Home

Schermafbeelding 2016-07-29 om 15.30.07

Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland en België verkrijgbaar zijn, te maken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Eigenlijk ben ik niet zo ijzig, ik hou niet echt van gestolde vrieskou die het glazuur van je tanden laat springen en je smaakpapillen lam legt. Ik zal na een mooie maaltijd dan ook zelden een ijstoetje bestellen. Maar sinds kort maak ik een uitzondering voor de nougat glacé van de half Franse half Britse patronne van een mini-eethuisje hier in de buurt. Haar noga-ijsje heeft net de juiste consistentie (want blijft niet aan je tanden plakken) en lijkt net iets minder koud dan ijskoud, zodat je niet met een verdoofde mondholte komt te zitten en alle smaken uitstekend kunt proeven.
Wat haar geheim was? Dat wist ze niet. Het recept kwam van haar Franse grootmoeder en ze had er een Engelse draai aan gegeven. Misschien was dat het?
Wie weet. In elk geval was ze niet te beroerd om het met me te delen; doorgaans moet je praten als Brugman om een recept van een kok los te krijgen, maar zij deed er niet moeilijk over. Dus ik deel het met een gerust hart verder. En zet het vanavond op m’n eigen menu, voor na de gadogado. Het wordt een mooie zomeravond.

Ingrediënten:
150 gram gekonfijte vruchtjes
60 gram suiker
30 gram glucose/druivensuiker (desnoods poedersuiker)
25 gram geschaafde amandelen
40 gram gepelde pistachenootjes, fijngehakt
2 eiwitten
25 cl slagroom
50 gram honing
2 perziken
aardbeien- of frambozensaus (of -siroop)
paar blaadjes mint

Bereiding:
Grilleer de amandelen lichtbruin in een droge koekenpan. Hak de pistaches en de gekonfijte vruchtjes fijn. Klop de eiwitten stijf in een kom. Breng de honing met de suiker en de glucose aan de kook en spatel het mengsel meteen door de eiwitten. Goed blijven roeren tot de massa is afgekoeld. Roer de slagroom, de geschaafde amandelen en de fijngehakte pistaches en gekonfijte vruchtjes erdoor. Doe alles over in een vorm (of vormpjes) en laat minstens 3 uur in de vriezer opstijven. Verdeel over de borden, versier met stukjes verse perzik (zonder vel) en een blaasje mint, en giet er een klein plasje siroop omheen. Er kan zowel een droge als een zoete witte bij. Of een glaasje zomerse rosé natuurlijk.

