Home

Yvan Colonna, beschuldigd van de moord op Claude Erignac in 1998, de toenamlige prefect van Corsica, blijft in elk geval tot ver in 2011 opgesloten zitten. Dat heeft een gerechtshof in Parijs vanmorgen besloten. Dat het verzoek van Colonna tot voorlopige invrijheidstelling werd afgewezen zal op Corsica verkeerd vallen. En eerlijk gezegd bij mij ook.
Hoe zit het ook alweer met de affaire-Colonna, die Frankrijk en mij al jaren boeit?
Op 6 februari 1998 zou prefect Erignac met zijn vrouw een Berlioz-concert bezoeken in het Théâtre Kallisté in Ajaccio. Het was druk in de stad en de prefect (soort Commissaris van de Koningin) zette zijn echtgenote voor de deur van het theater af. Even later vond hij een parkeerplaats in de Cours Napoléon. Teruglopend naar de concertzaal werd hij door twee kogels in de nek getroffen. De dood moet onmiddellijk zijn ingetreden. Het was vijf over negen ’s avonds. De prefect bleek vermoord met een automatische 9.mm Beretta, serienummer A 00199, op 6 september 1997 gejat bij een overval op twee gendarmes in het zuiden van Corsica.

Verwarring, paniek en woede in heel Frankrijk: de meest onthutsende aanslag op een politiek-ambtelijke functionaris in 40 jaar! Hoewel ik me ook nog heel goed de moord op Yann Piat in 1994 in Hyères herinner, destijds lid van de Assemblée Nationale, de Franse Tweede Kamer. Ze werd doodgeschoten door maffiosi, die haar aanpak van de criminaliteit in Zuid-Frankrijk minder op prijs stelden.

Maar bij Erignac leidde het spoor naar Corsicaanse nationalisten, onderling nog meer verdeeld dan bijvoorbeeld de protestanten in Nederland. Ze streven naar (een vorm van) onafhankelijkheid van hun Île de Beauté. Men stuitte op de groep Cargèse-Sagone binnen de FLNC, het nationale bevrijdiginsfront van Corsica. Een tamelijk berucht gezelschap, dat erom bekend stond van niet-Corsicaanse ondernemers op het eiland ‘contributie in ruil voor bescherming’ te eisen. Afpersing in de beste traditie van de maffia, maar dan onder het mom van ‘revolutie-belasting’.
Dat de Hoogste Vertegenwoordiger van het gehate Parijs in 1998 een mogelijk doelwit was, hing samen met het besluit van de toenmalige Franse premier Alain Juppé dat ook de Corsicaanse boeren hun leningen moesten terugebetalen. Ze werden via minimale rentes gesubsidieerd, maar aan aflossen deden ze niet. Ruim 1.800 Corsicaanse boeren kregen bezoek van de Franse Belastingdienst, de vlam in de pan. Het ‘commando’ Cargèse-Sagone zou dit varkentje wel even wassen. Is de Franse justitie steeds blijven veronderstellen.

Yvan Colonna, de zoon van een voormalig socialistisch parlementslid, was ooit lid van dit clubje, maar naar eigen zeggen niet meer in 1998. Dat is bevestigd door andere leden van de factie Cargèse-Sagone, van wie een aantal wegens medeplichtigheid aan de moord op Erignac in Parijs tot vijftien jaar is veroordeeld. Ze hebben bekend, maar lieten in het midden wie de dodelijke schoten heeft gelost. Maar in elk geval niet Colonna, getuigden ze (niet allemaal!) tijdens het proces tegen hem. Colonna is altijd blijven ontkennen en deskundigen achten -mede gelet op de lichaamslengte van de veronderstelde dader en het slachtoffer- de kans klein dat hij daadwerkelijk de schutter is geweest. Getuigen van de aanslag hebben ook niemand gezien die op Colonna lijkt.

