Home

Zo simpel kan het zijn!

ma 27 februari 2017

16996007_10154577889138740_8701906481611184051_n

En simpelweg voor slechts € 16,95 te bestellen bij bol.com, Ako, Bruna, in uw lokale boekhandel, en direct hieronder (ook verzending naar Frankrijk):

2-boekjes-schermafbeelding-2016-11-21-om-15-04-59

Bestel nu                  Bestel nu

 

bieten-met-tonijn

 

Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland en België verkrijgbaar zijn, te maken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Goed, al dagen achter elkaar buiten kunnen lunchen dus vanmorgen dacht ik: ‘ik maak eens een lekkere snelle voorjaarssalade en dan hup, de tuin in’.
Helaas, bij het openen van de luiken keek ik tegen een potdichte mist aan die ook de rest van de ochtend maar niet wilde optrekken. Op de gisterenavond wat overmoedig buiten gelaten tuinstoelkussens parelde een zee van druppeltjes die langzaam in donkere vochtplekken veranderden naar mate de dag vorderde. Geen zon te bekennen (ja, nú, terwijl ik dit ruim na lunchtijd optik) dus dat werd binnen zitten. Dan toch maar een warme hap? Nee! Die tonijnbietjes gingen gewoon door, daar had ik nou eenmaal m’n zinnen op gezet.
Een warm hapje toe dan maar. In plaats van een kaasplankje, een kaasbroodje van onder de grill. Gewoon een paar sneetjes boerenbruin dik beleggen met oude kaas (of Emmentaler), beetje ketchup met een likje sambal vermengen, erover uitsmeren (dun!) en even onder grill laten smelten. Er kan prima een glaasje rosé bij, dat blust lekker af.
En zo werd het een beetje samengeraapte lunch misschien, maar ’t is ook samengeraapt weer vandaag.
Bon, bietjes dus.

Ingrediënten:
2 grote gekookte bieten
2 blikjes tonijn (140 gram elk) op olijfolie
1 bosje bieslook
1 kleine ui
1 bakje yoghurt zonder toevoegingen
1 kleine citroen
zout en peper
1 eetlepel notenolie (walnoot, sesam, o.i.d.)

Bereiding:
Haal de harde uiteinden en het velletje van de bieten en snij ze in blokjes.
Snipper de ui en de bieslook.
Pers de citroen uit.
Giet de olie zoveel mogelijk van de tonijn en prak die uit elkaar met een vork.
Schep de yoghurt uit het bakje in een grote kom en voeg alle andere ingrediënten erbij, bestrooi met peper en zout en schep alles goed door elkaar.
Geef er boerenbrood bij en een extra glaasje rosé; komt het goeie humeur vanzelf wel weer.

