goed door elkaar. Voeg dan onder goed kloppen scheutje voor scheutje steeds meer olijfolie toe, tot een heel dikke, stevige mayonaise ontstaat. Hoe meer olijfolie, des te stijver de mayonaise. Pak gerust de mixer of de keukenrobot; dat je alleen een vork zou mogen gebruiken en altijd in dezelfde richting moet klutsen, is onzin. Pers de halve citroen uit en voeg druppelsgewijs toe, maar laat de mayonaise niet te dun worden. Breng op smaak met zout, en wat peper.
Vermeng de mayonaise met het grootste deel van de hardgekookte eierdooiers, maar hou wat dooier apart voor de garnering. Vul de eierhelften met de mayonaise, verdeel de tomatenplakjes over de borden en leg de eierhelften erop. Versier met de bieslook, de olijvenringetjes en het achtergehouden eierdooierkruim. Geef er een mooi glas wit of rosé bij. Maar dat zei ik al.

Schermafbeelding 2016-05-13 om 16.52.29

Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland en België verkrijgbaar zijn, te maken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Vrijdag de dertiende vandaag. Komt maar één keertje voor dit jaar. Maar toch, een beladen datum die volgens het bijgeloof garant staat voor onheil en tegenspoed. Valt ook nog eens tussen Hemelvaartsdag en Pinksteren dit keer, twee christelijke feestdagen die refereren aan de dood van Jezus, die werd gekruisigd op een vrijdag nadat Hij was verraden door de dertiende discipel die aanschoof aan het laatste avondmaal. Hier in Frankrijk wordt vrijdag de 13e ook geassocieerd met de vernietiging van de Orde der Tempeliers (kruisridders), in 1307 door Philips de Schone. Maar het zou ook de dag zijn waarop heksen samenkwamen, de Romeinen (en later de Engelsen) doodvonnissen voltrokken, een Noorse god boos werd en de wereld strafte omdat ie niet als 13e mocht mee-eten aan een tafel van twaalf, en nog zo het een en ander.
Intussen zit er bij miljoenen mensen de angst goed in. En of je het nu bijgeloof noemt of niet, feit is dat er wereldwijd flink wat hotels geen kamer nummer 13 hebben, ziekenhuizen het getal mijden bij de nummering van (operatie)kamers, bij liften in openbare gebouwen het getal niet voorkomt en vliegtuigen geen rij of stoel 13 hebben. Jawel, dat komt echt nog steeds voor.
Economisch gezien kost zo’n vrijdag de 13e trouwens flink wat geld: mensen melden zich ziek op het werk omdat ze de deur niet uit durven, en als ze wel komen opdagen presteren ze onder de maat uit angst voor ongeluk(ken).
Het zal allemaal wel, er zijn ook landen (Griekenland, Spanje) waar dinsdag de 13e onheil brengt. En hiernaast – in Italië – is vrijdag de 17e de enige echte ongeluksdag. Tja, waarom zou je dan met wat dan ook rekening houden? Je zit altijd wel een keertje fout, volgens al die berekeningen.
Maar ik hou het vandaag wel simpel in de keuken. Met een warme hap waarvoor je echt je bést moet doen om die te laten mislukken. Het grootste risico dat je loopt is dat je je vingers (een beetje) brandt als je deze aardappelplak té snel wilt oprollen. Of dat ik een fout gemaakt heb in het recept natuurlijk.
Had ik al verteld dat ik op de kat van de buren pas? Hij kwam vandaag zomaar door het keukenraam toen de honden even niet opletten. Doe ik toch maar dicht als ik straks ga koken. Hij is zwart. Al zit er wel een wit vlekje aan…

Ingrediënten:
4 grote aardappelen
1 ui
2 tenen knoflook
70 gram geraspte gruyère
Boursin met knoflook en kruiden (o.i.d.)
3 eieren
4 plakken ham
herbes de Provence
zout en peper uit de molen

Bereiding:
Verwarm de oven voor op 180 graden.
Schil de aardappels en rasp ze, doe het raspsel in een vergiet en druk zoveel mogelijk van het vocht eruit.
Pel en snipper de ui, pel de knoflooktenen.
Klop de eieren even los met een vork.
Meng in een kom de aardappelrasp, de ui, de uitgeperste knoflooktenen, de eieren, de geraspte gruyère, de herbes de Provence, wat zout en een paar draaien uit de pepermolen door elkaar.
Verdeel het mengsel over de bodem van een ruime, vierkante bakvorm met anti-aanbaklaag, (of leg er een vel bakpapier onder) en laat het in het midden van de voorverwarmde oven in zo’n 30 minuten gaar en bruin worden.
Haal de bakvorm uit de oven, laat het baksel op een vers stuk bakpapier op het aanrecht glijden. Besmeer de aardappelplak met Boursin, bedek met de plakken ham, rol de hele handel op, leg terug in de bakvorm en laat nog zo’n 5 minuten in de oven her-verwarmen.
Snij de rol in plakken, verdeel die over de borden en geef er een frisse salade bij (het is een machtige hap) plus een mooi glas naar keuze. Veel geluk!

