Home

De bio-Figaro

do 30 juni 2016

produits-bioEen beetje onwennig snuffelde ik langs de houten schappen van de pas ontdekte Biocoop. Dat is geen tikfout en ik bedoel ook geen cinema, het gaat hier om een biologische (bio, zonder s) coöperatie (coop) en coöp schrijf je in het Frans zonder trema. Nee, ik vond het zelf ook geen lekker bekkende naam, maar volgens de moestuinbuurvrouw van een kilometertje verderop verkochten ze er spullen die zelfs haar geitenwollen goedkeuring konden wegdragen. Ik vreesde dus het ergste toen ik aan de rafelranden van de grote stad waar ik anders nooit kom, een hobbelig parkeerterreintje opreed en tussen twee plassen van de hoosbui van de afgelopen nacht inparkeerde. Niet dat er veel auto’s stonden, het was gewoon een krap bemeten parkeerterreintje. Fout één, dacht ik meteen. Hier kom je niet met de auto. De afkeurende blikken van de langs wandelende boodschappers – gehuld in ‘eigenbrei’ en ‘goedkatoen’, plus verantwoord linnen tasje – gaven me gelijk. “’t Is maar een klein zuinig autootje hoor”, had ik ze bijna verontschuldigend nageroepen, “van de echtgenoot, niet eens van mij!” Maar dat ging me toch te ver. Bovendien, ik woonde bepaald niet om de hoek en kwam uit een gehucht zonder openbaar vervoer. “Wat had je dan gewild?” sputterde ik narrig na, en stevende vastbesloten op de ingang af. Die zoefde zonder blikken of blozen volautomatisch open en ik stapte een wonderbaarlijk compromismodel binnen. Jawel, het was een supermarkt, middelgroot en ook als zodanig ingericht. Geen rommelig kruidenierswinkeltje, maar kaarsrechte gangpaden en een logische indeling op de schappen, die dan weer wel van hout waren. Met een spatverse groenten- en fruitafdeling, een rijk gesorteerde kaasvitrine, een schappelijke selectie fijne vleeswaren en een goed voorziene hoek met glutenvrij producten. En een batterij behoorlijk grote koel/vrieskasten met vis, vlees, groente, patat, ijs. Plus een heel aantrekkelijke wijnafdeling. Nou ja, eigenlijk alles wat je in een gewone supermarkt ook zou verwachten. Maar dan toch net even anders. De hele winkel straalde iets rustgevends en ongedwongens uit waar ik net niet helemaal de vinger op kon leggen. Aan de semi-drogisterijafdeling grensde bijvoorbeeld een soort openkeukenachtig huiskamervertrek waar een peuter zoet zat te wezen en een opgeruimde mevrouw thee aan het zetten was. Ik werd vriendelijk toegeknikt en knikte bedeesd terug, alsof ik zomaar in iemands privéleven was binnengedrongen. Maar naar de kassière later uitlegde was dat gewoon een klant geweest en had ik rustig kunnen aanschuiven voor een kopje kruidenmelange. Tja. Voorlopig scharrelde ik langs de schappen op zoek naar eigenlijk niks. Gewoon kijken, kennismaken, en ik kwam niet alleen stroopwafels tegen maar ook pindakaas! Terwijl ik me stond te verbazen over zoveel Hollandsheid klonk er achterin de zaak bij de koelkasten een schitterende aria op. Puccini, ik wist het bijna zeker. Ik had al half en half een voorstelling verwacht van een of ander lokaal operagezelschap maar het was de vakkenvuller, een middelbare heer in lang donkerblauw voorschoot met grijsblond golfjeshaar en donkerbruine pretogen. Zelden zo mooi vakken horen vullen. Na de laatste uithaal complimenteerde ik hem (applaus leek me ongepast) waarna hij glunderend vertelde dat hij in een koor zong en onlangs deze solopartij had gescoord. “Dan moet je wel oefenen hè. Ik zou hier graag mee doorgaan.”
Bij de kassa legde ik m’n boodschapjes op de niet-lopende band, die was er niet maar ik weet niet hoe je het pre-gebied voor de kassa anders moet noemen.
“Ah”, zei de kassière, terwijl ze m’n trosje rode uien omhoog hield, “eerste keer zeker?” Ik knikte. “Die moet u hier zelf afwegen”, fluisterde ze samenzweerderig, en hupte fluks vanachter de kassa vandaan om me snel van een prijskaartje te voorzien. Ik bedankte, ze glimlachte en wees me stralend op een stapeltje kartonnen doosjes die ik gratis mocht gebruiken voor m’n boodschappen. “Ik heb een tas in de auto” stamelde ik, me meteen bedenkend dat ik die niet zou durven pakken; het was er weliswaar eentje die al zes jaar geleden als wegwerpvervanger in dienst was gekomen, maar hij leek me toch net iets te ‘plastic’ ogend voor de gelegenheid.
“Dank je wel”, straalde ik terug, en laadde mijn boodschapjes in een doosje waarop rode uien stonden afgebeeld. Het rook ook zo.
Van achter uit de winkel klonk opnieuw een prachtige aria. Mozart, Le Nozze di Figaro. Die komt er wel, dacht ik. En ik kom hier terug, absoluut.

