Home

Een lange, hete zomer

maart 16, 2017

Het is vandaag zó’n onwaarschijnlijke prachtdag dat je je afvraagt waaraan we dat verdiend hebben. Nee, ik heb het niet over de verkiezingen in NL van gisteren, want vandaag begint het gedoe pas goed daar: wie met wie, en wie vooral niet, dat kan nog oeverloos lang gaan duren. Ik heb het ook niet over de komende verkiezingen hier in Frankrijk en de bijbehorende schandalen waarmee we nu al wekenlang worden overvoerd: de sp(r)ookjesbanen van Fillon c.s., de weigering van Marine Le Pen om voor de onderzoeksrechter te verschijnen wegens ‘kwade zaakjes’, het vermeende mes in de rug van Emmanuel Macron door Manuel Valls enzovoort enzoverder.
Nee hoor, ik heb het gewoon over een onwaarschijnlijke prachtdag hier ten plattelande. Over opgewekt wakker worden vanwege dat straaltje zon dat voorbarig door de luiken piept. Over het luidruchtige concert van allerhande vogeltjes die op doorreis van de tropen naar het noorden juist in jouw achtertuin pauzeren en die je vanuit de uitbottende bomen en struiken tegemoet kwetteren. Over het ochtendrondje met de honden op kaplaarzen door het zeiknatte gras langs de rivier, maar wel met de zon op je rug. Over het kabbelende water dat van de winter nog zo verraderlijk over de oevers kolkte en nu vriendelijk murmelend langs een vers ingericht eendennest ruist. Over lunchen op het terras en over de echtgenoot voor het eerst in korte broek zien verschijnen (geen commentaar) en zeker weten dat het een lange, hete zomer gaat worden.
“Hoe kun je dat nou zo zeker weten?” vroeg deze météo-adept (vooral vanwege weervrouwe Sandra LaRue van BFM-TV) cynisch.
“Dat voel je, dat zie je; kijk dan naar die forsythia, die staat normaal gesproken pas half april in bloei! Die hazelaar daar heeft al geen katjes meer maar schiet in ‘t blad, zelfs onze trage, stokoude eiken zitten al vol knoppen”, betoogde ik, met weids armgebaren het struweel rondom het huis duidend. Oké, die eerste twee horen niet standaard bij de groenvoorziening in dit deel van de Provence, daar weet een vorige huiseigenaar vast meer van, maar ze staan er nu eenmaal, ik heb ze herkend. Zo’n forsythia herinner ik me nog van heel vroeger, uit het Rotterdamse postzegeltuintje van mijn ouders. Die hazelaar stond in het groot naast het lagere-schoolplein van m’n jeugd; die katjes waren fluweelzacht aaibaar.
“Forsythia?” vroeg de echtgenoot voorzichtig, zijn natuurkennis gaat niet verder dan ‘daar staat een boom’.
“Dat bosje takken daar, met die gele bloemetjes” wees ik hulpvaardig aan.
“Hazelaar?”
“Die ‘wegversperring’ bij de rivier, met sinds vorige week van die kleine groene vingertjes.”
Voor hij naar de eiken kon vragen gebaarde ik naar de kromgetrokken woudreuzen rondom. En gaf ook nog even mee dat de dennen een stuk hogerop op de heuvels, gewoon groen blijven ’s winters dus dat die eigenlijk niet meetelden bij zomerse voorgevoelens.
Hij knikte begripvol, met iets van ‘ga nou maar even rustig zitten meisje’ in z’n blik. En hield de fles gekoelde rosé uitnodigend boven m’n glas.
Toen wist ik het helemaal zeker: het wordt een lange, hete zomer. Alle voortekenen wijzen erop.

Jawel. De cadeautjesdagen komen er weer aan.
En als er nou eens iéts een warmwinterpresentje met een zonnige inhoud is…
Ik wil maar zeggen, geef gewoon een hartverwarmend stukje Zuid-Frankrijk cadeau in plaats van saaie sokken of een complex computerspelletje.
Even lekker relaxen voor de haard, op de bank of languit in bed met
onbekommerde anekdotes uit de Provence.
En dat voor slechts € 16,95. Bij bol.com, Ako, Bruna, in uw lokale boekhandel, maar ook direct hieronder te bestellen
(ook verzending naar Frankrijk):

2-boekjes-schermafbeelding-2016-11-21-om-15-04-59

Bestel nu                  Bestel nu

 

 

Sinds enige tijd rij ik rond in het ultieme Zuid-Frankrijkgevoel. Door een prettige samenloop van omstandigheden kon ik een Renault 4 uit 1974 overnemen. Zo’n antiek vierkant doosje, waar een normaal mens de snelweg niet meer mee opdurft. Geen airbags, geen abs, geen rem- of stuur- bekrachtiging, geen elektrisch bediende ramen, geen automatische portiervergrendeling, geen alarm. Zelfs de meest elementaire eigentijdse speeltjes ontbreken: dus is er geen audiocircus aan boord, maar een radio met twee golflengtes en een antenne die gemaakt is van een metalen kleerhanger. Geen routeplanner; maar de richtingaanwijzers doen het prima. En ik heb een asbak plus bijbehorende sigarenaansteker. Het comfort is geweldig, de bediening eenvoudig en de snelheid overzichtelijk. Vrienden en kennissen hebben mij dus definitief in de categorie fossielen uit de vorige eeuw bijgezet.
Hiervoor reed ik in een bijna pensioengerechtigde Nissan Patrol met alles erop en eraan, inclusief de inmiddels in Nederland zo goed als verboden ‘koeienvanger’. Maar dat ding zat er nu eenmaal op en hier mag het nog. Ook een prima auto, daar niet van, maar het circa drie kilometer lange en extreem smalle pad naar ons huis is zó bultig en kuilig, dat je regelmatig te voet terug moest om de losgerammelde onderdelen bij elkaar te zoeken. Voeg daarbij een hellingshoek van gemiddeld 12%. Met nat weer voorkwam zelfs de vierwielaandrijving niet dat je soms gevaarlijk dicht langs de afgrond slipte en er op sommige stukken een ‘aanloopje’ genomen moest worden om boven te komen. Daar kon die auto natuurlijk niks aan doen; hij was gewoon te zwaar en onhandelbaar voor dit malle traject. Maar bijgevolg had ‘even boodschappen doen’ veel weg van een ‘expeditie Robinson’ en vergde dat een nauwkeurige militaire voorbereiding. Flessen water mee voor onderweg, bergschoenen standaard in de auto en de mobiele telefoon met voorgeprogrammeerde noodnummers binnen handbereik. Na alweer twee lekke banden binnen een week was het mooi geweest.
Een R4tje is -net als de Eend trouwens- in een grijs verleden speciaal ontworpen voor het platteland. Er moesten minstens vier man in passen, de hoofdruimte moest ruim genoeg zijn om de pet of hoed op te kunnen houden en het geheel moest zodanig geveerd zijn dat een mand met eieren zonder problemen naar de markt vervoerd kon worden. De man van wie ik mijn Renaultje kocht, had het ooit zelfs gepresteerd om er een tweetal schapen in te vervoeren door de achterbank eruit te halen. Zo deinden ze zachtjes blatend naar hun nieuwe eigenaar. Dat deinen is slechts één van de vele aantrekkelijke eigenschap pen van mijn R4. Geen kuil in de weg die nog zeer doet, geen bult die je niet de baas bent: het ding staat ‘hoog op de poten’ en vangt elke oneffenheid dankzij de soepele vering uitstekend op. De binnenruimte is riant en herbergt met gemak bestuurder, bijrijder en twee forse honden. En hoewel het motortje beslist geen krachtpatser is, trekt het de hele handel toch soepeltjes naar boven. Slippen is er niet bij.
Is er dan niets op het vehikel aan te merken? Jawel. Het is een ‘classée classique’, wat zoveel wil zeggen als dat het een oldtimer is. Gaat er wat kapot, dan betaal je de hoofdprijs voor nieuwe (doorgaans tweedehands en lang niet altijd originele) onderdelen. Breng je hem naar de garage voor een onderhoudsbeurt, dan begint de ‘mécanicien’ zich al onder de pet te krabben vóór je geparkeerd hebt: “Ah, une voiture de collection. Normalement il faut un traitement special…” en dan hoor je de rekening oplopen. Ook de verzekering is extreem duur in vergelijking met gewone wagens. Maar ja, ik rij wel een volle week rond op één tankje van twintig liter. En kapot gaat ie eigenlijk nooit. Plus: ik kan zelf het oliepeil nakijken en de bandenspanning controleren. Maar het meest van alles ben ik gecharmeerd van het heerlijk ontspannen Zuid-Frankrijkgevoel dat me omarmt als ik achter het stuur van mijn R4 kruip. Met ‘radio Nostalgie’ zachtjes krakend uit het ene speakertje, is de hectiek van alledag ver weg. Bij elke traag genomen bocht in onze bergetappe, ontvouwen zich schitterende vergezichten waarnaar ik al te lang niet meer gekeken had. En stiekem verwacht ik soms de onvergetelijke Louis de Funès, in zijn creatie van neurotische gendarme, die me ineens driftig gebarend de berm in zou kunnen dirigeren: “Trop vite, madame!”, terwijl je met veertig kilometer per uur voortsukkelt. Wat zo’n antiek blikje al niet teweeg kan brengen.

