Home

Karakter

december 8, 2016

schermafbeelding-2016-12-06-om-18-45-14

 

Goed, net een nieuw boekje uit, en dan begint het. Of ik maar even wil invliegen om het te komen promoten. “Dat is heel goed voor de verkoop van ‘Provençaalse Praatjes’“, wist de samensteller van de boekenrubriek van een lokale krant absoluut zeker, hij zou wat regelen bij de plaatselijke boekhandel.

“Da’s mijn boek niet, dat is het boek van een collega. Het mijne heet ‘Kijk, nog meer Zuid-Frankrijk!’ maar ik wil ze best allebei promoten hoor. Stuur je een ticket?”
Dat blijkt niet de bedoeling, dat wist ik natuurlijk ook wel. En het komt me uitstekend uit. Want ik vlieg niet meer. Al een aantal jaren niet meer. Mijn besluit viel lang voor de terreurdreigingen en verhoogde veiligheidscontroles waarmee je tegenwoordig te maken hebt, daar gaat het niet om. Ik had gewoon geen trek meer in oeverloos lange rijen voor incheckbalies, terwijl er toch echt met een loketje of twee erbij amper stagnatie zou zijn. In volgepropte vliegtuigen met te weinig arm- en beenruimte, met krijsende en tegen je stoelleuning trappende koters die niet door de bijbehorende ouders in bedwang worden gehouden. In incheckcontroles waarbij je nog net niet in je onderbroek aan de andere kant van het poortje belandt. Terwijl je jasje, broeksriem, schoenen, horloge, telefoon, handtas, en god mag weten wat nog meer, over de lopende band door de scanner achter je aanhobbelen. En dan gaat dat poortje vanzelfsprekend toch nog piepen. Waarna je ook nog eens door een daartoe blijkbaar bevoegde bewakingsbeambte wordt betast op verborgen ‘gebreken’. En negen van de tien keer is dat géén bewakingsbeambtenares. Daar was ik het een keer niet mee eens. Het is dat de echtgenoot me snel de mond snoerde, anders had ik waarschijnlijk nu nóg op overheidskosten gelogeerd.
Misschien niet echt handig om vliegend vervoer af te zweren als je in Zuid-Frankrijk woont en weleens naar het oude vaderland terug moet, maar het is te doen. Ik heb tot op heden dan ook geen gebruik meer gemaakt van een vliegtuig. En dat is niet alleen beter voor mij.
Kijk, ik ben behept met een wat dwarsig karakter en een niet al te lang lontje, een combinatie die mij gedeeltelijk – en soms zelfs geheel – ongeschikt maakt voor een aangename sociale omgang. In de huiselijke kring valt het nog wel mee, men is eraan gewend. Zowel echtgenoot als honden brommen iets onverstaanbaars als er stoom uit de ketel moet en wachten onaangedaan tot de storm weer is gaan liggen. Duurt nooit lang, en het kan verder geen kwaad.
Buitenshuis is het een ander verhaal. Niet dat ik het opzoek, maar je moet het niet te gek maken. Zo ben ik eens door twee potige bekwakers van een multinational onder de okseltjes opgepakt en van het terrein verwijderd. Ik had een afspraak voor een interview en meldde me keurig op tijd bij de portier. Die vervolgens iedereen die de poort in- en uitging met veel joviaal dan wel serviel vertoon van dienst was, maar die consequent weigerde dat vreemde juffie van een of ander blaadje bij de persoon in kwestie aan te melden. De minuten verstreken, het tijdstip van de afspraak verliep, en ondanks mijn herhaalde verzoeken vertikte hij het om de hoorn van de haak te trekken. Toen ben ik zelf maar het terrein opgestapt. En er weer af geflikkerd. Het werd uiteindelijk een telefonisch interview.
Iets dergelijks overkwam me bij een garage. De auto moest een beurt. Alles netjes van tevoren afgesproken en op het gewenste tijdstip aanwezig. Niemand aan de receptie, keurig gewacht tot er iemand vanuit het kantoor langs gesneld kwam. “Ik kom de auto brengen voor…”
“Ogenblik!” En weg was ie. Op zijn retourtocht probeerde ik het nog eens. En werd met een “Nu even niet!” op m’n plek gezet. Na de vierde keer vond ik het wel mooi geweest en liep achter wat blijkbaar de garagebaas was, de werkplaats in, waar ik hem de autosleuteltjes voor de neus hield en zei dat hij mocht kiezen: óf ze in ontvangst nemen, óf een goeie klant verliezen. Waarop hij de onsterfelijke woorden sprak die nu nòg in familiekring gebezigd worden: “Mevrouw, uw karakter past niet bij onze garage.”
Dat gaf ik schriftelijk door aan de importeur van wie de garageman dealer was.
Een week later kreeg ik een uitgebreide excuusbrief van de dealer. Ik ben er nooit meer terug geweest, nooit meer een Nissan gekocht ook.
En dus vlieg ik ook niet meer; mijn karakter past niet bij moderne vliegvelden.
Wie me wil zien, komt hier maar heen.
Dat zei ik dus ook tegen de accountant die me vis-à-vis wilde spreken om even wat cijfertjes door te nemen.
“Maar weet je wel wat dat kost?” riep hij geschrokken.
“Ja”, gaf ik terug, “hetzelfde als de andere kant op, alleen dan op míjn kosten.”
We hebben de zaken naar ieders tevredenheid per email afgehandeld.