Schermafbeelding 2016-06-22 om 18.33.08

 

Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland en België verkrijgbaar zijn, te maken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

De Belgische vrienden kwamen uiteindelijk toch nog op bezoek. In een eerder blogje (klik hier) vertelde ik al dat ze autopech hadden bij de Mont Ventoux, maar de boel werd keurig opgelost door de verzekering (met gratis taxi’s en leenauto’s en al) dus daar waren ze dan. Lang niet gezien, oude herinneringen ophalen, nieuwe ervaringen uitwisselen, altijd leuk. Bovendien hebben die lui iets met bananen. Niet alleen zijn ze dol op de bananensalade van de echtgenoot, die dan ook prompt werd klaargemaakt, ze brachten ook nog eens een fles overheerlijke bananenlikeur mee. Gemaakt in… Leuven, of all places. Musa Lova, ‘een ambachtelijke likeur met Leuvense honing, gerijpt in een Oloroso sherryvat’, staat er op het etiket. En in kleinere lettertjes: 38%. Dat sprak me wel aan. En wat me ook zeer aansprak, een deel van de opbrengst wordt geschonken aan een project van professor Swennen in Congo: Project Kisangani (lees er hier meer over http://musalova.be/project-kisangani/) dus die fles moest natuurlijk snel leeg en vervangen. Maar na een paar glaasjes, zelfs als zijn ze klein, komt zo’n zoete likeur toch behoorlijk binnen. Andere toepassingen zoeken dan maar. In de keuken vanzelfsprekend. Het werd onderstaande flan, om te beginnen dan hè, ik zoek verder. En al zeg ik het zelf, dat smaakt naar meer.

Ingrediënten:
3 bananen
4 eieren
60 gram rietsuiker
1 zakje vanillesuiker
100 gram bloem
60 gram sojamelk (of halfvolle)
3 eetlepels bananenlikeur (rum mag ook)
3 eetlepels kokos

Bereiding:
Verhit de oven voor op 200 graden.
Pel de bananen, snij er twee in plakjes en prak er een fijn.
Breek de eieren in een kom en mix ze los met de suiker en de vanillesuiker.
Voeg de bloem, de geprakte banaan, de kokos en de likeur toe en mix alles nog eens goed door elkaar.
Beboter een springvorm en giet het mengsel erin.
Leg er de plakjes banaan bovenop.
Zet de vorm in het midden van de voorverwarmde oven en laat de flan in zo’n 30 minuten gaar worden.
Laat afkoelen tot lauwwarm en haal de flan dan uit de vorm.
Snij in punten en geef er een lekker glaasje bij. Niet per se bananenlikeur, een droge witte doet het ook heel best.

