De transhumance: erfgoed van de Provence

zo 13 juni 2021

Door Renée Vonk-Hagtingius

(klik op de foto’s om ze te vergroten)

Vandaag heb ik gedag gezegd tegen mijn schaapjes op het droge. Ze gaan de bergen in, ’s zomers is het hier te warm en valt er niks te grazen. In oktober komen ze weer terug, hoop ik.
’t Is een oer-klassieke schapen- en geitentocht, van de Provence Verte waar ik woon, helemaal naar die kille Alpenbergen. En in het najaar dan weer terug. Dat heet de ‘transhumance’, een kilometertje of 30 per dag tippelen die schaapjes, door dorpen en stadjes waar dan een transhumance-feest gevierd wordt. Ik denk dat die dieren het niks vinden, maar het moderne alternatief, vervoer per vrachtwagen, zou ze nog minder bevallen. Al komt dat wel steeds meer in de mode, vanwege minder gedoe en kosten. Daar gaat weer een traditie, denk ik dan. Maar helemaal ongelijk geven kan ik ze niet.

Debroussaillage bio
Om bij mijn begin te beginnen: een paar jaar geleden had ik ze ineens op het droge, die schaapjes. Op het droog gevallen stuk uiterwaard naast de rivier onder het huis, waar welig gras groeide na de natte winter. Een stuk of driehonderd, zomaar van de andere kant van de rivier overgestoken naar onze achtertuin. We kregen er vijf honden en een herder bij. De laatste was eerst wat schuchter, hij was er niet helemaal zeker van of zijn wollige invasie wel was toegestaan. Maar ik kon hem geruststellen; het verzoek om graasgrond dat ie bij de burgemeester van het dorp had neergelegd had ook ons bereikt, en vanzelfsprekend hadden we ‘ja’ gezegd. Het is nogal een godswonder dat er nog steeds herders met spaarzame kuddes rondtrekken door het Provençaalse platteland dat meer en meer met oprukkende toeristenhordes en villabewoners te maken krijgt.
“Dat het nog kàn!”, was dan ook de eerste reactie toen monsieur le maire vroeg of ons terrein onderaan de rivier eventueel begraasd zou mogen worden, “un debroussaillage bio”, zoals hij het noemde.
“Mais oui, biensûr! Volontiers!”

Besnuffeld en goed bevonden
En zowaar, eind van de dag klingelden de schapen- en geitenbellen vrolijk de openstaande ramen binnen. En ja, dan moet je natuurlijk even kennismaken. We daalden het pad achter het huis af, tot op gepaste afstand van de grazende wolbalen; ik had in de gauwigheid behalve drie bedrijvig rondrennende zwarte honden, twee forse witte patou’s gezien, een beetje afstand bewaren kon geen kwaad. De kranten meldden geregeld over ondoordacht toeristenvolk dat dacht even zo’n schattig lammetje te aaien en er een fikse knauw van zo’n forse hond aan overhield. Deze patou’s kwamen ons meteen afsnuffelen en oordeelden: goed volk! Het werd handen en poten uitwisselen. Tot ze door de herder werden teruggefloten. “Ze zijn aan het werk hoor.” Had ie ook weer gelijk in.
Intussen viel de avond in onze achtertuin en dreven de patou’s de kudde naar de overkant van de rivier waar kennelijk een soort nachtverblijf was. Het klingelde nog lang, tot ook de laatste lammetjes uitgeblaat waren en de padden uit onze paddenpoel het avondconcert overnamen.

“Aqué, menoun!”
Ik liet me de volgende middag, gezeten op een paar rotsblokken in de schaduw van het geboomte en een fles rosé binnen handbereik natuurlijk wel door de herder bijpraten over die transhumance waarvan ik wel gehoord had, maar niet veel wist. Elke dag zo’n 30 kilometer over bergachtig terrein, ik was onder de indruk.
“En hoe gaat dat dan?”
Bij lastige passages, vertelde hij, riep hij “Aqué, menoun!” Leiders, voorop! Dan stelden de rammen en de bokken zich in de voorste gelederen op om te helpen de kudde van schapen en lammeren veilig door de gevaarlijke doorgangen te loodsen. Maar vóór dit alles uit, en pal achter de herder, liep de flocat: de grootste ram van de kudde. Bij het scheren had men bij hem 4 ‘flocs’ (kwastjes haar) op rug, nek en kop laten zitten. Die plukjes lagen in elkaars verlengde en symboliseerden de rechte weg die door de kudde afgelegd moest worden. Zijn aanwezigheid was daardoor bijna sacraal, maar beslist onmisbaar: omdat de flocat de bevelen van zijn herder begreep, was deze ram voor de hele kudde een belangrijk oriëntatiepunt bij de ‘mounta’ (de weg omhoog) in juni, maar zeker tijdens de ‘devala’ (de afdaling) in oktober, als de smalle paden nat en glibberig waren. Door het zware geluid van zijn halsbel, de ‘redoun’, was hij nog duidelijker te herkennen en onderscheidde hij zich van de rest: de schapen met hun kleine ‘picoun’ en de rammen en bokken met hun çlarin’.