Schijnveiligheid

juli 25, 2016

Nice-Rent-A-Car
De dochter ging naar huis. Het was een merkwaardige vakantie geworden. De aanslag in Nice op 14 juillet zal ze niet gauw vergeten. ’t Was haar verjaardag, ze kwam ‘m hier vieren, maar er viel weinig meer te vieren. We maakten er de dagen daarna maar wat van. Een drankje op het dorp, hapje eten een dorp verderop, een ritje door de omgeving. Tot de zon verduisterde vanwege dikke rookwolken en we op een ‘route barrée’ stuitten nabij het biodorpje Correns: bosbrand. Bijna 600 hectaren afgefikt, de brand onder controle maar nog niet echt uit, zagen we de volgende ochtend op het net. Nog dagen lang rook het naar verbrande bomen. En je let onwillekeurig toch op; of de wind niet draait.
We namen de lift vanaf de parkeergarage naar ‘départs’. En werden vrijwel van de sokken gelopen door een langsdravende horde vakantiegangers die zich vanaf de goedkope vluchtenafdeling met veel teveel tegelijk door de smalle passage naar de dure vluchtenafdeling worstelde. Rolkoffertjes stuiterden in het rond, tassen mepten mederenners tegen de ledematen en hier en daar zelfs tegen de vlakte, torenhoog beladen bagagekarren werden als pantservoertuigen met geweld door de massa gedreven. Wat bezielt mensen toch om voor een beknopte vakantie van een paar weken de complete garderobekast en de halve inboedel mee te slepen?
Iemand riep in paniek: “What’s happening?”
“I don’t know, something!” kwam het al even paniekerige antwoord ergens vanuit de op hol geslagen kudde.
We plakten ons zo plat mogelijk tegen de gesloten liftdeuren aan. “Die mensen hebben haast”, riep ik geruststellend bedoeld tegen de dochter, maar ik zag de angst in haar ogen. Even later was alles voorbij gedraafd en werden we een blonderige jongen in camouflage-uniform gewaar die niets anders deed dan de uit het zicht verdwijnende horde nakijken. Hij kon ook weinig anders, zo zonder wapen, zonder helm en kogelvrij vest. Op mijn vraag wat er aan de hand was haalde hij de fragiele schouders op. Achter hem, in de vrijwel verlaten goedkope vluchtenhal, was – behalve die van het druk telefonerende luchtvaartpersoneel – geen uniform te bekennen, laat staan een bewapende legerbrigade. We liepen richting de andere vertrekhal en kwamen de inmiddels tot wandelpas vertraagde draafpassagiers tegen die op de terugweg waren. “Loos alarm”, ving ik op, er zou een verdachte verlaten koffer zijn geweest. Blijkbaar niet verdacht genoeg om er de ‘bombsquad’ bij te halen. Bij het ophalen van de dochter was er ook zo’n verdachte koffer geweest: buiten, bij de busterminal. Maar daar hadden ze tenminste nog een rood/wit lint omheen gespannen en werden we door een zwetende man in hemdsmouwen vriendelijk verzocht er met een boogje omheen te lopen. Zijn colbertje hing over de bloembak naast de koffer.
Op weg naar de juiste vertrekhal kwamen we zowaar nog drie militairen in volle uitrusting tegen. Ze gebbelden wat met elkaar onder aan een roltrap, de mitrailleur losjes in de armen. Bij het meisje wipte een koket paardenstaartje onder de helm uit.
Bj de incheckbalies was het hoogseizoendruk, lange rijen die wel vier, vijf keer langs elkaar kronkelden, de mensenmassa als makke schapen tussen de linten. Geen beveiliging te bekennen. ‘Eén gek’, dacht ik terwijl ik de dochter uitzwaaide naar de gate.
“Eén gek”, zei ik tegen de echtgenoot terwijl we door de glazen schuifpui (nergens bewaking) terugliepen naar de parkeergarage (zonder bewaking). “Eén gek is genoeg, die kan overal zó doorlopen met een jasje of tasje vol bommen. Je zou toch meer beveiliging verwachten?”
“Mwah,” bromde hij, “dat maakt niks uit, da’s alleen maar schijnveiligheid. Zo’n vliegveld ís gewoonweg niet te beveiligen.”
Zouden de verantwoordelijke overheden in Nice er ook zo over gedacht hebben toen de Promenade des Anglais op die 14e beveiligd moest worden? Ik las vandaag in de krant dat Sandra Bertin, chef du centre de supervision urbain (CSU), door Minister van Binnenlandse Zaken Bernard Cazeneuve aangeklaagd gaat worden wegens smaad. Bertin is hoofd van de afdeling videosurveillance van de politie en zou hebben geconstateerd dat er veel te weinig politie op de been was en dat de Prom’ slechts was afgesloten door één politie-autootje. Ze zei er iets over op haar Facebook- en Twitteraccount. Dat ging ‘viral’.
Door het ministerie werd meteen aangedrongen op een officieel rapport. Hard aangedrongen, Bertin kreeg nauwelijks de tijd om het te schrijven. Bovendien werd met grote nadruk gevraagd om een ‘rapport modifiable’: een rapport waarin nog dingen veranderd konden worden. Dat weigerde ze. En nou heeft zij het gedaan. Haar Facebook- en Twitteraccount heeft ze inmiddels verwijderd. En ze heeft een advocaat genomen. Over schijnveiligheid mag je blijkbaar niks zeggen. Je zou de mensen maar wakker schudden.

