Home

Schermafbeelding 2016-08-26 om 16.40.19

 

Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland en België verkrijgbaar zijn, te maken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Goed. Je rent door de supermarché die je net zo’n beetje onder de knie hebt gekregen na je verhuizing. Je weet intussen zo ongeveer wel waar wàt staat, iets dat overigens weken geduurd heeft want het is een grote supermarché. En je grist op de greep hier en daar wat uit de schappen. Zowaar rustig bij de kassa’s, dus hup, alles in de tas gekeild en in recordtijd weer thuis. Waar de grote verbazing begint. Okay, die mosselen had ik gewoon bij de vistoonbank gehaald, netjes afgewogen en aangereikt door een echt mens. Maar dat, en dat, en dat, had ik toch niet echt uit de schappen getrokken? Jawel hoor, gewoon op routine meegegraaid, daar waar het tot nu toe stond. En daar stond het blijkbaar ineens niet meer.
Nee, natuurlijk niet. Om de zoveel tijd wordt elke supermarkt compleet omgegooid. Om de verkoop te bevorderen. Adviesje van marketeers die er verstand van hebben. Zoals het grote onderzoeksbureau Nielsen dat de supermarktmanager het volgende aanbeveelt: “Nielsen adviseert winkels regelmatig hun schapindeling te veranderen, dat stimuleert de productbewustheid van klanten.” Want de klant moet ‘verleid’ worden om af en toe iets anders te kopen dan dat ie gewend is. Kijk hier maar: http://bit.ly/2bCPt8M). Dus haal je ‘m uit z’n ‘comfort zone’, is het achterliggende idee. Door de spullen die hij dacht voor het grijpen te hebben, gewoon nèt even ergens anders neer te zetten. Daarvoor hoeft niet eens de hele winkelindeling op de schop, een beetje schuiven is al genoeg.
En dan ga ik dus genadeloos de mist in. Omdat ik een pesthekel heb aan shoppen. Omdat ik min of meer op de tast inkopen doe en zeker niet naar leuke, gezellige nieuwe dingetjes ga lopen zoeken. Ik wil gewoon zo snel mogelijk zo’n winkel weer uit met slechts datgene wat ik nodig dacht te hebben. Maar ja, dat gaf wel de nodige surprises bij het uitpakken. En dat heeft zomaar geresulteerd in een gloednieuw recept voor mosselen, met ingrediënten die ik anders waarschijnlijk nooit gekocht had. En nee, daarmee is het gelijk van Nielsen niét bewezen.

Ingrediënten:
1 kilo mosselen
1 grote ui
3 tenen knoflook
1 bakje 125 gram Rondelé bleu o.i.d. (roomkaas met bleu d’Auvergne)
1 bosje krulpeterselie
½ bouillontablet ‘ail et fines herbes’
1 volle theelepel kerriepoeder
olijfolie
witte wijn

Bereiding:
Zet de mosselen een half uurtje in een bak met koud water. Gooi alles weg dat open staat of kapot is, haal – indien nodig – de baarden af van de rest en laat ze uitlekken in een vergiet.
Pel en snipper de ui, pel de knoflooktenen.
Snij de peterselie fijn, ook de steeltjes mogen mee de pan in.
Zet een ruime pan op het vuur en verhit er een flinke scheut olijfolie in. Laat de ui erin aansmoren, doe de peterselie en de knoflook (uit de knijper) erbij, roer om en blus af met een flink glas witte wijn. Voeg de ½ bouillontablet toe en de kerrie. Kieper de mosselen erbij en laat ze een minuutje of tien op hoog vuur, onder af en toe omscheppen, koken tot z’n beetje alle schelpen open zijn. Wat niet opengaat, weg ermee. Voeg op het laats van de kooktijd de blauwe roomkaas toe, nog even omscheppen en meteen serveren. Met frites als je voor klassiek gaat, maar ook heel lekker met pasta of rijst. En vanzelfsprekend met een mooi glaasje wit erbij; die kookfles was toch al open.