Er werd stofbelasting geheven
Ik schonk nog een glaasje bij en de herder legde uit dat al die ‘sonnailles’ (belletjes) het hem mogelijk maakten om overzicht over de kudde te houden; ze zorgden er ook voor dat adders op tijd wegschoten.
Hij schoot in de lach toen hij zich herinnerde dat hij nog meegemaakt heeft dat hij dat het ‘droit de pulvérage’ moest betalen.
Ik had geen idee, maar uiteindelijk snapte ik dat het om een soort stofbelasting ging. Zo’n langstrekkende kudde deed nogal wat stof opwaaien. Letterlijk. Er moest belasting worden betaald aan de wijnboeren langs de route, het ‘droit de pulvérage’ (een soort ‘stofbelasting’) als de schapen hun planten meer grijs dan groen hadden achtergelaten!

Wegenbouwers avant la lettre
Zoals iedereen weet, klagen boeren altijd. Maar het is dus wel zo dat de herders en hun dieren reeds ver voor het begin van de jaartelling feitelijk al wegenbouwers waren. Door wat nu de transhumance heet, ontstonden paadjes richting de bergen, ’lou carraïres’ in het Provençaals. Het begin van eennetwerk en communicatie tussen de kust en de bergen. Eerst ruzie natuurlijk. De herders en hun kuddes hadden water nodig en dat vond het bergvolk wat teveel gevraagd. Uiteindelijk kwam het tot een deal: als die herders nou bijvoorbeeld vis en fruit meebrachten vanuit de lagere regionen, dan viel er over water en zelfs hutjes te praten, daar hoog in de bergen. De transhumance werd op die manier voor iedereen profijtelijk.

Wachten op de schemering
Het liep tegen half vier en ik vroeg aan de herder of het geen tijd werd om te vertrekken. Nee, legde hij me uit. Om de hitte van de dag te mijden, gaan de herders laat in de middag op pad en wordt het grootste deel van de dagetappe ‘entre chin e lou’ (tussen hond en wolf) afgelegd. Ik begreep hond en wolf wel, maar wat bedoelde hij? Ik weet het nu: de tijdsperiode waarin het verschil tussen beide viervoeters moeilijk te zien is, schemerduister. Het leek me wel poëzie. Toen ik weer thuis was, zocht ik het op. Die uitdrukking staat gewoon in het Franse woordenboek. Weer wat geleerd.

Aan het werk
En nu is het dus wachten op het najaar voor ik ze weer terugzie. Ik hoop dat ze er dan allemaal weer en nóg zijn. Want die wolven? Dat is toch wel een dingetje.
Ik hoop ook dat ze gewoon en traditiegetrouw weer komen lopen, zoals dat in essentie van de transhumance was. Alternatief vervoer kan; al rond 1900 werden hele kuddes in treinen gepropt omdat dat efficiënter zou zijn. Maar (te)veel schapen haalden de eindbestemming niet. Tegenwoordig worden ze vaak per vrachtwagen vervoerd. Kan, voor de grotere ‘troupeaux’ van de welgedane schapenboeren.
“Nee, nee”, zei mijn herder. “Veel te duur. En te dieronvriendelijk.”
Hij gaat te voet, met de bescheiden kudde die hem toevertrouwd en toegenegen is. Wel samen met zijn zoon/hulpje in een geel hesje en met een zwaailicht op het bescheiden volgcamionnetje dat de leeftocht en de slaapzakken voor onderweg meeneemt.
Hij wilde niet nog een glaasje: “On se verra en automne.”
Hij hief een hand en verdween in het tweeduuster van het uur van de wolf. De honden zagen ook af van nog een poot of aai. Ze wisten: ‘au boulot’, aan het werk. C’est l’heure.

1 reactie op “De transhumance: erfgoed van de Provence”

  1. Rietje Maria Vonk

    Erg leuk verhaal!
    Ik heb ook veel tochten “en Provence” beschreven. Wij hebben niet alleen onze naam gemeen, maar ook het beroep. “Dank zij” (nou ja) mijn leeftijd ben ik nu journaliste honoraire.
    A bientôt?
    Rietje Maria Vonk

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Of reageer met je Facebook account

Scroll naar top