Schermafbeelding 2016-07-22 om 19.36.46

Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland en België verkrijgbaar zijn, te maken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Warm weer vraagt om een niet te zwaar en liefst een beetje fris toetje. IJs, natuurlijk. Of ijskoud fruit. Maar je wilt weleens wat anders. En omdat het toch rabarbertijd is wordt het dit keer een rabarbertaart. Zoals ik hier al eens optikte heeft het lang geduurd voordat ik rabarber omarmde; een traumatische jeugdervaring deed me lange tijd gruwen van deze friszure groente. Maar daar zijn we overheen gegroeid en dus komt rabarber volop op tafel. Als moes, als crumble, met aardbeien, met mascarpone en dan nu als taart met een lekkere meringe (schuimpjeslaag) erop. Ik zou zeggen, probeer het ook eens. Bon app!

Ingrediënten:
1 rol pate brisée (zandtaartdeeg)
300 gram rabarber
1 eetlepel bloem
200 gram kristalsuiker
100 gram crème fraîche
1 theelepel kaneel
2 eieren
3 eiwitten
2 eetlepels poedersuiker

Bereiding:
Verwarm de oven voor op 180 graden.
Snij boven- en onderkant van de rabarber en trek met een scherp mesje de draden van de stelen, of haal er een dunschiller langs. Snij de stelen in stukjes.
Rol de pate brisée uit en bekleedt er een springvorm mee (bakpapier eronder laten zitten). Snij of knip de overtollige randen weg.
Verdeel de rabarber over de bodem.
Meng in een kom de kristalsuiker, de bloem, de crème fraîche, de eieren en de kaneel door elkaar. Verdeel het mengsel over de rabarber.
Scheidt de 3 eieren en klop de eiwitten stijf, voeg de poedersuiker toe en klop nog even door. Verdeel het eiwit/suikermengsel over de massa in de taartvorm, maar zorg dat het er niet mee vermengt.
Bak de taart in het midden van de voorverwarmde oven in zo’n 25 minuten gaar; de bovenkant moet goudbruin kleuren. Laat de taart afkoelen tot lauwwarm, haal ‘m uit de springvorm en snij er punten van. Serveer ‘m vóór de koffie, als dessert. En er mag best een glaasje zoete witte bij.

Schermafbeelding 2016-07-15 om 17.25.35

 

Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland en België verkrijgbaar zijn, te maken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Het wil niet vandaag. Geen trek, geen zin om te koken en een hoofd dat voortdurend ergens anders is. In Nice, bij doden, gewonden en een gek die in één keer van een feestdag een rouwkaart maakte. We doen het vandaag dus maar met een recept op herhaling. Inderdaad, een salade niçoise.
Volgende week vrijdag doe ik weer helemaal mee. Nu liever een flink glas koude rosé. En dat kon best eens een flesje worden.

Ingrediënten voor de salade:
1 teentje knoflook
4 tomaten
1 ui
4 hardgekookte eieren
2 blikjes tonijn (op olijfolie, circa 320 gram in totaal)
8 ansjovisfilets (zoute, op olie)
2 ons haricots verts, gekookt
½ komkommer
20 zwarte ‘olives de Nice’
200 gram roquefort
1 kropje sla (laitue)

Ingrediënten voor de saus:
2 eierdooiers
olijfolie (uit de tonijnblikjes)
1 theelepel mosterd
1 eetlepel wijnazijn
peper en zout

Bereiding:
Kook de eieren hard, pel ze en snij ze in plakjes. Haal de haricots verts af, kook ze beetgaar en snij in stukken. Verwijder de harde kernen en snij de tomaten in plakjes. Schil de komkommer en snij in plakjes. Pel de ui en snij in ringen. Pluk de sla (alleen het jonge middelste gedeelte gebruiken) verwijder de nerven, was en sla droog. Verdeel de sla over de borden, leg er de tomaten, uien, haricots, komkommer en olijven op. Snij de ansjovisfilets in stukken en verdeel over de borden. Giet de olijfolie van de blikjes tonijn in een kommetje, hou apart. Leg een hoopje tonijn in het midden van elk bord. Breek de roquefort in stukjes en verdeel rond de tonijn. Garneer elk bord met plakjes ei en olijven.
Voor de saus:
Breek en scheidt de eieren, doe de dooiers in een (niet te grote) kom, doe er de mosterd, wat zout en wat peper bij en roer los. Mix daarna stevig door elkaar en voeg scheutje voor scheutje de tonijnolie toe, tot een soepele saus is verkregen. Daarna beetje bij beetje wijnazijn toevoegen tot de saus verdund is (moet makkelijk van een lepel lopen) en mildzuur van smaak is. Peper en zout naar smaak toevoegen, nog even doorroeren en over de borden schenken. Serveren met stokbrood of pain de campagne om mee op te soppen.

Quatorze juillet

juli 15, 2016

CnY62gLWIAABWWs.jpg-large

 

En dan kom je nietsvermoedend thuis, hapje gegeten met vrienden in een afgelegen bergeethuisje, en dan zet je de tv aan voor het laatste nieuws. Ik heb niet meer geslapen vannacht.
Nice. 10, 30, 60, 84 doden, 18 kritiek zwaargewonden dus de teller zal nog wel even doorlopen. Een gek met een truck die op de mensenmassa inreed, net na het slotvuurwerk van de nationale feestdag. Die een nationale rouwdag werd.

Ik had een blogje geschreven. Vrolijk, het begon zo:

“Dat was toch wel een beetje merkwaardige quatorze juillet-ervaring eergisteren. Nog nooit eerder vierde ik de nationale feestdag alvast maar op de 13e, en het had iets heel onlogisch. Maar ja, uit veiligheidsoverwegingen dient het ontstaan van de republiek gespreid gevierd te worden; liever geen uitbundige bals en feux d’artifice op dezelfde avond in de dorpen en gehuchtjes in het achterland, dat kan de lokale prinsemarij niet aan. Dus werd m’n huidige dorp veroordeeld tot een dag te vroeg feesten. Niet dat het er minder uitbundig aan toe ging. Net als in m’n vorige dorp was er…”

En het eindigde zo:

“Terwijl ik daar heen liep zag ik vier beveiligingsbeambten het feestterrein opkomen. Nou ja, vier jolige jongens in zwart T-shirt met ‘securité’ achterop; ze hoefden nergens in te grijpen, dit dorp in de ‘Provence verte’ is nog gemoedelijk. Zelfs de mededeling dat het vuurwerk niet doorging vanwege de snoeiharde mistral en het bijbehorende brandgevaar kon de gemoederen niet verhitten. “Houden we het toch tegoed”, was de algemene opvatting.”

Wat er tussenin stond heb ik geschrapt, niet leuk meer, ingehaald door de inktzwarte realiteit. Terwijl er gisterenavond in Parijs 11.500 man ordetroepen op de been waren om de veiligheid te garanderen ging het gruwelijk mis in Nice, waar ik zo’n beetje om de hoek woon.
Tuurlijk, Hollande heeft strengere veiligheidsmaatregelen afgekondigd voor grote evenementen, en de noodtoestand maar weer eens met drie maanden verlengd. Te laat, denk ik dan. En tegelijkertijd besef ik dat zo’n aanslag eigenlijk nooit te voorkomen is. Niet, zolang we gewoon ons eigen leven willen leiden, en niet dat van een stelletje fanatieke gekken uit een of ander zelfuitgeroepen kalifaat. Ik kies voor het eerste.
Over een dag of wat moet ik m’n hier vakantie vierende dochter naar het vliegveld van Nice brengen. We gaan. Indachtig de woorden van verzetsheld, journalist en dichter H.M. van Randwijk (1909-1966): “Een volk dat voor tirannen zwicht, zal meer dan lijf en goed verliezen, dan dooft het licht.”