Erfenis

augustus 24, 2016

illustration-d-un-livret-a_4506102

“NEE! Je kríjgt geen geld!”
De grote bek die de klant voor me aan de balie van het minipostagentschapje in m’n tegenwoordige dorp kreeg, was tot buiten te horen. Kon ook bijna niet anders, hittegolf, deuren open. Maar toch.
De oude man aan het loket gaf geen krimp. Leunend op zijn kruk enerzijds en de demarcatielijn die de balie vormde tussen hem en de onwillige postbeambte anderzijds, zette hij nog eens uiteen dat hij gewoon het spaarbankboekje van z’n moeder wilde verzilveren.
“Kán niet”, zuchtte de postbeambte. De hoge toon had hij laten varen, er leek doffe berusting voor in de plaats gekomen; blijkbaar was de discussie al geruime tijd gaande vóór ik argeloos binnenstapte.
“Dat boekje ís niet van jou, da’s van je moeder.”
“Maar die is dood.”
“Daarom.”
“Wat nou ‘daarom’?”
“Dan kun je er dus niet aankomen, want daar heeft ze geen toestemming voor gegeven.”
“Maar dat kan ze toch niet meer? Ze is dood.”
“Dan had ze je een volmacht moeten geven voor ze dood ging.”
“Ze wist niet dat ze doodging. Ze wist niet eens meer dat ze er nog was. Complètement gaga.”
‘Net als jij’, zag je de postbediende denken, maar hij zei het niet.
In plaats daarvan legde hij nog één keer de procedure uit.
Moeder had een ouderwets postaal spaarbankboekje, met een appeltje voor de dorst. En omdat zij – en zij alleen – de enige legitieme spaarbankboekjeshouder was, kon er ook helemaal niemand anders iets bijschrijven of afhalen. Moeder overlijdt, zoon erft spaarbankboekje. Maar de centjes zijn onbereikbaar want moeder heeft hem nooit een volmacht gegeven om er geld vanaf te halen. Punt uit.
“Maar ’t is nu mijn geld”, herhaalde de man met de kruk nog maar eens, “ik heb het boekje geërfd.”
“Maar je hebt geen volmacht van je moeder”, verzuchte de baliebediende voor de zoveelste keer.
De hele discussie dreigde zich opnieuw te herhalen, tot de krukkenman op een briljant idee kwam. In elk geval in eigen waarneming. “Dan geef jij me toch gewoon die volmacht.” We kènnen elkaar. Jij wéét dat ik de zoon van m’n moeder ben.”
“Gáát niet. Dat moet officieel, ik bèn niet officieel.”
Ik had bijna iets gezegd, maar hield nog net op tijd m’n mond; sommige grappen moet je niet maken en al helemaal niet over bijna wegbezuinigde postkantoorbeambten in vrijwel uitgestorven dorpjes. Niet, als je nog deze dag een paar postzegels wilt scoren.
Krukkenmans gaf het nog niet op. En begon alle dorpsgenoten op te noemen die ook zouden kunnen bevestigen dat hij de zoon van zijn moeder was.
De postman gaf toe dat het halve dorp hem kende “maar daar neemt de overheid geen genoegen mee. Heb je dan op z’n minst een overlijdensakte?”
“Tja, dat zou ik in het zorgtehuis in de grote stad moeten vragen, daar is ze doodgegaan.”
“Ga die dan halen!”
Er werd nadrukkelijk nagedacht.
“Kan dat niet telefonisch? Ik heb geen auto…”
“Nee, moet persoonlijk.”
“En als ik die verklaring heb, wat dan?”
“Dan ga je daarmee naar Toulon, de hoofdstad van het departement, naar de préfecture. En dan neem je ook het spaarbankboekje mee, en je identiteitsbewijs…”
“Ik heb geen identiteitsbewijs…” mompelde de oude krukman er zachtjes tussendoor…
“En dan laat je officieel bevestigen dat je moeder dood is en dat jij de erfenis hebt geaccepteerd. Dat bewijs – zal wel een maandje of wat duren voordat je dat krijgt – moet naar de hoofdadministratie van La Poste. En op zeker moment krijg je dan bericht dat het boekje op jouw naam is overgeschreven. En met dat bewijs kun je dan weer hier komen om je centjes op te halen.”
“Kan dat allemaal ook gewoon per post? Ik heb geen auto…”
“Nee, je moet persoonlijk verschijnen.”
Ik zag de raderen draaien bij de krukmeneer. Langzaam daalde er een zeker besef in. Het besef dat hij hier te maken had met een ambtelijke molen die er per definitie op uit was hem te vermalen. En dat dat ging lukken ook.
“En wat gebeurt er met moeders centjes als ik dat allemaal niet voor mekaar krijg?”
“Dan vervallen ze aan de staat.”
“La suite! Madame?” wenkte de postbaliër me resoluut nader terwijl de oude man op z’n kruk steunend hoofdschuddend het pand verliet.
Ik durfde al bijna niet meer om die paar lullige postzegeltjes te vragen.