schermafbeelding-2016-12-02-om-17-55-08

Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland en België verkrijgbaar zijn, te maken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Nee, het is nog lang geen Kerst. En ja, je wordt er nu al mee doodgegooid. De versieringen hangen op het dorpsplein, de etalages worden reeds opgetut en de smeuïge aanbiedingenfolders bulken de brievenbus uit. De allesoverheersende discussie hier op het dorp gaat dan ook niet over het besluit van president Hollande om zich niet verkiesbaar te stellen voor een tweede termijn, over de impact van Donald Trump op de rest van de wereld, of over het feit dat Nico Rosberg uit de Formule 1 stapt: het gaat over eten. Maakt niet uit wat, als het maar in de beste kersttraditie past. Die is hier tamelijk in beton gegoten. Kun je je in de grote stad nog weleens een frivoliteit permitteren, zoals een klassiek recept nèt even naar je hand te zetten door een andere vulling in het gebraad, of een afwijkend sausje bij de oesters, hier moet je daar niet mee aankomen. Ik werd dan ook weggehoond in de dorpskroeg toen ik vertelde dat in ‘mijn’ traditionele pains au chocolat voor het ontbijt, optutte met sinaasappelchocolade en amandelspijs. Er werd nog net niet op voorhoofden gewezen, maar er werd wel bezorgd naar mijn glas gekeken. Tja. Ik heb het maar niet meer uitgelegd, maar ik vind een klassieke pain au chocolat vooral veel (blader)deeg en weinig chocolade. Dus ik dacht ‘m een beetje smeuïger en smakelijker te maken. Door te variëren met de chocolade bijvoorbeeld; er is zoveel chocokeuze (allerhande vruchten, karamel, pistache; zelfs Marsen, Bounties en Nutella komen in aanmerking) dat je elke pain een eigen smaakje mee kunt geven. En een lekkere lik amandelspijs zorgt voor een hele hap smeuïgheid. Makkelijk zelf te maken trouwens, maar liever een dagje tevoren, dat komt de smaak ten goede.

Ingrediënten:

Voor de amandelspijs:
150 gram ongezouten rauwe amandelen zonder velletje
150 gram suiker
1 ei
1 volle eetlepel citroenrasp
scheutje citroensap

Voor de pains:
2 rollen bladerdeeg (of 8 plakjes)
2 plakken chocolade naar keuze
1 eetlepel melk
wat poedersuiker

Bereiding:

Van de amandelspijs:
Maal de amandelen fijn in de keukenmachine.
Boen de citroen schoon en rasp een volle eetlepel van de schil af (geen wit meeraspen). Snij de citroen doormidden en pers een helft uit.
Doe de citroenrasp, het ei, de suiker en een klein scheutje citroensap bij de amandelen in de keukenmachine. Mix alles net zolang door elkaar tot het mengsel vanzelf een bal vormt.
Vis de amandelspijs uit de keukenmachine, wikkel de bal in plastic folie en laat een uurtje of 8 ‘rijpen’ in de koelkast, dan kunnen de smaken goed intrekken. Je kunt amandelspijs in de koelkast 2 dagen, en in de vriezer 3 maanden bewaren.