89002737_o

 

Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland en België verkrijgbaar zijn, te maken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Ik weet het, ik weet het, in het noorden regent het en is het veel te koud voor de tijd van het jaar. Maar hier is het tropisch, en omdat jullie allemaal toch weer massaal deze kant opkomen nu de zomervakanties beginnen, leek het me geen gek idee om alvast een makkelijke maaltijdsalade in de aanbieding te gooien. Zelfs als je allerprimitiefst kampeert kun je je er nog geen buil aan vallen; een piepklein kookdingetje om wat pasta op te garen is genoeg.
Zelf ben ik niet zo van kamperen; moeilijke campingjeugd gehad, zullen we maar zeggen. Weggeregend, ziek geworden, afgezien, dat werk. Eén voorval bezorgt me trouwens nog steeds nachtmerries. En lachstuipen.
Stel je een propvolle, bloedhete Spaanse camping in het pre-glampingtijdperk voor. Een terrassencamping, geen plekje vlak, de benauwde familietent met kunst en vliegwerk vast gescheerlijnd op zo’n smalle terrasstrook. M’n zusje en ik (in de lagere schoolleeftijd) landerig op een wiebelig luchtbed. M’n op moeder op d’r hurken gebogen over een primus kooktoestelletje met daarop een 4-persoonspan waarin snelkook macaroni (met smac en tomatenketchup op te pimpen) gaar moest zien te worden. Dat duurde. En duurde. Te lang, volgens mijn vader die maar eens polshoogte kwam nemen. Hij struikelde over een dwars langs de ingang gespannen scheerlijn, werd de tent door gelanceerd, haakte onderweg de pan macaroni pootje, en verdween aan de andere kant onder het tentzeil door om op het lager gelegen terras bij de benedenburen naar binnen te zeilen. Intussen had mijn moeder de tegenwoordigheid van geest om de primus te grijpen en uit te draaien; god weet wat er gebeurt was als het ding pa achterna gestuiterd was…
Even later kwam hij – nogal verfomfaaid – de rubber tenthamer halen, binnensmonds grommend “’t waren nog Duitsers ook”. We hoorden hem verwoed op verplaatste haringen hameren terwijl m’n moeder de macaroni bij elkaar veegde. Nee, dan mag je niet lachen, niet hardop in elk geval.
Da’s niet gelukt. Die avond aten we een boterham met tevredenheid.

Ingrediënten:
300 gram korte pasta (penne, macaroni, farfalle)
150 gram feta
3 rijpe tomaten
handje kleine zwarte olijven uit Nice
½ komkommer
½ bosje bieslook
½ bosje basilicum
½ citroen
olijfolie
balsamicoazijn
zout, peper

Bereiding:
Kook de pasta ‘al dente’ (beetgaar) in water met een scheut olijfolie, giet af in een vergiet en schudt even om onder de koude kraan zodat de pasta niet verder gaart.
Snipper de bieslook, snij de basilicum in reepjes, maar hou een paar blaadjes achter voor de garnering.
Snij de feta in blokjes (gaat het beste als ie net uit de koelkast komt).
Haal de harde kern en de zaadlijsten uit de tomaten en snij het vruchtvlees in blokjes.
Schil de komkommer, snij hem overlangs in tweeën, rits met een theelepeltje de zaadjes eruit en snij ‘m in blokjes. Doe alle ingrediënten in een kom en meng ze door elkaar (vergeet de pasta en de olijven niet).
Maak een vinaigrette door in een kommetje 3 eetlepels olijfolie, het sap van de halve citroen, 2 eetlepels balsamicoazijn, plus een snuf zout en peper stevig door elkaar te kloppen tot een mollige saus.
Giet de saus vlak voor het opdienen over de pastasalade en geef er (stok)brood en een fris glas koele rosé bij.