Schermafbeelding 2016-08-19 om 16.06.12

 

Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland en België verkrijgbaar zijn, te maken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Ik overdrijf misschien, maar ik geloof dat er in de hele Provence geen gezin te vinden is waar géén eigen variant van de ‘soupe au pistou’ met enige regelmaat op het menu staat. Een heerlijke zomersoep die hier net zoveel varianten kent als zonuren, en dat zijn er nogal wat: tegen de 3000 op jaarbasis. Voor wie het na wil kijken: http://bit.ly/2b4RoBJ (even naar beneden scrollen voor het lijstje), maar daar hadden we het niet over. Het ging over soep. Lichte soep, geen dikke winterbrij waarbij je vanzelf visioenen krijgt van schaatsen en truien. Nee dus: vrolijk zomers en toch voedzaam genoeg om als hele maaltijd te kunnen volstaan. Een tikkie Italiaans, want pistou is verwant aan pesto. Maar in pesto gaan – behalve basilicum – ook pijnboompitjes en Parmezaanse kaas. In pistou draait het voornamelijk om knoflook, basilicum en olijfolie. En daar ‘bouw’ je dan die soep omheen als het ware. Probeer maar, moeilijk is het niet en je hoeft er ook niet te lang voor in de keuken te staan. Want buiten lonkt het terras.

Ingrediënten:
200 gram haricots verts
1 blikje witte bonen
1 blikje gepelde tomaten
1 kleine rode paprika
1 grote ui
1 prei
2 aardappels
1 courgette
3 tomaten
1 bosje basilicum
3 tenen knoflook
20 gram geraspte gruyère (of emmental)
20 gram geraspte parmesan
olijfolie
peper en zout

Bereiding:
Doe de witte en rode (of bruine) bonen in een vergiet en laat ze uitlekken.
Doe hetzelfde met de tomaten, en snij ze in stukken.
Snij de haricots verts in stukjes, verwijder de uiteinden.
Haal kop en kont van de paprika en haal de zaadlijsten eruit; snij hem klein.
Pel en snipper de ui.
Schil de aardappels en snij ze in blokjes.
Snij de courgette klein, evenals het wit van de prei.
Breng in een grote pan 1liter water met wat zout aan de kook, doe de ui, alle groenten (behalve de aardappelen de courgettes en de tomaten) met peper en zout naar smaak erbij en laat alles een ½ uur op laag vuur doorpruttelen. Voeg er zo’n 10 minuten voor het einde de aardappelblokjes aan toe, en vlak voor het einde van de kooktijd de courgette- en tomatenblokjes. Laat weer warm worden en roer de geraspte gruyère erdoor, draai het vuur uit.
Pel de knoflooktenen en snij ze in stukjes, verwijder de steeltjes en snij de basilicumbladeren grof. Wrijf de knoflook en basilicum tot pulp in een vijzel, of gebruik er de keukenmachine voor. Voeg scheutje voor scheutje olijfolie toe, tot er een gladde saus ontstaat; niet te dun laten worden.
Verdeel de soep over de borden en schenk in het midden van elk bord een plasje pistou-saus. Serveer de geraspte parmesan er los bij. Geef er geroosterd boerenbrood bij, en een glaasje koele rosé.

Heftig truckje

augustus 18, 2016

20160812_203018

De buurman van een eind verderop heeft een heftruckje, een kleintje. Hij is kunstenaar – in elk geval in eigen waarneming – en heeft weleens wat zwaars te verplaatsen. Zoals een onlangs aangeschafte compressor. Waarvoor hij die nodig had? “Nou ja, je wilt weleens wat verven…”
De vrij groot uitgevallen compressor (denk aan een paar honderd kilo) had al een week of wat op de aanhanger van de kunstenaar gestaan; we zagen hem op de ‘berge’ boven de holle weg uitbollen als we langsreden. Het apparaat stond ook danig in de weg, zo op die midden op het erf geparkeerde aanhanger, dus op zekere middag besloot de buurman ‘m er eindelijk maar eens met zijn heftruckje af te sjorren. Dat ging niet meteen vlekkeloos; het ding hing al na een paar voorzichtige manoeuvres scheef uit de achterklep. En bij de volgende ‘move’ kantelde het gevaarte op z’n zij, half in, half uit de aanhanger. De buurman kan ook bijzonder kunstig vloeken. Het geluid draagt hier ver, we bleven ook zonder te gaan kijken op de hoogte van de vorderingen. En we besloten al helemaal niet meer te gaan kijken toen er onder donderend geraas een fiks aantal ‘putin de merde’s’ aan het dempende daglicht werden toevertrouwd.
Even later verscheen de buurman op het pad onderlangs het terras: “Moesten we nog weg vanavond? Of morgen?”
“Mwah”, zeiden we, “vanavond niet, maar morgen wel. Vrij vroeg ook nog. Werk.”
Hij wist de ‘putins’ nog net binnensmonds te houden. Heen en weer banjerend betoetste hij zijn ‘portable’, er moesten blijkbaar dringend hulptroepen worden opgeroepen.
“Probleempje?” durfde ik na het zoveelste telefoontje te vragen. “Iets te drinken erbij?”
Eenmaal aan de tuintafel nam hij het glas gretig aan, vulde na een eerste aarzeling eigenhandig bij, en vertelde tussen neus en glas door wat er was gebeurd. Na de zoveelste mislukte poging om de compressor uit de aanhanger te tillen had hij even een plaspauze ingelast. En terwijl hij met z’n rug naar de ‘place délit’ afwaterde, was het heftruckje zomaar “echt helemaal uit zichzelf” gaan rijden en achteruit de berge afgekacheld. En daar stond het ding nu, het enige nauwe toegangspaadje tot onze ‘boshut’ blokkerend. De buurman was heel erg ‘désolé’ maar hij zag echt niet hoe hij die loodzware, half gedraaide en half gekantelde hijsmachine weer van ons toegangsweggetje zou kunnen krijgen.
“Maar je hebt toch ook nog een tractor?” opperde de echtgenoot optimistisch.
“Te licht. Niet genoeg power. Zo’n heftruck weegt wel een paar ton.”
We somberden gezamenlijk nog wat voor ons uit. Tot een opgewekt getoeter ons uit onze overpeinzingen opschrok.
“Michel!” riep de kunstbuurman enthousiast. We snelden eendrachtig het pad af, de lokale loodgieter tegemoet, die blijkbaar tijd en zin had gevonden om buiten diensttijd voor een ‘dépannage’ te zorgen. Hij schudde handen, hij schudde het hoofd in ongeloof en maakte zichzelf onsterfelijk door droogjes op te merken dat er een heftruckje in de weg stond, dus hoe kon hij nou bij het huis komen om ‘het probleem’ te verhelpen. Na enig heen en weer gepraat was ook hem duidelijk dat het probleem het heftruckje zelf was.
Daar moest over overlegd. We trokken ons voltallig terug op ons terras (de buurman had geen druppel drank in huis, vandaar) en schonken ook hem een glas vol. En intussen werd het in rap tempo donkerder. Uiteindelijk togen de plombier en de kunstbuur naar de heftruckblokkade om het dan maar op de bonnefooi en met duwen en trekken te proberen. De fraaie avondschemer werd geruime tijd doorsneden door heel veel waarvoor een fraaie avondschemer niet bedoeld is. Uit voorzorg had de buurman een paar pallets tegen de boom achter het heftruckje gezet, zodat het niet nóg een berge lager zou afstorten. En vanzelfsprekend schoot het machientje bij een ferme ruk- en treksessie dwars door die pallets heen naar de lagere regionen onder ons toegangspad.
‘Mooi zo’, dachten wij, ‘weg vrij’. En namen er nog eentje op het terras.
Een half uurtje later kwamen de buurman en de plombier weer aanschuiven. Ze hadden het toch voor elkaar gekregen; heftruckje omhoog en zowaar nog terug op het erf ook.
“Hoe dan?” vroeg ik verbaasd.
“Jean gebeld”, zei de plombier. En Jean – werkzaam in de bosbouw – heeft een buitenmaatse 4X4 met een lier. Dat was net de extra trekkracht die ze nodig hadden gehad.
“En waar is Jean nu?” vroeg ik met de fles in de hand.
“Coucou”, klonk het van onder het terras. “Ik moest nog even parkeren. En ja graag, dorst voor drie.” Ik schonk hem vol.
“O ja”, zei hij tegen de buurman terwijl hij gulzig z’n glas naar binnen klokte, “ik heb je heftruckje op de handrem gezet. Moet je voortaan ook eens proberen. Chincin!” En met een scheve knipoog keek hij van z’n lege glas naar mij en naar de fles.

