Home

pommes-au-four_large
Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland en België verkrijgbaar zijn, te maken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Ik kreeg van de week zomaar ineens een fles marc de Provence in handen gedrukt. Zo’n huisgestookte bouteille van ‘ssstttt, niet verder vertellen’. Dat was lang geleden! Uit veiligheidsoverwegingen laat ik zelfs de slappere supermarktversie van die straffe eau de vie doorgaans in het schap staan, maar zo’n flesje afslaan? Jamais! Daar moest op gedronken worden. De onverwachte flessengast wilde z’n borreltje in het traditionele vingerhoedje, maar op het gevaar af niet als ‘de notre’ te worden gezien, goot ik het mijne toch in een bolbuikig cognacglas, zodat aroma’s en smaken beter konden loskomen; even lekker rond laten walsen en opsnuiven is al de helft van het plezier. Jawel, het werd een tweede glaasje, en een derde, en nog heel gezellig. En gisteren stond die halfvolle fles me dus vanaf de buffetkast aan te staren. Borreltje bij de koffie, tuurlijk. Zo’n fles is zó leeg. Maar je kunt er ook wel wat creatiever mee omspringen. In de keuken bijvoorbeeld. Het werden pommes au four. Vanwege de marc die erin zat, door de echtgenoot meteen maar omgedoopt tot pommes d’amour. Maar dat was een glaasje verder.

Ingrediënten:
4 stevige, zoetzure appels
1 sinaasappel
40 gram rozijnen
25 gram gepelde walnoten
25 gram amandelpoeder
20 gram bruine of rietsuiker (cassonade)
60 gram boter
1 eetlepel vloeibare honing
5 cl marc de Provence (of andere eau de vie)

Bereiding:
Zet de rozijnen een uurtje in de week in de marc de Provence.
Laat de boter op kamertemperatuur komen.
Was de appels (niet schillen!), snij er aan de bovenkant een kap vanaf, haal de klokhuizen eruit met een appelboor (vide-pommes) en schraap met een lepeltje nog meer vruchtvlees weg, zodat er een flinke holte ontstaat om op te vullen. Prik de schil hier en daar in met een vork, anders patsen ze straks in de oven uit elkaar. Zet ze naast elkaar klem in een met wat boter ingevette ovenschaal zodat ze rechtop blijven staan.
Verwarm de oven voor op 180 graden.
Hak de walnoten grof.
Gooi de rozijnen door een zeef/vergiet, maar vang de marc op.
Boen de sinaasappel schoon en rasp het oranje van de schil eraf. Hou apart.
Pers de sinaasappel uit en doe het sap samen met de marc in een pannetje, doe er een schepje rietsuiker bij en laat op laag vuur inkoken tot ongeveer de helft.
Meng intussen in een kom de rozijnen, de sinaasappelrasp, de walnoten, de rest van de rietsuiker, de honing, de amandelpoeder en het grootste deel van de zachte boter door elkaar. Hou een beetje boter achter voor een klontje bovenop straks.
Vul de appels met het mengsel; beetje bij beetje en goed tot onderaan doorduwen – met bijvoorbeeld een dikkig messenheft of de achterkant van de appelboor – tot ze helemaal afgevuld zijn. Er mag best een mollig kopje op staan. Leg een klontje van de achtergehouden boter op elke appel, en laat ze in het midden van de voorverwarmde oven in 30 minuten garen.
Serveer de appels in schaaltjes of op bordjes, en bedruip ze voor het opdienen met het marc/sinaasappelmengsel.

