Home

 

Zo rond deze tijd duiken overal de bosjes en potjes muguet weer op. In de winkel, op de markt, maar ook in een zomaar geïmproviseerd kraampje langs de weg, want onder bepaalde voorwaarden mogen ook particulieren muguet verkopen. De traditie wil dat je elkaar op 1 mei, de dag van de arbeid, zo’n bosje geurige teerwitte bloemetjes geeft, om geluk te brengen. Dat lukt helaas niet altijd want het spul is razend giftig. Ik heb er ooit twee doodzieke honden aan overgehouden; ze hadden het vaasje om getikt en op de takjes liggen knauwen. Dus ik waarschuw nog maar weer eens…
Wat er zo giftig is aan muguet? Alles! De bloemen, de bladeren; zelfs het water waarin een tuiltje staat is vergeven van glycosiden (chemische stoffen) die voor de giftigheid zorgen. Dus ik hou het spul liever bij ze uit de buurt. Zou ik trouwens ook doen met kleine kinderen over de vloer. Bloemetje in het mondje, likje aan een blaadje, slokje uit het vaasje…. Niet alleen honden doen rare dingen. En ook peuters wil je niet opzadelen met duizeligheid, braken, misselijkheid, buikloop, of zelfs hartritmestoornissen. In de farmaceutische industrie wordt het plantje trouwens wel verwerkt in hartmedicijnen.
De parfumindustrie laat de plantjes juist weer links liggen, ondanks het geweldige parfum van de bloempjes. Je kunt er namelijk geen etherische oliën uit destilleren. Daarom wordt het parfum met behulp van geurstoffen nagemaakt.
Maar goed, het is nu eenmaal traditie om elkaar op 1 mei muguet te geven. Een gebruik dat stamt uit de tijd van de Germanen. Het was het bloemetje van de zachtmoedige godin Ostara, de zus van dondergod Donar, die er de lente mee aankondigde. Maar sinds de komst van het christendom neemt Maria de honneurs waar. En op 1 mei zijn we allemaal aan de beurt.
Kwekers halen alles uit de kast om de meiklokjes op tijd op de markt te krijgen. Dat lukt vrijwel altijd, maar als het voorjaar te nat, te droog of zoals nu te koud is kunnen de prijzen flink de hoogte inschieten. Een takje muguet (dat minimaal zes klokjes moet bevatten, wettelijk bepaald) kost rond de € 1,50. Voor een bosje/potje van drie stuks betaal je tussen de € 12,50- à € 15. En als je dan bedenkt dat er zo’n 60 miljoen takjes over de toonbank gaan, snap je waarom de Franse economie alle reden heeft om de traditie in ere te houden. Niks mis mee, met zo’n welriekende traditie: ’t geeft een aardig opkontje aan de bloemkwekerij, ’t is een mooi gebaar naar vrienden en beminden. Maar ’t wordt een nog mooier gebaar als je ze ook even waarschuwt. Bonne fête!

8189100336_4ecab9dc85_z

 

Even heel vilein gegrinnikt toen ik vanmorgen de digitale krant opensloeg. Tuurlijk, je kon er op wachten, maar nu stond het er gewoon: interactieve paddenstoelenkaart gehackt. Ja, wat had je anders verwacht dan?
Oké, het initiatief was goed bedoeld. Paddenstoelenamateur Christophe Boutet, afkomstig uit de Aude, bedacht een digitale kaart waarop alle plekjes waar je paddenstoelen kunt vinden, genoteerd konden worden. Hij scharrelt zelf graag in het bos een maaltje bij elkaar en zette alvast zijn eigen plekjes op de kaart. Iedereen kon er zijn persoonlijke vindplekje(s) aan toevoegen. Dat heeft die arme man geweten. Binnen de kortste keren was z’n kaart ‘gepirateerd’. Want niets is zó geheim als je eigen paddenstoelenvindplaats. Vertellen waar die zich bevindt? Het idee alleen al. Delen met een ander? Ja zeg! Ga lekker zelf zoeken, als je maar uit de buurt van míjn plekje blijft. Dus verschenen er op de paddokaart de meest uiteenlopende ‘vindplaatsen’ met de soorten paddenstoelen erbij. Zoals ‘champignons de Paris, vers maar ook in blik’ met het adres van een supermarkt. Of ‘cèpes in overvloed’ en dan de locatie van een specialiteitenrestaurant. De vindplaatsen die eerlijke delers wèl op de kaart zetten, verdwenen vrijwel onmiddellijk weer. Met name in de Provence overleefden maar heel weinig plekjes de openbaring langer dan een paar minuten. Drie keer raden waar die hacker vermoedelijk vandaan komt.
Provençalen zijn dol op paddenstoelen, raken opgewonden bij de eerste vallende blaadjes, komen in de kroeg trots hun ‘cueillette’ afshowen en worden lyrisch zodra ze het over de mogelijke bereidingswijzen van hun oogst hebben. Recepten voor cèpes, girolles, trompettes de la mort vliegen je om de oren en vanzelfsprekend weet iedereen het beter. Er is maar één ding dat de rechtgeaarde paddenstoelenliefhebber niét met je deelt: zijn vindplaatsjes. Diepgeheime plekjes ergens in het binnenste van de bossen die als een kostbaar gekoesterde familieschat van generatie op generatie worden overgeleverd. Niet voor niks worden er elk jaar weer argeloze paddenstoelenzoekers door onoplettend en ongeïnteresseerd jagersvolk op een schot hagel getrakteerd, want er gaat geen paddospeurneus het bos in met zo’n felgekleurd fluorhesje aan. Zoeken doe je onzichtbaar, je zou eens gevolgd kunnen worden.
Ik herinner me die keer dat m’n vriendin Marie-Line, de echtgenote van een reus van een Franse Bask en een minivrouwtje van Spaanse origine met als lijfspreuk ‘méfiez vous des petites’, de lokale champêtre een zwiep gaf met haar lege paddenstoelenmandje omdat hij in zijn vrije tijd stiekem haar ‘geheime’ trompettes-de-la-mort-vindplekje in het bos had geplunderd. Ik geloof dat hij de volgende dag de helft van de oogst heeft teruggegeven, het kwam evengoed nooit meer goed; hij had niet ‘netjes’ geplukt.
En van slordige plukkers moeten ze hier niks hebben. Of het nou de champêtre is of een onervaren wildplukker die geen notie heeft van eetbaar en alles wat er aardig uitziet afplukt of uit de grond rukt. Daar beschadig je de zwamcultuur onherstelbaar mee (netjes afsnijden met een scherp mes!), en verpest je de oogst van het volgende jaar of misschien wel voor jaren. Er wordt dan ook besmuikt gedaan als er weer eens iemand op de ‘urgence’ belandt omdat ie het verschil tussen eetbaar en giftig niet herkend heeft; een aantal eetbare paddenstoelen heeft een giftige ‘look alike’. Bij ons in de buurt kun je je oogst door de apotheker laten keuren, maar dat is lang niet overal meer gebruikelijk. Geen verstand van paddenstoelen? Niet plukken! Gewoon die mooie boswandeling maken en de champignons bij de marché, de supermarkt, of de groentenjuwelier halen.
En morgen even op m’n blog kijken voor een authentiek Provençaals paddenstoelenrecept met niet-giftige paddo’s natuurlijk.
Overigens gaat Christophe Boutet zijn paddokaart aanpassen zodat die niet meer ‘gepirateerd’ kan worden. Ik vermoed dat er maar weinig ‘geheime’ Provençaalse vindplekjes aan toegevoegd zullen worden.
Om te zien hoe hij vordert: klik hier.