Schermafbeelding 2016-08-11 om 18.40.02

 

Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland en België verkrijgbaar zijn, te maken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Ik (her)las onlangs de Frankrijk trilogie van Bart van Loo, chansonnier, cabaretier en bevlogen schrijver – en dat allemaal over Frankrijk – en bleef nogal hangen in het deel over koken ‘Als kok in Frankrijk’. Leuk, om te lezen over recepturen en tafelmanieren van een paar eeuwen achtereen, maar ik werd er ook een beetje moe van. En een beetje misselijk. Wat kreeg de mensch in de loop van de geschiedenis al niet voor de kiezen! Zaken die we nu absoluut als oneetbaar beschouwen, overdadige banketten waarbij zo’n beetje de complete huisveestapel, het gehele wildareaal, complete kaasboerderijen en een overdaad aan patisserieën vrijwel tegelijkertijd werden uitgeserveerd…, je moet er niet aan denken.
Veel recepten en anekdotes zijn opgehangen aan de groten uit de Franse literatuur, maar wat mij vooral bijbleef – en vertederde – was het verhaal over de madeleines van Marcel Proust (1871-1922) die hij beschreef in ‘Op zoek naar de verloren tijd’. Een kopje thee, een madeleine-caketje, en al zijn jeugdherinneringen komen terug. Zo simpel kan lekker zijn. Je zou er zomaar nostalgisch van worden.
Doen we niet, we maken gewoon die overheerlijke madeleines. En wie het hele verhaal wil lezen raadplege Bart van Loo, of Marcel Proust zelf.
O ja, onderstaand recept is een beetje eigentijds aangepast.

Ingrediënten:
225 gram bloem
175 gram suiker
100 gram boter
4 eieren
rasp van 1 citroen
1 zakje levure chimique (bakpoeder)
snufje zout

Bereiding:
Mix in een ruime kom de eieren en de suiker tot een soepel geheel.
Voeg de bloem, het zout en de levure chimique toe en roer door elkaar.
Rasp de schil van de citroen, smelt de boter en voeg die samen met de rasp toe aan het beslag.
Beboter een aantal cakevormpjes (poffertjesvormpjes kunnen ook) en verdeel er het beslag over (er zijn speciale voorgevormde bakplaten voor in de oven).
Laat de vormpjes/bakplaat zo’n 20 minuten in de koelkast rusten.
Verwarm intussen de oven voor op 210 graden.
Zet de madeleines in het midden van de voorverwarmde oven en laat ze bakken tot ze stevig beginnen te worden, draai dan de oventemperatuur terug naar 190 graden, en laat ze nog een paar minuten bronsbruin worden.