Moestuinieren

mei 12, 2016

85486145_o

Of ik op de kat wilde passen, ze moest een weekje weg.
“Tuurlijk”, zei ik tegen de helemaal hippe stadse buurvrouw die het een paar jaar geleden een kilometertje of wat verderop, eens op het platteland was komen proberen. “Maar met dat opgeschoten hondentuig bij mij thuis is het misschien beter als we dat op afstand doen.” Dat had ze zelf ook al bedacht. Bovendien, als ik toch vrijwel dagelijks langskwam voor de kat, kon ik misschien meteen ook de moestuin water geven. Ze legde het me wel even uit.
En zo stond ik na een fikse wandeling in de stromende regen naar wat opsprietende aardbeienplantjes te kijken, naar een paar blaadjes basilicum, iets dat een tomatenplant zou kunnen worden, de groene beginselen van enkele haricotstengels, een slap slakropje en wat toefjes loof waaronder peentjes schuil beloofden te gaan. De stadsbuuf had het platteland nog niet echt in de groene vingers. Mij is het trouwens ook nooit gelukt, zo’n moestuin. Je begint enthousiast en stopt van alles en nog wat in de grond. En jawel, er komt zowaar het een en ander boven de aarde uit. Veel zelfs. Ik heb torenflats aan peentjesloof op zien komen. Waar helaas geen peentje onder zat, alle groeikracht was opgegaan aan dat uitbundig bewaterde loof.
“Dus als het straks warm wordt, dan moeten ze allemaal besproeid.” Ze wees me de tuinslang met douchekop, en waar de kraan zat.
“Tuurlijk”, zei ik weer, “maar het blijft nog wel even regenen hoor.”
“Nou ja, je weet maar nooit.”
We beleven op het ogenblik het koudste en natste voorjaar in vijftig jaar of zo. Maar hé, je komt uit de stad, je hebt met zaadjes van de supermarkt een moestuin aangelegd. Dus móet er gemoestuinierd worden. Ik beloofde dat ik goed op het weer en op de moestuin zou letten. Over de kat zat ze minder in.
Terecht trouwens, ik kende het dier; een hondsbrutale forse verschijning die met enige regelmaat kwam buurten en die er een satanisch genoegen in schepte om bovenop de ‘grange’ te klimmen en – lekker onbereikbaar – m’n viervoetig gespuis tot razernij te drijven. Ik mocht die kat wel.
Terwijl ik m’n haar stond droog te wrijven belde een allerbeste vriend. De echtgenoot nam op. “Tuurlijk”, hoorde ik hem zeggen, “hoe laat?”
“We krijgen z’n twee honden te gast, hij gaat een dagje weg.”
Leuk, dacht ik, dat zijn pas echt toffe honden, ze luisteren goed, gedragen zich voorbeeldig, en zijn ook nog eens ontzettend lief.
Aj! Maar hoe waren ze met katten? Dat werd oppassen, liever geen wilde achtervolgingen die ergens op een route nationale konden eindigen.
‘Plonk’, zei even later m’n computeragenda om me eraan te herinneren dat er morgen nóg een allerliefste vriend op het programma stond. Tuurlijk, dacht ik, weet ik toch. Tot ik me realiseerde dat ook deze vriend een hond had. Een allerliefste foxterrier waarmee je uitstekend kunt voetballen, maar die katten háát.
Vijf honden dus, en één kat. Ik weet nu al wie dat gaat winnen. En wat er aan ‘oorlog’ aan vooraf zal gaan.
Maar het idee om héél langdurig in de stromende regen een moestuin te gaan staan besproeien leek me ook niet echt aantrekkelijk.
“Dat gaan we niet doen hè”, raadde de echtgenoot mijn gedachten toen ik vanmorgen vroeg deur uitglipte.
“Alleen even naar die kat kíjken”, riep ik over m’n schouder.
Hij was binnen. Hij had voldoende brokjes en water.
Met een tevreden grijns duwde ik resoluut het kattenluikje in het slot en trok de deur achter me dicht.
Vanavond verder.

