Home

Beetje stil

do 4 mei 2017

Beetje contemplatieve bui vandaag. Het is er het weer, en er de dag voor, een treurige, regenachtige 4 mei, dodenherdenking in Nederland. En ik zit met een rotgevoel dat ik heb overgehouden aan het debat gisterenavond tussen ‘madame’ Marine Le Pen van het Front National en ‘monsieur le ministre’ Emmanuel Macron van En Marche!, die allebei president van Frankrijk willen worden. En ik vind ze allebei eng. Mevrouw Le Pen (wier vader het Front National oprichtte en een fervent xenofoob en holocaustontkenner is) heeft er jaren over gedaan om die ultra rechtse partij een beetje acceptabeler en minder extreem te maken. Dat leverde haar tijdens de eerste ronde voor de presidentverkiezingen genoeg stemmen op om voor de tweede ronde – dit weekeinde – in aanmerking te komen. Volgens opiniepeilers zou ze zelfs kunnen winnen. Gisterenavond bleek ze kampioen eigen glazen ingooien. Ze ging als een bulldozer het debat in, liet opponent Macron geen moment uitspreken, had haar dossierkennis niet op orde, loog er aantoonbaar lustig op los, overschreeuwde ook de nogal timide debatleiders en verviel uiteindelijk in smalend schamperen. Een van de speerpunten van madame Le Pen was in de voorronde nog dat Frankrijk uit de Europese Unie moest, maar dat zwakte ze af (slechts 28% van de Fransen is voor) en nu moest er een soort van euro komen voor het bedrijfsleven, en de franc terug voor de gewone man. Onhaalbare onzin. Je zal als Frankrijk maar aan die kenau zijn overgeleverd.
“Frankrijk verdient beter”, zei Macron terecht, maar iets te vaak. Hij bleef cool, calm and collected, stoïcijns glimlachend, een ijzig kalme blik uit zijn staalblauwe ogen en pareerde haar opwinding met dossierkennis, ter zake doende argumenten en het voortdurend terugkerend ‘mon project’: zijn plan voor Frankrijk. Allemaal helemaal redelijk, als de keurige bankier die hij is, met het huishoudboekje netjes op orde. En toch mag ik die man niet.
Heeft met z’n ogen te maken. Daar is iets mee. Brigitte Bardot heeft het ook gezien. “Die man heeft ijskoude ogen”, zei ze in de Nice Matin, “en dierenwelzijn interesseert hem niets. Die man heeft geen enkele empatie! Daar moet je niet op stemmen.” Laat onverlet dat BB met een kopstuk van het Front National getrouwd is, dus haar mening zal gekleurd zijn. Maar toch, die ogen…
In mijn idee gaat de presidentverkiezing aanstaande zondag tussen een brulboei en een koele kikker, tussen een xenofobe Frexiste en een calculerende globalist, tussen dit nooit en dat nog minder. “Of je tussen de pest en de cholera moet kiezen”, vonden jongeren die door de krant ‘La Dépeche’ gevraagd werden naar hun stemgedrag. En intussen geven Fransen die er geen trek meer in hebben en niet gaan stemmen uiting aan hun ongenoegen via de hashtag #SansMoile7mai. Tik maar eens in op Twitter. Baggeren verzekerd.
Maar ja, een van de twee zal het toch worden. Waarschijnlijk Macron, ondanks de plotse beschuldiging uit het Le Pen-kamp dat hij een wegsluisrekening op de Bahama’s zou hebben.
En dan denk ik, waar is het Frankrijk gebleven waarop ik ooit verliefd werd?
En nee, daar heb ik geen antwoord op. Misschien morgen, als de zon weer schijnt. Vandaag blijf ik maar even een beetje stil, de woorden zijn al gevonden: https://www.youtube.com/watch?v=4zLfCnGVeL4

De stemming op het dorp

do 27 april 2017

 

Afgelopen zondag toch maar even naar het dorp gegaan om de stemming te peilen. Dat ging zomaar niet. Zelden zoveel drukte op het dorp gezien. Maar ja, deze zondag moest er gestemd worden voor de eerste ronde van de presidentsverkiezingen. En dat hebben we geweten. Parkeren viel al niet mee – het vergde zowat een dagmars om binnen de dorpsgrenzen te geraken – maar eenmaal aangekomen bij het café bleken ook nog eens alle terrasstoeltjes bezet. Niet met toeristen, maar met dorpelingen die hun stem hadden uitgebracht en de gevolgen daarvan eens even uitgebreid, met een goed glas erbij, wensten bespreken. Dat duurde. De voor bij de lunch bestemde stokbroden op de tafeltjes, die bij het bakkertje schuin tegenover het café waren gehaald, zag je bij elk argument verder afgeknabbeld worden, de glazen bijgevuld. We wilden alweer omkeren toen we ineens zachtjes maar stevig bij de ellenboog werden gepakt en met enige dwang naar twee kersverse stoeltjes aan de rand van het terras werden gevoerd. Ik keek verbaasd om. Ninette! De zomerse hulpserveerster die alleen in het hoogseizoen meehelpt de toeristenstromen van drankjes te voorzien. Blijkbaar opgetrommeld vanwege de onvoorziene drukte en niet te beroerd om bij te springen. Ik zoende haar uitbundig op beide wangen, zij de echtgenoot ook. Ze had ons zien staan, zei ze, en besloten dat wij als ‘vriendenklanten’ hoe dan ook een plekje moesten krijgen. Dus had ze twee stoeltjes uit het binnenste van het café gehaald en kwam ze nu aanzeulen met een tafeltje. “Of we er ook nog een parasol bij wilden?” We vonden een drankje al meer dan genoeg. Dat stond in ‘no time’ voor onze neus; zelden iemand zó snel, efficiënt en beminnelijk meegemaakt als Ninette. En ze heeft een zwaar vak, zeker in het hoogseizoen. Ze maakt lange uren en sjouwt volle dienbladen heen en weer tussen het café – waar ze drie treden op en af moet klauteren – en het terras aan de overkant van de straat. Automobilisten stoppen eerbiedig als ze statig oversteekt, ook toeristen; Ninette straalt gezag uit, maar altijd met een vriendelijke glimlach. En al is ze nog zo verhit van al dat gesjouw, ze heeft altijd ijskoude wangen. Ik heb haar er eens naar gevraagd, want het leek me niet normaal. “Ah”, legde ze lachend uit, “ik koel ze af met ijsklontjes, voor de vriendenklanten.” Ik keek blijkbaar erg avondblond. “Om te kussen”, verduidelijkte ze, “bij begroeten en afscheid nemen. Als ik hete en bezwete wangen heb vind ik dat een beetje smerig voor ze.” Wat een service.
Terwijl we van ons drankje nipten keken we naar de auto’s die zich vredig en zonder gevloek en getier door de nauwe flessenhals-met-bocht net voorbij de épicerie wrongen. Even na die bocht is een stoplicht, maar dat voorkwam niet dat er met enige regelmaat twee auto’s neus aan neus stonden. Zonder gemor schuifelde er dan eentje achteruit, tot het net weer paste en ze zich langs elkaar heen konden wurmen. Moet je in de grote stad eens om komen.
Het terras vulde zich verder, ook al was er geen plaats meer. Men vond een plekje op het muurtje erachter, hing bij elkaar over de schouders, hurkte naast tafeltjes, stond er maar wat bij. En niemand had zin om naar huis te gaan. Het viel me op dat vrijwel iedereen zich ook behoorlijk had opgedoft. Ik zag veel Indiase floddervodden die afgelopen vrijdag nog op het na een diepe winterslaap ontwaakte marktje hadden gehangen en waarschijnlijk het volgende seizoen niet zouden halen. Opvallend veel knalrood geverfd haar, en sportschoenen met witte zolen; kortom, de laatste dorpsmode. En veel opgerolde T-shirtmouwen waar ruim bemeten tatoeages onderuit rolden. Bij het tafeltje naast ons hurkte een slanke rossige ‘femelle’ voor een knus praatje met een potige verschijning vol huisvlijttatoo’s. Het kwam niet bij hem op haar zijn stoeltje aan te bieden, het kwam wèl bij haar op dat het toch al ultrakorte rokje aanzienlijk meer onthulde dan de rondom haar bovenbeen aangelegde tatoeage van een ouderwetsche zwartkanten kousenband. Het werd een heel geanimeerd gesprekje. Tot zijn echtgenote met ijsjes en kinderen terugkeerde vanuit het café en het gezellige onderonsje met een paar vileine luchtkussen afblies. Ook verkiezingsstrijd, zullen we maar zeggen.
Intussen liep de verkiezingsdrukte af en het terras leeg, lunchtijd.
’s Avonds zagen we de landelijke uitslagen op tv: Macron een, Le Pen twee.
Ik zocht op internet op wat ons dorp gedaan had, en vond niks. Pas twee dagen later kon ik de uitlagen achterhalen. Er was in overgrote meerderheid voor Marine Le Pen gestemd (30,44%), want hier in het zuiden is het Front National razend populair. Emmanuel Macron kwam in ons dorp pas op de vierde plaats (16,25%), na de rechtse kandidaat François Fillon (20,52%) en de ultra-linkse Jean-Luc Mélenchon (19,70%). De opkomst, maar dat had ik zelf al kunnen constateren, was liefst 84,78% geweest. En ik durf de verkiezingsuitslag van de tweede ronde van volgende week zondag nu al te voorspellen: onwrikbaar hetzelfde, zege voor mevrouw Le Pen, maar da’s niks nieuws.
Ik mag niet meestemmen, maar ik zal er weer bij zijn. Op het caféterras, als waarnemer, vanachter een glas rosé. En een uurtje eerder, om een stoeltje te bemachtigen en niks te missen. Want buiten het stemlokaal valt veel meer te beleven dan erbinnen.

Hij zei het echt, al heeft ie het natuurlijk “nooit zo bedoeld” en zijn z’n woorden “verkeerd geïnterpreteerd.” Jeroen Dijsselbloem, de voorzitter van de Eurogroep en demissionair minister van Financiën in Nederland, was zich van geen kwaad bewust toen hij het in een Duitse krant zei: “Ik kan niet al mijn geld aan drank en vrouwen uitgeven en vervolgens om uw hulp vragen.” De bewindsman, door een briljante Britse verslaggever die moeite had met het uitspreken van zijn naam ooit aangeduid als ‘Daisselflower’, bedoelde er niks kwaads mee, zei hij later. Maar ja, bij ons in het zuiden hebben we soms aan een half woord genoeg. Natuurlijk ging het wél over ons in de zon, die een beetje flexibel met staatsschulden en zo omgaan. Schulden? On verra en vooral te zijner tijd.
Het verbaasde me niks dat heel Zuid-Europa verontwaardigd op de uitspraken reageerde. De premier van Portugal ging er met gestrekt been in en karakteriseerde de opmerking van de Nederlander als “racistisch, xenofoob en seksistisch”. De Portugees raadde Jeroen aan met spoed zijn Europese biezen te pakken. Een Italiaanse Europarlementariër noemde het “beschamend en schokkend” wat Dijsselbloem had gezegd.
Tja.
Ik dacht: dit is geen misverstandje, maar weer zo’n voorbeeld van noord tegen zuid, klompendenken versus l’art de vivre; ‘and never the twain shall meet’.
De normen en waarden van Calvijn, dat gaat niet in het overwegend katholieke en dus per definitie wat losbandiger Zuid-Europa. Regels zijn regels? Mwah, regels zijn er bij ons vooral om te kijken hoever je te ver kunt gaan.
Schuld en boete? Nou…, niet als je je er onderuit kunt rommelen.
Ik woon al een tijdje in het zuiden, helemaal tevreden. In het begin moest ik wel wennen aan de soepele omgang met de wet en meer van die dingen die in het noorden ‘netjes’ worden genoemd. Tegenwoordig denk ik ook vaak: “ach…”
Normen en waarden? Welke dan? En van wie? Die van het zuiden zijn volgens mij zo verkeerd nog niet. Het hemd is nader dan de rok, ik denk dat het daarop neerkomt.
Je hebt nu in Frankrijk, nee, eigenlijk voornamelijk in het nogal noordelijk gelegen Parijs, een hoop gedoe over gesjoemel in politieke kring. Fake-baantjes voor de kinderen en voor madame, gratis dure kostuums voor monsieur. “Nou én?”, zeggen ze in mijn dorp. Iedereen weet toch dat alle politici ‘pourri’ (rot, zeg maar corrupt) zijn? Niks bijzonders dat ze zich door vrienden peperdure maatpakken van exclusieve stoffen laten toestoppen.
“Had ik ook maar zulke vrienden!”, grijnsde de kasteleinse toen we het er deze week over hadden. “Politiek, da’s pakken wat je pakken kan, al is het maar een pak.”
Ik zat dat na de lunch met een fles marc de Provence binnen handbereik te overdenken in m’n serre. Naar de rivier en de regen luisterend, terwijl een gore griep zich via ogen en neus een weg naar buiten snotterde. Het was zomaar ineens pokkenweer geworden, alarmfase geel afgekondigd. Volgens de météo kwam die wateroverlast rechtstreeks uit het trieste noorden. Fijn, bedankt, ook een leuk ‘cadeautje’.
Heel even peinsde ik: zullen we die Dijsselbloem – binnenkort toch werkloos – van de zomer eens uitnodigen voor wat ‘couleur locale’ hier in de Provence? En hem dan met z’n allen in het café bijpraten over de charme van een wat minder ‘strak in het pak’ zittend leven onder de zon.
Doe maar niet, dacht ik er meteen achteraan. Die man zou zich doodongelukkig voelen in een omgeving waar niets gaat zoals gepland en zoals het volgens hem ‘hoort’. Nee, zoals Rudyard Kipling het in 1889 al zei in zijn beroemde Ballad of East and West: ‘never the twain shall meet’. Dus dat wordt niks.
Niet zolang de Dijsselbloem-achtige calvinisten blijven roepen dat we er in zuiden maar op los hoeren en snoeren en als de buidel leeg is, de hand komen ophouden bij ‘hun’ Brussel voor een korst brood (of een leuke bankgarantie) omdat we even geen tijd hadden om voor onszelf te zorgen.
De arrogantie van de noordeling die geen verstand heeft van levensvreugde, dat is het. In het zuiden heb je gewoon een opgewekter bestaan. Dat steekt blijkbaar. Jammer dan. En dat geld, dat verdienen we heus zelf wel, maar dan op onze manier. En natuurlijk zeggen we ook geen ‘nee’ als er schadevergoeding wordt aangeboden omdat we weer eens overstroomd zijn door tomeloze hoosregens uit het noorden van de vastgeroeste regeltjes.
Inderdaad, ‘La cigale et la fourmi’ uit de fabel van Jean de la Fontaine uit 1668. Over een muzikale krekel die de hele zomer zijn nijvere mierenbuurvrouw vermaakt tijdens haar werk, maar die van madame la fourmi geen hap te eten krijgt als het wintert en hij omkomt van de honger.
In het noorden werd dat verhaal uitgelegd als ‘wie niet werkt, zal niet eten’. Maar De la Fontaine bedoelde juist heel ironisch dat we meer waardering voor (levens)kunstenaars moeten hebben. Maar ja, hij werd dan ook op een wijnchâteau in de Champagne geboren en vierde vakantie in de Provence.