Van de pains:
Verwarm de oven voor op 210 graden.
Rol het bladerdeeg uit, snij er een vierkant uit en verdeel dat in vier gelijke plakjes. Doe dat ook met de tweede rol, zodat je 8 plakjes krijgt. Uit de afsnijsels kun je eventueel ook nog een tweetal croissantjes peuteren door er een bolletje van te maken, dat met de deegroller plat te walsen, die platte plak schuin in tweeën te snijden en de twee plakjes van breed naar smal op te rollen.
Hak de chocolade grof (kan ook in de keukenrobot) en leg er een rand mee aan de ene kant van de plakjes. Rol de plakjes een stukje op, zodat de chocolade bedekt is. Leg er een rand amandelspijs tegenaan en rol de plakjes helemaal op.
Maak een papje van de melk en wat poedersuiker, en bestrijk er de bovenkanten van de pains mee; dat geeft ze straks een lekker kleurtje.
Bedek een bakblik met bakpapier (of vet in) en laat de pains in de voorverwarmde oven in een minuut of 20 goudbruin en knapperig worden. Wel af en toe controleren of het niet te hard of te zacht gaat en dan de tijdsduur aanpassen.
Even een paar minuutjes laten afkoelen als ze uit de oven komen, maar wel lekker warm serveren. Extra lekker: een flinke klodder confiture naar keuze op het bordje. Extra decadent: klein glaasje zoete witte erbij.