Dicht

augustus 11, 2016

big_grille2
Even snel naar de tabac en langs de épicerie, aperitiefje in de dorpskroeg, de keuken in om een vlugge lunch in elkaar te flansen en hup, weer aan het werk.
Dacht ik. Niet dus. Midden op het dorpspleintje stuitte ik op een stoet. Een lange stoet, die zich vanaf de kerk bovenin het dorp naar het onderaan de dorpsrand gelegen kerkhofje slingerde. De luiken van de tabac, de épicerie en de kroeg waren gesloten, de neringdoenden stonden er voor, de handen devoot voor de schoot gevouwen. ‘Begrafenis, tuurlijk!’ schoot het door me heen terwijl ik bedeesd afremde, zachtjes de kant in manoeuvreerde en de motor afzette. Zo gaat dat hier nog steeds op het platteland; respect voor de doden. Pas als de stoet voorbij is gaan winkels, restaurants en kroegen weer open en hervat de normale negotie zijn loop, met name in de kroeg. Maar terwijl de luiken links en rechts omhoog ratelden bleven die van het café potdicht. Waaróm, vertelde de tabagiste: de dode was de broer van de kroegbazin. Ziek, te jong gestorven, het hele treurige verhaal. Dus vandaag geen apéro op het terras. “Maar morgen gaat ze gewoon weer open hoor. Hoogseizoen, ze moet wel.” Ook treurig.
Terwijl ik terugreed moest ik denken aan een ander sterfgeval, in m’n beginperiode hier zo’n kwart eeuw geleden, in m’n ‘oude’ dorp. Ook daar luiken dicht, commercie gesloten terwijl de stoet langstrok. Maar in dit geval was de kroegbaas verplicht bij de begrafenis aanwezig te zijn. Niet dat hij de dode goed gekend had, maar het was een notabele dus hij kon er maar beter bij zijn met het oog op de dorpsverhoudingen. Hij had die ochtend tijdens ‘l’heure de l’apéro’ al een paar keer schichtig op zijn horloge gekeken, het ‘uur U’ naderde, en de vaste clientèle maakte niet echt aanstalten om het hijspaleis te verlaten. Vlak voor de stoet langs zou komen gingen de laatste doordrinkers op huis aan voor de lunch. Maar op het terras bleven een paar luidruchtige toeristen halsstarrig zitten, zich niet bewust van de naderende dodengang. De kroegbaas probeerde het uit te leggen maar zijn Engels was net zo slecht als hun Frans, dus het bleef bij niet-begrijpend knikken. In wanhoop kwam hij het café weer in waar wat vrienden, de echtgenoot en ik net het laatste slokje uit het laatste glas achterover klokten. “Vous parlez leur langue non?” priemde hij met een zenuwachtige wijsvinger naar ons, “donc…”
We legden het de Amerikanen uit. Ze vertrokken bedremmeld, in een rouwstoet hadden ze overduidelijk geen trek. Als dank wierp de kroegbaas ons de sleutels toe: “Met een uurtje ben ik weer terug, drink gerust wat op mijn kosten. Maar wel binnen blijven hè, en de ‘grille’ (het café had geen luiken maar een traliehek) dicht.” Het werd zo’n beetje het leukste kroeguurtje dat we in lang hadden meegemaakt. Natuurlijk toonden we ons respect en stonden we netjes voor de deur toen de stoet langskwam. Maar het kerkhof was een heel eind weg, en de kroegbaas nog lang niet terug, dus we namen er eentje. Eerst op een mooie hemelvaart voor de dode, toen op de gezondheid van de kroegbaas, daarna op het geluk dat ons ten deel was gevallen. En daarna zijn we de tel een beetje kwijt geraakt. Halverwege of zo kwamen de Amerikanen nog wel even terug en gluurden door de grille om te kijken of er alweer normaal geschonken werd. We hieven ons glas in hun richting en schudden van nee.
Pas toen de kroegbaas aan zijn eigen grille kwam rammelen deden we open. Hij bekeek ons méér dan achterdochtig. De Amerikanen stonden achter hem op het terras met de armen over elkaar geslagen te wachten.
“Geen problemen?”
“Mais non, pas du tout,” lalden we meerstemmig.
Hij bond zijn schort voor en snelde het terras op om de Amerikanen van verse drankjes te voorzien. Ook wij namen er nog eentje. Uit respect voor de doden vanzelfsprekend. En voor eigen rekening; ook voor een gulle kroegbaas moet je respect hebben.