Gewoon, super

do 23 februari 2017

2009-00004

Voor het eerst sinds lang weer eens naar Saint-Tropez geweest. Werk hoor! Niet vanwege lentekriebels die een onbedwingbare lust tot flaneren langs de superjachten van de rich & famous afdwongen. Maar een interview, met een dame die die lui allemaal kent, en aan een touwtje heeft. Voor haar hangt dat touwtje bij wijze van spreken overal ‘uit de brievenbus’. Personal assistant heet wat ze doet, en ze is er zó goed in dat niemand die St.Trop’ aandoet om haar heen kan. Heeft even geduurd voor ze die status bereikt had: “in het begin was het meer huilen dan lachen” erkent ze ruiterlijk, nuchtere Hollandse zonder kapsones. Wandeldend door ‘haar’ dorp, wees ze aan wat er recent veranderd was. “Daar! De gloednieuwe Chanel-shop. Dé boutique van heel Frankrijk! Hier komt àlles dat geld heeft.” Een statige oude villa, geheel verbouwd, en je moet er binnen door beveiligingspoortjes die – vermoed ik – al gaan gillen als je creditcard nog iets te warm is van vorige aankopen. Tegenover die shop het al even gloednieuwe Hôtel de Paris met behalve een fraai kunstwerk ervoor (de op z’n handen staande zwartbronzen ‘swimmer’ met gouden badmuts van Carole Feuerman) tal van vrolijke voluptueuze sculpturen van Niki de Saint-Phalle in de hal, en een imposante te moderne Rolls voor de deur. De meegekomen fotograaf schoot verlekkerd plaatjes. Ik keek met genoegen toe hoe de chauffeur met veel knap steek- en draaiwerk de mastodont uiteindelijk door de benarde toegang van de privé-parkeergarage wist te manoeuvreren. Wat daarachter kwam, hadden we al meegemaakt; minimale passages met veel te krappe draaien naar lagere parkeerlagen, waar zelfs een Fiat Panda nog in de problemen zou raken.
Voor het hotel strekte zich een modern gedachte steenvlakte uit, de nieuwe entree van Saint-Tropez, met aan de verre overkant de oude gendarmeriepost waar de klassieke lachfilms met Louis de Funès ooit waren opgenomen en die voorheen een speurtocht door nauwe straatjes vergde om er te komen. Ik had er in het verleden met genoegen door de raampjes gegluurd om de authentieke setting te zien. De oude platanen voor de deur waren gerooid, de gevel stond strak in de verse stuc en er was binnenin een net iets te commercieel museum gehuisvest; er viel weinig meer te lachen.
We wandelden door en streken neer op het terras van het befaamde Senequier aan de haven om verder te praten. Nog geen seizoen, dus lekker rustig, maar evengoed wel bijna 23 euro kwijt voor twee flesjes water en een kopje koffie. Was dit nou het vissersdropje waar Brigitte Bardot ooit verliefd op was geworden en nooit meer weggegaan? Van m’n gesprekspartner begreep ik dat ze deur van haar nabij gelegen landgoed La Madrague niet meer uitkomt, geen zin meer. Ik kan haar geen ongelijk geven. Zal ook wel te maken hebben met het gegeven dat ik sinds ik in Zuid-Frankrijk woon, verworden ben tot een onvervalste plattelandse. Zo’n uitstapje naar de ‘bewoonde’ wereld is leuk, tuurlijk! Maar o, wat was ik weer blij om m’n eigen gehuchtje van niks binnen te rijden. En dan dwars er doorheen, naar een stekkie van ‘quatre fois rien’, met een ruisende rivier achterlangs zonder superjachten. En toen ik even later de kaplaarzen aanschoot en langs de oever banjerde, zag ik wel mooi een koppel eenden afmeren. Da’s pas super, vond ik, en klom tevreden de heuvel op naar huis, waar op het zonnige terras een glaasje gekoelde rosé op me stond te wachten. Echt, daar kan geen Saint-Trop’ tegenop.

schermafbeelding-2017-02-17-om-09-53-35

 

Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland en België verkrijgbaar zijn, te maken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Hoewel ik uiteindelijk in Frankrijk verzeild ben geraakt, heb ik toch ook nog steeds wat met Ierland. De Connemara, ik logeerde er ooit tijdens een kansloze voorjaarsvakantie in een onooglijk hotelletje aan de kust, waar ik ’s ochtends bij het ontbijt kippers, ‘beans on toast’ en andere smerigheid at. En vervolgens een regenjas, kaplaarzen en de honden van de eigenaar meekreeg voor een lange wandeling door de schitterende heuvels. Strand was er niet, wel steil in zee stortende kliffen. Ook mooi.
In het nabij gelegen gehucht regeerden de koeien. Die hadden sappige, grazige weiden in overvloed, maar vonden het ‘gezelliger’ om bijeen te klonteren op het dorpspleintje zodat er geen auto meer langs kon. Ook voor getoeter weken ze geen millimeter; pas als je uitstapte en ze een tik op de kont gaf waren ze bereid een stukje op de schuiven. ‘s Avonds zat je in de gelagkamer van het hotelletje weg te stikken bij het turfvuur in de open haard die niet wilde trekken.
En het was geweldig! Vooral omdat ik daar voor het eerst een echte Tullamore Dew proefde. Nadat ik als een verzopen kat vanwege een eigenlijk wel te verwachten hoosbui binnenkwam.
“Get yerself dry lassie”, gebood de waard me naar m’n logeervertrek. Toen ik afgedroogd de gelagkamer weer betrad deed de open haard het zowaar, en kreeg ik dat magische glas amberkleurig vocht in handen gedrukt dat net zo rokerig smaakte als de turf in de haard geurde. Triple distilled, triple blended. Voorgoed verkocht! Dit was échte whiskey (die ‘e’ hoort erin, als het om Ierse gaat).
En dat godennat giet je dan zomaar in een sausje? Yep. Want het geeft er nou net dat heel speciale heimweesmaakje aan dat me weer even naar dat zompige, maar o zo mooie Ierland van toen verplaatst.

Ingrediënten:
4 kogelbiefstukjes
20 cl Ierse whiskey
16 gedroogde vijgen
40 gram boter
olijfolie
2 tenen knoflook
150 gram vijgenjam
4 takjes verse rozemarijn
zout en zwarte peper uit de molen

Bereiding:
Verhit de whiskey in een ruime pan tegen het kookpunt aan. Draai het gas uit en laat de in tweeën gesneden vijgen er een uurtje in weken, daar worden ze heel lekker van.
Verwarm de oven door op 160 °C.
Pel de knoflooktenen, rits de naaldjes van de rozemarijntakjes.
Verhit de boter samen met een flinke scheut olijfolie in een ruime koekenpan en bak de biefstukjes erin aan, draai het vuur halfhoog en laat ze even doorgaren; hooguit 2 minuutjes aan elke kant, en niet meer dan 1 keer omdraaien. Haal ze uit de pan, bestrooi ze met zout en peper en zet ze weg.
Knijp de knoflooktenen uit boven de koekenpan, roer de knoflookpulp met de aanbaksels in de pan op laag vuur los met de whiskey waarin de vijgen hebben geweekt, voeg de vijgenjam en de rozemarijnnaaldjes toe en roer tot een gladde saus; eventueel wat laten inkoken of binden met een beetje maïzena als ie te dun blijft. Leg de biefstukjes in een beboterde vuurvaste schotel, bedek ze met de saus en leg de geweekte vijgen ertussen. Laat ze 10 minuten in de voorverwarmde oven sudderen. Verdeel de biefjes over de borden, garneer ze met de vijgen en geef de saus er apart bij, zodat iedereen zich ruimhartig kan bedienen.
Heel lekker met moppige aardappelpuree. Mooi glaasje rood erbij, smullen maar.