De blik

december 1, 2016

schermafbeelding-2016-12-01-om-21-28-59
Het is zo ver: de echtgenoot heeft ‘de blik’. Ik had het al bijna opgegeven, maar vorige week viel ineens het kwartje. We bekeken het BFMTV-journaal gevolgd door de météo, gepresenteerd door Fanny Agostini, een hupse verschijning die zich luchtiger kleedt naar mate het kouder wordt; waarschijnlijk om toch nog iets van warmte aan het huiskamerpubliek mee te geven. Maar een zekere wulpsheid – die ze geraffineerd combineert met een voortreffelijke gespeelde kinderlijke onschuld – kan haar ook niet ontzegd worden. De echtgenoot had daar geen oog voor. Zoals hij ook nooit oog had voor de haat, nijd en afgunst die vaak onderhuids sluimert bij de zo op het oog aimabele en amicale omgang tussen dames onderling. Of de vileine subtiliteiten waarmee vrouwen elkaar compleet de grond in kunnen boren zonder zelfs maar een woord te zeggen; een gebaartje, een blik, en de ‘vriendin’ hangt tot op het bot vernederd en afgezeken in de denkbeeldige touwen. Ik spreek uit ervaring, ik heb MMS gedaan, de Middelbare Meisjes School. Inderdaad, een school met uitsluitend meisjes, ontstaan als afsplitsing van de HBS (Hogere Burger School) omdat ‘meisjes toch geen gevoel voor exacte vakken hadden en dus maar beter talen konden leren’. Christelijke school ook. En een absolute jungle. Nooit eerder geweten dat meiden onderling elkaar zo konden haten en vooral treiteren. Ik werd er een meester in, maar dit terzijde. Het was daar pakken of gepakt worden. Je hoorde bij één kamp en koos je verkeerd, dan kon je beter naar een andere school verkassen.
Ik koos strategisch en werd secondant van Marion: zittenblijver, rijke ouders, ‘looks’ en een losbol. En daardoor aanvoerster van het kamp ‘on top’. Ik mocht haar niet, maar dat deed er niet toe; pesten kon ze als de beste. In de drie klassen dat ze naast me zat, heb ik veel van haar geleerd. Hoe je iemand onder druk zet om je huiswerk te maken, hoe je iemand onmogelijk maakt, hoe je iemand van school getrapt krijgt. Respectievelijk via chantage of omkoping, door het roddelcircuit in te schakelen, door te verklappen dat iemand het heeft aangelegd met een leraar. Om dat laatste werd Marion zelf van school gestuurd. En daarna was ik de baas. Ik kwam bleu binnen, maar ik vertrok als bitch. Klaar voor de maatschappij.
In de loop der jaren heb ik dat met haantjesgedrag vergelijkbare ‘positiespel’ aan de echtgenoot proberen uit te leggen. Gewoon, omdat hij dan wellicht zou snappen wat er om hem heen gebeurde. En er wellicht – net als ik – uiteindelijk de lol van zou inzien. Maar het bleef blanco. Tot ik een tijdje geleden ineens door een welgemeend gebromd “nou ja zeg!” vanaf de naastgelegen canapé werd opgeschrikt. Weervrouwtje Fanny was van onder tot boven in beeld en dat liet niets aan de verbeelding over. Voor een uiterst sombere weerkaart paradeerde ze in een laag uit- en hoog opgesneden ‘ultramini-jupe’, waarbij een ‘petite robe noire’ zou verbleken.
“Mwah, warme studiolampen”, grijnsgeeuwde ik. Maar de schellen waren gevallen.
Tegenwoordig kijkt de echtgenoot ànders. Nu word ík attent gemaakt op wat er zoal aan vrouwelijke manipulaties voorbij komt. En niet alleen op tv. Een laag uitgesneden kassière bijvoorbeeld, die hij voordien slechts als verlengstuk van de kassa had gezien, is ineens een studie-object. Een stel vriendinnen aan een cafétafeltje, waarvan hij de onderlinge concurrentiestrijd pas nu in volle hevigheid bevat, mag op zijn warme antropologische belangstelling rekenen.
’t Is even wennen, dat wel. Maar sinds de echtgenoot ‘de blik’ heeft hoef ik nooit meer iets uit te leggen aan een muur van onbegrip. Een halve blik is voldoende.
Hoe is het in vredesnaam mogelijk dat hij er zó lang over deed het geheim van de MMS te doorgronden? Toen ik het ‘m vroeg, luidde het antwoord: “Fanny! Echt geen enkele weersvoorspelling van haar klopt, krijg je zon voorspeld, dan wordt het regen. En dan heb je bij BFMTTV ook nog die Sandra Larue, eveneens gespecialiseerd in beknopte zomerse kleding hartje winter, maar een kloppende weersvoorspelling? Ho maar!”
“Jawel”, wierp ik tegen, maar dàt doen ze nou juist niet expres. Dat krijgen ze ook maar ingefluisterd door de redactie.”
Even zag ik de twijfel opflikkeren. “Zal best”, besloot hij na enige reflectie, “maar die malle pakjes zoeken ze er toch echt doelbewust bij.” Hij had een punt.
Gisteravond zou ons regen bespaard blijven, volgens Fanny. Mooi niet, het goot, en zelfs hagelstegen. “Nergens verstand van, behalve van te korte jurken”, somberde de echtgenoot. Hij porde de kachel op, trok zijn legerjakkie aan en ging de honden uitlaten. Bij de voordeur hoorde ik hem verzuchten: “Die verdomde MMS, zelfs bij Météo France kom ik er niet vanaf.”
En van ‘de blik’ ook niet, dacht ik er tevreden bij.

schermafbeelding-2016-11-25-om-17-05-06

 

Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland en België verkrijgbaar zijn, te maken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Ik weet niet wat het is, maar van het druistige weer van de afgelopen dagen krijg ik zo langzamerhand een ontstuitbare heimwee naar Ierland. Hoewel ik uiteindelijk in Frankrijk verzeild ben geraakt, koester ik toch ook nog steeds warme gevoelens voor het land van de eeuwige regen.
De Connemara, ik logeerde er ooit tijdens een kansloze herfstvakantie in een onooglijk hotelletje aan de kust, waar ik ’s ochtends bij het ontbijt kippers, ‘beans on toast’ en andere smerigheid at. En vervolgens een regenjas, kaplaarzen en de honden van de eigenaar meekreeg voor een lange wandeling door de schitterende heuvels. Strand was er niet, wel steil in zee stortende kliffen. Ook mooi.
In het nabij gelegen gehucht regeerden de koeien. Die hadden sappige, grazige weiden in overvloed, maar vonden het ‘gezelliger’ om bijeen te klonteren op het dorpspleintje zodat er geen auto meer langs kon. Ook voor getoeter weken ze geen millimeter; pas als je uitstapte en ze een tik op de kont gaf waren ze bereid een stukje op de schuiven. ‘s Avonds zat je in de gelagkamer van het hotelletje weg te stikken bij het turfvuur in de open haard die niet wilde trekken.
En het was geweldig! Vooral omdat ik daar voor het eerst een echte Tullamore Dew proefde. Nadat ik als een verzopen kat vanwege een eigenlijk wel te verwachten hoosbui binnenkwam.
“Get yerself dry lassie” (ga je afdrogen meissie), gebood de waard me naar m’n logeervertrek. Toen ik droog de gelagkamer weer betrad deed de open haard het zowaar, en kreeg ik dat magische glas amberkleurig vocht in handen gedrukt dat net zo rokerig smaakte als de turf die in de haard geurde. Triple distilled, triple blended. Voorgoed verkocht!
En dat godennat giet je dan zomaar in een sausje? Yep. Want het geeft er nou net dat heel speciale heimweesmaakje aan dat me weer even naar dat herfstige Ierland van toen verplaatst.

Ingrediënten:
4 biefstukjes
20 cl Ierse whiskey (jawel, met een ‘e’)
16 verse of gedroogde vijgen
40 gram boter
olijfolie
2 tenen knoflook
150 gram vijgenjam
4 takjes verse rozemarijn
zout en zwarte peper uit de molen

Bereiding:
Verhit de whiskey in een ruime pan tegen het kookpunt aan. Draai het gas uit en laat de in tweeën gesneden vijgen er een uurtje in weken. Dat weken is niet echt noodzakelijk als ze vers zijn, maar ze worden er wel heel lekker van.
Verwarm de oven voor op 160 °C.
Pel de knoflooktenen, rits de naaldjes van de rozemarijntakjes.
Verhit de boter samen met een flinke scheut olijfolie in een ruime koekenpan en bak de biefstukjes erin aan, draai het vuur halfhoog en laat ze zo gaar worden als je lekker vindt (klik hier voor een instructiefilmpje). Haal ze uit de pan, bestrooi ze met zout en peper en zet ze weg.
Knijp de knoflooktenen uit boven de koekenpan, roer de knoflookpulp met de aanbaksels in de pan op laag vuur los met de whiskey waarin de vijgen hebben geweekt, voeg de vijgenjam en de rozemarijnnaaldjes toe en roer tot een dikke saus (eventueel wat laten inkoken of binden met een beetje maïzena). Leg de biefstukjes in een beboterde vuurvaste schotel, bedek ze met de saus en leg de geweekte vijgen ertussen. Laat ze 10 minuten in de voorverwarmde oven sudderen. Verdeel de biefjes over de borden, garneer ze met de vijgen en geef de saus er apart bij, zodat iedereen zich ruimhartig kan bedienen.

