Een beroerd imago

wo 1 april 2020

Door Peter Hooft

In deze periode van relatieve gevangenschap poets ik mijn leesbril iets vaker op dan te doen gebruikelijk is. Ik lees en herlees dat het een aard heeft, na een tijdje ben ik wel uitgekeken op virus-tv en na verloop van een halve avond klik ik soms zelfs Nederlandse kranten aan. Ik doe dat normaal gesproken spaarzaam. Ik ben wat ze – geloof ik – noemen ‘un Français par désir’ geworden. Of tot zo iemand verworden, dat kan ook. Het is maar hoe je het bekijkt. Ik weet weinig meer van Nederland, jaar of vijftien geleden die natie definitief voor het laatst met een visite vereerd, zal ik maar zeggen. Ik lees ook amper Nederlandse kranten. Maar er speelt nu die coronaverveling en maandag las ik in NRC een prima column van Lotfi El Hamidi. Hij schrijft: “Maar wanneer nieuwsgierige locals [in Zuid-Europa-ph] vragen wat mijn afkomst is, antwoord ik tegen mijn gewoonte in dat ik een in Nederland woonachtige Marokkaan ben. Een omslachtige manier om te zeggen dat ik wel een Nederlander ben, maar niet helemaal. Want misschien hebben veel landgenoten het niet door, maar Nederlanders hebben in Zuid-Europa een beroerd imago. En dat hebben we aan onszelf te danken.”
Zo, die zit.
El Hamidi’s betoog gaat vooral over Italië en Spanje en de kennelijke weigering van Nederland om die landen een ruime aalmoes toe te stoppen. Ik heb niet zo’n mening over monetaire aangelegenheden. Ik vind het al lastig genoeg om niet in huilen uit te barsten als ik mijn spaarbankboekje doorblader. Blijkbaar zitten Italiaanse en Spaanse ministers van Financiën er ook zo ontmoedigd bij. Het schept een band.
Ik vroeg me af of El Hamidi Zuid-Frankrijk ook tot Zuid-Europa rekent. Ik wel. Ik voelde me aangesproken toen een of andere Nederlandse hotemetoot Zuid-Europa een tijdje terug afdeed met de begrippen ‘vrouwen en drank’. Een helderdere denker karakteriseert dit deel van de wereld met de warmbloedige term zon. In Noord-Europa leven ze volgens mij om te werken, wij in het zuiden werken om een beetje feestelijk te leven.
Ik vrees dat ik kan bevestigen dat Nederlanders ook in Zuid-Frankrijk een beroerd imago hebben. De Oranje-toerist geeft des zomers betrekkelijk weinig uit, is me vaak genoeg verteld door horeca-ondernemers. Uit eigen waarneming weet ik dat veel Nederlanders tijdens hun vakantie met een onmiskenbaar en vaak luidruchtig dédain naar de Zuid-Fransen op de café-terrassen kijken. Dat zit daar maar om elf uur ‘s ochtends al aan de rosé en de pastis, zij aan de koffie met melk of de thee. Hoe zeg je dat: ‘and never de twain shall meet’.
Misschien was de EU toch een wankel idee.
Enfin ‘après-corona’ spreken we elkaar vast wel weer. Onder een plataan of een parasol, ik aan de rosé, u aan de koffie. Ik doe ons onderhoud dan het liefst in het Frans maar Nederlands is geen bezwaar.

6 reacties op “Een beroerd imago”

  1. Inderdaad vervelend dat de Nederlandse toerist te weinig besteed op de zuid Franse terrassen. Misschien dat we gewoon niet meer te besteden hebben. In ieder geval minder dan de gemiddelde zuid Europeaan lijkt wel . Ook de Nederlanders hebben dorst met 30 graden.
    En dat Nederland misschien een buffertje heeft, is wel over de ruggen van de gewone mensen. Alles is voor ons duurder geworden, er wordt steeds meer beroep gedaan op de voedselbanken. Wij werken tot 67 jaar en wordt elk jaar hoger gesteld. Wij zijn niet de straat opgegaan met gele hesjes,
    maar vraag door blijven werken om de economie stabiel te houden. Dus in plaats een oordeel te geven over de Nederlandse toerist die te weinig besteed op de zuid Europese terrassen, zou een beetje empathie beter op zijn plaats zijn.

  2. Aart van de Zaak

    Ik heb als Nederlander hele goede contacten met Franse inwoners in de zuidelijk gelegen contreien, maar als je er gaat wonen ontstaat er kennelijk een heel aparte selectie in je lokale netwerk en alras een zuur en/of bitter toontje in je teksten, dus ik blijf toch maar lekker in Amsterdam denk ik…

  3. Niet voor het eerst een stukje waarin wordt neergekeken op Nederlanders die in Zuid-Frankrijk vakantie vieren. Niet geschreven door een Fransman of een Fransvrouw, maar door een Nederlander die daar al een tijdje woont en zo te lezen het contact met het vlakke land is kwijtgeraakt. Zichzelf daarentegen wel wat verheven voelt. Ik heb daar moeite mee. Alles over één kam scheren…
    Hoe dan ook, het verlangen kan ik wel delen… Helemaal in deze tijden.

    1. Ik op mijn beurt heb er moeite mee wanneer iemand het ultieme argument gebruikt: Niet alles over dezelfde kam scheren, of nog, niet generaliseren. Het heeft dezelfde waarde als wanneer een gelovige tegen een ongelovige zegt: Eens zal je god zien.
      Het zijn beide argumenten in het leven geroepen omdat ze niet aan te vallen zijn. Zo heb je altijd en overal gelijk.

      Het zal wel zo zijn dat nooit 100% van de groep zich gedraagt zoals beschreven, het kunnen er ook 99 zijn, of 98, of wel 80 op de 100. Maar het verandert niks aan de zaak. En je kan je ook afvragen waar die groep zijn reputatie aan te danken heeft als het toch zo geen algemeen gedrag is.

    2. Verheven? Ik deel de mening en de gevoelens van de NRC-columnist en gaf ter onderbouwing weer wat ik hier hoor en zie. Over één kam? Van wie is die kam? De kappers zijn dicht. Ik ken toch al gauw 25 Nederlanders met wie het goed toeven is.

Laat een reactie achter aan Rik Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Of reageer met je Facebook account

Scroll naar top