Home



Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland en België verkrijgbaar zijn, te maken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Ik overdrijf misschien, maar ik geloof dat er in heel Zuid-Frankrijk geen gezin en ook geen restaurant te vinden is waar géén eigen variant van ‘bourride’ met enige regelmaat op tafel komt. Volgens mij zijn er van die soep in de in de Provence net zoveel varianten als zonuren, en dat zijn er nogal wat: tegen de 3000 op jaarbasis. En nu het eindelijk een beetje lijkt te gaan zomeren vind ik een mooi-weer-soep wel op z’n plaats. ’t Is een licht verteerbare soep ook, geen dikke winterbrij waarbij je volautomatisch visioenen krijgt van Friese doorlopers en Noorse kabeltruien. Nee, deze soep is vrolijk zomers en toch voedzaam genoeg om voor een hele maaltijd door te kunnen gaan. Volgens de overlevering stamt de bourride nog uit de tijd van de Feniciërs; antieke Grieken die in 600 voor Christus naar de Provence kwamen en er de havenplaats Massalia stichtten, het huidige Marseille. Die Grieken brachten trouwens ook de eerste wijnstokken mee waardoor Frankrijk het wijnland werd dat het nu is. Er ging dan ook logischerwijs een ferme plas wijn in de bourride, maar het waren eeuwen later de vissers van Marseille die er ook een glaasje pastis in kieperden. Dat doen de Marseillais nog steeds, en dat moet dan ook nog eens per se een glaasje Pastis de Marseille zijn, maar dat vind ik onzin; alle pastis (Ricard, Pernod, 51, of een van al die andere lokale merken) is goed. Probeer het maar eens. Maar geef er wel een mooi glas Provençaalse rosé naast.

Ingrediënten:
1 kilo filets van verse witvis (baars, brasem, zeeduivel, wijting, heilbot, zonnevis, tarbot, kabeljauw enz.)
koppen en graten voor de bouillon, of een kant-en-klare visfond
12 grote garnalen of rivierkreeftjes
1 grote ui
2 preitjes
1 winterwortel, of vier ‘gewone’
8 tenen knoflook
½ l droge witte wijn
½ l water
1 grote schoongeboende sinaasappelschil
3 takjes tijm
half bosje peterselie
2 laurierbladeren
1 borrelglaasje pastis
peper en zout
3 eierdooiers
olijfolie

Bereiding:
Vraag aan de visboer om de vissen te ontschubben en te fileren als dat nog nodig is. Vraag hem meteen om voldoende graten en vissenkoppen om een liter bouillon van te trekken.
Breng wijn en water in een ruime pan aan de kook. Doe de koppen en graten, plus de sinaasappelschil erbij en laat een uurtje op laag vuur trekken. Giet daarna de bouillon door een zeef in een kom en doe ‘m terug in de pan. Gooi graten en koppen weg.
Bij gebruik van een visfond, de wijn met de fond vermengen (eventueel met water erbij; zie de aanwijzingen op de verpakking) en even door laten koken.
Pel en snipper intussen de ui. Haal het donkere groen, plus het kontje en het buitenblad van de preitjes en snij ze in ringetjes. Pel de knoflooktenen. Schil de wortel en snij in plakjes. Hak de peterselie grof op een paar takjes na.
Voeg alle ingrediënten toe aan de bouillon, behalve het glaasje pastis, de vis en schaaldieren, en hou een paar takjes peterselie en 4 tenen knoflook apart. De andere 4 tenen boven de bouillon uitknijpen.
Laat de bouillon nog circa 20 minuten doorpruttelen, voeg dan de vis en de garnalen of rivierkreeftjes toe en laat alles nog een minuut of tien mee pruttelen. Draai het vuur uit, schep de vis en de schaaldieren uit de pan, doe ze over in een vuurvaste schaal en hou ze warm in de oven op de laagste stand. Breng de bouillon op smaak met peper en zout en laat afkoelen tot matig warm.
Scheidt de eieren. Pers de achtergehouden tenen knoflook uit boven een kom en voeg de eierdooiers plus wat peper en zout toe. Klop of mix de dooiers los, en giet er beetje bij beetje kleine scheutjes olijfolie bij, tot er een dikke mayonaise ontstaat. Voeg daarna net zo lang een soeplepel van de warme bouillon toe tot de mayonaise een soepele crème geworden is. Giet deze al roerend, scheutje voor scheutje, terug in de pan met bouillon zodat de soep mooi gebonden wordt. Verwarm de soep weer tegen de kook aan, en draai het vuur uit. Roer er dan pas het glaasje pastis door.
Verdeel de vis over vier borden en giet er een flinke plas soep omheen. Bestrooi met fijngehakte peterselie. Geef er stokbrood bij, en dat mooie glas Provençaalse rosé.