Wonen aan het water

november 24, 2016

unknown
Het was even droog, we wandelden net voor de duisternis inviel met de honden naar de rivier om te kijken hoe groot de schade was die we al vanuit huis dachten te zien. Groot! Minstens vier woudreuzen uit de tegenoverliggende oever gespoeld en dwars over het woest kolkende water heen tegen ‘onze’ oever gekwakt. Zo een dam vormend waarachter zich al flink wat drijfhout en ander ongemak begon op te stapelen. “Foute boel”, constateerde de echtgenoot overbodig. Het terrein aan de overkant van de rivier is al jaren onbeheerd, sinds er bij de watersnoodramp van 2010 een complete natuurcamping werd weggespoeld en de vergunning ingetrokken. Ik weet dat de kroegbazin op het dorp die camping toen graag had overgenomen, maar dat bleek kansloos; de gemeente nam geen risico meer met zo’n ‘zône inondable’. Dus staat ze nog steeds achter de tap. En ligt dat terrein – even afgezien van twee achtergebleven caravanwrakken en een langs de oever gestrande koelkast – braak. Er is wel een eigenaar, maar die trekt een lange neus tegen elk bevel van gemeentewege om zijn terrein te onderhouden. “Jullie mijn vergunning en m’n broodwinning afpakken? Dan is ook dat terrein jullie verantwoordelijkheid. Hou het lekker zelf maar bij.” Tot nu toe week de gemeente geen duimbreed, maar híj ook niet.
“Het is een gek”, weet de buurman van een eind verderop, indachtig de bijna-bosbrand die ‘die gek’ veroorzaakte toen hij ineens wel weer tuinafval ging verbranden op het allerdroogst van de zomer. Het is dat de pompiers er zo snel bij waren, maar ons vluchtkoffertje was al gepakt en de honden zaten al in de auto.
Intussen stijgt het water achter de bomendam, loost de rivier in hoog tempo op de aan de toenmalige overstroming overgehouden plas (die we de paddenpoel zijn gaan noemen) ernaast en verandert de vlakte onderaan onze heuvel in een angstaanjagend binnenmeer. Volgens Météo France zou het ergste noodgehoos tegen morgenochtend over moeten zijn, maar die zitten er wel vaker naast. We waren nog niet binnen van het hondenloopje of het viel alweer met bakken uit de hemel. Ik bedoel maar.
De verre buurman gaat morgen met de burgemeester praten; hij kent hem goed, verzekerde hij ons. Maar of het wat uithaalt? Voorlopig is het in elk geval onmogelijk om met zwaar materieel bij de rivier te komen om die bomen weg te hijsen, alles zakt meteen de zompige grond in.
Nee, we zullen wel niet wegspoelen, daarvoor ligt het huis godzijdank te hoog op de heuvel. Maar voorlopig wonen we wel een tijdje aan het water.

Jawel. De cadeautjesdagen komen er weer aan.
En als er nou eens iéts een warmwinterpresentje met een zonnige inhoud is…
Ik wil maar zeggen, geef gewoon een hartverwarmend stukje Zuid-Frankrijk cadeau in plaats van saaie sokken of een complex computerspelletje.
Even lekker relaxen voor de haard, op de bank of languit in bed met
onbekommerde anekdotes uit de Provence.
En dat voor slechts € 16,95. Bij bol.com, Ako, Bruna, in uw lokale boekhandel, maar ook direct hieronder te bestellen
(ook verzending naar Frankrijk):

2-boekjes-schermafbeelding-2016-11-21-om-15-04-59

Bestel nu                  Bestel nu

 

 

schermafbeelding-2016-11-18-om-19-28-08

 

Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland en België verkrijgbaar zijn, te maken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

