Corona op voorraad

do 19 november 2020

Winterse waterwolkjes voor me uitblazend liep ik vanochtend vroeg niet al te best gehumeurd op de ‘voiture’ af om er de ruiten van schoon te schrobben. ‘Fris’, dacht ik bij mezelf, ‘verdomd fris voor de tijd van het jaar’. Dat was onzin, het is per slot half november, maar als je weet dat je dezelfde middag nog in je blote bloesje en zonnebril op je terras kunt lunchen ga je die kille ochtend al gauw als onzin zien. Ik geloof niet dat ik er snel aan zal wennen, de koude nachten en ochtenden hier in de Haute Var, en de razendsnelle stijging van de temperatuur als de zon eenmaal aan daadkracht wint. Kan zomaar tien tot vijftien graden schelen in een paar uur.
Maar goed, ik moest de auto in, naar het dorp. Sinds de kroeg dicht is doe ik dat het liefst zo vroeg mogelijk. Op een apéro hoef je toch niet meer te rekenen en met een beetje mazzel scoor je nog net een krantje bij de tabac; meer dan drie, vier exemplaren liggen er doorgaans niet.
In mezelf sputterend stapte ik achter het stuur. Klopje op de ruit. Grijnzende echtgenoot: “Je Ausweis.” Shit, weer vergeten. Die attestation zit nog niet echt in m’n systeem. Maar zónder op pad is ook geen goed idee; de dorps-champêtre is uitermate bekeuringsgeil. Ik checkte meteen of ik m’n obligatoire coronasnuitje wel op zak had, ik leek gewapend genoeg om de woeste wereld van het dorp fysiek aan te kunnen. Mentaal bleek een ander verhaal.
Het begon al bij de tabac. Normaal gesproken is daar een soort van ‘passantenparkeerplekje’ vrij voor de deur: ff stoppen, dampertje inslaan, doorrijden. Mooi niet. Er stonden maar liefst twee auto’s geparkeerd die meer dan de beoogde ruimte innamen. Dat had de aandacht van de champêtre getrokken, die sinds de reconfinement nog nooit zó aanwezig is geweest, maar vooralsnog in een hinderlaag moest blijven liggen tot de eigenaren van de voertuigen terug zouden komen. Ik herkende een van de twee ‘véhicules’: die was van ‘glaasje rood’, een notoire innemer. Ik vermoedde een clandestine apéro ergens, dat kon nog wel even duren, dus ik parkeerde in arren moede maar beneden bij de boules-baan. Ik kleumde me terug omhoog – jas vergeten – en kleumde verder voor de deur van de tabac, waar niet meer dan drie personen tegelijk binnen mochten en waar een heftig gebarend vrouwspersoon een haar persoonlijk aangedaan onrecht stond uit te acteren waar je zonder meer 112 voor zou bellen. Ook al omdat ze één arm in een mitella had, was dit een formidabele performance met de andere arm, waar ook de overige twee tabacs-bezoekers in ademloze bewondering naar bleven staren. Kortom, er kwam geen hond naar buiten en ik stond daar maar. Zelden heb ik iemand die ik niet kende zo gehaat. Ik heb dan ook heeeel erg donkerbruin gekeken toen ze eindelijk naar buiten kwam, en ik naar binnen mocht. Het beoogde krantje bleek die ochtend niet geleverd, ik kon de regioversie van een eind verderop krijgen. Ook goed. Dat, en de sigarenvoorraad van de echtgenoot voor deze week aftikken op de gloednieuwe cashmachine ging minder goed. “Ja, nee, net gekregen vanmorgen, ik weet ook nog niet precies hoe het werkt.” De tabagiste had de vorige uit haar handjes laten vallen, vandaar. Na wat ge-urm en de dreiging van een cheque uitschrijven (daar is iedereen hier als de dood voor, wegens enorm administratief gedoe) liep de nieuwe machine ineens als een zonnetje.
Bij épicerientje aan de overkant dacht ik even snel langs te huppelen voor een zak kattenbrokjes en een pak rosé, sinds de cave weer geheel in reconfinement is.
“Ha, comment ça va?” riep ze innemend terwijl ze bijna achterover lazerde over een stapel conservenblikken die in het midden van het toch al te smalle gangpad stonden opgesteld. Het was bevoorradingsdag. De pijpenla was van voor tot achter volgestapeld met de waren die de komende week – of misschien wel weken – de voorraad vormen. Ergens daar tussenin stond een vriendelijke jongeman voortvarend verpakkingen open te ritsen en zo’n beetje de schapjes te vullen. Maar er stond veel tevéél in dat gangpad.
“Wat doe je nou met de rest?” vroeg ik, zoals altijd vakmatig nieuwsgierig.
“O, dat gaat naar de opslag. Boven.”
“Boven?”
“Ja, beneden is er geen plaats voor.”
In een piepklein winkeltje in een piepklein dorpje kun je tegen grote problemen oplopen. Zoals opslag een verdieping hoger, uitsluitend te bereiken via een steil klotentrapje, in een oud en karakteristiek maar o zo onhandig pandje.
“En wie brengt die bulk dan naar boven?”
Ze knikte naar de vriendelijke jongeman. Ingehuurd als ZZP-er door de supermarktgigant waaronder de sub-keten met dit soort kleine winkeltjes ressorteert.
“En weer naar beneden?” Overbodige vraag, doet ze zelf wel, in kleine porties.
Aan sportschool geen behoefte.
Ik ook niet trouwens. Je mag alleen binnen een kilometer van je huis aan sport doen of je hond uitlaten. Ik doe niet zo aan sport, behalve als tv-kijker op de bank, maar wel aan honden uitlaten. En die kilometerregel zal me een zorg zijn, ik woon afgelegen, mijn tuin reikt nogal verder. Ik heb het wel een keertje uitgerekend, niet met zo’n moderne stappenteller hoor, maar de brievenbus is 750 meter van mijn huis. Zelfs binnen de confinementgrens dus net te doen met mijn honden, we wandelen lekker ongemaskerd en ongemuilkorfd.
Maar ja. Dan ben je weer thuis en zet je de tv aan en zie je wat de overheid heeft bedacht aan coronabeperkende maatregelen. Ook mijn kroeg waarschijnlijk tot 15 januari dicht.
Of ie daarna ooit nog open gaat?

