Home

 

Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland en België verkrijgbaar zijn, te maken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Bevrijdingsdag in Nederland, maar vanmorgen op het caféterras leek het wel of Holland dat massaal hier is komen vieren. Tikje uitbundig ook, met nogal veel blote bloesjes, korte broeken en teenslippers die niet echt door de temperatuur werden gerechtvaardigd; zowel de kroegbazin als ik gingen in warme wol gekleed. “Landgenoten?” vroeg ze. Hollanders zijn net zo herkenbaar op een Zuid-Frans terras als hun Volvo stationcar naast de boulesbaan. Ik knikte bedremmeld en dook in m’n glas rosé. “Hm, zou je niet zeggen”, lachte ze met een knipoog. Ik besloot het als een compliment op te vatten. En vroeg me intussen af wat die Nederlanders vanavond zouden doen, als in het vaderland het feestgedruis losbarst, en er maar liefst 14 (!) bevrijdingsfestivals plaatsgrijpen waarvan er zoveel mogelijk door bevrijdingsambassadeurs (ik begrijp dat dat dit jaar De Jeugd van Tegenwoordig en De Staat zijn) per helikopter worden langsgevlogen voor een flitsoptreden. En dat het Metropole Orkest is uitverkoren voor het officiële 5-meiconcert op de Amstel. Dat ken ik. Althans Bas van Otterloo, de muziekregisseur van het orkest, en diens echtgenote Katelijne, een prettige jazz-zangeres. Ook ontmoet op een terras, in m’n vorige dorp, aardige mensen, haar CD Cat’s Tale die ze me toen gaf draai ik nog steeds: zij zingt, Bas speelt er bas bij. Hij is de zoon van de helaas veel te jong overleden componist/dirigent Rogier van Otterloo die van 1980-1987 het Metropole Orkest dirigeerde; inderdaad, die van de muziek van Soldaat van Oranje, die vanavond op dat 5-meiconcert wordt uitgevoerd. En zo is het kringetje rond, bedacht ik. Ga ik beslist op tv bekijken, vanavond. Maar ja, dat concert begint al om half negen, dus amper tijd om fatsoenlijk te koken. Bon, bordje pasta op schoot dan maar. Snel klaar, en daarom ook heel bevrijdend.

Ingrediënten:
250 gram penne (of andere pasta)
1 kuipje verse geitenkaas (chavroux bijv.)
1 blikje gepelde tomaten (200 gram uitlekgewicht)
2 verse tomaten
½ bosje verse basilicum
2 teentjes knoflook
sap van ½ citroen
olijfolie
peper uit de molen

Bereiding:
Pel de knoflooktenen.
Snij de basilicumblaadjes in reepjes.
Snij de verse tomaten in vieren, haal de harde kern en de zaadlijsten eruit en snij het vruchtvlees in blokjes.
Laat de bliktomaten uitlekken in een vergiet (druk ze even lichtjes aan om het overtollige vocht eruit te krijgen) en snij ze in stukjes.
Pers de halve citroen uit.
Kook de pasta beetgaar, laat uitlekken in een vergiet (niet afspoelen), doe terug in de pan en zet die op heel laag vuur. Knijp de knoflookteentjes er boven uit, giet er een flinke scheut olijfolie overheen en meng alles door elkaar.
Roer er de gepelde tomaten doorheen en de verse geitenkaas. Laat alles goed doorwarmen maar pas op dat het niet aanbrandt.
Doe er de verse tomatenblokjes, de basilicum, het citroensap en een paar draaien uit de pepermolen bij, schep nog even om en serveer meteen.
Natúúrlijk hoort daar een mooi glas rosé bij.

Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland en België verkrijgbaar zijn, te maken. Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Dit weekeinde sluiten zo’n beetje alle skistations hier in de Alpes-du-Sud, maar dat betekent niet dat het er echt warmer op wordt. Jawel, we hebben een tijdje lekker weer gehad, maar deze week sloeg de kou ineens weer genadeloos toe en was het afgelopen met de buitenlunch. Nachtvorst, ijzige mistral, dat werk. En als verzuiderlijkte noorderling trok ik meteen m’n schippestrui, dikke duffel en dubbele wintersokken weer uit de kast. Evengoed loop ik te rillen, en heb ik meteen geen trek meer in zonnige zomerslaatjes en lichte hapjesniemendalletjes. Ferme kost moet het zijn, troosteten voor gevorderden. Maar ook weer geen stugge winterstoemp, ik ben al depri genoeg. Een tartifle dus. Klinkt fleurig, smaakt smeuïg en kan het sombere gemoed weer een ‘boost’ geven. Een ovenschotel met aardappel, kaas, en uien waarvan de Savoyars zeggen dat ze ‘m hebben uitgevonden, maar hier de Provence weten we wel beter; het waren de Romeinen, die hebben ook hier flink lang rondgehangen en aardig wat recepten rondgestrooid. In de Savoie noemen ze het een tartiflette (aardappel in het arpitan-dialect dat ze daar spraken), en stoppen ze er de plaatselijke reblochon in. Wij noemen ‘m tartifle (naar tartiflâ, uit het arpitan dat ze hier in de Provence spraken) en maken hem liever met Italiaanse gorgonzola. En niks geen spekjes: kipreepjes. Maar wie liever vegetarisch wil laat ze er gewoon helemaal uit. En champignons, en peterselie, en knoflook. En vanzelfsprekend komt er geen boter aan te pas, maar olijfolie. Als je daar niet warm van wordt …

Ingrediënten:
2 grote kipfilets
250 gram (kastanje)champignons
½ bosje platte peterselie
4 aardappelen
2 uien
2 tenen knoflook
200 gram gorgonzola
1 dl room
1 dl witte wijn
olijfolie
zout en zwarte peper uit de molen

Bereiding:
Schil de aardappels en kook ze halfgaar in ruim water met wat zout. Laat ze afkoelen en snij ze in plakken.
Snij intussen de kipfilet in reepjes.
Snij de champignons in plakjes.
Pel en snipper de ui, pel de knoflooktenen.
Hak de peterselie grof.
Snij de gorgonzola in blokjes.
Verwarm de oven voor op 180°C.
Verhit een scheut olijfolie in een ruime koekenpan en bak de kipreepjes er snel in aan, af en toe omroeren zodat ze aan alle kanten bruin worden.
Doe de ui erbij en bak die nog een paar minuten mee, voeg de champignons toe.
Knijp de knoflooktenen er over uit, roer door, laat alles nog even sudderen en draai het vuur uit.
Vet een ovenvaste schaal in en verdeel de helft van de aardappelschijfjes over de bodem. Bestrooi ze met wat peper en zout.
Verdeel de kip/ui/champignonmassa over de aardappellaag, bestrooi met peterselie en leg de resterende aardappelschijfjes daar weer bovenop.
Verdeel de stukjes gorgonzola over de aardappels, meng de wijn en room in een kommetje door elkaar en giet dat gelijkmatig over alles heen.
Laat de schotel in zo’n 30-35 minuten in het midden van de voorverwarmde oven gaar worden.
Stokbroodje erbij, iets van een salade voor de frissigheid, en een lekker glaasje fruitig rood.

Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland en België verkrijgbaar zijn, te maken. Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Tja, dat gaat dus niet meer hè, een lamsbout in de oven schuiven voor Pasen. Niet als dat lammetje net nog aan je vingers heeft gelikt in je eigen achtertuin (lees hier) om daarna in totale onwetendheid van het hele Paasgebeuren dartel weg te huppelen naar nog zo’n stelletje wolbalen in wording. Je zou er vegetarisch van worden. In elk geval voor mij geen Paasbout dit weekeinde. En dus ook geen bijbehorend recept. In plaats daarvan wordt het een brioche, ook heel Pasig en heel smakelijk om de dag mee te beginnen. Een soort van zoet broodje met een gekookt ei in het midden, je zou het een alternatief eierdopje kunnen noemen dat je samen met je ochtendeitje opeet. In de oorspronkelijke versie uit Nice – Lou Chaudèu – die stamt uit de Middeleeuwen, worden die eieren gekookt in water met diverse kleur-gevers (spinazie voor groen, bieten voor rood, uien met saffraan voor geel enz.) en gaan ze mee de oven in. Tegenwoordig wordt er voedselverf voor gebruikt. Vind ik helemaal niks. Ik bak liever de broches zònder, en kook de eieren apart (hard of zacht, naar ieders wens) en zonder kleurtje, dat doorgaans niet tot de schaal beperkt blijft maar ook het eiwit mee ‘verft’ en afgeeft op het briochebrood.

Ingrediënten:
600 gram bloem
100 gram suiker
75 gram boter op kamertemperatuur
1 zakje korrelgist
20 cl lauwe melk
3 eetlepels eau de fleur d’oranger (oranjebloesemwater)
2 losgeklopte eieren
1 snufje zout
1 ei, losgeklopt met 1 eetlepel water
6 eieren
ahornsiroop (of andere siroop)
gekleurde hagelslag o.i.d.
olijfolie

Bereiding:
Meng in een ruime kom de bloem, de gist, de lauwe melk, het oranjebloesemwater, de boter, de 2 losgeklopte eieren, de suiker en een snufje zout door elkaar. Kneed het mengsel tot een stevige deegbal die niet meer aan de vingers blijft plakken.
Vet en tweede kom in met wat olijfolie, leg het deeg erin, dek de kom af met een theedoek en laat het een uur rusten.
Kneed het deeg opnieuw en verdeel het in 12 gelijke stukken, rol die uit tot ‘knakworstjes’dikte, en vlecht ze twee aan twee aan elkaar. Plak de uiteinden aan elkaar vast, zodat je een rondje krijgt; zeg maar, een gevlochten doughnut met zo’n gat in het midden.
Vet een bakblik in, of bedek het met bakpapier.
Leg de deegrondjes erop, bedek ze met de theedoek en laat ze nog een uurtje rijzen.
Verhit de oven voor op 180 graden.
Bestrijk de deegrondjes met losgeklopt ei, zet de bakplaat in het midden van de voorverwarmde oven en laat de brioches in 20-25 minuten goudbruin en gaar worden.
Haal ze uit de oven, leg ze op een rooster, bestrijk ze met wat siroop en strooi er wat gekleurde hagelslag, amandelschaafsel, of andere decoratie over en laat ze verder afkoelen.
Kook intussen de eieren op de gewenste gaarte, leg in het midden van elk van de brioches een ei en serveer meteen.

Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland en België verkrijgbaar zijn, te maken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Ik ben niet in vorm; griep, al dagen. En dan ben ik blij dat de echtgenoot niet te beroerd is om z’n eigen potje bij elkaar te koken, hoewel ie zelf nog maar net uitgesnotterd is. Dus onder het genot van een glaasje marc de Provence namen we de mogelijkheden door.
“Jouw gehaktballetjes uit de diepvries” vond hij wel een goed idee. “Dan kook ik daar wat sperziebonen bij, beetje van die tomatensaus van jou eroverheen die nog in de koelkast staat, klaar!”
“Biss je dniks?”, snufte ik betraand. “Basta, blijst, aarples, iets vastigs.”
“Vadsigs?” klonk het beledigd, maar het kwartje viel en zo stond hij even later verwoed rauwe aardappels te raspen. “Rösti”, herinnerde hij zich uit een Zwitserse ski-vakantie van ver voor mijn tijd.
“Dhroge zooi, mbakt altijd aan!”, wist ik uit mijn eigen jeugd, toen mijn moeder net ‘avontuurlijk’ begon te koken. “Doe er dan tenbinste een eitje door, voor de smpeuïgheid. Doen ze hier in Frabnkrijk al járen; heet ‘ghalette de bpommes de terre’.”
Na zijn vernietigende blik heb ik me er verder niet mee bemoeid, maar wel genoteerd wat er gebeurde. En afgezien van een overvolle afwasmachine na afloop, kan ik (pardon, kunnen we) terugzien op een geslaagd experiment. Dus ik geef het maar even door. En volgende week ‘mag’ ik vast zelf weer. Chinchin!