2607406

Mijn honden houden niet van voetbal. Alle vorige edities wel, maar deze willen niet aan de bal. Vaak genoeg geprobeerd hoor, maar als je een balletje wegtrapt en je hond gaat staan wachten tot je ‘m weer ophaalt om daarna geeuwend in het gras te gaan liggen of schouderophalend weg te lopen, dan is de lol er gauw af. Voetbal op tv hoeft ook al niet. Zodra er een wedstrijd over het scherm rolt, kruipt de een in z’n mand en draait de ander zich demonstratief met de kont naar het scherm, blik op de tegenoverliggende muur gericht. “Nog vijftig wedstrijden te gaan”, fluistert de echtgenoot dan tegen de boze rug, maar de grap komt niet aan. Je ziet ‘m denken: “wacht maar”.
Lang hoeven we nooit te wachten, al na het eerste kwartiertje door stadiongejuich ondersteund voetbalcommentaar begint het terugpesten. Pal voor het scherm gaan zitten, je indringend aanstaren, kwispelend langs lopen, op je voeten neerploffen en smekend omhoog kijken, naar het raam rennen en ‘kijk, daar loopt iemand’ blaffen terwijl het buiten pikkedonker bos is, en je zelfs iemand die z’n neus tegen het raam zou drukken slechts met moeite zou kunnen onderscheiden. En de sterkste troef: ineens dringend moeten plassen. We weten het meestal te rekken tot de rust. En daarna tot de nabeschouwingen vanwege het uitreiken van kluiven. Tegen dat die op zijn, verschijnt Messi in beeld, de teckel van Studio France, en daar is wel belangstelling voor: al diens bewegingen worden met argusogen gevolgd. Maar ja, dat mensengeouwehoer ertussendoor hè. Als het aan hen lag werden er uitsluitend close ups van Messi uitgezonden. Men is dan ook diep beledigd als we voor de verandering de nabeschouwingen op de ‘Belg’ volgen. In eerste instantie deden we dat om de irritante reclames te omzeilen die Nederland tussen wedstrijd en napraten uitzendt. Maar gaandeweg zappen we steeds vaker naar Panenka, prettig commentaar, vaak betere gasten. Alhoewel… vaste waarde is de familie Mulder. Vanavond zit bijvoorbeeld vader Jan er, morgen zijn zoon Youri. En beiden wisselen dat af met bezoekjes aan Studio France. Een leuk verdienmodelletje ongetwijfeld, dat we hier in Frankrijk een ‘tirelire ambulante’ zouden noemen – een wandelende spaarpot. Ik ben bang dat, met mij, meer voetballiefhebbers een beetje Muldermoe raken. Opleven doen we pas weer als Henk Spaan Studio France binnenstapt, altijd goed voor een mooi momentje nostalgie en milde mijmeringen. Bij zijn krakend stemgeluid zie je ook de honden weer opveren: het einde nadert, meestal met een close up van Messi. Tevredenheid alom. Weer een voetbalavondje volbracht.

Schermafbeelding 2016-06-16 om 17.19.57

 

Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland en België verkrijgbaar zijn, te maken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Een brocante in het dorp, een mooie aanleiding om het gehucht eens nader te verkennen en meteen de kronkelstraatjes af te zoeken naar leuke eethuisjes. Die waren er niet. Maar aan de rand van het dorpsplein vonden we een gesloten restaurantje, een pizzeria en een crêperie. Bij de pizzeria barstte het volk uit de voegen, de crêperie had nog een paar tafeltjes vrij op het terras. En zowaar: ook salades en hartige gerechten op de kaart. We kozen, en wachtten – mede dankzij de uitstekende huiswijn – met toch wel tamelijk hooggespannen verwachtingen op de lunch. Die kwam, ruim drie kwartier later.
“In de boter gebakken”, zuchtte de echtgenoot en kruiste zijn bestek ontmoedigd over zijn enorme ‘omelette paysanne’, die er overigens best appetijtelijk uitzag. Maar na één hapje was duidelijk dat dit ‘m niet ging worden.
“Doggybag dan maar?” opperde ik monter vanachter mijn overvolle plateau ‘salade au chèvre chaud’ die ook nog eens werd opgesierd door een flinke berg ovenfriet. “Dan delen we deze wel, krijg ik in m’n eentje toch nooit op.” Het was z’n eer te na; met veel wijn en moeite spoelde hij het merendeel van het eiergerecht naar binnen. Dus verdween het merendeel van mijn salade in de doggybag. En was híj die avond doodziek. Niet van de wijn, maar van de boter. Na de ruime kwarteeuw die we hier in het zuiden bivakkeren zijn onze magen blijkbaar zó op olijfolie ingesteld dat boter behoorlijk onverteerbaar is geworden. En iets dat in boter gebàkken is, zorgt voor een acute indigestie van martelende proporties die dagenlang kan aanhouden.
Ja ja, eigen schuld dikke bult en zo. Maar als je olijfolie lekker vindt, raakt boter vanzelf uit de dagelijkse routine en uiteindelijk helemaal uit zicht. En nee, ik houd niet van boterhammen besmeerd met boter èn belegd. Ook niet van melk trouwens, die vervang ik doorgaans door witte wijn.
De echtgenoot hoeft even niet, maar voor wie wèl interesse heeft hierbij mijn eigen recept voor een omelette paysanne. Vergeet de wijn niet!

Ingrediënten:
8 eieren
1 ui
1 kleine groene paprika
1 zakje geraspte parmesan
½ bosje bieslook
100 gram gekookte ham
zout en peper uit de molen
scheutje witte wijn
olijfolie
4 grote tomaten

Bereiding:
Snipper de bieslook, pel en snipper de ui.
Snij kop en kont van de paprika, vierendeel ‘m, haal de zaadlijsten eruit en snij het vruchtvlees in kleine blokjes.
Snij de ham in blokjes.
Breek de eieren in een ruime kom en die er zout en peper bij. Kluts de boel flink los met de mixer. Meng de parmesan erdoor, plus een klein scheutje witte wijn.
Verhit een scheut olijfolie in een ruime koekenpan met anti-aanbaklaag en fruit de ui erin aan. Als de ui glazig wordt, de paprika toevoegen en een paar minuutjes meebakken op laag vuur. Doe de hamblokjes erbij en verdeel alles gelijkmatig over de bodem. Giet het eiermengsel erin, zodat alles min of meer bedekt wordt en laat op heel laag vuur aan de onderkant goudbruin worden. Schudt de pan af en toe heen een weer terwijl de omelet gaar wordt, zodat die niet vastkleeft. Controleer de bruintegraad door met een vork of mes de zijkant op te tillen en eronder te gluren. Bij goudbruin van het vuur halen, ook als de bovenkant nog niet gestold is.
Zet de oven intussen op de grillstand, want omdraaien is – in elk geval voor mij – teveel gedoe en loopt zelden goed af. Als de grill gloeit, de pan vlak onder de grill schuiven en de bovenkant van de omelette in een paar minuutjes gaar en goudbruin laten worden. De steel van de koekenpan wel buiten de oven laten steken, dus de deur niet sluiten!
Snij de tomaten in plakken en verdeel ze over de borden. Snij de omelette in vieren en leg de stukken ernaast. Strooi er de bieslook overheen. Geef er stokbrood en een glas frisse witte bij.

Schermafbeelding 2016-06-10 om 15.06.59

 

Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland en België verkrijgbaar zijn, te maken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

De echtgenoot was in een Hollands verleden liefhebber van haring in tomatensaus. In van die grote, ovale blikken die je zo ongeveer met hamer en beitel te lijf moest om ze open te krijgen. En lukte dat, dan toch niet zonder spat- en kledderwerk. Inderdaad, ik was geen fan. Er kwamen betere blikken, die je met zo’n lipje open kon trekken. Tot ergens halverwege; dan brak het lipje af en konden hamer en beitel weer uit de kast gehaald worden. Een indertijd verwaarloosd detail: op die blikken stond geen ‘haring in tomatensaus’ op z’n Hollands, maar het Vlaamse ‘pilchards’. Qua smaakbeleving maakte het geen zak uit vanwege die allesoverheersende saus (plus de bijbehorende putlucht), alleen waren het geen haringen, maar grote sardines.
Hier in Frankrijk zijn ze godzijdank ook in het klein en in miniblikjes verkrijgbaar die nog redelijk soepel open gaan ook: ik laat de echtgenoot met een gerust hart zijn eigen lunch met ‘sardines au sauce tomate’ op een sneetje pain de campagne plempen.
Ik kook intussen wel een potje voor vanavond. Ook met tomatensaus. Maar dan anders.

