Zweefvliegen

Dankzij een berichtje in de krant zweefde ik ineens weer een flink eind terug in de tijd. Ging over de enorme overlast van het zweefvliegveldje van Fayence in de Var. Dat aérodrome is in heel Europa bekend om zijn geweldige thermiek, er worden zelfs wereldkampioenschappen gehouden. Altijd tamelijk raar gevonden trouwens. Je hangt een beetje te zweven in zo’n vliegtuigje zonder motor, geheel afhankelijk van op- en neerstuwende luchtstromingen waar je ook niks aan kunt veranderen, en als je dan per ongeluk het langste in de lucht weet te blijven ben je kampioen. Of zoiets. Maar goed, een mooie stille sport, beetje zachtzoevend glijden langs een wolkeloze hemel waarbij je ook nog eens wat van de omgeving ziet, want als piloot heb je alle tijd om rustig rond te kijken. Wie zou daar nou overlast van kunnen hebben.
Nou, ik heb er een tijd in de buurt gewoond. En ik ben verhuisd. Ik woonde jaren op een rustige heuvel bij een mooi dorp een twintigtal kilometers verderop. Zo mooi dat iedereen er ineens wilde wonen. Het werd me er een beetje te druk: tuinfeesten tot diep in de nacht, in de file als je naar de supermarkt wilde, het caféterras bezet door toeristenvolk en nog zo het een en ander. Bovendien kwamen er ook steeds meer van die zweefvliegtuigjes rondjes draaien boven mijn achtertuintje. Een kwestie van die befaamde thermiek: uitgerekend boven ‘mijn’ heuvel was die blijkbaar het beste van heel Zuid-Frankrijk. Dus geef die zwevers een ongelijk. Maar het werden er steeds méér. En zweefvliegtuigjes zijn niet leuk als ze zo laag overvliegen dat je de conversatie die de piloot met ‘ground control’ voert, letterlijk via zijn opengeklapte cockpitraampje kunt volgen. Zeker niet als het over jouw rode badpak gaat waarin je een straaltje zon pakt. Goed. we zijn geen achttien meer, maar om nou meteen als rijpe salami weggezet te worden…
En dat was niet het enige. Bij dat zweefvliegveldje hoorde een zweefvliegclub. En die zweefvliegclub had er een restaurant, meer een uit z’n krachten gegroeide kantine eigenlijk, met opgetut snackbarvoedsel. Niks mis met een goed bereide snackbarhap – heerlijk! – maar dit was een laaghartige aanslag op je maag. Een toenmalige vriendin van me kwam er graag. Een actrice op leeftijd, afkomstig uit Canada, hier terecht gekomen in het kielzog van een amant die al snel overleed. Zij bleef, versleet nog wat amants en vooral zichzelf: ik zag haar zelden zonder ‘peuk in de bek’ en een glas whisky voor de neus. Ze kreeg er een prachtige doorleefde zangstem van, zong voor de vuist weg – uitsluitend op verzoek en zonder betaling – een geweldig jazzy repertoire in de kroegjes en restaurantjes in de omgeving. Cathryn vroeg me met enige regelmaart mee; gezelschap. En zelf rijden met een slok op was niet haar ‘fort’ zullen we maar zeggen. Zo kwamen we op zekere avond ook weer eens in de ‘Vol à Voile’, het resto-gebeuren van het zweefvliegveld.
“Let’s eat!”, verordonneerde ze bij binnenkomst handenwrijvend aan de bejaarde barbediende die haar al met een dikke knipoog had verwelkomd. Ons kent ons, hij schonk haar een dubbele whisky in en gaf aan de keuken ‘deux steaks hachés frites’ door, naar mijn mening werd niet gevraagd. Ik kon er nog net een glaasje wijn bij krijgen.
Intussen keek ik wat rond. En ontwaarde naast de bar een gloednieuw prikbord, vol foto’s die blijkbaar tijdens rondvluchten vanuit de diverse cockpits waren gemaakt. Ik zag iets roods. Ik keek eens beter. Jawel hoor, daar was ik dan: de rijpe salami. Nee, ik heb de foto niet van dat prikbord getrokken en versnipperd, dan had iedereen meteen geweten dat ík het was.
“You would have blown your cover”, zwaaide Cathryn haar glas instemmend voor mijn neus heen en weer. Ze had gelijk.
En de inwoners van Fayence en omgeving die nu klagen over overlast hebben dat ook. Niet alleen wordt je privacy op grove wijze geschonden door al die overvliegers die schaamteloos in je leven gluren, je wordt ook nog eens horendol van de herrie die ze maken. Nee, zweefvliegtuigjes maken geen lawaai, die zweven, je hoort ze niet eens aankomen. Daarom ben je er ook niet op verdacht dat je door een camera op de korrel wordt genomen in je eigen achtertuintje. Maar dat oh zo stille zweefvliegtuig moet wel door een antieke eenmotorige herrieschopper de lucht in getrokken worden. In Fayence is er één etterbak in een blauw vliegtuigje bij die dat met opzet zo luidruchtig mogelijk doet en die er ook niet voor terugschrikt om na het lossen van z’n zwever nog even een keertje extra laag over je huis te scheren.
Dat zijn de ‘riverains’ in de omgeving van dat vliegveldje zat. Bovendien zijn er intussen ook al helikopterscholen die er komen trainen, is het een walhalla voor ULM’s. Een leuk verdienmodelletje voor het aérodrome, maar jij hebt bijna permanent pokkenherrie boven je kop. Nee, dat had de makelaar er niet bij verteld toen je je huis kocht. En zie het maar weer een kwijt te raken. Een gesprek met de burgemeester leverde niks op, het vliegveldje is van de staat, het beheer hoort bij een stichting. Het bekende verhaal van dat kastje en die muur.
Ik ben verhuisd toen het nog kon, Cathryn is er niet meer. Maar je zal er maar wonen.