Ingrediënten:
4 aardappels
1 ui
2 eierdooiers
lente-uitje of wat peterselie of bieslook
peper en zout

Bereiding:
Pel en snipper de ui. Snij de peterselie of de bieslook fijn.
Schil de aardappels en rasp ze grof.
Meng in een kom de geraspte aardappels, de gesnipperde ui en de eierdooiers door elkaar met peper en zout naar smaak.
Verhit een flinke scheut olijfolie in een ruime koekenpan en verdeel het aardappelmengsel over de bodem.
Laat op laag vuur een minuut of 5-7 bakken en keer de aardappelkoek dan om. Bak nog eens 5-7 minuten aan de andere kant; de koek moet goudbruin en gaar worden.
Strooi er op het laatst het lente-uitje, de peterselie of bieslook over en serveer meteen.
Glaasje erbij naar keuze (nee, ik zeg niet wat ik dronk) en klaar.

 

Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland en België verkrijgbaar zijn, te maken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Ik leen wel eens vaker een receptje bij de Italiaanse buren van net over de grens als het om lekker eten gaat, dus stond er gisteren onvervalste Spaghetti Aglio e Olio op het lunchmenu. Hier in de Provence overigens beter bekend als Spaghettata. Terwijl ik opzocht op internet waar dat nou vandaan kwam, stuitte ik op een eethuisje dat zo heet. In Rotterdam! Je hebt je hielen nog niet gelicht of ze gaan daar ook ineens Zuid-Frankrijkje spelen, zelfs die pasta staat op het menu! Maar goed, spaghettata schijnt oorspronkelijk uit Napels te komen en betekent zo iets als ‘maaltje spaghetti’. Armeluis’ voedsel, want als je niks had, had je altijd nog wel wat pasta, knoflook, olie, zout & peper in huis. Maar ja, als je wat méér in huis hebt, ga je optutten. En dat doen ze hier in de buurt dan ook volop; er wordt dus van alles en nog wat aan die basispasta toegevoegd. Ik hou het liever bij de oervorm: dunne spaghetti met knoflook, olijfolie en een pepertje. Nou ja, met een béétje variatie dan; ik gebruik liever sambal in plaats van een fijngesneden pepertje (ik hou niet zo van een heel reepje peper in de bakkes), basilicum (in plaats van peterselie) vind ik smaakrijker, een schep zeezout vervang ik liever door wat groentenbouillon, tomatenblokjes maken het net wat vrolijker, en geraspte parmesan vind ik gewoon lekker. Spaghettata di casa mia dus! Moet kunnen.

Ingrediënten:
400 gram spaghetti
4 tenen knoflook
1 uitje
½ bosje basilicum (platte peterselie mag ook)
4 grote tomaten (blikje gepelde mag ook)
likje sambal (of een ragfijn gesneden pepertje)
½ groentenbouilllontablet
eventueel wat zout
olijfolie
geraspe parmesan

Bereiding:
Pel de knoflooktenen, pel en snipper het uitje.
Snij de basilicum (of peterselie) fijn.
Snij de tomaten in vieren, haal de harde kroontjes en de zaadlijsten eruit, snij het vruchtvlees in blokjes. (Of laat de bliktomaten uitlekken in een vergiet en snij die in blokjes.)
Kook de pasta in ruim water met een flinke scheut olijfolie beetgaar.
Verhit intussen een scheut olijfolie in een koekenpan, doe er het gesnipperde uitje en de uitgeperste knoflooktenen bij en laat op zacht vuur onder af en toe omroeren een paar minuten pruttelen. Verkruimel er de ½ groentenbouillontablet bij, voeg een likje sambal (of dat pepertje) toe, plus de tomatenblokjes, roer alles door elkaar en laat nog een minuutje doorwarmen. Eventueel wat sambal en/of wat zout toevoegen als de saus te flauw is. Draai het vuur uit.
Giet de gare pasta af in een vergiet (niet afspoelen!), schudt een paar keer om en doe over in een ruime kom. Voeg de saus plus de basilicum toe, schep alles om en verdeel over de borden. Bestrooi met geraspte parmesan.
Geef er een salade plus stokbrood en uiteraard een glaasje rosé bij.
Tip: voor een uitgebreidere maaltijd kun je er ook wat gegrilleerde (of gebakken) garnalen of kipsnippers bij geven.