Ingrediënten:
4 moten (500-600 gram) kabeljauw zonder graat
8 rijpe tomaten
100 gram groene olijven zonder pit
100 gram kappertjes
100 gram zoetzure zilveruitjes
2 tenen knoflook
1 citroen
1 eetlepel paprikapoeder
1 afgestreken eetlepel oregano
1 glas witte wijn
olijfolie

Bereiding:
Snij de tomaten in stukken, halveer de olijven en de zilveruitjes.
Pel de knoflooktenen en hak ze fijn.
Verhit een scheutje olijfolie in een pan, doe eerst de tomaten en dan de olijven, uitjes, knoflook en kappertjes erbij. Laat alles onder af en toe omroeren zo’n 10 minuten op laag vuur pruttelen.
Voeg het paprikapoeder en de oregano toe, plus peper en zout naar smaak. Voor wie het pittig wil: neem cayennepeper. Roer alles door elkaar en proef of het zo goed is.
Verwarm de oven voor op 200 graden.
Vet een ovenschaal in met olijfolie, leg de moten kabeljauw erin en verdeel het tomatenmengsel er overheen. Giet de witte wijn er omheen.
Laat de schotel in het midden van de voorverwarmde oven een minuut of 20 garen.
Verdeel over de borden en serveer meteen, met een schijfje citroen.
Geef er rijst bij. En de rest van de (goed gekoelde) witte wijn.

