De oer-protestanten van de Hautes-Alpes

zo 31 mei 2020

Categorieën:

Door Caspar Visser ‘t Hooft

Drie kwartier om een kerkje in een hooggelegen berggehucht te bereken. Te voet. Omdat het niet anders kan. Er is geen weg. Alleen een pad dat tamelijk steil naar boven zigzagt. Ik ben in de Hautes-Alpes, op weg naar het ’hameau’ Dormillouse waar de grote prediker Felix Neff, een latere voorganger van ’s werelds eerste protestanten, destijds furore maakte. Daarom wil ik er naartoe.
Links, voorbij een doorzonbos met mélèzes (lariksbomen), spettert een beek. Rechts aan de overkant van het ravijn stort een waterval zich witschuimend in een kom in de diepte. De auto’s op de parking worden steeds kleiner. Boven, voorbij een paar verweerde dennen, komen de eerste huizen in zicht. Even verder nog en daar heb je het kerkje. Met daarnaast en daarboven weer een paar huizen. Stenen onderbouw, de rest van hout. Sommige zijn vervallen. Wie woont daar nou?
Eén familie permanent, wordt me uitgelegd. Bij hen kun je de sleutel van het kerkje (de ‘temple’) halen. De andere huizen zijn vakantiehuizen, al hebben de bewoners meestal nog een oude band met het oord. Het gehucht bepaalt het eindpunt van het dal van Freissinières.
In dat kerkje preekte een markante figuur. Geen verhandeling over het Franse protestantisme of hij komt erin voor: de Zwitser Felix Neff (1798-1829).

Een muilezel bij nacht en ontij
Een hele klim, ik troost met de gedachte dat de mensheid het tientallen eeuwen zonder de auto heeft uitgehouden. Felix Neff deed alles te voet. Goed, in zijn tijd waren er nog geen auto’s, wel paarden, karren. We hebben het over de eerste helft van de negentiende eeuw. Misschien waren er mensen die Felix Neff af en toe een muilezel ter beschikking stelden. Maar er zijn paden in de hoge bergen die zelfs voor muildieren onbegaanbaar zijn. nacht en ontij trok hij erop uit, over besneeuwde passen, grimmige rotspartijen, honderden meters dalen, honderden meters stijgen – om steun en troost te bieden aan de bewoners van de meest afgelegen hutten. Het gebied dat hij als het zijne beschouwde, omdat hij er als predikant over was aangesteld, waren de zogenaamde Vallées Vaudoises. Anders gezegd: het dal van Freissinières en de tegenoverliggende Queyras. In deze hoge bergdalen wonen afstammelingen van de Vaudois – oftewel Waldenzen – die zichzelf als de oudste protestanten van de geschiedenis beschouwen.

Het godsoordeel over rijkdom
De eerste Vaudois was een zekere Waldo (vandaar Waldenzen). Hij was een rijke burger uit Lyon, hij leefde in de 13e eeuw. Op een goede dag besloot hij het evangelische armoede-ideaal te omhelzen, hij ontdeed zich van zijn bezittingen, waarna hij de leider werd van een groep gelijkgezinden die overal waar ze maar konden het godsoordeel over de wereldse rijkdom van de gevestigde (katholieke) kerk verkondigden. De reactie liet niet lang op zich wachten, de roomsen deden Waldo en zijn volgelingen in de ban, ze werden uit Lyon verjaagd, en ze zochten hun toevlucht eerst in de Languedoc (waar men hen over één kam scheerde met de Katharen, en waar hen daarom hetzelfde trieste lot als deze Katharen te wachten stond), daarna in de voor legertroepen moeilijk bereikbare bergdalen aan weerszijden van het massief van de Queyras.

