Mont Ventoux: rondneuzen bij de Gevreesde Kale

zo 28 maart 2021

Door Patrick de Graaf

(klik op de foto’s om ze te vergroten)

Niet uit principe hoor, maar ik fiets niet. Sinds de uitvinding van de verbrandingsmotor prefereer ik het relatieve comfort van het automobilisme. Dientengevolge trok ik ter hoogte van de Mont Ventoux sterk de aandacht toen ik er in de buurt was: de enige toerist zonder fiets! Ik werd er onbarmhartig bekeken als een melaatse, zo voelde dat. En dat was nog ruimschoots vóór het coronamondkapjestijdperk.
Ik wist wel dat de Ventoux in wielerkringen te boek staat als de Gevreesde Kale, maar ik wist ook dat de omgeving daar op de lijst van ’10 mooiste omwegen van Frankrijk’ staat. Dus ik er een keer naartoe. Ik trof een soort basiskamp voor allerlei fietsvolk in sportief gedachte uitmonstering, qua aanblik in lang niet alle gevallen een verantwoorde keuze. Dit terzijde.

De eerste toerist was een dichter
Ik was er dan wel zo ongeveer de laatste toerist zonder fiets, maar evenmin de eerste allochtoon die er een kijkje kwam nemen. Voor zover een autobiografie betrouwbaar is, zou de Italiaanse dichter Francesco Petrarca (1304-1374) de wereldprimeur op z’n naam hebben geschreven. Naar eigen zeggen beklom hij op 26 april 1336 de berg. “Als eerste mens sinds de klassieke oudheid die van het uitzicht mocht genieten”, schreef hij in een brief die later gepubliceerd werd. Waar of niet waar, we weten het niet. Een feit is dat de Ventoux de enige serieus te nemen berg van de Provence is, 1912 meter hoog. Je komt terecht in een gruwelijk maanlandschap, na een hoogteverschil van 1640 meter doorstaan te hebben. Eenmaal boven vraag je je uitgeput af: hoezo ‘Ventoux’? Is Occitaans (oud-Frans) voor ‘wind’. Zou weer te maken hebben met de Keltische god Vintour, die over de wind ging. En ja, op de Ventoux kan het flink waaien. Er zijn windsnelheden tot 300 km/uur gemeten. Dan heb je ’t over de soms ‘terroristische’ mistral.

De Romeinen en de paus
Ik liet de ‘Reus’ zoals de berg ook wel genoemd wordt voor wat ie is. Het ging mij om die ‘omwegen’. Ik belandde in het nabijgelegen Vaison-la-Romaine. Volgens de Romeinen destijds al een ‘place to be’. Ten tijde van het pontificaat in Avignon vonden de kardinalen dat later ook, ze belegden er twee concilies. Geen wonder dat ik me er ook m’n gemak voelde, veel is er niet veranderd, vermoed ik. Platanenpleintjes, fonteinen, winkelstraatjes, terrasjes en restaurantjes. En je hebt er die markt met misschien wel alle lekkers van de Provence, een ‘marché die al in 1532 werd ‘goedgekeurd’ door de dienstdoende paus. Allicht een gastronoom die behalve het kerkrecht ook de smulpaperij tot de dossiers rekende die onder zijn verantwoordelijkheid vielen. Ik genoot er van een prima lunch bij Bistro Du‘Ou, Rue du Château, in de oude paardenstallen. Ik hoop maar dat dit adres de pandemie overleeft.

Méditerraan micro-klimaat
Ik verkende aan de voet van de Kale ook Malaucène, waarvan de historie minstens rijk te noemen is. Tal van godsdienstoorlogen door de eeuwen heen, ook in de Tweede Wereldoorlog is er gevochten. Maar ik werd vooral aangenaam verrast door de charme van het klimaat. In de buurt van, en zelfs halverwege, heb je te maken met verschillende ‘micrro-klimaten’. In Malaucène heb je ’t dan gemiddeld genomen over de subtropen. Dat is zo ongeveer het laatste dat je verwacht, zo’n end rijden van de Méditerranée. Er was me verteld dat ik moest gaan eten bij Le Chevalerie, Place de l’Église. Het kwam er niet van.

