Hyères: klassieke charme aan de Côte d´Azur

zo 2 mei 2021

Categorieën: , , ,

Door Ellen van Linschoten

(klik op de foto’s om ze te vergroten)

Natuurlijk hadden ze me verteld dat ik een keertje naar Hyères moest, de oude Marseillaanse stad Olbia, die zich in de middeleeuwen verschanste op de heuvel en waakte over de vlakte van Palyvestre en het schiereiland Giens. Zou gaan om authentieke straatjes in oude wijken die nog onaangetast zijn, dichter bij de zee zou ik kunnen flanneren over brede avenue´s, letterlijk allemaal omzoomd door palmbomen. Moorse architectuur, weelderige villa´s uit de Belle Époque, exotische flora. Zal best, dacht ik. Hyères klonk als ‘hièr`, gisteren. Ik hoop dat ik niet van gisteren ben, maar het duurde toch nog nèt even voor corona totdat ik er daadwerkelijk voor het eerst was. Ja, ik had weleens een Transavia-passagier van het heerlijk overzichtelijke vliegveldje Toulon/Hyères opgehaald, maar de stad verkennen, dat was er nooit van gekomen. Nu vind ik dat een pijnlijke omissie.
Ik ben niet zo van de drukke steden. In Hyères wonen 55.000 mensen, maar ik weet inmiddels dat het in de oude binnenstad met zijn middeleeuwse straatjes toch meer een dorp is. Een verademing, die ´zône piétonne´ als je van de autoroute komt. Zelfs als je daarna eerst nog over superieure avenue´s met een werkelijk ontelbaar aantal palmen in de bermen bent getuft. Ik ben een fan van palmen. Ik geloof dat het leven goed is, daar waar palmen de seizoenen trotseren. Het zijn trotse bomen, wat mij betreft nog veel sfeerbepalender dan kerkkaarsen.

De Côte d’Azur werd hier bedacht
“Ja, het bevalt”, vertelde me een Nederlandse die er al jaren woont. “Hier in de oude straatjes is de sfeer nog echt Frans.”
Daar is geen woord teveel aan gezegd.
Ondanks het casino, een beroemd festival (Le Festival International des Arts de la Mode) en een oogstrelende kustlijn heeft Hyères ´glamour´ buiten de deur gehouden. Weinig wijst erop dat je je hier aan een van ´s werelds meest begeerde zeerepen bevindt, hoewel dat begrip Côte d´Azur ooit in deze stad werd bedacht, door de schrijver Stéphan Liégeard. Het cliché van de tijd die lijkt te hebben stilgestaan, wordt hier verbazend letterlijk genomen, merk ik. Niet veel klokken in het openbare straatbeeld houden zich aan de tijd op mijn horloge. Ingewijden weten dan ook allang dat Hyères een tijdloze attractie is. En dan heb ik het niet alleen over het schiereiland Giens met zijn lange landengte vol zoutpannen en flamingo´s.

Volgens de Grieken ´de gelukkige´
Geen idee of dat zo is, maar de Grieken zouden in de vierde eeuw voor Christus al een soort handelspost ter hoogte van Hyères hebben geopend. Het fort heette Olbia, Grieks voor ´de gelukkige´. Je zou kunnen zeggen dat die lui een vooruitziende blik hadden. Een paar eeuwen later kwamen de Romeinen de boel overnemen, maar pas in 963 is er in de archieven voor het eerst sprake van Hyères. Na hun kruistochten ontscheepten de christenridders zich er graag, de Franse koning François I werd een soort beschermheer.
Toch zou tot na de Tweede Wereldoorlog duren voor Hyères echt ontwaakte. Het palmenstadje dat zich onderscheidde door zijn Moorse gebouwen en de talloze villa´s uit de Belle Époque kreeg een casino en het schiereiland werd toegankelijk gemaakt. Er stond toen al een symbool van architectonische avant-garde: de Villa Noailles van architect Robert Mallet-Stevens. Een kubistisch kasteel, waar in de jaren dertig van de vorige eeuw de grootste kunstenaars als Cocteau, Man Ray, Giacometti en anderen kwamen logeren.

Een badplaats met ‘oosterse’ invloeden
Ik denk dat Hyères een authentieke voorloper van de badplaatsen aan de Côte d´Azur was, en is gebleven. Kijk naar de huizen La Mauresque aan de Avenue Jean-Natte en La Tunesienne aan de Avenu Beauregard. Minaretten, koepels, veelkleurig aardewerk, in de achttiende en negentiende eeuw droomde Frankrijk van het ´oosten´. Dat is nu wel even anders.

Ik liep nog binnen in de Tour de Templiers, die officieel de Tour Sainte-Blaise heet. Een kapel uit de twaalfde eeuw, nu een expositieruimte, de tentoonstelling viel me tegen.
Ik heb een hekel aan het afgelebberde begrip ´pittoresk´, maar ik weet zo gauw geen betere term. Daar in de Rue Sainte-Claire en de Rue de Limans is de ambiance wat je noemt ´middeleeuws´, maar ik weet niet hoe het er in die tijd aan toe ging. Wat telt: ik vond het in die straatjes aan de voet van de ruïnes van het 11e-13e eeuwse kasteel weldadig. De Rue Sainte-Claire, dat gerestaureerde Romaanse huis in de Rue Pardis, de Rue Barbacane, de ´boerenmarkt´ op de met platanen betoverde Place de la République. Het Frankrijk uit de VVV-folders bestaat dus nog.

Een vissershaventje, schitterende wandelroutes
De Nederlandse die ik er ontmoette, vertelde me: “We wandelen en fietsen graag. Een picknick bij La Madraque op het strand, een ijsje kopen bij l´Auyade, in de Vallée de Sauvebonne verse groenten en fruit inslaan, bij de boeren. Je moet niet vergeten dat Hyères ´agricole´ is. Op de fiets de Route de Sel, of naar Le Port du Niel, een vissershaventje met twee kleine bistro´s. Of we kiezen voor de wandelroute Sentier Littoral langs de zee. En ´s zomers gaan we soms even afkoelen in de kapittelkerk Saint-Paul, uit de twaalfde eeuw, vergulde beelden en een unieke collectie door zeelui geschonken bordjes”.

De palmen van de kolonel
Blijft de vraag waarom uitgerekend deze stad voor de palm heeft gekozen. Men begon aan het eind van de negentiende eeuw met de kweek ervan. Een exotische plant die floreert in het park van het landgoed Sainte-Claire. Ene kolonel Voutier bouwde er in 1850 een weelderige villa en begon er met palmen. Ik denk dat ik die man wel had gemogen. Ongeveer 50 meter verderop begint het Parc Saint-Bernard, onderaan de ruïnes van Sainte-Claire, met terrastuinen die zich profileren als een geurig doolhof.
Ik was dus een dagje aan de echte Côte d´Azur. Geen Ferrari gezien, wel flamingo´s. En weer iets geproefd van mijn Zuid-Franse droom. Trouwens ook goed gegeten, lunch op het strand bij Le Robinson, Plage de l’Almaranne, Route du Sel. En een paar uur later – al onderweg naar huis – nog bij L’Estive, Avenue de l’ Aéroport.

Scubaduikers en flamingo’s
Nog even over Giens, met langs de westelijke rand ervan vele kilometers lange zandstranden en drie eilandjes voor de kust. De grootste jachthaven van de stad mag hooguit bescheiden worden genoemd, maar windsurfers en catamaranzeilers kennen Hyères van de wereldkampioenschappen die hier worden uitgevochten. Scubaduikers met een tic voor geschiedenis halen hun hart op aan de scheepswrakken van soms duizenden jaren oud. Lang niet alle Griekse en Romeinse zeevaarders haalden destijds de beschutte baaien als het weer omsloeg.
Op Giens leiden honderden roze en witte flamingo’s een onbekommerd bestaan, en het middelste van de drie eilandjes voor de kust, Port-Cros, is in zijn geheel uitgeroepen tot natuurreservaat. Het meest oostelijke, Le Levant, overigens ook, maar in een andere zin. Naturisten aller landen laten zich hier ’s zomers tot op de laatste centimeter bruin bakken.
Allerminst om die reden, maar op de terugweg naar huis kon ik me wel voor m’n kop slaan dat ik niet eerder naar Hyères was geweest.

Voor meer informatie: www.ville-hyeres.fr

4 reacties op “Hyères: klassieke charme aan de Côte d´Azur”

      1. Met de wandelclub in een hôtel in Hyeres geweest en van daaruit 3 dagen gewandeld. Mooie plaats en prachtige omgeving”

Laat een antwoord achter aan Kijk, Zuid-Frankrijk! Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Of reageer met je Facebook account

Scroll naar top