Schermafbeelding 2016-05-06 om 16.48.15

Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland en België verkrijgbaar zijn, te maken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Claimen dat je het enige echte authentieke en 100% originele recept van een gerecht in handen hebt (of zelf hebt bedacht) is zo ongeveer de grootste leugen uit de keuken. Of de grootste waarheid, want als je maar een ietsepietsie knoeit aan het recept van een ander, heb je al je eigen recept gecreëerd. En dat is dan dus weer jouw originele recept. Vandaar dat er vele miljoenen recepten circuleren die allemaal even origineel en authentiek zijn. Geeft niks. Het wordt pas vervelend als men elkaar de ‘eer’ van dat ene unieke recept gaat bestrijden. En als alles wat afwijkt, wordt afgedaan als oneetbare rommel omdat het niet 100% origineel zou zijn. Er zijn generaties-lange vetes over uitgevochten, men heeft elkaar naar het leven gestaan, of erger.
Mooi voorbeeld is de ‘salade niçoise’ en de afgeleide daarvan: de pan bagnat.
Een typisch Provençaalse hap, waarop logischerwijze Nice de oudste rechten claimt, omdat voor dat belegde broodje de basis-ingrediënten van de salade niçoise worden gebruikt.
Op het ogenblik gaat er een filmpje over het net van ‘la bella manjùca’ dat al bijna 90.000 keer bekeken is. Met vanzelfsprekend de bereiding van de enige echte pan bagnat. Met uitleg in het niçois en een lekker lokaal muziekje eronder. Klik hier maar.
Leuk, maar onzin natuurlijk: het broodje ‘gezond’ werd in tal van variaties al eeuwenlang langs de hele Côte door vissers meegenomen als snelle en goed houdbare lunchhap. En ook de Italianen kennen ‘m als ‘pane bagnato’. Het betekent niet anders dan ‘nat brood’ en dat is het ook, vanwege de olijfolie en de wijnazijn waarmee het brood rijkelijk wordt besprenkeld. Vandaar dat het brood dat je ervoor gebruikt flink stevig moet zijn. Met de ingrediënten kan naar hartenlust gevarieerd worden, bijvoorbeeld door wat sla, radijs, een zongedroogd tomaatje, wat snippers selderij of iets anders rauwkostachtigs toe te voegen. La bella manjùca doet er – hoogst modern – tuinboontjes en artisjokkenharten bij. Tja.
Ik hou het op m’n eigen recept. Ook 100% originale, wegens zelf gevarieerd.

Ingrediënten:
4 harde ronde broodjes
3 tomaten
1 kleine ui (of een paar lente-uitjes)
16 zwarte olijven, ontpit
4 eieren
1 teentje knoflook
1 kleine groene paprika
400 gram tonijn uit blik
4 ansjovisfilets, op olie
8 blaadjes basilicum
6 takjes platte peterselie (alleen de blaadjes)
1/2 bosje bieslook
witte peper
olijfolie, wijnazijn

Bereiding:
Kook de eieren hard, laat ze afkoelen, pel ze en snij ze in plakjes. Pel de ui en snij hem in dunne ringen. Haal de zaadlijsten uit de paprika en snij het vruchtvlees in dunne reepjes, snij de tomaten in plakken en de olijven in tweeën.
Hak de basilicum, de blaadjes van de peterselie, en de bieslook grof.
Spoel de ansjovisfilets af onder de kraan en snij ze in tweeën. Giet de tonijn af, en maak los met een vork.
Pel de knoflookteen, knijp hem uit boven een schoteltje.
Snij de broodjes doormidden en besmeer de helften met de knoflookpulp. Sprenkel er ruimhartig olijfolie over en beleg de onderste helften met alle ingrediënten. Bestrooi met peper, sprenkel er nog wat wijnazijn overheen, en klap de broodjes dicht.