Dooie Livebox

wo 8 juni 2016

Livebox-1

Eén donderklap bij heldere hemel was voldoende. Einde Livebox, einde internet, einde telefoon. Uiteraard pal voor het weekeinde. En dan mochten we nòg blij zijn dat de televisie gewoon via een eigen schotel geregeld was. Want ook dat had via de Livebox gekund, het decoderkastje dat de firma Orange je verhuurt als je met de rest van de wereld in contact wilt wezen. Maar ja, dat onweer. Niks aangekondigd voor dit deel van de Provence, een hele halve dag stralend zonnig weer. Je zit braaf achter je computer stukjes te tikken en dan ineens: klabam! Werd het donker? Nee. Regende het? Nee. Dat kwam een paar minuten later pas, maar toen was het al gebeurd; bliksem doet hier blijkbaar niet aan een vooraankondiging. Tuurlijk sjorde ik alsnog alle stekers uit de stopkontakten, maar eigenlijk weet je het al wel: cuit, Liveboxje gegrilleerd. Via de noodmobiel wilde ik Orange bellen, om het zeker te weten. Het zou ook zomaar de buitenlijn of een verdeelkastje ergens aan de weg kunnen zijn; je houdt toch hoop.
Vanwege zakelijk gedoe heb ik een NL-mobielabonnement aangehouden, maar daar neemt een internationale firma als Orange geen genoegen mee, het moet wel een Frans nummer zijn als je wat te zeuren/vragen/klagen hebt. De noodmobiel is een prepaid, onlangs nog van de nodige belminuten voorzien, maar toen ik die wilde opgebruiken meldde de computermevrouw van de firma Bouygues monter dat ze die hadden afgejat, wegens nou nèt ietsje te laat ingezet: verlopen. “Maar ik kon natuurlijk wel nieuwe belminuten kopen.” Ik kocht nieuwe belminuten. Dacht ik. De computermevrouw dacht er anders over: “U hebt te weinig beltegoed om een persoonlijk gesprek te kunnen voeren. Koop belminuten bij.” Ik gooide er via m’n bankpasje opnieuw twintig euri tegenaan (wachthangen bij Orange is langdurig en kostbaar), hoestte opnieuw al mijn gegevens op en kreeg aan het eind van de rit te horen dat ik een viercijferige code moest invoeren. Code? Wèlke code? Na drie keer gissen werd de verbinding verbroken en kon ik opnieuw beginnen. Het is uiteindelijk gelukt; van mijn bankrekening is inmiddels € 60 afgeschreven. Dat gevecht moet ik dus nog aangaan.
Bon, met voldoende belminuten fluks Orange weer gebeld. Die met net zo fluks weer in de wacht zette, ik kan dat ***muzakje van ze intussen dromen, ik schijn het zelfs ’s nachts in m’n nachtmerries met gierende uithalen mee te snikken.
Godlof heb ik na ruimschoots oefenen het veelteveelkeuzemenu aardig onder de knie, het was niet de eerste keer dat ik met Orange in de clinch lag. En heus, als je je eenmaal door de ‘kies 1 voor, kies 2 voor, kies 9 (?) voor…’ hebt heen geworsteld en je bent uiteindelijk bij een medewerker van de helpdesk beland, dan is het een en al vriendelijkheid wat de klok slaat. Maar ja, dan ben je al wel een half uurtje verder. En dan moet je nog beginnen.
“Wat is het probleem?”
“Geen internet meer.”
“Hebt u de stekkers er al uitgetrokken en weer ingeplugd?”
“Al diverse keren.”
“ Nog steeds niks?”
“Nog steeds niks. Maar als u nou even vanaf uw kant de boel doormeet, weten we meteen wat en hoe.”
“Ik ga het even checken bij de technische dienst.” (Die kun je trouwens als klant niet meteen bereiken, jij moet via de klantenservice je verhaal doen, die dan weer… enz. Verwarring verzekerd.)
“Ja, ben ik weer. Uw Livebox is doorgebrand.”
“Dat vermoedde ik al. Maar hoe zit het met de rest? Bedrading oké? Schakelkastjes geen problemen?”
“Nee hoor. Gewoon maandag even een nieuw boxje halen. Wel de inruilcode en de rest van de gegevens meenemen.”
“Eh, inruilcode?”
“Oh, had ik die nog niet gegeven? Ogenblikje…” Tuut tuut tuut.
Ik belde opnieuw.
Ik belde opnieuw.
Ik belde opnieuw, en verdomd ik kwam na wat omzwervingen bij een helpdesker terecht die me een inruilcode in-nieste (hij had last van hooikoorts) en als extra service vertelde dat ik aan de balie van Orange moest vragen om de nieuwe Livebox alvast voor me te configureren: “Heus, daar komt u zelf niet uit.”
Om half zes maandagochtend ramde ik de echtgenoot de echtelijke sponde uit: “Ik denk dat we vroeg moeten zijn, we zijn vast niet de enigen.” Dreigende echtscheiding komt in vele gedaanten. Maar hij dook begripvol de douche in.
Nog voor negenen reden we de grote stad binnen waar Orange zich verschanst had. Het riante parkeerterrein in het centrum was afgezet: markt. De rest van de smalle straatjes met parkeerverboden boden weinig soelaas. Ik stapte na de derde passage uit voor het Orangepand – de echtgenoot ging zijn parkeerheil elders zoeken – en dacht door de hoofdingang naar binnen te stappen met m’n verbrande Liveboxje. Dat hadden meer mensen gedacht. Van heinde en verre had men zich voor de deur van de provider verzameld, met een rij tot gevolg die een laatste-restjes-voedselbank niet zou hebben misstaan; hij ging tot om de hoek van de doorgaans sjieke boulevard. Het gedrag van de wachtenden was in elk geval voor mij, verrassend onaangenaam; ik heb Fransen zelden zó zien ellebogen. We werden mondjesmaat binnengelaten, eerst melden aan een balietje met – dat moet gezegd – een heel aardige meneer die in elk geval alle begrip van de wereld veinsde. Daarna wachthangen, maar dan niet virtueel maar fysiek. In een veel te kleine ruimte die eigenlijk als verkoopdisplay voor mobieltjes was bedoeld. Om de haverklap ging er een alarm af; weer iemand te dicht op een gesecuriseerd mobieltje gestaan. Dan kwam er iemand met een sleuteltje om het alarm af te zetten. En vijf minuten later weer. En… Het was tamelijk onrustig, zullen we maar zeggen.
Maar ik kreeg m’n kastje, ik kon naar huis, de boel aansluiten.
Alles volgens de regeltjes en instructies gedaan. Geen internet.
Weer gebeld met Orange. “Niks aan de hand, u moet uw inloggegevens invoeren.”
“Maar dat héb ik al gedaan.”
“O ja, Ik zie het. Dan is er waarschijnlijk iets mis met de telefoonlijn.”
“Welke? De mijne (in huis) of de uwe (buitenshuis)?” Dat is nogal een verschil, buitenshuis betaalt Orange, binnenshuis ben ik de klos.
“Weten we niet. Er komt morgen en technicien naar u toe.”
“Enig idee wanneer?”
“Tussen 13 en 18 uur. Nog een fijne avond.”
En verdomd, hij kwam. Exact om 13 uur: “Tja denk dat het straks weer gaat onweren, en dan kan ik niks meer.”
Een heerlijke man, een echte Provençaal, met verstand van zaken en in de marge een mooi verhaal. Z’n broer woonde hier, hij zelf kende de streek dus ook, wist wat er allemaal mis kon gaan en vaak ook ging. Vertelde van de compleet verouderde verbindingen en printplaten (“antiek!”) die hier een maandje geleden al voor een wekenlange storing hadden gezorgd: “we hebben van hieruit een soort van radiotelegrafieverbinding met Lyon. Dáár moet het vandaan komen. Maar de ontvangstboel hier was zó verouderd dat ze geen nieuwe printplaten voorhanden hadden toen de boel patste. En de fabrikant maakte ze ook niet meer. Dus er moest ergens iets nieuws besteld worden. Dat duurde. Nog een godswonder dat het nu weer werkt.”
Ik zei het hem na, toen hij de nodige nieuwe kabeltjes had getrokken en míjn boel weer aan de praat had gekregen.
Daarna heb ik alle stekkers eruit getrokken. Wegens gerommel boven de bergen. Het onweer kondigde zich dit keer wèl aan.

