Verkeerd geëmigreerd

do 21 mei 2020

Gisteren sprak ik de Britse buurvrouw weer eens. Niet dat ze de facto mijn buurvrouw is, maar ze is het wel een jaartje of vijf geweest, in m’n vorige dorp, en we bleven bevriend.
Ik herinner me de eerste kennismaking nog als de dag van gisteren.
Het begon met een klop op de deur, op zondagmiddag rond een uur of half drie. De rafelranden van de lunch hadden nog best wat verder over de namiddag kunnen uitwaaieren, maar daar was ineens dat dwingende geklop. Onaangekondigd bezoek mag hoe dan ook op weinig sympathie rekenen, en op dit tijdstip al helemaal niet. Een van de vele voordelen van het bestaan in mijn deel van de wereld is dat geen mens het in zijn hoofd haalt zomaar bij je langs te komen. Visite uitsluitend op afspraak. Een kwestie van beschaving.
Zoals iedereen hier ook altijd minstens een kwartier later komt dan vooraf is overeengekomen. ´Le petit quart d´heure de courtoisie`, zo heet dat en zo hoort het. Het zijn slechts ‘les Hollandais’ die dergelijke ongeschreven wetten met voeten treden. Ik schrok me dus rot.
Mijn honden eveneens. Ze hadden geen auto gehoord, er klopte iets niet. Nou ja, dus wel, maar dat geklop klopte niet. Om zich een houding te geven hieven ze een grommend blafconcert aan, dat zich niet meer liet bedaren.
Met mijn glas rosé nog in de hand maakte ik de deur open. Op een kier, zo gaat dat hier. Er stond een grijs-kalende man onder het luifeltje. Blauwe polo, bolbuikig, bezweet voorhoofd, en een handenwrijvende grijns op het gelaat. Terwijl het regende en de temperatuur al weken niets van het subtropisch ideaal van de Provence had willen weten.
“Bonjour?” vroeg ik voorzichtig door de deurkier.
“Hello!” klonk het meteen voortvarend. “Any chance of someone speaking a normal language, like English?” Het duurde even voor het tot me doordrong: een Brit. Sinds het vertrek van de Canadese actrice uit ons dorp (een attractie, met name als ze in het café met haar van whisky doordrenkte alt een jazzy balade vertolkte) is de taal van Shakespeare hier een schaars voorbijkomend fenomeen.
“Yes, of course sir”, antwoordde ik toen het taalschakelaartje in mijn hoofd was omgezet. “How may I help you?”, blafte ik zo beleefd mogelijk boven het
aanhoudend gromconcert van mijn vierpotig gespuis uit.
“Hi”, I am Harry.”
Ja? Dacht ik razendsnel. Ken ik ene Harry? En zo ja, wat moet ik dan met hem, of hij met mij?
“I ‘m your new neighbour!”, glunderde Harry.
O my God! Buren! Nieuwe buren! Ja, er stond al meer dan twee jaar een paar honderd meter verderop aan het weggetje een vervallen huisje te koop, volgens de internet-advertentie van de makelaar natuurlijk een ‘charmante villa´. Het leek me uitgesloten dat iemand het ooit zou kopen. Dus toch. Harry’s Britse ponden gingen de bouwval ‘nextdoor’ stutten.
“Come in.” Mijn beleefdheidsreflexen winnen het soms van mijn kluizenaarskriebels. En de honden mochten hem bij nadere beschouwing wel: hij rook naar zijn eigen honden (drie stuks) en dat schept een band.
Of hij iets wilde drinken? “A cupper’ (een kopje thee) would be nice.” Maar dat spul drink ik al sinds ik in Frankrijk neergestreken ben niet meer. En tegen mijn ‘espresso ristretto’ is geen enkele Engelse maag bestand. Wijn bliefde hij niet, het werd een zuinig glaasje water.
“So?” vroeg ik voorzichtig.
“Ah….”
Het ging om internet. Dat hadden ze niet. Of ze het ooit zullen krijgen is weer een ander verhaal, maar of ik ze misschien even uit de brand kon helpen. Er was wat misgegaan met de verhuizing en de iPad van zijn vrouw Janet moest wifi. Dat kon.
En zo begon een vriendschap die de jaren dat we naast elkaar woonden voortduurde. De bouwval werd dankzij handige Harry de knusse cottage waarvan Janet had gedroomd, niets stond hun Franse geluk in de weg. Behalve dan dat ene, waarmee ze geen rekening hadden gehouden: heimwee.
De tripjes naar Engeland werden met het verstrijken der jaren steeds frequenter, de periodes dat ze wegbleven duurden steeds langer. Janet miste de kinderen, Harry z’n pub. Het ging bovendien niet goed met z’n gezondheid. Er moest een nieuwe heup, een schoudergewricht, en nog zo het een en ander. Allemaal gratis ingrepen bij de NHS (National Health Service) en niet gedekt door enigerlei Franse verzekering.
Op en dag hakten ze de knoop door, het huisje werd te koop gezet; ze verkasten terug naar de wollige heuvels van Wales in hun geliefde Great Britain. Zelden twee mensen zo opgelucht gezien dat ze van hun Franse droom verlost waren. “Maar ze kwamen terug, voor vakantie, natuurlijk!”
We hielden contact, maar terug zie ik ze niet meer komen. Niet, vanwege die coronacrisis, maar omdat het goed en niet goed met ze gaat. Harry heeft last van een vergroot hart, bij Janet is een hersentumor geconstateerd. “But we’re só happy”, vertelde Janet toen ik haar belde, “we’re home again.”
Ik kan het snappen. Home is where the heart is. Ze waren gewoon verkeerd geëmigreerd.

9 reacties op “Verkeerd geëmigreerd”

  1. Ik wilde U even een berichtje sturen over de emails die ik krijg. De button “Lees verder” werkt bij mij sinds kort niet meer. In andere woorden ik kan niet van de email doorklikken naar de rest van Uw verhaal. Ik lees het nu wel direct op Uw site.

    Misschien hebben anderen ook wel hetzelfde probleem?

    Met vriendelijke groet
    Kiek van Kempen
    Chambres d’hôtes “La Bastide des Tremieres”
    St. Antoine de Breuilh

  2. Prachtig geschreven Renée en doorklikken geen enkel probleem..
    Wij missen hier niks of niemand,geen haar op ons hoofd dat ooit terug naar België wil,maar totaal geen begrip voor mensen die komen klagen omdat ze ondoordacht en op avontuur belust,een stap in het onbekende gezet hebben,zonder de taal te beheersen, zonder uitzicht op werk ,met een stel kinderen die totaal niet enthousiast zijn en dagelijks zeuren over hun vriendjes die ze niet meer zien,geen’ stuiver ‘op de spaarboek en hun laatste penny besteed hebben aan een krot van een woning ,met de bedoeling er een b&b van te maken ,die jaar in jaar uit verhuurd is..

      1. “Harry’s Britse ponden gingen de bouwval ‘nextdoor’ stutten”… de mooiste zin voor mij uit dit leuke verhaal! ??.
        En ik denk altijd maar, als iemand besluit terug te gaan naar zijn geboorteland: hij/zij heeft wel een vrachtschip aan ervaringen opgedaan en is het avontuur niet uit de weg gegaan! Je bent je hele leven bezig herinneringen te maken, en die heb je nodig als je echt oud bent en der dagen zat ?.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Of reageer met je Facebook account

Scroll naar top