 

Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland en België verkrijgbaar zijn, te maken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Avocado’s in de aanbieding dus ik dacht, inslaan. Hier op de marché kun je ze krijgen in diverse gradaties van rijpheid, maar ik vond mûr (rijp) wel een logische keuze want uit ervaring weet ik dat niet-zo-rijp doorgaans resulteert in een bordje hardgroen ongenoegen, en als je ze even laat liggen in een hoopje bruine rottigheid. Goed gegokt dit keer, want het supergezonde fruit (barstenvol vitaminen in alle soorten en maten, eiwitten, proteïnen, mineralen, vetten en god mag weten wat nog meer) waren perfect eetrijp en lieten zich voorbeeldig manipuleren tot een smakelijk voorgerecht dat ook nog eens appetijtelijk oogde. Maar ja, dat was gisteren. En intussen liggen de overgebleven avocado’s razendsnel verder te rijpen. Misschien moet ik er maar niet zo Provençaalse guacamole (avocado, citroensap, peper, zout) van maken. Maar ja, dat Mexicaanse mixje vind ik eigenlijk niet zo lekker. Daar denken we dus nog even over na. Intussen doen we dit voorgerecht. Kan ook als lunchhapje trouwens, en past perfect in de afvalaanloop naar het komende bikinitijdperk.

Ingrediënten:
2 rijpe avocado’s
1 blikje zalm (100 gram uitlekgewicht)
2 rijpe tomaten
1 handje stevige sla (roquette, ijsberg, o.i.d.)
1 eetlepel kappetjes
1 citroen

Voor de mayonaise:
2 eierdooiers
1 eetlepel mosterd
6 eetlepels olijfolie
1 eetlepel ciderazijn (maar andere mag ook hoor)
1 eetlepel cognac
1 eetlepel ketchup
zout en peper uit de molen

Bereiding:
Doe de eierdooiers, de mosterd en de azijn in een kom, voeg wat zout en een draai of twee uit de pepermolen toe en meng alles even door elkaar. Zet de mixer erop en giet beetje bij beetje de olijfolie erbij tot er een stevige mayonaise ontstaat. Giet er meer olijfolie bij als de saus niet dik genoeg wordt: hoe meer olijfolie, des te dikker de mayonaise, maar maak het niet te gek.
Doe er de cognac en de ketchup bij en roer die erdoor, niet meer mixen.
Snij de avocado’s in de lengte doormidden tot je op de pit stuit, draai de twee helften even in tegengestelde richting zodat ze los van elkaar komen; zet een vork in de pit en wip ‘m eruit.
Pers een helft van de citroen uit, snij de andere helft in 4 partjes en bewaar die.
Bedruppel de avocado-helften met citroensap.
Was de sla en snij die in reepjes.
Snij de tomaten in vieren, haal het kroontje en de zaadlijsten eruit en snij het vruchtvlees in blokjes.
Laat de zalm uitlekken in een zeef of vergiet. Prak de vis los met een vork.
Meng de zalm, de sla, de tomaat en de kappertjes door de saus, doe er eventueel nog wat zout of peper bij.
Verdeel de halve avocado’s over de borden, vul ze ruimhartig op met de zalmsaus – een kop erop mag best. Leg er een partje citroen naast en geef er stokbrood en een glaasje rosé bij.

 

Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland en België verkrijgbaar zijn, te maken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Bevrijdingsdag in Nederland, maar vanmorgen op het caféterras leek het wel of Holland dat massaal hier is komen vieren. Tikje uitbundig ook, met nogal veel blote bloesjes, korte broeken en teenslippers die niet echt door de temperatuur werden gerechtvaardigd; zowel de kroegbazin als ik gingen in warme wol gekleed. “Landgenoten?” vroeg ze. Hollanders zijn net zo herkenbaar op een Zuid-Frans terras als hun Volvo stationcar naast de boulesbaan. Ik knikte bedremmeld en dook in m’n glas rosé. “Hm, zou je niet zeggen”, lachte ze met een knipoog. Ik besloot het als een compliment op te vatten. En vroeg me intussen af wat die Nederlanders vanavond zouden doen, als in het vaderland het feestgedruis losbarst, en er maar liefst 14 (!) bevrijdingsfestivals plaatsgrijpen waarvan er zoveel mogelijk door bevrijdingsambassadeurs (ik begrijp dat dat dit jaar De Jeugd van Tegenwoordig en De Staat zijn) per helikopter worden langsgevlogen voor een flitsoptreden. En dat het Metropole Orkest is uitverkoren voor het officiële 5-meiconcert op de Amstel. Dat ken ik. Althans Bas van Otterloo, de muziekregisseur van het orkest, en diens echtgenote Katelijne, een prettige jazz-zangeres. Ook ontmoet op een terras, in m’n vorige dorp, aardige mensen, haar CD Cat’s Tale die ze me toen gaf draai ik nog steeds: zij zingt, Bas speelt er bas bij. Hij is de zoon van de helaas veel te jong overleden componist/dirigent Rogier van Otterloo die van 1980-1987 het Metropole Orkest dirigeerde; inderdaad, die van de muziek van Soldaat van Oranje, die vanavond op dat 5-meiconcert wordt uitgevoerd. En zo is het kringetje rond, bedacht ik. Ga ik beslist op tv bekijken, vanavond. Maar ja, dat concert begint al om half negen, dus amper tijd om fatsoenlijk te koken. Bon, bordje pasta op schoot dan maar. Snel klaar, en daarom ook heel bevrijdend.

Ingrediënten:
250 gram penne (of andere pasta)
1 kuipje verse geitenkaas (chavroux bijv.)
1 blikje gepelde tomaten (200 gram uitlekgewicht)
2 verse tomaten
½ bosje verse basilicum
2 teentjes knoflook
sap van ½ citroen
olijfolie
peper uit de molen

Bereiding:
Pel de knoflooktenen.
Snij de basilicumblaadjes in reepjes.
Snij de verse tomaten in vieren, haal de harde kern en de zaadlijsten eruit en snij het vruchtvlees in blokjes.
Laat de bliktomaten uitlekken in een vergiet (druk ze even lichtjes aan om het overtollige vocht eruit te krijgen) en snij ze in stukjes.
Pers de halve citroen uit.
Kook de pasta beetgaar, laat uitlekken in een vergiet (niet afspoelen), doe terug in de pan en zet die op heel laag vuur. Knijp de knoflookteentjes er boven uit, giet er een flinke scheut olijfolie overheen en meng alles door elkaar.
Roer er de gepelde tomaten doorheen en de verse geitenkaas. Laat alles goed doorwarmen maar pas op dat het niet aanbrandt.
Doe er de verse tomatenblokjes, de basilicum, het citroensap en een paar draaien uit de pepermolen bij, schep nog even om en serveer meteen.
Natúúrlijk hoort daar een mooi glas rosé bij.

 

Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland en België verkrijgbaar zijn, te maken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Ik leen wel eens vaker een receptje bij de Italiaanse buren van net over de grens als het om lekker eten gaat, dus stond er gisteren onvervalste Spaghetti Aglio e Olio op het lunchmenu. Hier in de Provence overigens beter bekend als Spaghettata. Terwijl ik opzocht op internet waar dat nou vandaan kwam, stuitte ik op een eethuisje dat zo heet. In Rotterdam! Je hebt je hielen nog niet gelicht of ze gaan daar ook ineens Zuid-Frankrijkje spelen, zelfs die pasta staat op het menu! Maar goed, spaghettata schijnt oorspronkelijk uit Napels te komen en betekent zo iets als ‘maaltje spaghetti’. Armeluis’ voedsel, want als je niks had, had je altijd nog wel wat pasta, knoflook, olie, zout & peper in huis. Maar ja, als je wat méér in huis hebt, ga je optutten. En dat doen ze hier in de buurt dan ook volop; er wordt dus van alles en nog wat aan die basispasta toegevoegd. Ik hou het liever bij de oervorm: dunne spaghetti met knoflook, olijfolie en een pepertje. Nou ja, met een béétje variatie dan; ik gebruik liever sambal in plaats van een fijngesneden pepertje (ik hou niet zo van een heel reepje peper in de bakkes), basilicum (in plaats van peterselie) vind ik smaakrijker, een schep zeezout vervang ik liever door wat groentenbouillon, tomatenblokjes maken het net wat vrolijker, en geraspte parmesan vind ik gewoon lekker. Spaghettata di casa mia dus! Moet kunnen.

Ingrediënten:
400 gram spaghetti
4 tenen knoflook
1 uitje
½ bosje basilicum (platte peterselie mag ook)
4 grote tomaten (blikje gepelde mag ook)
likje sambal (of een ragfijn gesneden pepertje)
½ groentenbouilllontablet
eventueel wat zout
olijfolie
geraspe parmesan

Bereiding:
Pel de knoflooktenen, pel en snipper het uitje.
Snij de basilicum (of peterselie) fijn.
Snij de tomaten in vieren, haal de harde kroontjes en de zaadlijsten eruit, snij het vruchtvlees in blokjes. (Of laat de bliktomaten uitlekken in een vergiet en snij die in blokjes.)
Kook de pasta in ruim water met een flinke scheut olijfolie beetgaar.
Verhit intussen een scheut olijfolie in een koekenpan, doe er het gesnipperde uitje en de uitgeperste knoflooktenen bij en laat op zacht vuur onder af en toe omroeren een paar minuten pruttelen. Verkruimel er de ½ groentenbouillontablet bij, voeg een likje sambal (of dat pepertje) toe, plus de tomatenblokjes, roer alles door elkaar en laat nog een minuutje doorwarmen. Eventueel wat sambal en/of wat zout toevoegen als de saus te flauw is. Draai het vuur uit.
Giet de gare pasta af in een vergiet (niet afspoelen!), schudt een paar keer om en doe over in een ruime kom. Voeg de saus plus de basilicum toe, schep alles om en verdeel over de borden. Bestrooi met geraspte parmesan.
Geef er een salade plus stokbrood en uiteraard een glaasje rosé bij.
Tip: voor een uitgebreidere maaltijd kun je er ook wat gegrilleerde (of gebakken) garnalen of kipsnippers bij geven.

schermafbeelding-2017-01-20-om-16-12-47

 

Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland en België verkrijgbaar zijn, te maken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

En ik dacht nog zo dat we mooi weggekomen waren met die bevroren waterleiding. Goed, het stervenskoud gehad, maar geen lichamelijke ‘vervolgschade’ zullen we maar zeggen. Had je gedacht. Gisteren begon het, met een hinderlijk hoestje. Beetje rillerig ook, wat verdachte blosjes op de wangen, maar niks ernstigs. Dus gewoon de eetafspraak van die avond door laten gaan. We troffen elkaar een dorp verder in een ijzig café waar ook de blauwig flikkerende tl-buizen niet echt bijdroegen aan een behaaglijke uitstraling. Maar de bediening was warm en het gezelschap aangenaam. Al helemaal toen onze vriend vertelde dat hij net uit Nederland was ingevlogen en bij het openen van de deur van zijn tweede woning tot aan z’n enkels in het nat stond. Terwijl het water gestaag door het plafond naar beneden regende had hij uitzicht op een totaal vernield interieur: kapot gevroren waterleiding. Dat laatste schiep een band. Al snapte de echtgenoot niet hoe iemand daar zo ijzingwekkend kalm onder kon blijven en gewoon op een best uitstelbare eetafspraak kwam opdagen.
“Ach”, zei de vriend ‘cool’: “we hebben al zoveel meegemaakt, dit lossen we ook wel weer op. Kom, we gaan een hapje eten.”
Het werd een pizzeria, alweer een dorp verderop, waar het gelukkig wel warm was. En knus, en gezellig, dus werd het vanzelf een latertje. Maar toen moest de vriend toch echt weg. Hij sliep in een hotel: “thuis is ook de beddenboel zeik, maar dat ga ik morgenochtend meteen aanpakken”. Dus stond hij vandaag al om zeven uur ’s ochtends te waterstofzuigen. En ik stond vandaag een uurtje later op, met stramme botten en een snotneus. Het zou toch niet? Ja, er heerst al tijden een griepepidemie en ja, al die kou hakte er ook in.
Maar zo’n opkomend griepje valt best te bestrijden. Met een lekker pittig lunchhapje bijvoorbeeld. Een hete tortilla leek me wel wat. Hij viel een beetje erg heet uit, iets te scheutig met de chilisaus geweest. Er moest de rest van de middag bluswater bij. En ik snotter nog steeds. De echtgenoot beweert nergens last van te hebben. Maar kijk toch maar een beetje uit met die pittige saus: liever een drupje dan en scheut.

Ingrediënten:
6 eieren
200 gram gekookte garnaaltjes (petits gris)
50 gram kappertjes
1 eetlepel herbes de Provence
1 ui
2 tenen knoflook
sap van een ½ citroen
2 eetlepels olijfolie
drupje tabasco of chilisaus
zout

Bereiding:
Pel en snipper de ui, pel de knoflooktenen.
Pers de halve citroen uit.
Laat de kappertjes uitlekken.
Verwarm de oven voor op 240 graden.
Doe de garnaaltjes, de kappertjes, en de herbes de Provence in een kom, giet het citroensap erbij, plus een drupje tabasco of chilisaus. Meng alles door elkaar en laat een half uurtje marineren.
Verhit intussen de olijfolie in een koekenpan en fruit de ui erin aan. Knijp de knoflook er boven uit en laat alles op laag vuur een paar minuutjes sudderen.
Klop de eieren met wat zout los in een andere kom en doe de garnalen – met marinade en al – erbij. Giet het mengsel bij de uien in de pan en roer alles goed door elkaar; proef op smaak en voeg eventueel nog wat tabasco/chili en/of zout toe. Als het ei begint te stollen, de massa overdoen in een ingevette bakvorm. Zet die in het midden van de voorverwarmde oven en laat de tortilla gaar en goudbruin worden; duurt een minuutje of twintig. Steek er een prikker in om te zien of ook de binnenkant gaar is (de prikker moet er droog uitkomen, zonder aankleefsels), anders nog even laten garen.
Laat de vorm wat afkoelen, keer ‘m om op een snijplank en verdeel de tortilla in punten.
Geef er een salade, stokbrood en een glaasje rood bij.

schermafbeelding-2016-12-30-om-12-51-51

 

Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland en België verkrijgbaar zijn, te maken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

De laatste dag van het jaar, druk druk. Alles staat in het teken van de avond, en wie denkt er nou helemaal aan de lunch? O ja, die hadden we ook nog. En als je straks nog even móet, dan kan een hapje zo halverwege de dag je nou net de basis geven om nog een tijdje door te kunnen. Worstelend met oliebollenbeslag, aanmodderend met appelbeignets. Of druk in de weer met een klassieke zalmsalade, je geestelijk voorbereidend op het openslopen van oesters…
Rustpuntje dus. Met een snelle hap waarmee je halverwege de dag weer even op krachten kunt komen. Niks ingewikkelds, maar wel een snelle ‘powerboost’.
Dus gewoon genieten van een relaxte lunch en rustig doorademen. Komt die hele jaarwisseling helemaal vanzelf goed.

Ingrediënten:
1 bakje (kastanje)champignons
1 bosje peterselie
1 teen knoflook
4 eieren
witte wijn
olijfolie
truffelolie
zout en zwarte peper uit de molen

Bereiding:
Spoel de champignons af, snij het onderste stukje van de voetjes en hak ze grof.
Hak de peterselie fijn, gooi de dikste stelen weg.
Pel de knoflookteen.
Verhit een scheutje olijfolie in een ruime koekenpan.
Doe er de peterselie bij en laat even aansmoren.
Voeg de champignons toe, roer om en giet er een ferme scheut witte wijn bij. Laat ze stoven tot ze beginnen te verkleuren.
Knijp de knoflook uit de knijper er over uit, voeg zout en peper naar smaak toe en roer alles nog eens door elkaar, laat nog een minuutje doorstoven.
Breek de eieren, elk in een ‘hoekje’ van de pan, en laat alles op laag vuur sudderen tot de eieren beginnen te stollen.
Druppel er in de warme pan wat truffelolie overheen.
Verdeel alles over de borden en probeer de eieren heel te houden; iedereen mag op z’n eigen bord de boel verder door elkaar husselen.
Geef er sneden geroosterd boerenrood bij. En een glaasje stevig rood.
Bon app! Bonne année!

schermafbeelding-2016-10-14-om-18-19-11

Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland en België verkrijgbaar zijn, te maken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