56306494

 

Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland en België verkrijgbaar zijn, te maken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Goed, die Belgische vrienden kwamen dus uiteindelijk niet wegens autopech aan de voet van de Mont Ventoux (zie vorige blogje hier), maar dat neemt niet weg dat ik de echtgenoot evengoed gedwongen heb de beloofde bananensalade te maken. Het is het favoriete slaatje van die Belgen, en ik geef ze groot gelijk, maar ik zie niet in waarom de toch al zeldzame keukencapriolen van de zelfbenoemde superchef beperkt moeten blijven tot bezoek. Ik lust dat slaatje ook! Hij sputterde dus de keuken in terwijl ik handenwrijvend een troostrijk glaasje rosé inschonk, dat ik even later voorzichtig over het aanrecht naar hem toe schoof. Maar hij had de smaak – en zijn statuur – alweer te pakken en wuifde me de keuken uit.
Resultaat: heerlijk geluncht, ondanks dreigende wolken lekker buiten, want de temperatuur knapt – eindelijk – met sprongen tegelijk op. Dit weekeinde zou het zelfs 29 graden worden. On verra. Deze mooie middag pakken ze me niet meer af. Jammer voor de Belgen. Maar er is altijd een volgende keer.

Ingrediënten:
1 krop sla (laitue)
3 bananen
2 tomaten
1 flinke hand amandelschaafsel

Voor de dressing:
½ eetlepel mosterd
1 eetlepel worcestersaus
1 eetlepel zoete ketjap
2 eetlepels citroensap
3 eetlepels olijfolie
1 teentje knoflook (uit de knijper)
peper uit de molen

Bereiding:
Pluk de krop sla uit elkaar, verwijder de buitenbladen en de nerven en scheur de rest in stukjes. Was en droog de sla in de slacentrifuge. Snij de tomaten in stukjes. Pel de bananen en snij ze in cm-dikke schijfjes, verdeel in twee porties.
Meng in een ruime kom de ingrediënten voor de dressing door elkaar. Rooster het amandelschaafsel, in een droge koekenpan op laag vuur, goudbruin en haal meteen uit de pan. Laat afkoelen. Doe een scheutje olijfolie in de warme koekenpan en bak er de helft van de bananenschijfjes, onder voorzichtig omscheppen, even in aan. Haal meteen van het vuur en laat afkoelen. Doe van alle ingrediënten een laagje in de kom, en ga zo door tot alles op is. Meng pas vlak voor het opdienen alles luchtig door elkaar. Lekker als lunchhapje met een stukje stokbrood, of bijvoorbeeld bij gebakken vis, gegrilde garnalen of kip.