schermafbeelding-2016-12-30-om-12-51-51

 

Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland en België verkrijgbaar zijn, te maken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

De laatste dag van het jaar, druk druk. Alles staat in het teken van de avond, en wie denkt er nou helemaal aan de lunch? O ja, die hadden we ook nog. En als je straks nog even móet, dan kan een hapje zo halverwege de dag je nou net de basis geven om nog een tijdje door te kunnen. Worstelend met oliebollenbeslag, aanmodderend met appelbeignets. Of druk in de weer met een klassieke zalmsalade, je geestelijk voorbereidend op het openslopen van oesters…
Rustpuntje dus. Met een snelle hap waarmee je halverwege de dag weer even op krachten kunt komen. Niks ingewikkelds, maar wel een snelle ‘powerboost’.
Dus gewoon genieten van een relaxte lunch en rustig doorademen. Komt die hele jaarwisseling helemaal vanzelf goed.

Ingrediënten:
1 bakje (kastanje)champignons
1 bosje peterselie
1 teen knoflook
4 eieren
witte wijn
olijfolie
truffelolie
zout en zwarte peper uit de molen

Bereiding:
Spoel de champignons af, snij het onderste stukje van de voetjes en hak ze grof.
Hak de peterselie fijn, gooi de dikste stelen weg.
Pel de knoflookteen.
Verhit een scheutje olijfolie in een ruime koekenpan.
Doe er de peterselie bij en laat even aansmoren.
Voeg de champignons toe, roer om en giet er een ferme scheut witte wijn bij. Laat ze stoven tot ze beginnen te verkleuren.
Knijp de knoflook uit de knijper er over uit, voeg zout en peper naar smaak toe en roer alles nog eens door elkaar, laat nog een minuutje doorstoven.
Breek de eieren, elk in een ‘hoekje’ van de pan, en laat alles op laag vuur sudderen tot de eieren beginnen te stollen.
Druppel er in de warme pan wat truffelolie overheen.
Verdeel alles over de borden en probeer de eieren heel te houden; iedereen mag op z’n eigen bord de boel verder door elkaar husselen.
Geef er sneden geroosterd boerenrood bij. En een glaasje stevig rood.
Bon app! Bonne année!

schermafbeelding-2016-11-18-om-19-28-08

 

Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland en België verkrijgbaar zijn, te maken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

“Een rosé en een witte”, zei ik gewoontegetrouw tegen de kroegbaas, die de honneurs waarnam terwijl de kroegbazin bij de tabac aan de overkant van het dorpspleintje de wekelijkse rookwaar aankocht voor de dagen dat de tabac gesloten en de kroeg open was. Mag officieel niet, maar daar zal je hier niemand over horen; je zult maar helemaal naar de stad moeten. Bovendien zit een beetje Provençaal de anarchie nou eenmaal in het bloed, dus elke wet die een tikkie te torpederen valt, wordt hier met graagte overtreden. De immer lantefanterig aanwezige champêtre keek somber en nadrukkelijk de andere kant uit terwijl Jeanne-Marie met dampertjes beladen de oversteek terug maakte.
“Geen primeur?” vroeg de kroegbaas intussen, terwijl hij een fles beaujolais nouveau uitnodigend boven de tapkast uittilde. “Vind hem zelf errug lekker…”
Op zo’n moment weet je dat je geen keus hebt. Zeker niet als de kroegbazin net op dat moment langs snelt en in het voorbijgaan “ja, ik ook!” roept.
Het werd dus de beaujolais primeur, te nuttigen op het door een plastic luifel tegen de elementen beschermde onverwarmde terras, waar een opstekende mistral de te koude nieuwe wijn een snijdend welkom toe blies.
We bezochten het café om duidelijk te maken dat we geen zomervoorbijgangers waren, dat we hier ook gewoon hartje winter tot de vaste clientèle behoren. Maar het viel verdomd niet mee, op dat vrieskoude terras. Binnen was geen optie, in het smalle pijpenlaadje viel er weinig te zitten; en aan de bar hing het al vol. Eén glaasje, en dan wegwezen, zeiden we tegen elkaar. Was bijna gelukt.
Maar toen kwam Jeanne-Marie met een stralende glimlach een bordje “lekkers voor bij de nieuwe wijn” op ons tafeltje parkeren. We keken elkaar onthutst aan: stokbroodjes met rilettes! Gruw! Maar zeg maar eens ‘nee’ in plaats van “heerlijk, dank je wel!”
Het werd dus een tweede glaasje om de boel weg te spoelen. En toen kwam er een nieuw bordje. Dus werd het een derde glaasje, en een vierde.
En toen had niemand meer trek in de lunch die thuis stond te wachten.
“Doe toch maar een klein dingetje, ik moet nog werken”, zei de echtgenoot, voor zijn doen tamelijk timide, bij thuiskomst. Ik moest er niet aan denken. Maar terwijl ik toch maar een snel hapje in elkaar draaide, kwam de trek beetje bij beetje terug. ’t Is dan ook wel een erg lekker hapje. Met beaujolais nouveau vanzelfsprekend.

Ingrediënten:
4 grote eieren
100 gram dun gesneden jambon cru (of bacon o.i.d.)
100 gram champignons
1 ui
2 tenen knoflook
1 eetlepel herbes de Provence
1 suikerklontje
bloem of ander bindmiddel
5 dl beaujolais nouveau
olijfolie
zout en peper

Bereiding:
Pel en snipper de ui, pel de knoflooktenen.
Snij de rauwe ham in dunne reepjes.
Haal de voetjes van de champignons en veeg/borstel ze schoon, of spoel de paddenstoeltjes voorzichtig af onder de kraan. Snij ze in dunne plakjes.
Verhit een scheut olijfolie in een koekenpan en bruin de ui erin aan. Doe de fijngesneden rauwe ham erbij en roer alles even los. Knijp de knoflooktenen erbij uit, roer even om en doe de champignonplakjes erbij. Voeg peper en zout naar smaak toe. Doe er een flinke scheut beaujolais bij, lus een ½ eetlepel herbes de Provence, nog even goed door elkaar roeren en met het deksel op de pan een minuutje of vijf laten sudderen; daarna even binden met een beetje bloem of ander bindmiddel en het vuur uitdraaien.
Verhit de rest van de beaujolais samen met de rest van de herbes de Provence en het suikerklontje in een klein pannetje en pocheer er een voor een de eieren in. Da’s lastig, maar het kan ook simpel. Bekleed een kommetje of een kopje met een flink stuk (plastic) huishoudfolie – zorg voor een ruime overlap – en breek hierin voorzichtig een ei. Pak de zijkanten van de folie bij elkaar tot een tuutje en bindt er strak een dichtbindertje of een stevig stukje draad omheen, zodat het ei er niet uit kan lekken. Herhaal de procedure en maak zo van elk ei een pakketje; leg ze een voor een met het tuutje naar boven in de kokende wijn, haal ze er na circa twee minuten weer uit. Daarna de gepocheerde eieren nog even zonder verpakking in de warme wijn laten dobberen voor de smaak.
Verdeel de saus over de (diepe) borden en leg in het midden een gepocheerd ei. Geef er geroosterd brood bij om te soppen, en vanzelfsprekend een flesje beaujolais nouveau, of een lokale nieuwe lekkerd.