Omstreeks 1990 kocht ik een paar muren en een half dak ter hoogte van zo’n schilderachtig dorpje in de Provence. Daarna veranderde mijn leven. Familie en kennissen meenden ineens dat ik rijk was. Ik had immers een ‘huis’ in Frankrijk. Qua gratis vakanties werd ik plotseling enorm populair. Ik begon zelf ook een beetje raar te doen. Zo klopte ik mijn opgelapte huisje troostend op de hermetisch gesloten luiken als ik vanwege mijn werk naar Nederland terug moest. Ik wilde niet weg. In mijn Rotterdamse stamkroeg sprak ik uitsluitend nog over de charmes van Frankrijk in het algemeen en die van mijn beknopte berghut in het bijzonder. Iemand was dat gezeur zo zat dat hij zei: “Maak er dan een blad over”. Dat heb ik toen gedaan, en dat tijdschrift bestaan nog steeds, al ben ik tegenwoordig ‘creatief adviseur’. Voor geïnteresseerden: http://coteprovence.sponsored-media.nl/ .
Door ervaring wijs geworden, ben ik inmiddels allang bevrijd van de romantische ideeën over Frankrijk, die ik had toen ik mijn huisje kocht. Het is fantastisch in de Zuid-Franse subtropen. Maar anders. Daar moet je mee om leren gaan. Dat geldt voor het kopen van een huis. voor zaken doen, en voor het dagelijks leven. En dan ben je erg geholpen met informatie van iemand ter plekke, vandaar dat magazine. Informatie verpakt in verhalen en foto’s, maar ook met heel concrete dienstverlening. Zodat mensen niet dezelfde fouten zouden maken als ik destijds.
Er verschijnen in Nederland meer goede tijdschriften over Frankrijk. Maar ik vind dat Frankrijk niet bestaat. Dat mag ik niet zeggen van president Sarkozy, die het al moeilijk genoeg heeft. Maar ik denk dat de bevolking van Normandië, de Bourgonge of de stedelingen van Parijs, anders in elkaar steken dan mijn buren. In het zuiden gelden andere normen en waarden. En ik denk dat Nederlands die nadrukkelijk voor het zuiden kiezen, anders zijn dan degenen die naar Bretagne gaan. Of naar Parijs of de Vogezen. Dit blog gaat (meestal) over een klein stukje Frankrijk, de Côte d’Azur en de Provence, maar bij elkaar altijd nog groter dan heel Nederland. Ik ga iedere welwillende lezer er enthousiast over bijpraten. Maar wel als journalist, dus ook over de negatieve aspecten. Het moet wel reëel blijven tenslotte.
Als er een blog als dit had bestaan toen ik destijds in de Provence mijn ruïne kocht, dan was me vast veel narigheid bespaard gebleven. Maar ja, dan had ik ook niet zoveel meegemaakt.
Ik wens iedereen veel (leed)vermaak. En op concrete vragen geef ik graag een zo goed mogelijk antwoord.