Bijgeloof

do 16 februari 2017

schermafbeelding-2017-02-16-om-19-10-28

“Prachtig weer morgen”, beloofde het weerbericht van gisteren, “en vannacht niet kouder dan 8 graden. De temperaturen zitten ruim boven normaal!”
Dat viel vies tegen vanmorgen vroeg; de thermometer in de serre wees 2 graden aan, de autoruiten hadden ijsgordijntjes voorgeschoven, en mijn humeur kelderde prompt tot onder het vriespunt. In koude kaplaarzen (die hadden per ongeluk buiten overnacht) en met m’n geduffelde mottenballenjas tot aan de oren dichtgeknoopt stampte ik het ochtendrondje achter de honden aan.
“Een dag die zó begint, kan alleen maar verder fout gaan”, chagrijnde ik tegen de echtgenoot.
“Heb je haar weer met d’r bijgeloof”, schamperde hij terug.
Niet veel later viel het internet op het thuiskantoor uit. Volgens de standaardmededeling die Orange dan uit je telefoon laat tetteren (dat kan dus blijkbaar wel, terwijl ík niet kan bellen of internetten) is er een probleem met de verbinding: “Trek de stekker van de livebox eruit en plug opnieuw in, als het probleem aanhoudt, neem contact op met de technische dienst.” Maar de vaste lijn is dood, en via je mobieltje krijg je de mededeling dat je op de website moet kijken, en die is vanzelfsprekend onbereikbaar. Dus voor onbepaalde tijd gedoemd duimen te draaien. Chomage technique, zoals ze dat hier zo mooi noemen, technische werkloosheid.
‘Zie je wel’, dacht ik, ‘wat nou bijgeloof’.
Buiten hoorde ik de echtgenoot op het terras rommelen, ik ging kijken. En zag dat hij bezig was de terrasstoelen uit hun winterslaap te slepen. Niet zonder reden, de zon was intussen omhoog gekropen en het begon verdacht snel warmer te worden.
“Ha”, zei ik enthousiast”, dan pel ik de eettafel wel uit z’n jas.” ’t Is oud hout, dat moet ’s winters ingepakt. Ik had de ducktape nog niet van de lap beschermplastic afgetrokken of er schoof een wolk voor de zon.
“Zie je wel!” riep ik gefrustreerd.
Hij verklaarde doodleuk dat we buiten zouden lunchen. Hij kreeg gelijk; de internetstoring hield aan, de zon ook. Tja.
En dan raak ik in de war. Want volgens de streng gereformeerde opvoeding die ik genoten heb, bestaat het hele leven uit schuld & boete: beleef je iets leuks, dan kun je er de donder op zeggen dat er iets naars op volgt. Mooie weersvoorspelling? Mooi niet, rotweer! Ruim op tijd om een deadline te halen? Gaat niet lukken, internetstoring. Lekker genieten van een zonnige voorjaarslunch dan maar? Had je gedacht. Ho, wacht, die ging zomaar wèl door. Al was het op het randje, want toen ik binnen m’n zonnebril ging halen dreigde er opnieuw een zonsverduistering, maar de wolken dreven over.
“Raar”, peinsde ik hardop, “dat geloof heb ik allang een schop onder z’n kont gegeven, maar helemaal wegslijten doet het nooit; ’t blijft hangen als bijgeloof.”
“Nou…”, vond de echtgenoot, “ik zou het eerder doemdenken willen noemen. Als jij ’s morgens wakker wordt en ‘unruhe’ roept, kun je er vergif op innemen dat er die dag van alles mis gaat.”
Dat is waar, ik schijn dat te voorvoelen. Net zoals ik vaak weet wie er belt nog voor de telefoon gaat, of dat er een beroemdheid dood is omdat ik daar zomaar ineens aan moest denken, of dat ik vlak voordat de stofzuiger ontploft denk ‘die ontploft straks’ (waar gebeurd) maar ja, dan is het al te laat.
“Dan kun je toch ook de juiste lottocijfers wel voorspellen”, werd er getreiterd.
“Zou kunnen, maar je hebt er zo weinig aan als je pas weet welke balletjes winnen als ze bezig zijn te vallen.”
De zon hield er op dat moment weer mee op.
“Mooi geweest, we gaan aan het werk”, riep ik monter.
“Dus we hebben weer internet?”
“Zo voelt het”, wist ik zeker.
En zo was het.
“Speelde jij niet mee in de Staatsloterij?” vroeg de echtgenoot pesterig terwijl hij z’n bureaustoel aanschoof. “Nou, je hebt niks gewonnen.”
“Hoe weet jij dat?” vroeg ik verbaasd.
“Voel ik aan m’n theewater.”
Ik keek op m’n computerscherm, mail van de Staatsloterij. Inderdaad, niks gewonnen. Maar ja, dát wist ik natuurlijk allang.