Afgedaald naar de Luberon

De ene kant is Italiaans. Het oord Torre Pelice valt als de hoofdstad van de Waldenzengemeenschap aan die kant van de bergenkam te beschouwen. De andere kant is Frans, met de dalen die ik boven noemde. In de 15e eeuw zijn veel Vaudois naar de Provence afgedaald, naar de Lubéron (Mérindol, Lourmarin, Cabrières) om precies te zijn, om daar het door oorlogen geteisterde land te herontginnen en bevolken.
Ondanks periodes van zware vervolgingen zijn ze daar tot op de dag van vandaag gebleven en hebben ze daar gedijd. In de tijd van de reformatie hebben alle Vaudois zich bij de calvinistische beweging aangesloten, hun gemeenschappen in Frankrijk maken sindsdien deel uit van de Eglise réformée, sinds een aantal jaren Eglise protestante unie de France.
In de onherbergzame dalen van de Hautes Alpes deden ze het minder goed. Ze verloren het contact met de beschaving, bleven achter bij de bewoners van welvarender contreien, maakten de vooruitgang niet mee, bittere armoede (zowel materieel als geestelijk), ongeletterdheid…

Een erbarmelijk troepje mensen
Toen Felix Neff voor het eerst de kudde bezocht waarover hij tot herder was beroepen, trof hij een erbarmelijk troepje mensen aan. Hij was vervuld van een stoer, standvastig geloof. Dat had hij meegekregen van de opwekkingsbeweging, het Réveil, die in het begin van de 19e eeuw het protestantisme wakker schudde. Hij werd geconfronteerd met mensen die hardnekkig vasthielden aan hun vaudois-tradities, maar bij wie door gebrek aan het meest elementaire onderwijs en aan geestelijke leiding het geloof was verschraald en versteend. Voor Felix Neff was duidelijk welke taak hem van hogerhand was toegewezen. Hij preekte, hij leerde, in bouwvallige kerkjes, in eenzame hutten, hij troostte zieken, stervenden.

Leren lezen en schrijven
En vooral: hij stichtte scholen. In Dormillouse wijzen ze je nog steeds het gebouwtje aan waar Felix Neff de kinderen leerde lezen en schrijven. Zijn missie heeft maar een paar jaar geduurd, de ontberingen die hij zichzelf had opgelegd bleken te zwaar voor hem. Het gevolg was een algemene en blijkbaar definitieve verzwakking van zijn gestel. Toen hij stierf was hij nog geen 32 jaar oud. Tot op de dag van vandaag wordt hij door de Vaudois in de Hautes Alpes beschouwd als hun weldoener die ervoor zorgde dat hun gemeenschap weer tot volle bloei kwam – en door het Franse protestantisme in het algemeen als een teken dat God de zijnen niet vergeet, hoe groot de afzondering ook mag zijn waarin ze leven (al duurt het soms lang voordat Hij dat laat blijken).

‘Vers les monts je lève les yeux’
Het is de laatste zondag van augustus. Het kerkje van Dormillouse is tjokvol. Het is de dag waarop de protestantse gemeente van Briançon-Freissinières-Queyras in Dormillouse haar zomerfeest viert. Te midden van de gemeente zitten ook toeristen, bergwandelaars. Voor in de kerk heeft zich een blaasorkest opgesteld. Leden van een Duitse tweeling-gemeente zijn voor de gelegenheid overgekomen, met hun instrumenten zijn ze het pad naar boven komen lopen. De dominee staat op een krakende kansel die hij niet anders dan via een houten laddertje heeft kunnen bereiken. Hij kijkt naar beneden – als de kansel het maar houdt – denkt hij – en niet samen met hem naar beneden dondert en de Duitse mevrouw met de tuba onder hem verplettert. Sssssht ! De dienst begint. Ergens buiten piept een marmot. Of is het een buizerd die door het hemelruim zeilt? Dan wordt het openingsgezang ingezet: ‘Vers les monts je lève les yeux…’

Caspar Visser ’t Hooft is schrijver, columnist en bedenker van de veelgelezen site www.schrijverinfrankrijk.nl met bijdragen van tal van geroemde auteurs. Zijn jongste boek ‘Een hof tot ons gerief’ vertelt de geschiedenis van zeven buitenplaatsen.

2 reacties op “De oer-protestanten van de Hautes-Alpes”

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Of reageer met je Facebook account

Scroll naar top