Blind! Het zal niet waar zijn, dat had ik weer.
Tijdens de wekelijkse boodschappenbeproeving ook zo’n handzaam doosje van 5 liter rode wijn in het ontsmette karretje geladen. In de aanbieding, maar van een goed merk van een domaine uit de buurt. De witte en de rosé zijn van prima kwaliteit, dus je vertrouwt erop dat die rooie dat dan ook wel zal zijn. Bleek te kloppen, de vorige keer. Maar met deze was iets mis, je zag het meteen bij het intappen. Geen helder fonkelend rood, maar een doffe bruinrode drab waar je met geen mogelijkheid doorheen kon kijken. Proeven hoefde niet eens meer, even je neus boven het glas en je wist genoeg: blind! Geoxideerd dus.
Ik had het eerder meegemaakt, in een kroeg in mijn geboortestad Rotterdam. In die dagen dronk je bier of een borrel in een café, geen wijn, dus het was ‘een beetje dom’ om na een vakantie in Zuid-Frankrijk het geluksgevoel nog even te willen verlengen met een glaasje rood. Het restant in de aangebroken fles die uit de koeler onder de bar vandaan kwam en die boven het glas werd omgekieperd deed het ergste vermoeden. Dat bleek te kloppen: hartstikke blind en niet te zuipen. Zeg dat maar eens tegen een Rotterdamse barkeeper in het havenkwartier. Ik deed een poging: “Eh, deze wijn is niet helemaal goed meer geloof ik. Hij is blind.”
De barman legde zijn droogdoek weg en kwam naderbij. “Blind? Mevroi is een kennert? Hebbie Jules de Corte in je glaassie dan? Nou, die kon zelfs nog autorijen met één hand aan de vangrail, dus kom mij nie aan met blind.”
Ik wist niet hoe snel ik het pand moest verlaten, al heb ik wel netjes afgerekend, en ik nam m’n verlies.
Bij de blindganger van de supermarché zat er ook weinig anders op. Ik ging echt niet nòg een keer gewapend met attestation en desinfecterende materialen naar de stad om te reclameren. Deze week dan maar geen rooie bij de maaltijd, want hier werd alleen mijn azijnmoeder nog vrolijk van. Dat moet ik even uitleggen.
Een azijnmoeder – een mère de vinaigre – is een gelei-achtige zwam gevormd door een kolonie azijnzuurbacteriën, die de mooiste wijnazijn produceert die je ooit geproefd hebt. Het begin -zeg maar tienermoedertje- kreeg ik eens cadeau van een dierbare vriendin, de echtgenote van een reus van een Franse Bask, een minivrouwtje van Spaanse origine met als lijfspreuk ‘méfiez vous des petites’. Wat ze daarmee bedoelde heb ik meer dan eens meebeleefd. Bijvoorbeeld die keer dat ze haar Bask vanuit de kroeg aan een oor naar huis sleurde (hij bukte meegaand) omdat ze hem van overspel verdacht. Of die keer dat ze de lokale champêtre een zwiep gaf met haar lege paddenstoelenmandje omdat hij in zijn vrije tijd stiekem haar ‘geheime’ trompettes-de-la-mort-vindplekje in het bos had geplunderd. Ik geloof dat hij de volgende dag de helft van de oogst heeft teruggegeven, het kwam evengoed nooit meer goed. Maar ik herinner me die mini-furie ook als het wereldvreemde elfje dat op 14 juillet een touw de eeuwenoude plataan van het caféterras in slingerde, er een schommel van maakte, en daar de rest van de dag gelukzalig glimlachend op doorbracht; glas rosé in de ene, huisgemaakte joint in de andere hand. Marise was – en is ongetwijfeld nog steeds – puur naturel. Vandaar ook die azijnmoeder, want goeie azijn koop je niet in de winkel (chemische troep), die maak je zelf. En zo’n mère de vinaigre is de moederkoek waaruit alle azijn voortkomt.
Hoe je aan een mère de vinaigre komt? Simpel: je ‘vergeet’ een restje wijn in een onafgesloten fles of glas, en met een week of wat ontstaat er een rare schimmelachtige laag op de vloeistof. Niet wegflikkeren! Moeder meldt zich. Het vervolg is minder eenvoudig; je moet die cultuur verder opkweken, het liefst in een echte vinaigrier of een aardewerken pot waarin la mère kan ademen (dus voldoende zuurstof krijgt), en je moet haar voeden met restjes wijn (hoe beter van kwaliteit, des te beter de azijn) zodat ze verder kan uitdijen tot een gezapig moeke dat kloekt over steeds beter wordende mildzure azijn. Marise was er een meester in. Haar azijnmoeder was zó welgedaan, dat ze vrienden er graag van liet meegenieten. Gewoon, door je opeens te verrassen met een stukje ervan; dat kan, je kunt van een forse azijnmoeder stukjes afsnijden om opnieuw op te kweken. Dus kreeg ik een tiental jaren geleden ineens een gehalveerde plastic waterfles in handen gedrukt met een laagje drab waarop een dikke laag glibber dobberde. Dat werd míjn azijnmoeder, die inmiddels is uitgegroeid tot een welgedane madame die graag een slokje lust. Ze leek me dus de ideale consument voor m’n blinde wijnaankoop.
Maar ja, de aardewerk vinaigrier waarin ze ronddobbert kan geen vijf liter aan. Na een flinke scheut van nog geen half litertje dreigde madame al over de rand te dobberen. Bovendien moet je niet teveel ineens bijtanken, anders kun je máánden wachten voor je weer een nieuw flesje azijn kunt aftappen.
Ik besloot opnieuw mijn verlies te nemen en de rest van de blindganger door de gootsteen te spoelen, zó de fosse septique in. Nee, dat kan geen kwaad, die zure zooi is juist goed om de afvoerkanalen mee op te schonen en de bacteriën in de fosse een handje te helpen. Helemaal milieuvriendelijk ook nog.
Waar een miskoop al niet goed voor is.

16 reacties op “Blindganger”

  1. Ja, die vreselijke wijnen in cafés vroeger uit een fles die al week openstond. Gaat tegenwoordig wel beter, maar toch ik houd het daar bij bier. Je cheescake is echt heel lekker. Ik heb half om ricotte en mascarpone gebruikt, gewoon omdat ik een bak ricotta had staan, en dat was ook prima. Sterkte met de volgende ronde boodschappen doen.

  2. René Lardenoije

    Beste Renée,
    Wij hebben jaren een mère gehad. Maar na 4 weken vakantie was ze uitgedroogd. Nu weten we hoe we een nieuwe kunnen kweken. Bedankt voor de uitleg.
    René en Annemie Lardenoije

Laat een reactie achter aan Micheline Van Hautem Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Of reageer met je Facebook account

Scroll naar top