Kijk, Zuid-Frankrijk!

Een idee van Renée Vonk-Hagtingius, schrijver, journalist, copywriter, vertaler en hoofdredacteur van www.coteprovence.nl

8 gedachten over “Zweefvliegen

    • do 14 februari 2019 om 18:27
      Permalink

      Moi? Maar als je wilt:
      Over Sint Valentijn, wiens naamdag we donderdag vieren, doen meer legenden de ronde dan er blaadjes aan een bos bloemen zitten. Deze bijvoorbeeld: Valentijnsdag werd in het jaar 496 ingesteld door Paus Gelasius, om weerwerk te bieden aan ‘Lupercalia’, een heidens Romeins vruchtbaarheidsfeest dat op 15 februari werd gevierd.
      Valentijn zou volgens de ene legende priester in Rome zijn geweest, in een andere versie bisschop van Terni (Umbrië). Maar volgens de overlevering zou het best om een en dezelfde persoon kunnen gaan.
      Hij zou, tegen het uitdrukkelijke bevel van keizer Claudius II in, heidense Romeinse soldaten en hun christelijke liefjes in de echt hebben verbonden zodat de tortelduifjes legaal samen door het leven konden gaan. Een doodzonde blijkbaar, want Valentijn werd ervoor ter dood veroordeeld.
      De cipier die hem bewaakte, had een blind dochtertje. Op weg naar het schavot stopte Valentijn haar een briefje toe. Toen ze het op de tast opende, viel er een bloem uit en als door een wonder kon het blinde meisje zien en de tekst nog lezen ook: “Van je Valentijn”. En zie, de Valentijnskaart en het bijbehorende bloemetje waren geboren. Maar de executie ging wel gewoon door. Dat was op 14 februari.
      Zo goed?

      Beantwoorden
      • vr 15 februari 2019 om 17:12
        Permalink

        Ha ha, daar kon ik op wachten natuurlijk.

      • vr 15 februari 2019 om 17:16
        Permalink

        :-]

  • do 14 februari 2019 om 18:19
    Permalink

    hoe zo ik ben verhuisd toen het nog kon????? de ulm,s waren er toch al????

    Beantwoorden
    • do 14 februari 2019 om 18:30
      Permalink

      Het gezweefvlieg was toen nog lang niet zo erg als nu, de ULM’s mochten nog niet van het vliegveldje gebruik maken, er oefenden nog geen helikopterscholen. Ik kon m’n huis nog kwijt… En nee, ik wist toen nog niet dat het zó erg zou worden.

      Beantwoorden
  • do 14 februari 2019 om 23:50
    Permalink

    Het is toch te gek voor woorden, dat er altijd en overal van die herrie schoppers en egoïsten zijn?Hopelijk woon je nu wel lekker rustig ik gun het je van harte! Maar volgens mij zit dat wel goed aan je stukjes te oordelen :) kijk er elke week naar uit om ze te lezen!

    Beantwoorden
    • vr 15 februari 2019 om 08:53
      Permalink

      ’t Is hier inderdaad een stuk rustiger Marina. Die ene brommer zonder knalpijp zullen we maar niet meerekenen. ;-]

      Beantwoorden

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: