Het was zo’n zondag

ma 24 oktober 2022

Door Renée Vonk-Hagtingius

Afgelopen zondag voor het eerst in geruime tijd ging ik weer mee naar de épicerie op het dorp. Het was bewolkt, een beetje vies benauwd weer, maar volgens de Météo viel er geen regen en geen onweer te verwachten. Dat weet je maar nooit in ‘mijn’ deel van Frankrijk, het tuinterras trok me niet en ik wilde wel weer een keertje in dat winkeltje kijken.

Toen ik op apengapen lag, moest de echtgenoot er steeds zelf heen, zeer tegen zijn zin. Hij was er eigenlijk nog nooit naar binnen geweest, Na een keer of tien wist hij ongeveer waar het dierenvoedsel en het bier stonden, voor in zijn beleving minder gangbare producten deed hij eerst aarzelend een beroep op Nathalie die het tokootje runt. Ik was vaste klant, we kenden elkaar goed. Voor ik ‘en panne’ viel, zat ik vrijwel dagelijks rond midi op het café-terras tegenover haar nering en vaak genoeg glipte ik net voor sluitingstijd om half één nog even gauw langs omdat ik weer eens iets vergeten te kopen was, Warhoofd is ‘my middle name’, en niet alleen in familiale kring. De boekhouder noem ik al jaren Doctorandus Hoofdschudder, want hij doet nooit anders dan dat als ik wat gecijfer in de aanbieding heb.

Nadat de echtgenoot alweer was komen shoppen, voelde Nathalie intuïtief aan dat mij iets mankeerde. ‘Et votre femme?’, vroeg ze. De echtgenoot die zowel in het Nederlands als in het Frans minder van het gesproken woord is, volstond met: ‘hospitalisé’.

Naar de tassentante

In de loop der dagen vonniste Nathalie dat de echtgenoot in elk geval als boodschappende consument een tragische hulpbehoevende was en stelde voor dat hij voortaan een verlanglijstje bestellingen in het Frans bij zich zou hebben. Dan kwam alles in orde.

Die service van de zaak beviel de echtgenoot die zich af en toe liet verleiden tot een praatje. Hij complimenteerde haar met het ruime assortiment in zo’n kleine winkel en met de wijze waarop ze alles even verantwoord als snel in de boodschappentassen wist te verpakken. Die tassen sjouwde ze ook naar onze auto. Alleen afrekenen deed de echtgenoot nog zelf. Leesbril. carte bancaire, die cijfers intikken.

Toen ik zei dat ik mee ging, zei hij: ‘Aha, naar de tassentante’. Die bijnaam had ie kennelijk zelf verzonnen. Ik moest er wel om lachen, maar ik vond het ook niet erg aardig.

Ik parkeerde mijn looprekje voor de deur en Nathalie verwelkomde me als vanouds. Hoe het met me ging. Ik bedankte haar voor alle hulp aan de echtgenoot die in alle hectiek van mijn besluit mee te gaan het boodschappenbriefje was vergeten. Geen probleem, ik was er zelf weer. Ze bracht twee volgeladen tassen naar onze auto. Bij het afrekenen zei ik: ‘Doe er fles rosé bij, die is voor jou.’ Iets van ‘graditude’ leek me op z’n plaats.

Ik had geen zin in het terras van het café, aandachttrekkerij met zo’n looprekje en het raakte steeds zwaarder bewolkt. Blij dat ik tuis was met genoeg eten en drinken voor de rest van de week.

Het gas was op

Ik ging aan de lunch beginnen. Die mag op zondag best een paar uur duren. Ik had het idee iets met tagliatelle met parmesaan en een groentenomelet met huisgemaakte tomatensaus (uit mijn koelkast) te maken en daar dan een gerookt knakworstje van de grill bij.

Toen het begon te regenen, kwam ik tot de ontdekking dat het gas op was. Er viel niets te koken. Er ontvielen me godslasterlijke termen.

Ik kook op gas. Ervaringsdesundige, in deze buurt valt de stroom nogal vaak uit, ik kook dus dus niet op elektra. Zoals ik ook een houtkachel heb, elektrische verwarming is allerminst gegarandeerd. ‘Mij pakken ze niet’, dacht ik toen ik besloot tot gas in de keuken en natuurvuur in de woonkamer.

Zwarte zondag, vloekte ik

Het is me vaker overkomen, geen gas meer. Ik doe ongeveer een halfjaar met een fles butagas en ik weet ook wel, zorg voor een reservefles. Maar ja, ik ben erg geneigd gedoe uit te stellen. Tot het te laat is. Al een paar keer in de jaren dat ik hier woon geen gas op de meest ongelukkige momenten. Op kerstavond, en verder altijd op zondagen. Dan valt er hier geen gas te bekomen.

Die lunch werd dus een salade, ik had nog een blikje tonijn, en riep woedend iets van salade Niçoise. De echtgenoot wendde zich tot de wijnvoorraad en stak een sigaartje op.

Zwarte zondag, vloekte ik, wat doen we vanavond? Het werd een ‘croque monsieur’ (tosti), opgetut met een lik sambal die ik altijd zelf en maak steeds voor handen heb. Daarna een plateautje Franse kaas. De echtgenoot vond: best te doen, nadat hij een fles rouge tevoorschijn had gehaald.

We zouden gauw in het donker zitten

We keken vanaf de bank tv, zolang dat nog kon. In de verte rommelde het al, mijn hond die veel verstand van onweer heeft, trok zich alvast terug. Ik had nog net gezien dat Feyenoord verloren had, Nice trouwens ook. Toen het licht boven de bank uitviel. Ik haalde kaarsen tevoorschijn, we zouden gauw in het donker zitten.

Ineens begon de lamp boven de bank het weer te doen. We vonden het een onbetrouwbaar wonder en bliezen de kaarsen niet uit. Tot de hond naar buiten wilde. Het regende niet meer en de tv was maar een kwartiertje in staking geweest.

Morgen naar de stad om gas te scoren. Als het er niet is, zet ik Zwarte Maandag boven dit stukje.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Of reageer met je Facebook account

Scroll naar top