Vergeethoekje

schermafbeelding-2016-09-08-om-18-33-01

‘Mal hoedje’, dacht ik nog toen we het terras van het aanbevolen restaurant opstapten en de gastvrouw gewaar werden, ‘frivool jurkje ook’, dacht ik er achteraan, ik schatte haar op een jaartje of zestigplus. Dan is een fluffig flinterdun billentikketje op z’n minst gedurfd.
Het was een uurtje of half negen. Het eethuis was ons aanbevolen als een van de betere van de regio en dat wil al heel wat zeggen hier in het achterland; serieuze restaurants zijn dun gezaaid. Als je tenminste uitgaat van wat de verwende buiten-de-deur-eter onder restaurant verstaat, doorgaans toeristenvolk en tweede-huisbezitters. Wij vonden een avontuurtje naar het naburige dorp wel spannend. Hard gewerkt, deadlines gehaald, hapje eten dus, hapje eten plús.
We hadden het niet slechter kunnen uitkiezen. Zelden in zo’n absolute ‘tourist trap’ gevangen gezeten. Maar goed, wie ‘a’ zegt en zo… En het entertainment was van topniveau. Dat begon al bij de ontvangst. Madame zelf had even geen tijd, druk met rekenwerk achter de kassa. De echtgenoot parkeerde nog, ik werd toevertrouwd aan een allervriendelijkste stagiaire die me aan een tafeltje naast de doorloop naar het toilet dacht te parkeren. Waarom, geen idee, het hele terras was nog leeg. En we hadden netjes tevoren gereserveerd. “Ik wil graag een stukje verderop zitten, daar bij de heg” wierp ik tegen. Dat moest met de patronne overlegd. Het hoedje kwam langszij: “U hebt gereserveerd?”
“Zeker wel mevrouw, maar niet naast het toilet.”
“Dat moet ik nakijken.” Ze verdween, ik stond daar maar zo’n beetje en plukte denkbeeldige pluisjes van het tafelkleed.
“Bon”, u mag daar (ze wees naar het uiterste hoekje van het terras, daar waar je zeker weet nooit meer door de bediening opgemerkt te worden) gaan zitten. Is u alleen?”
“Nee madame, de echtgenoot parkeert, er is voor twee gereserveerd.”
Ze zeilde weg, ik ging zitten. En zat. Zonder drankje, de desbetreffende bestelling was blijkbaar ergens halverwege verloren geraakt. De echtgenoot sloot na verloop van tijd aan, buiten adem van het traject dat hij in Usain Bolt-tempo gedacht had te moeten afleggen van de ver verwijderde parkeerplaats naar hier. Niet helemaal gelukt, maar toch een persoonlijk record, een drankje waardig. Ik keek rond. Niemand op het terras keek terug, er was niemand. Ik probeerde oogcontact te maken met een jongen in de deuropening van het restaurant die half ingezakt zijn uitzonderlijke lengte probeerde te compenseren, maar dat werkte alleen in eigen waarneming; hij leek er nog langer door. Ik wapperde zonder resultaat wat uitnodigende gebaren zijn kant uit. Net toe we besloten de drankjes dan maar zelf aan de bar te gaan halen, kwam er beweging in de slungel; hij dook onder de deurpost door naar binnen.
Maar zowaar kwam even later het stagiairemeisje met een notitieblokje langs: “Of we een keuze uit de menukaart hadden kunnen maken?”
“Nee”, zei ik gevat, “maar als u ‘m brengt lukt dat vast wel.”
De echtgenoot keek me waarschuwend aan: “Niet meteen beginnen hè.”
Ik grijnsde onschuldig terug.
De drankjes kwamen, de menukaarten ook, het meisje bleef naast het tafeltje staan en schurkte met enige regelmaat met een raspend geluid haar benen langs elkaar; last van muggenbulten.
“Encore deux minutes?” zei de echtgenoot, wat zoveel wil zeggen als ‘we hebben nog even de tijd nodig, ga intussen in godsnaam wat anders doen.’
“Nou jij niet beginnen hè”, grinnikte ik. Tot ieders opluchting druppelden er nu meer gasten het terras op, uitbundig door de patronne ontvangen en door het meisje naar een tafeltje geleid. Er zat systeem in; de patronne scheidde feilloos de eendagsklantjes van de terugkeerders, die kregen de betere plekken. En de snellere bediening. Wij – als nieuwkomers – hadden bovendien de onvergefelijke fout gemaakt om nog wat bedenktijd te vragen alvorens een keuze uit de kaart te maken. Daar kregen we zo’n 20 strafminuten voor, terwijl we de voorgerechten voor de uitverkoren tafeltjes al langs zagen komen.
De vrolijkheid van het begin ebde weg, al helemaal toen we ten langen leste de gekozen gerechten voor onze neus kregen. De echtgenoot had risotto met gamba’s besteld, dat bleek een miniportie smakeloze droge rijst met te heet gewassen garnaaltjes. Ik had voor de daube met ravioli gekozen, en kwam te zitten met een bordje hardgebakken deegflapjes plus een plas doorgekookte jus waarin hier en daar een flintertje vlees voorbij dreef.
“Blij dat we geen voorgerecht genomen hebben”, zuchtte de echtgenoot mismoedig.
“Van een dessert zie ik ook maar af”, vond ik, “doe maar koffie, en dan wegwezen.”
De stagiaire haalde een half uurtje later de borden van tafel, ik vroeg meteen om de koffie én om de rekening. De koffie kwam, na nog zo’n half uurtje, samen met de lange slungel die de kopjes met veel gevoel voor entertainment naar de tafel struikelde en ze van een riant voetbad voorzag. Dat kwam goed uit, het bocht was niet te zuipen. De rekening kwam niet. Ook na nog een extra kwartiertje niet.
Het was mooi geweest: “Ik ga wel binnen betalen.”
Bij de bar, die tevens als kassa- en reserveringskantoortje dienst deed werd ik uitbundig begroet door de patronne, alsof ze me voor het eerst zag, wat waarschijnlijk ook het geval was nu ze uit haar dagelijkse routine was opgeschrikt en even niet op de automatische piloot liep.
Nadat ik netjes had afgerekend kwam ze zomaar achter haar ‘helpdesk’ vandaan en gaf me twee dikke afscheidszoenen. Ik schrok me kapot. Ook van de rekening.
“Doen we niet meer”, zei ik tegen de echtgenoot terwijl we naar de auto liepen.
Hij mompelde iets onverstaanbaars terug en verdween schielijk achter een boom.
“Wat?!”
“Foute garnaal waarschijnlijk.” Hij kwam een stuk beter achter de boom vandaan dan dat hij er wegdook. “Als je dit maar niet opschrijft.”
“Mwah.”
De maan scheen, de wind was zoel. Bij een glaasje prosecco op eigen terras knapte zelfs ons humeur weer op.
“Je hebt in elk geval weer een stukkie”, zei de echtgenoot.
“Maar je moet er wel wat voor doen”, grinnikte ik terug, “la vie est dure en Provence.”
Werd het toch nog een mooie avond.

Kijk, Zuid-Frankrijk!

Een idee van Renée Vonk-Hagtingius, schrijver, journalist, copywriter, vertaler en hoofdredacteur van www.coteprovence.nl

14 gedachten over “Vergeethoekje

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: