Over taal gesproken

wo 29 april 2020

Door Peter Hooft

Nu er relatief weinig verkeer op de weg is, wordt er vaak (te) hard gereden. Naast de controles van de ‘attestation de déplacement’ maken de gendarmerie en de politie ook veel werk van die snelheidsovertredingen. Als je erover leest, stuit je soms op ‘rijk’ Frans. Een auto die te snel gaat, heet een ‘voiture à vive allure’. Soms tot stoppen gedwongen door een ‘voiture banalisée’, dat is een politieauto die niet als zodanig herkenbaar is, vermomd.
Bij onlusten in een achterstandswijk lees je over een ‘quartier populair’, maar vaker over een ‘quartier sensible’, een ‘gevoelige’ wijk. Dan gaat het meestal over een buurt waarin de drugshandel welig tiert.
Een illegale vuilstort, waarvan er steeds meer opduiken omdat de legale déchetterie gesloten is, heet een ‘dépôt sauvage’.
Je hebt natuurlijk ook dat ‘joie de vivre’ waarvan president Macron heeft gezegd dat corona er niet van houdt. Dit zou volgens hem verklaren waarom er in Duitsland veel minder virusdoden te betreuren zijn dan in zijn eigen land. Laten we het houden op een poging tot humor van iemand van wie me nog niet was opgevallen dat hij de lach aan z’n kont heeft hangen. Dat zal aan mij liggen.
Je hoort dat wel vaker, vooral van mensen die hier niet wonen, ‘joie de vivre’, typisch Frans! Ik heb eerlijk gezegd nooit begrepen wat ermee bedoeld wordt. Ja, in vertaling iets van levenslust, lol in je leven, dat snap ik ook nog wel. Je hebt in het Nederlands die aanduiding ‘vrolijke Frans’ waarvan ik de achtergrond niet ken maar het zou me verbazen als het een verwijzing naar een Fransman betreft. Ik loop hier nu al een tijdje rond, maar vooralsnog is me ontgaan dat de Fransen feestneuzen zijn. Juist niet, vind ik. Het zijn eerder hypochonders, die bij het minste of geringste pijntje naar de dokter snellen. En zo’n arts moet hoe dan ook een recept uitschrijven, anders wordt-ie niet serieus genomen. Uit angst voor coronabesmetting gaan nu ineens veel minder mensen naar de dokter. Je zou denken dat het onder normale omstandigheden dan ook wel wat minder kan.
Ik vermoed dat dat hele idee van het Franse ‘joie de vivre’ een bedenksel van toeristen is. Gebaseerd op een zomerse terrasvisie die de werkelijkheid vertroebelt. In Frankrijk wordt gewoon hard gewerkt door mensen die tevens volop waardering koesteren voor een glas wijn en een mooie maaltijd. Als dat laatste in de waarneming van buitenlanders ‘joie de vivre’ is, dan komen ze veel tekort.

4 reacties op “Over taal gesproken”

  1. Ik als Belg zie die “joie de vivre” als net dat tikkeltje meer dat de Fransen toevoegen aan de zaken die ze ondernemen. Bvb dat babbeltje na een volbracht werk, dat extra glas wijn en verhaaltje, nadat iedereen al besloten had van huiswaarts te keren , die babbel met de krantenboer die zo vertelt dat je de krant beter kan laten liggen, je hebt de gesproken versie toch al gehoord, en/of als je hardhorig bent op het terras vlakbij met een ochtendkoffie de krant verder te lezen.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Of reageer met je Facebook account

Scroll naar top