Justitie is er echter steeds vanuit gegaan dat hij de dader móet zijn. En Colonna versterkte zijn positie niet door tot juni 2003 onvindbaar te blijven. Al die tijd woonde hij verborgen in een armzalige schaapskooi in het vrijwel onbewoonde binnenland van het eiland. Hij groeide uit tot de meest gezochte man van Frankrijk, zijn arrestatie was ‘breaking news’.
Nadat de heer Sarkozy, toen nog minister, Colonna al bij voorbaat als de moordenaar van Erignac had aangewezen, werd de Corsicaan -ook in hoger beroep- tot levenslang veroordeeld, met dien verstande dat hij minstens 22 jaar zou moeten ‘zitten’. Maar op 30 juni van dit jaar werd die veroordeling ongedaan gemaakt door het Hof van Cassatie, vooral op grond van vormfouten.

Vanmorgen werd dus zijn verzoek om voorlopige invrijheidstelling afgewezen. Colonna blijft in de cel tot zijn nieuwe proces dat op 11 mei 2011 begint en naar verwachting twee maanden gaat duren. Tegen die tijd heeft hij al acht jaar gevangen gezeten, zonder een definitieve veroordeling. Franse justitie, tja…
Bij het Europese Hof voor de Mensenrechten stapelen de klachten zich op. En zelf geloof ik -mede op grond van alle berichten in de media- dat Colonna het niet gedaan heeft.

Kijken wat er dit weekeinde op Corsica gebeurt. Er worden daar in de nacht van zaterdag op zondag altijd wel een paar (Franse) overheidsgebouwen in de fik gestoken (vrijwel nooit slachtoffers of gewonden), maar ik vrees dat het eiland op dit moment vooral door verontwaardiging en woede wordt geregeerd, nu Colonna niet (voorlopig) is vrijgelaten, zelfs niet met een elektronische enkelband, zoals zijn advocaat voorstelde.

De exploitanten van het beroemdste strand van Frankrijk lopen er met rooie koppen van woede rond. Want de overheid heeft besloten dat ook voor hun Plage de Pampelonne (formeel gemeente Ramatuelle, volgens de meeste bezoekers gewoon Saint-Tropez) de wet geldt. Wat in de praktijk betekent dat ze hun vaak luxueuze strandtenten einde seizoen gewoon moeten afbreken, en elders moeten opslaan. ’s Winters moet het strand voortaan leeg zijn, althans vanaf 2012. En bovendien wordt het aantal vergunningen voor een strandpaviljoen van 28 naar 22 ‘tenten’ teruggebracht. Zes ‘plagisten’ staan straks met lege handen.
Dat gaat natuurlijk zomaar niet, roepen de uitbaters in koor. Ze wijzen erop dat ze in het hoogseizoen 30.000 mensen per dag ontvangen, dat ze 800 werknemers in dienst hebben, dat ze jaarlijks 1,3 miljoen euro aan staats- en gemeentebelastingen ophoesten, dat ze elk jaar 300.000 flessen wijn uit de streek verkopen. Zo’n economisch belangrijke industrie laat je toch met rust? Maar ja, er is die milieuwet uit Parijs die voorschrijft dat de Zuid-Franse stranden ‘s winters ‘schoon’ moeten zijn.
Het opbreken en vervolgens weer opbouwen van een strandpaviljoen kost wèl een paar centen, vanzelfsprekend voor rekening van de exploitanten. Die ook geen enkele zekerheid hebben dat hun vergunning in de (nabije) toekomst verlengd wordt. Uiteraard hebben ze een actiecomité gevormd, weten ze zich gesteund door de werkgeversorganisatie in het departement Le Var en is er een advocaat die in de wet ontsnappingsclausules vermoedt, plus vormfouten in het desbetreffende besluit van de gemeente Ramatuelle.
Kortom: het is nog géén gelopen koers.

Ik moet eerlijk toegeven dat ik geen fan ben van het strand van Pampelonne. ’s Zomers veel te druk, in de file om er te komen, en over het algemeen valt het eten (en de bediening) in die strandrestaurants knap tegen. Vijfentwintig euro voor een tamelijk saaie en met crisis-ingrediënten samengestelde salade, laat maar. Ik heb op dat strand maar één keer echt goed gegeten: bij Kaï Largo. Een bijna Indonesische ambiance, Thaïse invloeden in de keuken en sinds vorig jaar zomer ook een sushi-bar. Ik ben het bonnetje kwijt, maar als ik me goed herinner, kostte die smullunch me iets van 55 euro. Mooi plekje, uitstekend gegeten. Bijna opgewekt sloot ik die middag in de file richting huis aan. Wat mij betreft mag de zeereep het ruimschoots winnen van de regelneven. Maar laten types als Paris Hilton er dan in godsnaam wegblijven. Want als die langs dreigt te komen, wil je alles zelfs preventief/definitief afsluiten.