67729011-kopie

Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland en België verkrijgbaar zijn, te maken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Champagne? In een cake? Jawel jawel, ik heb dringend behoefte aan troostrijk extra luxe lekkers. Want dit weekeinde begint het carnaval in Nice en eer het hele land is afgewerkt zijn we weken feestgedruis verder. Bovendien is het aanstaande dinsdag ook nog eens Valentijnsdag, dus dat schuift allemaal moeiteloos in elkaar. Inderdaad, ik heb het niet zo op al dat verplichte feestgedoe. Vooral niet, omdat er geen ontkomen aan is. Al weken van tevoren wordt je doodgebombardeerd met vooraankondigingen en reclames die je het zicht op het gewone nieuws bijna ontnemen. Het gaat allemaal zó oeverloos in de herhaling dat je elk spotje al herkent aan de eerste maten van de tune, ook zonder het te zien. Met de Kerst was het al erg, maar voor Sint Valentijn is er al weken een spotje dat zó vaak vertoond wordt dat het op m’n zenuwen is gaan werken. Zelfs het allervroegste ontbijtnieuws en het allerlaatste avondjournaal zijn er niet veilig voor. En ik erger me al helemaal aan het misbruik van de schitterende nocturne van Chopin die eronder gezet is.
Maar dat mag de pret voor al die ware liefhebbers natuurlijk niet drukken. En ik ben ook de beroerdste niet, dus ik dacht: kom, ik laat ze meedelen in míjn feestje, m’n champagnecakefeestje: smullen van een smakelijke caloriebom en meteen voldoende brandstof opdoen voor carnaval en Valentijn. Want het is natuurlijk wel afzien hè, hossen èn hunkeren.

Ingrediënten:
5 eieren
2 dl milde olijfolie
300 gram suiker
300 gram bloem
1 zakje korrelgist
1 zakje vanillesuiker
2 dl champagne (of andere droge bruiswijn)

Bereiding:
Verwarm de oven voor op 180 graden.
Scheidt de eieren.
Klop de eiwitten stijf in een kom.
Mix in een andere kom de eierdooiers los en voeg er beetje bij beetje de bloem bij (door blijven mixen), daarna de gist, dan de vanillesuiker, vervolgens de olijfolie en op het laatst de champagne. Nog even goed doormixen.
Spatel er vervolgens voorzichtig de eiwitten doorheen, tot je een mooie, egale massa hebt.
Vet een bakvorm in, of bekleedt die met bakpapier, en giet de cakemassa erin.
Zet de bakvorm in het midden van de voorverwarmde oven en laat de cake in zo’n 45 minuten gaar en goudbruin worden. Steek er een prikker in om te controleren of de cake ook in het midden gaar is; als je de prikker eruit trekt mag er niks meer aan kleven. Anders nog een paar minuutjes erbij doen.
Laat de vorm wat afkoelen en keer ‘m om op een rooster om de cake verder af te laten koelen.
Lekker bij de koffie, bij de (rest van de) bubbels, of (dikke plak!) als dessert met een dot slagroom erop. Feest!

Er kwam een dominee voorbij

do 9 februari 2017

schermafbeelding-2017-02-08-om-10-17-30

 

Had me er in een grijs verleden op aangesproken en ik zou ‘m minstens driemaal verloochend hebben voor de haan gekraaid had (Lucas 22:34, nieuwe Bijbelvertaling). Maar ik kan het al een jaartje of wat niet meer ontkennen, ik heb een dominee als vriend. Niet zo’n stille stiekemerd uit mijn streng gereformeerde jeugd, maar een type dat ze in m’n geboortestad Rotterdam een ‘toffe gozert’ noemen. Caspar is de verfrissende tegenhanger van die opdringerige nachtmerries in morsige zwarte pakken die tijdens huisbezoeken door mijn diepgelovige moeder bevend van kelkjes schavuitenwater werden voorzien, en die door mijn atheïstische vader het huis uit werden gemept (hij was een vriend van bokser Bep van Klaveren, the Dutch Windmill) zodra hij er eentje aantrof. Caspar kwam ik dan ook pas bij toeval tegen in een later leven, toen ik al in Zuid-Frankrijk woonde. We raakten in gesprek. Het ging vanzelfsprekend over eten – zo gaat dat nou eenmaal hier. En over zijn enthousiaste terriër Asterix met wie je uitstekend kan voetballen tot je hem met een snelle schaarbeweging dreigt te passeren, dan hangt hij als een bevlogen Balotelli (voetbalt spraakmakend bij OGC Nice) in je broekspijpen. De echtgenoot heeft er een korte broek aan overgehouden.
Maar al snel gingen onze gesprekken ook over minder aardse zaken. Ik wilde weten waarom hij dominee was geworden in een overwegend katholiek land als Frankrijk met óók een vrij grote moslimgemeenschap; hij preekte voor een kleine protestantse parochie in Orange, “een enclave” zoals hij het zelf noemde. Hij zag het als een uitdaging, ik vond hem een hemelbestormer. We hadden het over predestinatie: alles is voorbestemd, vond hij. Daar begreep ik niks van, want als alles al vastligt in dit leven, waarom zou ik me dan nog druk maken, m’n best doen? Als wát me ook overkomt, toch al elders besloten is? “Ik merk wel hoe de hazen lopen,” prikkelde ik hem dan een tikkie pesterig. Daar kon hij dan weer beschaafd pissig om worden. En we konden er langdurig en aangenaam over van mening verschillen. Zonder ooit een onvertogen woord, maar vanzelfsprekend met een goed glas, of tijdens een mooie maaltijd. ‘Vous êtes en France’, nietwaar.
Een tijdje terug is hij naar Arras overgeplaatst, hoog in Noord-Frankrijk. Had ie zelf om gevraagd, om die beroeping. Hij vond het in de Provence te warm, had er nogal last van als de zomers verstikkend heet werden en de winters niet genoeg verkoeling brachten. “Niet doen Caspar”, zeiden we , “je gaat onze joie de vivre missen!” Maar hij ging toch, zag het als zíjn predestinatie, al verzekerde hij wel dat hij ons zou missen.
Dat klopte, want met enige regelmaat legt hij hier in het zuiden aan. En dan is het weer als vanouds: een goed glas, een mooie maaltijd, oeverloze discussies. En afgescheurde broekspijpen, met dank aan die grootse kleine Galliër die – toch al op leeftijd – nog steeds net zo bevlogen voetbalt als Balotelli.
Als Caspar en Asterix na zo’n bezoek weer naar het hoge noorden vertrekken, heb ik altijd de neiging om die predestinatie van ‘m maar eens hartgrondig te vervloeken. Maar ja, als zo’n man daar nou heilig in gelooft; ’t is z’n vak tenslotte ook nog eens. En er is telefoon en internet, al blijft dat behelpen.
Gelukkig kan mijn vriend de dominee ook heel mooi schrijven. Dus als hij er niet is, pak ik graag een boek van Caspar uit de kast om de tijd tussen onze ontmoetingen te overbruggen. ‘Koningskinderen’, ‘Feniksbloem’ of ‘Waldenberg’ bijvoorbeeld. En sinds kort kan ik gretig grijpen naar ‘Frankrijk in 50 fragmenten’ dat net verschenen is. Een bundel vol prettige overpeinzingen en aangename anekdotes met een hoog ‘o ja’ en ‘aha’ gehalte, want een deel van die verhalen speelt natuurlijk hier. Er is eigenlijk maar één ding dat ik jammer vind; dat Asterix niet kan schrijven. Dus Caspar, geef die hond een stem in je volgende bundel! Of op je door tal van bekende auteurs volgeschreven site ‘Schrijver in Frankrijk’. Da’s pas predestinatie.