215334_587724937912889_309700381_nIk zit nu al een tijdje naar het potje muguet op mijn bureau te staren. Dat staat daar niet omdat ik de uitbundig geurende meiklokjes bij me in de buurt wil hebben, maar vooral omdat ik vorig jaar aan zo’n zelfde potje twee doodzieke honden heb overgehouden. Het viervoetig gespuis had de takjes van tafel getikt en er lekker op liggen knagen. Een normale hond doet zoiets niet, want het spul is razend giftig. Maar deze vuilnisbakken waren (en zijn, ze leven nog) behalve jong, ook ‘een beetje dom’.
Wat er zo giftig is aan muguet? Alles! De bloemen, de bladeren; zelfs het water waarin een tuiltje staat is vergeven van glycosiden (chemische stoffen) die voor de giftigheid zorgen. Dus ik hou het spul liever bij ze uit de buurt. Zou ik trouwens ook doen met kleine kinderen over de vloer. Bloemetje in het mondje, likje aan een blaadje, slokje uit het vaasje…. Niet alleen honden doen rare dingen.
De goede vriend die de lelietjes-van-dalen voor me meebracht weet dat allemaal niet. En ik heb het hart niet het hem te vertellen. Muguet geef je uit genegenheid. Het wordt geacht de ontvanger geluk te brengen, geen duizeligheid, braken, misselijkheid, buikloop, of hartstoornissen. In de farmaceutische industrie wordt het plantje trouwens verwerkt in hartmedicijnen.
De parfumindustrie laat de plantjes overigens links liggen, ondanks het geweldige parfum van de bloempjes. Je kunt er namelijk geen etherische oliën uit destilleren. Daarom wordt de geur met behulp van geurstoffen nagemaakt.
Maar goed, het is nu eenmaal traditie om elkaar op 1 mei muguet te geven. Een gebruik dat stamt uit de tijd van de Germanen. Het was het bloemetje van de zachtmoedige godin Ostara, de zus van dondergod Donar, die er de lente mee aankondigde. Maar sinds de komst van het christendom neemt Maria de honneurs waar. En op 1 mei zijn we allemaal aan de beurt.
Kwekers halen alles uit de kast om de meiklokjes op tijd in de winkel te krijgen. Helaas, vorig jaar bloeiden ze te vroeg en had je er nog geen drie dagen plezier van. Dit jaar dreigden ze groen van ellende de schappen in te gaan door alle regen. Maar zowaar, een paar dagen zon eind april en voilà: overal witte klokjes in de aanbieding, die wel drie wéken kunnen staan. Nou ja, in de aanbieding…. Een takje muguet (dat minimaal zes klokjes moet bevatten, wettelijk bepaald) kost rond de 1,50 euro. Voor een potje met drie stuks betaal je tussen de 12,50-15 euro. Kassa!
Vorig jaar ging er voor zo’n 35,9 miljoen euro over de toonbank. In de detailhandel dus. Tel er de groothandel bij op en je komt op jaarbasis uit op een omzet van circa 100 miljoen euro, aldus Le Figaro.
Voor de Franse economie alle reden om de traditie in ere te houden.
Maar als die vriend er niet mee was komen aanzetten, was er geen takje over de vloer gekomen. Niks mis met traditie, maar dan graag zonder giftige commerciële dwingelandij.
Ik heb de vriend op beide wangen gezoend, hem uitbundig bedankt, en gezegd dat we 365 dagen per jaar vrienden zijn, dus dat die malligheid echt niet hoeft. Na de derde borrel was hij het roerend met me eens.