De Bouches du Rhône valt de twijfelachtige eer te beurt: de eerste grote bosbrand van het jaar. Ruim 900 hectaren natuurschoon in vlammen op. Godzijdank geen slachtoffers. Wel is er een gesmolten jerrycan gevonden op de plek waar het vuur begon. Aangestoken dus. Of, zoals ze dat hier zo fraai zeggen, ‘de l’origine criminelle’. Nog geen daders gepakt.
Elke zomer staat de Provence in brand. Niet een beetje, maar laaiend. Niet per ongeluk, maar met opzet, of gewoon door onachtzaamheid. Niet op één plek, maar vaak op tientallen plekken tegelijk. Er vallen doden, gewonden, er worden honderden mensen geëvacueerd, er gaan duizenden hectaren natuurschoon in vlammen op. Waarom? Omdat mensen dom zijn, of gewoon slecht. Omdat een nonchalante hufter een brandende peuk uit zijn autoraampje piekt, omdat een of andere sukkel op vakantie z’n barbecue niet de baas is. Omdat kaal gebrand bosland een bouwbestemming kan krijgen en daardoor ineens veel meer oplevert. Omdat je als brandwacht wat wilt bijverdienen en een projectontwikkelaar ter wille bent, of gewoon omdat je als brandweerman ook weleens wilt uitrukken en de spanning en sensatie van een echte bosbrand wilt meemaken. Onlangs zijn op Corsica twee vrijwillige brandbestrijders tot twee jaar gevangenisstraf veroordeeld wegens brandstichting. Ze werden ervoor betaald.
Maar laten we niet vergeten dat het leeuwendeel van de brandweermannen een absolute heldenrol vervult, elke zomer weer. In de lucht verrichten de cowboys van de brandbestrijding -de piloten van de Canadairs (blusvliegtuigen)- het ene huzarenstukje na het andere. Op de grond wagen de brandblussers letterlijk hun leven om de vlammenzeeën te doven. Daar merkt u allemaal helemaal niets van. Tenzij u toevallig net iets te dicht in de buurt was. Want de Franse brandweer is snel en adequaat. En de uitbundige méditerrane natuur herstelt zich wonderbaarlijk snel. Aan de oppervlakte dan, want het ecosysteem heeft wel zo’n dertig jaar nodig om de ramp te verwerken. Dus wilt u alstublieft heel voorzichtig zijn met vuur als u hier bent? Scheelt in elk geval een paar brandhaarden.

Formule 1-baas Bernie Ecclestone is luid en duidelijk: “Als Monaco niet met meer poen over de brug komt, gaat de Grand Prix daar volgend jaar niet door. Texas en India staan te springen, dus dokken of anders….”
Da’s even slikken voor het mini-staatje dat sinds 1955 de Formule 1-races over het akelig krappe en bochtige stratencircuit zag langskomen. Bovendien moest René Isoart, de algemeen commissaris van de organiserende Automobile Club de Monaco, het nieuws nota bene uit de krant vernemen. Hem, en vele anderen, is het angstzweet inmiddels tot aan de lippen gestegen, want mister Ecclestone means business. Big business. De man met de diepe zakken die maar nooit vol willen raken, kan zijn F1-circus overal ter wereld kwijt; men staat in de rij. En in Monaco weten ze maar al te goed waarom: voor een aantal commerçanten maakt de Grand Prix minimaal de helft tot zelfs het leeuwendeel van hun inkomsten uit, hotels en restaurants varen meer dan wel bij het spektakel, particulieren verdienen een aardig zakcentje bij met de verhuur van hun appartementje aan het circuit of hun jacht aan de kade; voor het toerisme is de F1 hèt evenement van het jaar. Kortom, het Monegaskische prinsdom loopt lelijk wat pegels mis als Ecclestone deze Grand Prix naar elders overhevelt. Plus vanzelfsprekend een enorme imagoschade. Dat nooit, vindt de regering. Men wil onderhandelen. Vindt Ecclestone prima, want in feite heeft hij al gewonnen. Het huidige contract met Monaco is per dit jaar afgelopen. Het gaat dus nog slechts over de hoogte van het bedrag dat voor een nieuw contract op tafel moet worden gelegd. Monaco betaalde tot nu toe een krappe 10 miljoen euro per jaar voor het evenement. Ter vergelijking: Engeland dreigde Silverstone kwijt te raken onder vergelijkbare omstandigheden; dat land mag nu jaarlijks 14 miljoen euro voor een race neertellen. Volgens Frédéric Lajoux van het evenementen organisatiebureau MITI is het wel duidelijk: “Je zaagt de tak waarop je zit niet af.” Dat wordt dus dokken voor Monaco.

Daar zijn ze weer!

juli 15, 2010

Gisteren kwamen ze aan op het vliegveld van Toulon/Hyères: de Sarkozy’tjes.
Heel discreet, met een reguliere vlucht van Air France, waarbij ze als laatsten stilletjes aan boord kwamen, en als eersten razendsnel de businessclass weer verlieten; de gewone passagiers mochten wachten tot de chef-d’état in een geblindeerd convooi was afgevoerd. Alweer niet naar het officiële staatsbuitenverblijf Fort Bregançon (waar we met z’n allen nog wel steeds gewoon belasting voor betalen, ook al staat het sinds het aantreden van Sarkozy leeg), maar richting Cap Nègre, voor een korte vakantie in het huis van schoonmoeder Bruni-Tedeschi.
Wat dat aan ergernis voor de buurtjes betekent, leest u terug in mijn bericht van vrijdag 4 juni 2010.
In elk geval is de president vanmorgen tussen elf en twaalf een stukje gaan fietsen, omringd door een legertje beveiligingsmensen dat links en rechts wat argeloze voorbijgangers van de sokken reed, maar het verder rustig hield. Na het weekeinde vertrekt Sarko weer richting Parijs. Tijd om even langs te gaan bij de slachtoffers van de overstromingsramp in de Var (hij struikelt er vrijwel over op weg naar het vliegveld) voor een update is er blijkbaar niet. Maar ja, dan zou hij het ook moeten hebben over de schadeloosstellingen die maar niet loskomen, en over de verzekeringsmaatschappijen die de boel met opzet traineren.
Mevrouw Sarko komt overigens ook nergens in het plaatje voor, al vliegt ze niet mee terug naar Parijs. Zíj moet dringend bijkletsen met haar moeder.