Les larmes aux yeux

mei 3, 2016

12422

Eigenlijk was ze al een beetje naar de achterkant van m’n geheugen geglipt; nieuwe woonstek, nieuwe ‘cave’ nietwaar. Maar gisteravond kwam er ineens een kersverse promospot voor Corsica voorbij op BFMTV. En hoppa! Daar was ze weer, madame Malvoisin. Een klein gedecideerd dametje met een pruikig donkerbruin geverfd krullenkapseltje en een veel te grote donker gemontuurde bril met vergrootglazen die ze middels het optrekken van haar wenkbrauwen tot op het puntje van haar neus kon laten zakken zodat ze er net overheen kon kijken als ze je serieus wilde spreken. Zij sloeg de kassa aan van de cave waar ik vele jaren vele hectoliters wijn insloeg. Geen topwijn, maar heel behoorlijk, en redelijk geprijsd, al vond een aantal dorpelingen hem toch nog te duur, maar die vonden alles te duur. Madame Malvoisin was niet van hier, dat zal ook wel meegespeeld hebben; zij en haar man kwamen uit het noorden, ergens uit de buurt van Montélimar. Nou ja, hij eigenlijk; zij was van Corsica, had hem ooit in Parijs ontmoet en was met hem meegegaan naar de Midi. Maar Montélimar wilde niet wennen: te noordelijk. Afzakkende échte noorderlingen voelen zich ter hoogte van die wereldbefaamde nougatstad al lang en breed in zuidelijke sferen, maar voor de echte zuiderling ligt daar een strikte grens met het barre noorden.
Corsica was voor monsieur Malvoisin geen optie, de Provence werd hun alternatieve thuis. Maar voor de lokale bevolking bleven ze buitenstaanders, ‘pas de notre’. Madame Malvoisin ging daar onder gebukt.
Niet alleen de zekere wetenschap dat ze er nooit echt bij zou horen bedrukte haar, ook het feit dat ze haar (klein)kinderen amper zag legde een grauwsluier over haar bestaan in het zonnige zuiden: “Ils ont leur propre vie, et nous la notre.” verzuchte ze als ik naar hun bestaan informeerde, waarvan ze me in een openhartig moment deelgenoot had gemaakt. Op zeker moment vroeg ik er maar niet meer naar, zo gaan die dingen.
Madame Malvoisin waterschilderde haar droefenis van zich af. Ze hoopte op erkenning, een expositie, al was het maar in de ‘salle polyvalente’, het zaaltje waar normaliter de bingoclub bijeenkomt, de bejaardensoos resideert en de naschoolse peuteropvang plaatsgrijpt. Die expo is er voor zover ik weet nooit gekomen. Er hing wel wat werk van haar achter de kassa in de cave, maar daar probeerde vrijwel de gehele clientèle zo onopvallend mogelijk langsheen te kijken. Ik geloof wel dat het omzetbevorderend werkte, je pakt al gauw een flesje extra mee als je snel en zonder huisvlijtelijk kunstwerk weg wilt komen.
Ik deed niet anders. Tot ik op zekere dag de mij vertrouwde ‘fontaine’ wilde afrekenen en vanuit het transistorradiootje (jawel, die bestaan hier nog) achter de kassa een prachtig lied over Corsica hoorde doorkraken.
“Mooi lied” zei ik tegen madame Malvoisin, die worstelde met de kassakaartjeslezer die zoals gewoonlijk een zuidelijk tempo aanhield. Ze keek op. Achter de enorme brillenglazen zag ik haar ogen wegzwemmen in heimwee en hartesmart. “U moest de clip eens zien” kwam het antwoord bibberig haar volgekropte keel uit, “les larmes au yeux!” Ze snikte heel zachtjes, schokschouderend, terwijl ze m’n klantenkortingskaartje afstempelde.
Wat doe je dan? Inderdaad. Ik wees ter afleiding een willekeurig doekje aan de cave-wand aan en vroeg naar de prijs. En zo kwam ik in het bezit van het allerlelijkste waterverfje dat ik ooit heb aanschouwd.
“Korting bij de cave gekregen?” vroeg de echtgenoot cynisch bij mijn thuiskomst.
“Kop dicht”, monkelde ik, en schoof het kunstwerk ‘La Corse en été’ zo ver mogelijk achterin de grote ‘armoir’ die als linnenkast dienst doet.
Nooit meer aan gedacht, aan madame Malvoisins kunst. Tot gisteravond die reclamespot voor Corsica over de beeldbuis gleed, met uitgerekend dát lied als soudtrack. Ik heb – eindelijk – het youtubeclipje van het originele nummer opgezocht. En ik snapte madame Malvoisin ineens heel goed: les larmes aux yeux. Hou het zelf maar eens droog bij zoveel nostalgie: http://bit.ly/1JtIPAD
Ik ga dat kladschilderwerkje toch maar eens ophangen. Ergens.