Pendelhond

do 28 januari 2016

Schermafbeelding 2016-01-28 om 18.06.50
’s Ochtends half zes is geen logische tijd om ‘gezellig’ te komen buurten. De neiging om me nog eens om te draaien en de klop op de deur te negeren won het dan ook bijna van het plichtsbesef dat me dwong de koude slaapkamervloer, de klamme kleren en de donkere gang naar de voordeur te trotseren. De zijdelinkse dreun die ik de echtgenoot gaf om hem uit z’n tevreden snurkslaap te rammen was zonder resultaat gebleven. Met moeite draaide ik het halsstarrige nachtslot van de voordeur en opende die achterdochtig op een kier. En keek in de kille tronie van de ‘baas’ van Turc, onze halve-adoptiehond. (Klik hier voor het hele verhaal.)
“Oui?”
Of die @€$%^#*&! hond hier misschien rondhing.
Dat had ie wel gedaan, de halve dag en bijna de hele avond, voordat hij maar weer eens op z’n kudde geiten afging, zo rond half twee ’s nachts.
“Non”, zei ik naar waarheid, en wilde de deur weer dichtdoen; hij zette zijn voet er tussen. Dat was niet handig. De voordeur is van massief olijvenhout, komt die massa eenmaal in beweging, dan is de remweg minstens zo lang als die van een olietanker op stoom. Het kraakte. En dat was niet de voordeur, die vloekt niet in plat Provençaals. De inmiddels toch nog gealarmeerde echtgenoot trok de deur weer open en gezamenlijk zagen we de geitenmelker vloekend en tierend het pad naar de weg op strompelen. Vonden we niet erg, we waren alleen bang voor de repercussies die dat weer op Turc zou hebben. Als ie weer eens bij ons is komen buurten – steeds vaker en steeds langer – wordt hij soms dagen achtereen opgesloten. Zonder eten. Maar zolang hij blijft pendelen tussen hier en daar kunnen we niks; tot nu toe valt er bovendien niet met die ‘boer’ te praten. Die hond is van hem!
De boze baas was nog niet uit het zicht verdween of Turc dook op voor de tuindeuren: “Hallo! Daar zijn we weer!” Een en al vrolijkheid en aanhankelijkheid. Hij bleef de hele dag, maar wel met pendeldienstjes tussendoor. Blijkbaar elke keer net buiten het bereik van zijn boze baas, die wellicht even iets minder mobiel was.
’s Avonds trok hij toch weer naar z’n kudde. Wanneer we ‘m terugzien? Straks, denk ik. En ik hoop het. Eigenlijk zou ik me met van alles en nog wat moeten bezighouden, werk en zo, maar ja. Mijn verhaaltje over dat spookdorp, ‘village fantôme’, waar ik gisteren was, dat ik tik morgen wel. En ja, heel Europa staat strak van de stress over migranten (die trouwens liever niet hier in de buurt willen wonen, lees maar na op de Facebookpagina van Côte & Provence), maar ik ben een beetje gepreoccupeerd. ‘t Zal best dom zijn, maar Turc gaat even voor. Misschien wordt het wel oorlog met zijn baas. Ik ben voorbereid, bijna handenwrijvend. Want deze heel speciale ‘migrant’ is meer dan bienvenu.

Schermafbeelding 2016-01-22 om 17.25.59Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland en België verkrijgbaar zijn, te maken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Ketjap! In de Italiaanse keuken! Het moet niet gekker worden, was het eerste dat ik dacht toen ik dit receptje tegenkwam. Maar dat is natuurlijk onzin. Waarom zou ketjap voorbehouden zijn aan de ‘Hollandse’ keuken? Blijkbaar heeft de smaakmakende sojasaus – die hier in Frankrijk allang in de schappen van de supermarkten prijkt – intussen ook Italië bereikt. Ongetwijfeld middels globetrottende Nederlanders, die nu eenmaal overal ter wereld opduiken en hun sporen nalaten. En ik moet zeggen, niet verkeerd in dit geval. Sterker nog, ik heb zelfs een potje sambal (natuurlijk zelf gemaakt) op tafel gezet voor de liefhebbers van extra pittig. Maar er wel een lekkere fles mollige Barolo naast gezet. ’t Blijft wel Italiaans hè, dus van ons bij om de hoek in Zuid-Frankrijk.