De lunch is op z’n retour. Kennelijk trekken we in Frankrijk gemiddeld nog maar 40 minuten uit voor het déjeuner. In mijn begintijd, zo’n kwart eeuw geleden, praatte je nog over een úúr en 40 minuten. Minimaal, kon best eens uitlopen. Oók – of misschien wel juist – als het een werklunch betrof. Toen ik vele jaren geleden tot emigratie besloot, was het vooruitzicht op lange lunches beslist een mede-bepalend gegeven. Het kleffe-kaaskadetje-met-mokje-melk in de bedrijfskantine van mijn toenmalige werkgever hielp ook. Ik gruw nog steeds bij die gedachte. En ik kan niet snel genoeg een glaasje druivennat bij mijn middagbordje intappen om dat doembeeld weg te spoelen. Dat lukt steeds minder, nu ook in Frankrijk de dagelijkse lunch meer en meer wordt afgewaardeerd.
Volgens het Insée is de klassieke Franse lunch het slachtoffer van de nieuwe tijd. In de grote stad wordt al ongeveer de helft van de lunches weggesnackt. De andere helft wordt nog wel in een restaurant verorberd. Wat voor restaurant staat er niet bij. En ik vind een McDo geen restaurant, da’s gewoon een snackbar. Al kun je er in Frankrijk blijkbaar wel een glas wijn bij je bordkartonnen hamburger krijgen. Bij de grote stad een eind verderop zit aan de ‘departementale’ zo´n filiaal. Altijd een bomvol parkeerterrein. Met de traditionele Provençaalse adresjes in de buurt gaat het minder jofel.
En de snackterreur gaat verder: men eet op straat. Lopend. Echt, ik gun iedereen zijn eetplezier. Maar waarom moet ik dat van mensen die ik niet eens ken, op straat meebeleven? Er zijn mooie termen voor die (door)lopende catering gevonden: ´la cuisine de la rue´, ´restauration nomade´, ´pause déjeuner’, ‘voyage gustatif´. Briljant bedacht. Maar ondertussen blijft ik het onaangenaam vinden, dat gefourageer op straat, die onverwachte confrontatie met malende kaken, stinkende snacks en volvette bekken. Eten doe je thuis, of in een daartoe bedoelde eetgelegenheid. Dat is beter voor de middenstand, dat is beter voor mij, en voor al die anderen die er ook niet van gediend zijn om tegen zo’n ongegeneerd malende broodmolen op te lopen. Kwestie van beschaving.
Maar trek in een snack heb ik – net als iedereen – ook weleens. Dan maak ik ‘m zelf. Zoals een hamburger met alles erop en eraan, en een Italiaanse twist. Netjes geserveerd op de (tuin)tafel, met bestek, servet en een smaakvol glaasje wijn erbij. Zal wel weer hopeloos ouderwetsch zijn, maar het bevalt uitstekend.

Ingrediënten:
4 stevige ronde broodjes
400 gram mager rundergehakt
1 teen knoflook
1 bolletje mozzarella
4 plakjes comté
2 eetlepels balsamico-azijn
30 cl coulis de tomates (tomatensaus)
12 blaadjes verse basilicum
1 grote tomaat
handje zwarte olijven zonder pit
peper en zout
olijfolie

Bereiding:
Snij de basilicumblaadjes in reepjes, pel de knoflookteen.
Kaal kop en kont van de tomaat en snij de rest in vier plakken.
Snij het mozzarellabolletje in vier plakken.
Snij de olijven in ringetjes.
Verdeel het gehakt in vier porties, maak er ballen van en druk die plat tot hamburgerniveau.
Maak een saus door de tomatencoulis met de balsamicoazijn, de fijngesneden basilicumblaadjes, de uitgeperste knoflookteen en wat peper en zout in een kom te vermengen.
Verwarm de oven voor op 180 graden.
Verhit een scheut olijfolie in een koekenpan en bak de hamburgers er op hoog vuur in aan; eerst zo’n 3 minuten aan de ene kant, dan omdraaien, er een plak mozzarella op leggen en nog eens 3 minuten laten bakken.
Snij intussen de broodjes doormidden en leg ze met de open kant op een bakblik zo’n 3 minuten in het midden van de voorverwarmde oven; de open kanten moeten net een beetje beginnen te verkleuren, maar laat ze niet aanbranden! Haal ze uit de oven en leg de onderste helften van de broodjes op de borden. Bedek ze met een plak comté. Leg daar de hamburger met de (inmiddels gesmolten) mozzarella op, bestrooi ze met de olijvenringetjes, leg er een plak tomaat bovenop, schep er ruimhartig de tomatensaus overheen, en dek af met de andere broodjeshelften.
Geef er een groene salade bij, plus vanzelfsprekend een onontbeerlijk glaasje wijn.