9 reacties op “Corona op voorraad”

  1. ja Renée, het is me wat in Salernes, hier in Rians, loopt het een beetje vlotter , behalve de 2 kroegen die pot dicht zijn ! Nicole van de krantenwinkel was super blij met de pralines uit België , (opgezonden door mijn dochter)

    1. Kijk, Zuid-Frankrijk!

      Rians? Daar heb ik vlakbij gewoond, ik kwam er regelmatig. In mijn tijd stond er een oude mevrouw in de krantenwinkel, dat zal Nicole wel niet zijn…

  2. Charl aka Charly Shire

    Geen film nodig want zoals je het beschrijft, zie ik het gewoon voor me :-) En hoewel het voor jou enigszins vervelend is, ik krijg er toch een lach van op mijn gezicht. Niet echt leedvermaak, maar toch. Mijn moeder was een Rotterdamse en zij zou zich ook erg vermaakt hebben met deze verhalen.

    1. Kijk, Zuid-Frankrijk!

      Tuurlijk wel, een tikkie leedvermaak! Wat is er leuker dan een ras-Rotterdamse in Zuid-Frankrijk te zien rond stumperen? Had je moeder vast begrepen Charl.

  3. Eerste keer dat ik hier mee lees, super leuk .
    Hier in de Lot idem dito hoor temp schommelingen, voor de twee volgende nachten geven ze -2 , nog snel onze Citroen en appelsien afdekken.
    Big bisou van Angélique en Luck

    1. Kijk, Zuid-Frankrijk!

      Bienvenue Luck en Angélique. En ik zou zeggen, blijf lekker hangen of kom regelmatig buurten. Maarreh… krijgen citroen en appelsien het niet te warm onder hun dek als de temp zo schommelt?

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Of reageer met je Facebook account

Scroll naar top