Ingrediënten:
400 gram biefstuk
250 gram sugar snaps (of hariots verts)
1 stronkje broccoli
handje sesamzaadjes
1 uitje
3 tenen knoflook
1-2 eetlepels balsamico-azijn
1-2 eetlepel(s) zoete ketjap
olijfolie
zonnebloemolie
peper uit de molen, eventueel zout

Bereiding:
Pel en snipper het uitje, pel de knoflooktenen en snij ze in dunne plakjes.
Verdeel de broccoli in kleine roosjes, gooi de dikke steel niet weg, maar bewaar ‘m voor een ander gerecht. Kom ik later nog op terug.
Breng in een ruime pan water aan de kook en gooi de broccoliroosjes erin. Voeg er na een minuut of twee de sugar snaps aantoe. Bij gebruik van haricots verts is het precies andersom: eerst de bonen (in stukjes), dan pas de broccoli. Laat de groenten tot beetgaar koken (zo’n vijf minuten), doe ze in een vergiet en laat uitlekken.
Snij intussen de biefstuk in dunne plakjes, daarna in reepjes.
Verhit een scheut zonnebloemolie in een ruime koekenpan en bak de biefreepjes er snel in aan; ze moeten aan alle kanten dichtgeschroeid zijn. Draai het vuur laag, giet de balsamico-azijn en de ketjap erbij en laat alles zo’n vijf minuten sudderen tot de jus is ingekookt. Strooi de sesamzaadjes erover, meng even door elkaar en draai het vuur uit.
Zet een wok (of een andere ruime koekenpan) op het vuur en verhit er een scheut olijfolie in. Bak er snel het uitje in aan, laat de knoflook op het laatst even meebakken. Doe de groenten erbij en laat die op hoog vuur een minuutje of twee meebakken. Voeg het vlees plus de vleesjus toe, laat nog even onder af en toe omscheppen meebakken tot alles goed warm is. Serveer meteen. Lekker met rijst, pasta of gewoon stokbrood. Plus een stevig glas rood.

