Chef de cuisine

do 28 april 2022

Door Renée Vonk-Hagtingius

Gisteren voor het eerst sinds maanden ’s avonds op m’n terras buiten gegeten. Geen mistral meer en de zon had qua ‘temp’ de hele dag z’n best gedaan. Eindelijk weer een keertje echt ‘en Provence’.

Vanwege amper zicht is me om veiligheidsredenen de toegang tot mijn keuken ontzegd. Dat is minstens zo irritant als niet kunnen lezen en schrijven. De thuis-secretaris heeft – wat hij noemt – het ‘pollepelbewind’ dictatoriaal van me afgejat en iets van inspraak is onder een autoritair regiem erger dan vloeken in de kerk. Ik moet maar afwachten wat ik voorgezet krijg door iemand die voor ik in de penarie raakte nog nooit in de buurt van het fornuis was geweest, al helemaal niet om het te poetsen. Ik eet niet verkeerd, soms zelfs best lekker, maar het irriteert me dat een leerling-amateur zich in mijn keuken ineens als ‘chef de cuisine’ presenteert. Ook al moet ik erom lachen als de paniekerige vraag is of het klopt dat sperziebonen in de pan hun tijd nemen. Vilein als ik ben, zeg ik dan niks.

Zoek het uit, ik mocht me toch nergens meer mee bemoeien?

“Gemakzucht!”, gromde ik

Aan tafel kreeg ik als voorgerecht een opmerkelijk geslaagd tomatensoepje aangeboden en ik vroeg wat erin zat en hoe het bereid was. “Secret, madame!”, was het antwoord. Ik lepelde maar door en voor het hoofdgerecht (een ongetwijfeld creatief bedoelde versie van tonijn-pasta) schoot ik een trui aan. Het werd toch frisser. Het toetje beviel me niet. Zo’n Engels cake-je uit de supermarché, opgetut met een veeg Nutella.

“Gemakzucht!”, gromde ik.

Dat had ik beter niet kunnen zeggen.

De zogenaamde kookkunst

De zelfbenoemde ‘chef de cuisine’ bracht kopjes espresso plus glaasjes armagnac en ging er eens goed voor zitten. Ik kreeg een college koken van iemand die een tijdje terug bij wijze van spreken nog geen ei van een ui kon onderscheiden. Wel altijd z’n oordeel klaar als we in een restaurant uit eten waren en ondertussen decennia lang behoedzaam genoeg om mijn maaltijden  niet als ‘voedselbank’ te veroordelen.

Onvermijdelijk ging het gesprek, zeg maar debat, over de Franse gastronomie en koken. De thuis-secretaris was er na een tijdje van overtuigd geraakt dat er over zogenaamde kookkunst belachelijk ingewikkeld wordt gedaan. Even wat snijwerk, in een pan roeren, klaar is Kees, en dan een Nobelprijs opeisen?

Het liep tegen half tien en ik kreeg het echt koud.

“Doe die glazen maar naar binnen, en moet de afwasmachine zo langzamerhand niet weer eens draaien?”, vroeg ik.

Mijn hond en mijn kat haastten zich ook uit de tuin, mooi geweest.

Ik denk nu: misschien is het wel waar dat over koken overdreven spannend gepraat wordt.

Er wacht een uitdaging

Maar ik vertel de chef morgen toch even, iets na het ontbijt, hoe je nasi doet, heb ik ineens trek in. Moet ie eerst naar de winkel om rijst te halen, dat zal ‘m leren. En rijst op mijn manier is geen makkie, koken en stomen. Een ‘défi’, Frans voor uitdaging, en als ie terug is, begin ik over wat aspecten, zal ik maar zeggen, van saté en pindasaus. ‘Berufsverbot’, ik houd me gedeisd.

Ik zou niet verbaasd maar wel teleurgesteld zijn als ik morgenavond het mes moet zetten in zo’n afhaalpizza.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Of reageer met je Facebook account

Scroll naar top