Goed, je doet je Duitse herder nog één keer voor hoe het wel had gemoeten, de finale van het WK voetbal halen, en je belandt meteen met een gebroken pols op de ‘urgence’ van het lokale streekziekenhuis. Een fraaie tackle -nadrukkelijk géén overtreding, moet ik erkennen- zorgde ervoor dat ik met het polsgewricht precies op de venijnig scherpe rand van het terras terecht kwam en meteen voor een ruime vier weken buiten spel sta. Ik tik dit bericht dus met één linkervingertje; de rechterarm hangt in een door mijn uiterst handige buurman Joost gefabriceerde katrolconstructie, flexibel nutteloos te wezen boven mijn bureau. Maar daar ging wel wat aan vooraf. Het akkefietje vond plaats rond een uur of zeven ’s avonds. De echtgenoot was bereid me naar de dorpsarts te vervoeren. Volle wachtkamer, en een bekende die riep: “ga liever meteen naar het ziekenhuis, je wordt toch alleen maar doorverwezen”.
Daar was even niet op gerekend. Al een aperitiefje verder, en dan zomaar de weg op naar het zo’n 30 km verder gelegen hospitaal? Maar ja, ik kan kermen als de beste, en echtgenoot nam manmoedig het risico.
Is het de Wet van Murphy dat het dashboard leerde dat de tank vrijwel leeg was? Met een van pijn kreperende patiënt aan boord is het niet prettig tanken. Je wordt raar aangekeken, het zou me niks verbaasd hebben als toeschouwers 112 gebeld hadden en de echtgenoot de nacht in de cel had kunnen doorbrengen. In plaats daarvan werd het een nachtje ziekenhuis voor mij. Opgenomen? Welnee. Ruim vier uur mogen wachten op de urgence. En dat, nádat de administratieve rompslomp was afgehandeld. Je worstelt met een gebroken pols, maar de bureaucratie schrijft voor dat er eerst even naar het kostenplaatje wordt gekeken: hoe en bij wie bent u verzekerd? Dat een patiënt pijn lijdt, is ondergeschikt aan eventuele pijn in de portemonnee van het ziekenhuis.
Na een kwartiertje formulieren-vreten, mócht ik in de wachtkamer plaatsnemen. Sinds wanneer is wachten een gunst of een voorrecht? De echtgenoot toverde een blikje Fanta uit een automaat, zodat ik mijn eigen pijnstillers die godzijdank in mijn tas zaten, kon wegspoelen. De koffiemachine deed het niet.
Terwijl de echtgenoot even buiten verbleef om een dampertje op te stoken, werd ik naar een volgend wachthok verordonneerd. Hij was net te laat terug op de plaats delict, en ik hoorde hem foeteren tegen het blonde blokhoofd dat hem toebeet dat hij achter ‘mijn’ deur niets te zoeken had: “U bent geen patiënt.” Ruim een uur lang zat ik op een krukje naast een brancard en tussen de beademingsapparatuur, tot het me te gek werd en ik de gang opliep -polsje in de knakhouding- om ergens iemand te vinden die me van die @#$%~*&+?! pijn kon verlossen. Ik vond alleen een psychiatrische nooddruftige die ook al uren aan haar lot was overgelaten. Het werd nog heel gezellig; we wisselden zelfmoordtips uit. Tot ze door de blonde Feldwebel en assistenten in een dwangbuis werd afgevoerd. Ze was niet eens agressief! “Waar brengen jullie haar naartoe?” “Pierrefeu”, was het kortaffe antwoord; het lokale gekkenhuis.
Bon. Na een uurtje of twee mocht ik naar de ‘radio’ om een röntgenfoto te laten maken, daarna weer een half uurtje ‘in de wacht’, want de gipskamer was bezet door een aan zijn brancard gekluisterde dronkaard, die zijn gebroken neus voor lief nam en zich niet aan de regeltjes van het ‘we spelen doktertje’ wilde houden. Afgevoerd met onbekende bestemming, maar het zal wel een politiecel geworden zijn.
Met een pols tot achter de elleboog in het gips en een draagband om mijn nek, mocht ik uiteindelijk op eigen kracht op zoek naar de uitgang van het labyrint dat de urgence is. Echtgenoot had mij reeds als vermist opgegeven. Mobiele telefoons mogen niet alleen niet aan in dit Fellini-gesticht, ze zijn er ook nog eens ernstig gestoord, dus werken niet.
“Je leeft nog”, constateerde hij briljant. “Ja, maar morgen moet ik terug”, zei ik moedeloos. “Een chirurg moet er naar kijken en zo iemand was er vanavond niet”.
“Hoe laat?”
“Kwart over elf.”
We waren er stipt om kwart over elf. We moesten dezelfde papieren als de avond daarvoor invullen, ik werd opnieuw afgevoerd naar een ‘geheime’ wachtkamer. En kreeg om half drie nieuw gips. Dat zit te strak. Buurman Joost heeft al aangeboden met behulp van zijn motorzaag voor verlossing te zorgen. Ik wacht het nog even af. Maar ik zeg zeker geen ‘nee’ als een vervolgafspraak weer op oeverloos wachten uitdraait; Joost en zijn cirkelzaag gaan voor de zekerheid mee.