Stroomlimiet

do 21 januari 2016

maxppp_2
‘Laat die oven uit, kook niks op je ‘plaque electrique’. Vergeet de wasmachine en blijf met je tengels van de vaatwasser af. Gooi de verwarming een flink stuk lager. Ga niet onder de douche. Flikker die computer af en zet de tv uit. En er mogen ook best en paar lampjes minder branden.’ Het zijn zomaar een paar ‘adviezen’ die we maandag voor onze kiezen kregen. Want dinsdag zou het wel eens penibel kunnen worden, qua stroomvoorziening. Het was koud, het zou kunnen gaan sneeuwen, dat zou gegarandeerd een ‘pic de consommation’ betekenen. Met name tussen 18.00-20.00 uur ’s avonds, dan kwam iedereen thuis uit z’n werk, ging de verwarming omhoog (het gros van Frankrijk verwarmt zich met elektrische kacheltjes),werd er gekookt (ook elektrisch, al gaat het vaak om de magnetron) en kon je wachten op de stroomstoring. Dat klopte: 70.000 huishoudens in de Var zaten zomaar ineens zonder elektriciteit. Kwam dat even goed uit. De elektro-boys hadden toch gewaarschuwd? Dus werd het een ‘romantisch’ avondje bij kaarslicht onder dikke dekens. En met luid gemor van internet- en portable-verslaafden die bij god niet wisten dat duimendraaien ook zonder toetsenbordje tot de mogelijkheden behoort. Plus een besmuikt commentaartje de volgende ochtend in de krant dat er ‘over negen maanden vast wel verrassend veel baby’tjes geboren zouden worden in de regio’.
Maar er klopt iets niet. Kijk, zo’n pic in de stroomvoorziening is zo’n beetje standaard. ’s Ochtends, als wakker douchen/ontbijtritueel en ‘s avonds als thuiskomst/avondmaal als gewoontes afgewerkt worden, piekt het stroomverbruik. Dag in dag uit. En nu ineens zou je daarmee een stroomstoring veroorzaken? Omdat het een beetje kouder is dan normaal?
Sorry dat ik het zeg, maar dat is absoluut gelul eerste klas.
Waarom? Omdat het helemaal niet gaat om ons kleine knoeiers die op bescheiden niveau van het elektriciteitsnet gebruik maken. Waar de stroomleveranciers echt aan verdienen, zijn de grootverbruikers. En waar het echt om gaat is handel. In stroom. Er zijn diverse maatschappijen die elkaar beconcurreren. Ze bieden aantrekkelijke tarieven aan. Die kunnen ze aanbieden door scherp te calculeren. Dat kan alleen maar door slim inkoopbeleid. Wat inhoudt dat er zo minimaal mogelijke reserves worden aangehouden: op het nippertje inkopen betekent lage(re) prijzen. Wat weer betekent dat schommelingen in stroomverbruik niet adequaat kunnen worden opgelost. Piekje in het verbruik? Oeps, net niet genoeg ingekocht om dat op te vangen. Mwah, doen ‘ze’ het toch gewoon even zonder? Die ‘ze’, dat zijn wij, de particuliere consumenten. Dreigt er een stroomtekort, dan wordt bij ons de toevoer een tikkie afgeknepen zodat de grootverbruikers ongelimiteerd kunnen doorverbruiken. Maar ja, dan komt er zoals eergisterenavond – toen alles toch al op een laag pitje stond en het gebruik wegens kou piekte – ineens een ellendige storing in een schakelkast bij. Hoppa, 70.000 huishoudens zonder stroom. En dan kopt de lokale krant een dag later dat er in dorpen en steden aan energiebesparing is gedaan. Vast wel, maar de straat- en kerstverlichting (jawel) hing nog steeds volop te stralen in Nice, terwijl hier op het dorp braaf die anderhalve lantarenpaal was uitgedraaid.
Ik heb een houthaard, een gasfornuis en stapels kaarsen, ik red me wel. Maar werken is lastig op zulke avonden, je weet nooit wanneer de stroom patst. Gebeurt trouwens ook steeds vaker overdag. Een toereikend eigen aggregaat dan maar? Tja, daar moet de gemeente toestemming voor geven. Je mag niet zomaar zo’n herriemakende, brandgevaarlijke milieuvervuiler in je tuin zetten. Wil ik eigenlijk ook helemaal niet. En nee, zonnepanelen en windmolens zijn niet de oplossing. Het huis ligt verkeerd op de zon, heeft hoge bomen rondom en windmolens mogen (nog) niet. We stumperen voorlopig dus maar door. Maar ik ben wel van plan om de gemiste stroom en de storingsellende af te trekken van de EDF-rekening. Kijken wat dat oplevert. Al vermoed ik dat Klein Duimpje door Goliath vermorzeld gaat worden.
“Tuurlijk”, zei de echtgenoot. “Een gehucht van niks als het onze in de Var legt het bij de EDF af tegen Nice en Cannes in de Alpes-Maritimes. We tellen hier niet echt mee.” ’t Is tegen m’n natuur, maar ik kan hem alleen maar gelijk geven.

Schermafbeelding 2016-01-14 om 11.45.46
Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland en België verkrijgbaar zijn, te maken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Ik snap best waar de naam ‘cigares’ vandaan komt voor deze dunne krokante kaasrolletjes. Je zou ze zó tussen de lippen steken. Niet doen! Als het goed is, worden ze gloeiend heet geserveerd en dan kun je ze beter met bestek attaqueren; krijgen ze nog een beetje de kans om tussen bord en lippen wat af te koelen.
Maar waar dit voorgerechtje zelf vandaan komt? Mijn variant in elk geval van een dorpsgenoot, al gebruikt hij sjalotjes en heb ik liever bieslook, doet hij er gekookte hamreepjes in en laat ik die nou juist weg, frituurt hij in maïsolie terwijl ik zonnebloemolie mooier vindt verhitten. Die discussie is nog lang niet uitgewoed, daar gaan nog wel een paar flessen pastis overheen deze zomer. Maar bij naspeuringen op internet kwam ik zowel in de Oriëntaalse als in de Canadese keuken terecht. Ik hou het er maar op dat de cigares vanuit Noord-Afrika naar Zuid-Frankrijk zijn overgestoken, en van daaruit hun weg vonden naar Frans-Canada. Maakt niet uit, wij doen gewoon onze eigen variant.