“Een rosé en een witte”, zei ik gewoontegetrouw tegen de kroegbaas, die de honneurs waarnam terwijl de kroegbazin bij de tabac aan de overkant van het dorpspleintje de wekelijkse rookwaar aankocht voor de dagen dat de tabac gesloten en de kroeg open was. Mag officieel niet, maar daar zal je hier niemand over horen; je zult maar helemaal naar de stad moeten. Bovendien zit een beetje Provençaal de anarchie nou eenmaal in het bloed, dus elke wet die een tikkie te torpederen valt, wordt hier met graagte overtreden. De immer lantefanterig aanwezige champêtre keek somber en nadrukkelijk de andere kant uit terwijl Jeanne-Marie met dampertjes beladen de oversteek terug maakte.
“Geen primeur?” vroeg de kroegbaas intussen, terwijl hij een fles beaujolais nouveau uitnodigend boven de tapkast uittilde. “Vind hem zelf errug lekker…”
Op zo’n moment weet je dat je geen keus hebt. Zeker niet als de kroegbazin net op dat moment langs snelt en in het voorbijgaan “ja, ik ook!” roept.
Het werd dus de beaujolais primeur, te nuttigen op het door een plastic luifel tegen de elementen beschermde onverwarmde terras, waar een opstekende mistral de te koude nieuwe wijn een snijdend welkom toe blies.
We bezochten het café om duidelijk te maken dat we geen zomervoorbijgangers waren, dat we hier ook gewoon hartje winter tot de vaste clientèle behoren. Maar het viel verdomd niet mee, op dat vrieskoude terras. Binnen was geen optie, in het smalle pijpenlaadje viel er weinig te zitten; en aan de bar hing het al vol. Eén glaasje, en dan wegwezen, zeiden we tegen elkaar. Was bijna gelukt.
Maar toen kwam Jeanne-Marie met een stralende glimlach een bordje “lekkers voor bij de nieuwe wijn” op ons tafeltje parkeren. We keken elkaar onthutst aan: stokbroodjes met rilettes! Gruw! Maar zeg maar eens ‘nee’ in plaats van “heerlijk, dank je wel!”
Het werd dus een tweede glaasje om de boel weg te spoelen. En toen kwam er een nieuw bordje. Dus werd het een derde glaasje, en een vierde.
En toen had niemand meer trek in de lunch die thuis stond te wachten.
“Doe toch maar een klein dingetje, ik moet nog werken”, zei de echtgenoot, voor zijn doen tamelijk timide, bij thuiskomst. Ik moest er niet aan denken. Maar terwijl ik toch maar een snel hapje in elkaar draaide, kwam de trek beetje bij beetje terug. ’t Is dan ook wel een erg lekker hapje. Met beaujolais nouveau vanzelfsprekend.

Ingrediënten:
4 grote eieren
100 gram dun gesneden jambon cru (of bacon o.i.d.)
100 gram champignons
1 ui
2 tenen knoflook
1 eetlepel herbes de Provence
1 suikerklontje
bloem of ander bindmiddel
5 dl beaujolais nouveau
olijfolie
zout en peper

Bereiding:
Pel en snipper de ui, pel de knoflooktenen.
Snij de rauwe ham in dunne reepjes.
Haal de voetjes van de champignons en veeg/borstel ze schoon, of spoel de paddenstoeltjes voorzichtig af onder de kraan. Snij ze in dunne plakjes.
Verhit een scheut olijfolie in een koekenpan en bruin de ui erin aan. Doe de fijngesneden rauwe ham erbij en roer alles even los. Knijp de knoflooktenen erbij uit, roer even om en doe de champignonplakjes erbij. Voeg peper en zout naar smaak toe. Doe er een flinke scheut beaujolais bij, lus een ½ eetlepel herbes de Provence, nog even goed door elkaar roeren en met het deksel op de pan een minuutje of vijf laten sudderen; daarna even binden met een beetje bloem of ander bindmiddel en het vuur uitdraaien.
Verhit de rest van de beaujolais samen met de rest van de herbes de Provence en het suikerklontje in een klein pannetje en pocheer er een voor een de eieren in. Da’s lastig, maar het kan ook simpel. Bekleed een kommetje of een kopje met een flink stuk (plastic) huishoudfolie – zorg voor een ruime overlap – en breek hierin voorzichtig een ei. Pak de zijkanten van de folie bij elkaar tot een tuutje en bindt er strak een dichtbindertje of een stevig stukje draad omheen, zodat het ei er niet uit kan lekken. Herhaal de procedure en maak zo van elk ei een pakketje; leg ze een voor een met het tuutje naar boven in de kokende wijn, haal ze er na circa twee minuten weer uit. Daarna de gepocheerde eieren nog even zonder verpakking in de warme wijn laten dobberen voor de smaak.
Verdeel de saus over de (diepe) borden en leg in het midden een gepocheerd ei. Geef er geroosterd brood bij om te soppen, en vanzelfsprekend een flesje beaujolais nouveau, of een lokale nieuwe lekkerd.