Vakantietipje voor straks: Lacoste (met filmpje)

ma 5 oktober 2020

Categorieën: , ,

Door Rémi de Ridder

(klik op de foto’s om ze te vergroten)

 

Nu natuurlijk even niet, maar wie weet ‘après corona’ volgend jaar en dus allicht een notitie waard: Lacoste in de Vaucluse. Ooit troonde hier de roemruchte Markies de Sade (1740-1814) en nu de Italiaans-Franse modekoning Pierre Cardin (1922). Die maakte van het minuscule middeleeuwse dorpje een ’hotspot’ waar cultuur en commercie samenkomen.
Ik was er vorig jaar toen ik al jaren wist dat Lacoste niets te maken heeft met kekke sportkleertjes. Dat merk is in 1933 opgericht door de befaamde tennisser René Lacoste (1904-1996) die graag speelde in comfortabeler kleding dan in die tijd gewoon was en die het krokodillenlogo liet ontwerpen omdat de pers hem ‘le crocodille’ was gaan noemen na een weddenschap om een krokodillenleren tas.
Een groot deel van het dorp is nu eigendom van die Pierre Cardin. Hij heeft de boel – in mijn waarneming – prachtig gerestaureerd, inclusief (een deel van) het kasteel van de Markies de Sade en de ruïnes. Er is een beroemd jaarlijks muziek- en theaterfestival, een Amerikaanse kunst-campus, en het sterft er van de hippe boetiekjes waar je struikelt over de ‘celebs’.

Het andere verhaal
Bon. Lacoste in de Vaucluse dus. De eerste indruk: wat een klein dorpje, niet meer dan zo’n 400 en nog wat inwoners die daadwerkelijk in prachtig authentiek gerestaureerde huisjes blijken te wonen.
Wie zijn dat?
Meestal niet de oorspronkelijke dorpsbewoners.
Voor zover die er nog zijn, vertellen ze allemaal hetzelfde verhaal: ‘die Cardin heeft ons dorp kapot gemaakt’. Hij wilde het allemaal opkopen, bood ver boven de vraagprijs als er een pandje in de aanbieding was. Geen wonder dat de oude inwoners van Lacoste maar wat graag hun handtekening zetten. Resultaat: ‘hun’ Lacoste bestaat niet meer. Als je er met mensen in gesprek raakt, hoor je veel haat en afschuw jegens Cardin.
Nu zijn er nauwe ouwe straatjes waar het inderdaad wemelt van de winkeltjes die bij nadere beschouwing toch net even een andere insteek bieden dan je zo op het eerste gezicht dacht. De épicerie verkoopt luxe Maxim’s merkproducten. De bakker doet in zonnebrillen van de baas (Cardin), in de smalle straatjes heeft de lokale middenstand massaal – nou ja, met z’n zevenen – gekozen voor het uitbaten van een serie ‘galeries d’art’ en het verstofte stationnetje is opgewaardeerd tot ‘cinéma 3D’.
Op weg naar de ruïnes van het kasteel van de Markies de Sade word ik bijna onder de voet gelopen door een horde uitgelaten studenten van overduidelijk Amerikaanse origine. Ze studeren hier schone kunsten aan het ‘Savannah College of Art and Design’, in 1970 gesticht door de Amerikaanse schilder Bernard Pfriem en sinds 2002 in handen van de universiteit van Savannah.

Een woedende schoonmoeder
Naast de fraai geconserveerde ruïne van het De Sade-kasteel staat een imposant kunstwerk en een stukje verderop nog eentje (Cardin heeft in het dorp tal van kunstwerken neergezet); het ene laat twee ruimhartig uitgespreide armen zien, het andere een gekooid hoofd. Ik vind het nogal een tegenstelling, maar beide slaan blijkbaar op de roemruchte markies, die in dit door hem indertijd totaal herverbouwde voorvaderlijke kasteel met enige regelmaat zijn toevlucht zocht als hij weer eens door justitie (of zijn woedende schoonmoeder) gezocht werd wegens zijn scabreuze levensstijl. Hoewel netjes getrouwd, hield hij er flink wat maîtresjes op na met wie hij nogal bijzondere spelletjes speelde. De Sade is dan ook de naamgever van het begrip sadisme.
Het uitzicht vanaf deze plek over de wijde omgeving is werkelijk schitterend. Pierre Cardin, die het kasteel in 2001 kocht als ‘résidence sécondaire’ en het flink heeft gerestaureerd, houdt hier jaarlijks zijn ‘Festival de Lacoste’, een muziek- en theaterfestival waarbij erkend een aanstormend talent z’n kunsten en kunde mag vertonen. Maar dat is pas ’s zomers, dus nu even niet.

Al in de 15e eeuw
Dan maar het dorp in. De dame van het lokale office de tourisme had me graag bij de hand genomen, helaas, ‘désolé’, de lunchpauze lonkte. Maar als ik bij l’Eglise Saint Trophime begon, wees het zich eigenlijk vanzelf. Dat bleek te kloppen. Die kerk is een mooie mix van wat bouw en herbouw met een gebouw door de eeuwen heen doet trouwens. Vanaf de 17e eeuw is er aan gesleuteld.
Een stukje hogerop, richting het kasteel, kom je bij het Portail de la Garde uit de 15e eeuw, met een eindje verderop een imposante toren uit de 16e eeuw en een poort uit de middeleeuwen. Er volgt nog een ‘campanille’ (klokkentoren) uit de 15e eeuw en een uitkijkpunt, maar dan ben ik alweer bij het château van de markies en ik wilde nou juist de andere kant op, afdalen naar het dorp zelf. Dus onder de campanille langs naar beneden, naar het Portail des Chèvres en dan verder afzakken. Maar vele wegen voeren naar het château, dus je moet wel goed opletten. Uiteindelijk kwam ik na wat omzwervingen toch terecht bij (what else?) Brasserie/pizzeria Le Sade op de Place de l’Eglise; redelijke huiswijn, heel behoorlijke plat du jour. Vast niks voor luxe types als De Sade en Pierre Cardin, maar m’n lunchmenuutje du Marquis beviel me best. Overigens geen serieuze ‘celeb’ gezien, verkeerde seizoen waarschijnlijk.

Lunch:
Le Sade, Place de l’Eglise, https://www.lesade.fr
Café de France, in het dorpscentrum, +33 (0)4 90 75 82 26.

Meer info: http://www.lacoste-84.com
Filpmje: klik hier.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Of reageer met je Facebook account

Scroll naar top