Ingrediënten:
4 ronde vellen brick (filodeeg)
1 rijpe camembert
3 dunne preitjes
1 bosje bieslook
2 tenen knoflook
1 ei
boter
zonnebloemolie
zout en peper uit de molen

Bereiding:
Haal het groen en de wortelkont van de prei, plus het buitenste blad. Snij het overgebleven wit in dunne ringetjes.
Snipper de bieslook.
Pel de knoflooktenen.
Laat een klont boter smelten in een ruime koekenpan en smoor de prei erin aan. Laat op laag vuur een klein kwartiertje pruttelen. Voeg er zo’n vijf minuten voor het eind de uitgeperste knoflook aan toe en laat die mee pruttelen. Doe er peper en zout bij naar smaak. Draai het vuur uit, voeg de bieslook toe, roer nog een keertje om en laat afkoelen tot lauwwarm.
Snij intussen de camembert in 16 stukjes.
Haal de filovellen van elkaar, verwijder het papier en snij ze in vieren.
Scheidt het ei en bewaar het eiwit in een kommetje.
Bestrijk alle randen van de deegplakjes met eiwit.
Verdeel de camembert (rek de puntjes lekker uit) en de preiprut (aan de brede kant, maar niet helemaal bovenaan de rand) over de parten filodeeg, flap de bovenkant over het vulsel heen, flap de zijkanten naar binnen en rol alles op tot het uiterste puntje, smeer daar nog wat extra eiwit op en plak elk rolletje zorgvuldig dicht.
Verhit de olie en frituur de rolletjes tot ze goudbruin kleuren in de hete olie. Omdraaien mag, maar wel héél voorzichtig; als het velletje knapt heb je kaasolie zonder jasje.
Laat de rolletjes heel even uitlekken op keukenpapier en serveer ze zo heet mogelijk.
Geef er wat salade en een mooi glas rood bij.

11953234_10153660724167962_3762381161223301133_n
En ja hoor, daar waren ze weer. De sapeurs/pompiers met de jaarlijkse ellendekalender. Na de klop op de deur die mij even onverwacht als definitief van juist die ene mooie volzin beroofde waarop ik al een kwartiertje had zitten broeden, trok ik lichtelijk geïrriteerd de voordeur open en trof twee verlegen glimlachende jeugdige vrijwillige brandwachten in felgele alarmhesjes die ik – als het iets dichter bij Halloween was geweest – hoogstwaarschijnlijk verstrooid met een handje snoep had afgescheept. Evengoed duurde het tergende seconden voordat het tot me doordrong waarom die enthousiast blakende brandbestrijders bij mij op de stoep stonden. Le calandrier! Natuurlijk. Het jaarlijks terugkerende armoede-offensief waarvoor elke (lokale) overheid zich zou moeten schamen. Heel even dacht in nog aan de kalender van de Pompiers sans frontières, waarop een stel smakelijke macho’s figureren (zie foto). Maar die is op internet al sinds december uitverkocht en de kans dat ‘mijn’ pompiers ermee langs de deuren komen leuren is nogal onwaarschijnlijk. En inderdaad, het bleek het geijkte flutkalendertje met een onscherpe overbelichte foto van de hele equipe voor de brandweerwagen, waarmee geprobeerd wordt een grijpstuiver te vergaren om een minimaal extraatje te kunnen toevoegen aan het al te krappe budget waarmee de brandbestrijding in stand moet worden gehouden. Jawel, de staat betaalt voor de kerndienst maar bijvoorbeeld de opbrengst van ‘mijn’ kalendertje gaat naar het een beetje leefbaar maken van de kazerne, naar een extraatje voor de weduwen en kindertjes van gesneuvelde pompiers, naar een jaarlijks uitje. Tuurlijk, officieel nergens voor nodig, maar toch. Ik trok de knip en dokte. Ik kreeg er een originele handgeschreven kladblokjeskwitantie voor terug. Volgens vriend François die ik een dag later sprak dokte ik belachelijk teveel, maar ik voel me er minder lullig bij dan wanneer ik beleefd ‘non merci’ had gezegd en de deur had dichtgedaan.
Bovendien zitten er een paar vrienden bij die vrijwillige brandweer, je hoort weleens wat, en dat zijn niet altijd de leukste verhalen. Over die twee collega’s die door het vuur werden ingesloten en het niet overleefden. Over die oude dorpsgenoot die ze net niet op tijd in het ziekenhuis kregen; ze doen ook aan ambulancevervoer. Over – tuurlijk – die kat in die boom. En over die achterlijke, zogenaamde alarmtelefoontjes waardoor ze voor niks uitrukken en er, zeker tegenwoordig, onnodig paniek ontstaat, er weer een avond naar de kloten is en je uiteindelijk strak van de stress je bed intuimelt en niet meer in slaap kan komen. Ik heb zelf middenin een bosbrand gezeten. Ik heb de Canadairs zien overkomen. Ik heb ze zien oefenen hier, bij het Lac de Saint Cassien. En ik neem mijn petje diep af voor deze cowboys van de brandbestrijding, die er niet voor terugdeinzen om laag over boomtoppen scherend, een moeizaam opgeschepte lading water op een laaiende brandhaard te lozen. Maar laten we de landmacht ook niet vergeten. Zoals de pompiers die de brand bij de Monegasken hier op de berg blusten toen de buurpeuter het zwembad in plonsde, pa van schrik de barbecue omver liep en er door snel ingrijpen op het nippertje een grote bosbrand werd voorkomen. De zoon van de slager die uit z’n wrak moest worden gezaagd na een avondje stappen. Het bejaardentehuis waar de walmen al uit de ramen wolkten en dat nog net kon worden ontruimd nadat een ‘papie’ zijn matras in de fik had gerookt. En… Nou ja, die jongens (en meisjes) zijn nogal hard nodig. Dus komen er een paar langs met zo’n kansloos kalendertje, kóóp het dan. En als ze komende zomer bij de supermarkt behulpzaam je boodschappen – doorgaans verkeerd om – willen inpakken tegen een welkome vergoeding, láát ze. Je kunt ze zomaar ineens hard nodig hebben. En anders iemand anders wel.