Het historische Bédoin
Nog even door, bij de Ventoux, naar Bedoin. Ik hoorde dat ze er onderling ruzie maken, of het nou Bedoin of Bédoin moet zijn. Het zal me een zorg zijn. Al is het wel zo dat ze daar al eeuwen met conflicten te maken hebben. Het is vooral zo’n typisch stadje met een hele geschiedenis, vooral spannend ten tijde van de Franse Revolutie. Is toen van alles gebeurd, maar de kerkgeschiedenis gaat veel verder terug. Zie de kapel De La Madeleine de Bédoine. Als je iets van de historie van de Provence met allerlei godsdienstoorlogen wilt ondergaan, Bedoit, met of zonder accent. Als de fietsers aan hun beklimming begonnen zijn, is het er best aardig en mooi oud. Ik had kunnen gaan eten Le Mas de Vignes, Chemin des Jas, volgens iedereen die ik sprak een aanrader.

De lavendelvelden van Sault
Heb je nog Sault, qua hoogte ongeveer op de helft van de Ventoux. Ook zo’n stadje waarvan de ongewone geschiedenis niet in een paar woorden valt samen te vatten. Ik zou ongeveer in 956 moeten beginnen. In de Tweede Wereldoorlog was Sault een verzetshaard, maar dat kun je je nauwelijks voorstellen als door de lekker ruikende lavendelstruiken struint. Sault is óók en vooral lavendel. En ga er vooral even kijken in de Romaanse kerk Notre Dame de la Tour.

Wijn scoren in Châteauneuf-du-Pape
Iets verder rijden, maar als je toch in de buurt bent: Châteauneuf-du-Pape mag je niet missen. Weet ik nu. Schitterend middeleeuws stadje om te zoenen. En op de Place de la Fontaine word je al overvallen door een hele reeks caves. Nee, een geheelonthouder of een fietser met een bidon energiedrankje heeft niks te zoeken in het epicentrum van de Côtes-du-Rhône. Met dank aan de pausen van Avignon die er hun zomerverblijf vestigden. In 1929 werd er al een Appellation Châteauneuf-du-Pape toegekend. Toen ik er was, kon ik niet weten dat het restaurant La Mère Germaine (3 Rue du Commandant Lemâitre) dit jaar voor het eerst een Michelster zou krijgen. Ik ben er wel langs gelopen, maar ja. Tijd speelt soms een nare hoofdrol.

De steden in de buurt
Moet ik het eigenlijk nog hebben over Mazan en Mormoiron, minstens ook een visite waard als je in de buurt van de Ventoux bent. Typisch Provençaalse ‘plattelands’ gemeenten met een opwindende geschiedenis. Maar je zou ook de min of meer nabijgelegen nabijgelegen echte steden Montélimar, Orange en Carpentras als een uitvalsbasis kunnen nemen als je ter hoogte van de Ventoux op ontdekkingsreis gaat. Voor de meeste mensen begint de Provence zo ongeveer ter hoogte van Montélimar, en Orange, nu een prettige city met 30.000 inwoners, was ooit een prinsdom in bezit van het Huis van Oranje. Een protestantse enclave die aan de katholieke Fransen werd verspeeld. Er zijn nog steeds Nederlandse invloeden, al waan je je op de Place Langes in Rome. Ik ben er een keer geweest, goed gegeten bij Le Mas des Aigras, Table du Vergier, Chemin des Aigras. Ik was in Orange voor een openluchtconcert in het Théâtre Antique met z’n onovertroffen akoestiek.
De Ventoux is letterlijk het toppunt van de Vaucluse. Maar even iets verder kijken en je weet dat er overtuigender hoogtepunten zijn die veel meer met de essentie van Zuid-Frankrijk te maken hebben.

11 reacties op “Mont Ventoux: rondneuzen bij de Gevreesde Kale”

  1. volgende keer, in een normaal jaar, eens lekker gaan eten in Montelimar. Er zijn drie adressen genoemd niet alleen door de gids Michelin, maar ook de Gault et Millau… Het Cafe de l’Ardèche, la Moderne en le Petit France….. in die volgorde ;)

  2. Daar zouden de fietsers wel blij mee zijn als er geen auto’s op de Mont Ventoux kwamen. Helaas voor hen ontelbaar veel autorijders die ook de Mont Ventoux doen!

  3. Hé Renée..
    Jammer dat je niet even een roseetje gedaan hebt bij mij hier gezellig op het terras met uitzicht op de Mont Ventoux.
    Altijd welkom…
    zonnige groeten
    Helena Jurriëns
    Le Vent d’Etoile. Mormoiron

    1. Kijk, Zuid-Frankrijk!

      Maar ik was er niet Helena, dat was de schrijver van dit verhaal Patrick de Graaf. Maar áls ik in de buurt ben kom ik zeker dat glaasje drinken.

  4. Nicolas Loyens

    Beste Patrick ,
    Het dorpje Brantes in de omgeving van de Ventoux , zeker een bezoek waard !

    Mvg ,
    Nicolas

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Of reageer met je Facebook account

Scroll naar top