Schermafbeelding 2016-08-05 om 18.47.46

Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland en België verkrijgbaar zijn, te maken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Dat mankeerde er aan hier op het nieuwe dorp: vis. Een pront café, een prima épicerie, een puike slager, maar voor vis moest je elders wezen. Dacht ik. Tot ik de vrijdagse markt afstruinde en pal naast de Vietnamese loempia’s stuitte op een riante viskar met een geruststellend zachtzoemende koelinstallatie. Spatverse vissen, schaal- en schelpdieren in de aanbieding en een helemaal Provençaalse visboer die de hele goegemeente kende en om leuterpraat niet verlegen zat. Natuurlijk werd ik meteen ontmaskerd als nieuweling annex prooi, maar ik kwam toch redelijk snel weg met een mooie moot kabeljauw en een portie veelbelovende mosselen. Over die kabeljauw hebben we het later nog wel eens. Maar die mosselen… ja, die heb ik meteen maar helemaal ’s zomers uit hun jas geholpen. Ik zou zeggen, probeer het ook eens.

Ingrediënten:

Voor de mosselen:
3 kilo kleine mosselen (liefst bouchot)
1 grote ui
4 teentjes knoflook
4 ansjovisfilets (op zout)
olijfolie
droge witte wijn
versgemalen peper

Voor de aïoli:
2 eierdooiers
1 theelepel mosterd
6 teentjes knoflook
citroensap van een halve citroen
zout en peper
olijfolie (veel)

Bereiding:

Van de mosselen:
Was de mosselen, verwijder de harige uitsteeksels, en gooi alle exemplaren die kapot zijn of open staan, meteen weg. Doe de overige mosselen in een vergiet en laat ze uitlekken.
Pel en hak de ui fijn, pel de knoflook.
Verhit een scheutje olijfolie in een ruime, hoge pan en fruit de ui aan. Doe de mosselen erbij, plus een half glas witte wijn, en laat 5 min op hoog vuur koken met het deksel op de pan. Voeg een flinke scheut wijn extra toe, pers de knoflook erbij, voeg de fijngesneden ansjovisjes toe en laat nog een paar minuten met dicht deksel doorkoken tot alle mosselen open zijn.

Van de aïoli:
Pel de knoflooktenen en pers ze (knoflookknijper) uit boven een vijzel. Stamp ze met wat zout (gaat makkelijker) tot pulp en voeg wat scheutjes olijfolie toe tot het een smeuïge puree is.
Doe de puree, de mosterd en de eierdooiers in een ruime kom en meng alles goed door elkaar. Voeg dan onder goed kloppen scheutje voor scheutje steeds meer olijfolie toe, tot een heel dikke, stevige mayonaise ontstaat. Hoe meer olijfolie, des te stijver de mayonaise. Pak gerust de mixer; dat je alleen een vork zou mogen gebruiken en altijd in dezelfde richting moet klutsen, is onzin. Pers de halve citroen uit en voeg druppelsgewijs toe, maar laat de mayonaise niet te dun worden. Breng op smaak met zout, eventueel wat peper, maar de knoflook is al flink sterk dus niet teveel.

Schep de mosselen met een schuimspaan uit het kookvocht en verdeel ze over de borden; schep er eventueel nog een beetje kookvocht overheen. Geef de aïoli er los bij. Plus natuurlijk brood om te soppen, een smakelijke salade en een heerlijk glas koele rosé. En ja natuurlijk, patatjes passen er ook perfect bij. Zo simpel kan een mooie zomeravond zijn.

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 1.753 andere volgers