Recept van de week: Saussoun

vr 8 januari 2016

Schermafbeelding 2016-01-08 om 18.04.28

Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland en België verkrijgbaar zijn, te maken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

We houden het simpel vandaag. Een oeroud receptje uit de Var, voor tijdens de druiven- en/of de olijvenpluk, of als je als herder met je kudde onderweg bent en zo halverwege de ochtend de eerste hongerklop toeslaat en er dringend een pauze moet worden ingelast voor een glas rosé en een ‘casse croûte’. Zo’n halverwegehapje kwam natuurlijk niet uit een door een traiteur bezorgd picknickmandje; wat je niet zelf al van thuis in je ransel had meegekregen, plukte je er in het vrije veld gewoon bij. Zoals de venkel en de munt. Van huis, werd een homp boerenbrood en de dikke basispasta meegenomen. En als die een beetje teveel was ingedikt, maakte je ‘m wat smeuïger met een scheut rosé.
Wij hoeven het veld niet in, maar bij de borrel en de open haard is dit hapje ook niet te versmaden. Dus improviseren maar.

Ingrediënten:
150 gram amandelpoeder
4 tenen knoflook
4 grote ansjovisfilets (op zout)
6-10 blaadjes verse munt
6 takjes venkel (of wat anijskorreltjes, of 1 eetlepel pastis)
sap van een ½ citroen
3 eetlepels rosé
6 eetlepels olijfolie
een paar draaien uit de pepermolen

Bereiding:
Pel de knoflooktenen en snij ze in stukjes.
Spoel het zout van de ansjovisfilets en snij ze in stukjes.
Hak de venkeltakjes en de muntblaadjes fijn.
Pers de ½ citroen uit.
Doe alle ingrediënten in de keukenmachine en maal tot een dikke pap.
Lekker op een snee geroosterd brood, bij de borrel. Maar bij een stevige witvis kan ook, of bij garnalen.