Kinderfeestje

juli 7, 2016

chat-noir-et-blanc-2

 

‘O god, ik ben ingeburgerd’ dacht ik toen me vorige week op het dorp door een Parisienne (er stond 75 op het kenteken) de weg gevraagd werd naar de Lidl. Ik weet van geen Lidl, althans niet hier in de buurt, maar het feit dat een française me voor een ‘local’ hield vond ik inburgeringsbewijs genoeg. De herbevestiging kreeg ik het afgelopen weekeinde. De moestuinburen van een eind verderop gaven een feestje. Een kinderfeestje (“nee nee, alleen familie”) vanwege de achtste verjaardag van hun zoontje Antoine. Ik ken het joch, van op afstand althans, en er leek me weinig te vieren. Ik heb het niet zo op rotjongetjes die in het geniep – als ze denken dat er niemand kijkt – de huiskat met stenen bekogelen of een rot schop geven, en die een trappeldansje doen op de met bloed, zweet en tranen opgekweekte slaplantjes in de toch al zieltogende moestuin. Nee, ik loop niet te gluren, als ik met de auto de départementale op moet kom ik er nou eenmaal langs. Maar goed, een feestje dus. En het wil wat zeggen als je door Fransen voor zo’n intieme familiemanifestatie wordt uitgenodigd. Het zal misschien te maken hebben met die keer dat ik een week lang de moestuin heb besproeid en de kat verzorgd toen ze er niet waren. Of met de spoedhulp bij het bloedbad van de buurman toen hij z’n onderarm er bijna afsneed met een gebroken ruit. Aardige mensen, daar niet van. En heus, ze zijn van harte welkom voor een glaasje op z’n tijd, maar het vooruitzicht van een familiaal kinderfeestje met vriendjes en barbecue vond ik geen aanlokkelijk idee.
Ik consulteerde de echtgenoot, ook geen groot liefhebber van buurmanifestaties en ander feestgedruis. “We zijn er gewoon niet” opperde hij.
“Maar je komt er langs op weg naar de snelweg, dat feestje is buiten, dus dan moeten we echt weg.”
We keken elkaar aan en dachten hetzelfde, dat gingen we niet doen: overdag nog flink wat werk voor de boeg, ’s avonds het EK op televisie en de samenvatting van de Tour de France. Er zat niets anders op, we moesten gewoon ‘nee’ zeggen. Alleen, hoe zeg je nee? Ik ben daar geen held in, de echtgenoot al helemaal niet maar die roept doorgaans dat ik vast wel een briljante inval krijg.
Kreeg ik ook, al duurde het even voor het tot me doordrong: ik ging gewoon de waarheid zeggen. Niks smoesjes, niks excuses, gewoon ‘geen tijd, geen zin’. Vastberaden pakte ik de telefoon en toetste het nummer in. Het feestvarken zelf nam op. “Van harte met je verjaardag” zei ik opgewekt, en of ik pa of ma even aan de lijn mocht. “Non”, krijste het monstertje de hoorn in, “c’est ma fête, dus alle telefoontjes zijn voor mij!”
“Zeg dan maar tegen papa en mama dat de verre buren helaas geen trek hebben in het feestje met een ‘petit voyou’ als jij. En als ik je nog een keer de kat zie pesten kom ik je persoonlijk achterna”, zei ik waardig, en hing op.
“Jammer dat jullie niet geweest zijn” zei de buurman een paar dagen later.
“We hebben gebeld, het kwam slecht uit”, mompelde ik deemoedig.
“Ja, Antoine had het erover, maar hij heeft toch de hele avond naar jullie uitgekeken.”
Als de dood dat we wel zouden komen, bedacht ik met voldoening. Die liet de kat voorlopig wel met rust.