Franse paradoxen

juli 5, 2010

Het mooiste nieuws van vandaag: een aantal rookwaren wordt zomaar ineens goedkoper in plaats van duurder! Ik heb meteen een mooie havanna opgestoken om het te vieren. Zeker toen ik begreep dat de minister van Volksgezondheid Roselyne Bachelot ziedend was over deze onverwachte ‘move’ van de tabaksindustrie. Ze wil nu meteen de belasting op onze dampertjes verhogen. Maar dan heeft ze nog een lange bureaucratische weg te gaan. Mooie paradox.
Ik moest vanwege Bachelot ineens weer aan wijlen Hans van Mierlo en zijn paradoxen denken.
Toen ik lang geleden nog in Nederland woonde, amuseerde ik me altijd kostelijk als hij weer eens een ‘paradox’ had bedacht; hij grossierde er als het ware in. Ik heb er zelfs eentje op mijn website gezet (zie http.www.vvmh.com)
Een paar jaar geleden zat Van Mierlo ineens met zijn Connie (Palmen) op het terras van mijn dorpscafeetje. Ik stootte Francis aan, een van mijn vrienden die -bepaald niet toevallig- óók alweer op dat terras zat: “Kijk, die man links was vroeger minister van Buitenlandse Zaken in Nederland”. “C’est pas vrai!”, fluisterde Francis verbaasd terug. Hij kon zich niet voorstellen dat een heuse Autoriteit ‘in het wild’ in ons gehucht rondliep. Het merkwaardige van Zuid-Fransen is: wetten & regels, zoals bedacht in Parijs of Brussel, daarvan trekken ze zich niks aan. Gelukkig maar, vind ik. Maar als zo’n wetgever zich persoonlijk vertoont, tja, dan lijkt het wel of zich een vorm van onderdanigheid aandient, die ik jegens overheden al ver voor mijn vertrek uit het vaderland had afgeschud.
Mevrouw Bachelot intussen, had het over de burger tegen zichzelf in bescherming nemen, en over een gezond leven ‘Ha!’, dacht ik, ‘en wie maakt uit wat een gezond leven is?’ Mevrouw Bachelot lust in elk geval een glaasje…. (zie foto)
Zoals vrijwel iedereen in mijn dorpje rook en drink ik. Naar de opvatting van de minister lijd ik een ‘ongezond’ leven. Maar in mijn dorpje begroeven we (tot de nucleaire neerslag van Tjernobyl – zie vorig bericht) nooit vrouwen, die de 80 jaar niet gehaald hebben. Ik weet uit eigen waarneming dat die dorpelingen rookten en dronken dat het een aard had. Bewogen ze? Ja, maar niet in een sportschool of zoiets. Ze steggelden hun steil oplopende dorpsstraatje op en af. Ze leidden een traditioneel leven en aten ‘klassiek’. Dat wil zeggen: olijfolie en vis. Sinds ik hier woon, doe ik niet anders. Ik rook (sigaren) en drink méér dan ik in Nederland gewend was. En ik voel me beter dan ooit.
Heel af en toe ben ik ’s ochtends heel vroeg in het dorp. In ons cafeetje drinken de bouwvakkers en de herders dan een ‘rouge’ voor ze aan het werk gaan, mét een sterke espresso ernaast. Het laatste slokje wijn gaat in het koffieresidu; even de dag losroeren. Een uur of zeven. De echte drinkebroers nemen in plaats van die ‘rouge’ een ‘garlaban’, de verbeterde versie van de jenever. Met al die mensen gaat het goed.
Dus wie maakt uit wat gezond is? Ik denk er het mijne van en geloof oprecht dat ‘gezond’ leven vooral de zon, de olijfolie, de knoflook en de wijn impliceert. En vooral geen gezeur aan je kop. Laat mij dus gewoon mijn sigaartje smoren en mijn glaasje wijn drinken. Ik trek een lange neus naar wetgevers, die me die genoegens willen afnemen. De Franse paradox, althans de Zuid-Franse, is dat we hier alles doen wat ambtenaren en zorgverzekeraars verbieden, en dat we normaal gesproken toch oud worden. En als u hier zo meteen weer met z’n allen vakantie komt vieren, zult u zien dat we gelijk hebben.