Home


Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland verkrijgbaar zijn, te maken. Zoals al mijn recepten. Meer weten, meer recepten? Klik hier voor mijn kookboeken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Nog steeds geen zomer. ’t Is storm of regen in de Provence, of allebei tegelijk, en elke avond moet onvermijdelijk nog steeds de houthaard aan. Maar weer iets warms op tafel dus, de frisse salades bewaren we wel voor later. En dat ‘later’ kan nog best even duren, meent de weerman.

Ingrediënten:
300 ml melk
30 gram boter (plus een beetje extra voor het invetten van de vormpjes)
30 gram bloem
3 eieren
75 gram roquefort
zout, peper, nootmuskaat

Bereiding:
Vet vier soufflévormpjes in met boter. Verwarm de oven voor op 200 graden.
Laat 30 gram boter smelten in een pannetje op een laag pitje, doe er de bloem bij en giet er beetje bij beetje de melk bij, onder goed roeren. Haal de pan van het vuur, voeg naar smaak zout, peper en nootmuskaat toe, roer nogmaals goed door en laat afkoelen.
Scheidt de eieren, bewaar de eiwitten in een ruime kom en voeg de dooiers één voor één toe aan het afgekoelde mengsel in de pan. Meng stevig door elkaar, verbrokkel de roquefort er boven, prak fijn en meng alles nog eens goed door elkaar tot een mooie gladde massa. Sla de eiwitten met wat zout stijf, tot het wit in punten blijft staan, en meng dat beetje bij beetje door het roquefortmengsel. Verdeel het mengsel over de vormpjes en laat in de voorverwarmde oven in 25 minuten gaar worden en rijzen.
En ja, natuurlijk mag daar een mooi glas rood bij.


Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland verkrijgbaar zijn, te maken. Zoals al mijn recepten. Meer weten, meer recepten? Klik hier voor mijn kookboeken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Omdat het weer nog steeds niet echt meewerkt, moeten we iets anders verzinnen om een rothumeur te voorkomen of te verdrijven. Een smakelijk soepje helpt altijd, zoals deze linzensoep. Kan als voorafje, of als maaltijdsoep, maar is vooral erg lekker en supergezond. Daar kan geen rothumeur tegenop.

Ingrediënten:
1 liter runder- of kipbouillon (fond, of een tablet)
500 gram rode linzen
2 uien
2 stengels bleekselderij
1 teen knoflook
1 bosje peterselie
1 blikje gepelde, fijngehakte pomodori
4 eetlepels olijfolie
zout, vers gemalen zwarte peper
4 sneetjes witbrood
handje witte rijst (facultatief)

Doe de linzen en de bouillon in een ruime pan en breng aan de kook. Eventueel schuim afspatelen. Ongeveer een half uurtje op zacht vuur laten doorkoken. Pel intussen de uien en snij ze in dunne ringen. Haal de harde vezels van de selderij en snij die in dunne plakjes, snij de bladen in reepjes; hou wat blad achter voor de garnering. Doe twee eetlepels olijfolie in een hapjespan en laat heet worden. Fruit de uien, de selderij en de uitgeperste knoflook goudbruin en voeg dan het blikje fijngehakte pomodori toe. Hak de peterselie fijn en voeg toe. Laat alles een kwartiertje smoren, en voeg dan het mengsel aan de linzenbouillon toe. Maak de hapjespan niet schoon, maar doe er opnieuw wat olijfolie in. Snij de sneetjes witbrood (zonder korst) in blokjes en bak ze goudbruin in de hapjespan. Verdeel ze over vier borden. Maak de linzensoep af met peper en eventueel nog wat zout. Giet de soep over de broodblokjes in de borden, strooi er ter garnering wat fijngesneden selderijblad of peterselie over.
Voor een echt gevulde maaltijdsoep: doe na ongeveer 15 minuten een flinke hand rijst in de soep en laat meegaren.

Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland verkrijgbaar zijn, te maken. Zoals al mijn recepten. Meer weten, meer recepten? Klik hier voor mijn kookboeken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Het is vrijdag de 13e, en omdat we niet aan bijgeloof en ongeluk doen, een nagerecht dat simpelweg niet kan mislukken. Zoet en hartig tegelijk, je kunt je geluk niet op. Misschien wel letterlijk, want dit peren/kaastoetje is een hele hap; voor de kleinere eters kunnen de porties beter gehalveerd worden.

Ingrediënten:
4 plakken Fourme d’Ambert (of een andere stevige blauwe kaas)
4 stevige, rijpe peren
4 eetlepels dunne, vloeibare honing (of ahornsiroop)
75 cl droge witte wijn
250 gram basterdsuiker
sap van 1 citroen
paar blaadjes mint

Bereiding: Schil de peren, maar laat het steeltje en het klokhuis zitten. Zet de wijn met de suiker en het citroensap in een pannetje op laag vuur, wacht tot de suiker gesmolten is en zet er dan de peren rechtop in. Laat ze 8-10 minuten pocheren met het deksel op de pan, draai het vuur uit en wentel de peren door het kookvocht tot ze aan alle kanten nat zijn. Laat afkoelen tot lauwwarm. Verdeel de kaasplakken over vier borden, zet in op -of naast- elke plak een peer rechtop. Bedruip elke peer met een eetlepel honing of siroop, garneer met een blaadje mint. Neem steeds een hapje peer en kaas tegelijk. Het klokhuis kan meegegeten worden, maar mag natuurlijk ook op het randje van het bord geschoven worden. Geef er brood bij om te soppen, en natuurlijk een mooi glas mollig rood.

Ik kreeg een gelikte elektronische brief. Van niemand minder dan Alain Ducasse, de wereldkampioen Michelin-sterren. Het is thans vijfentwintig jaar geleden dat de grote chef in zijn met drie van die ‘macarons’ opgeleukte restaurant Louis XV in Monaco begon, en zo’n jubileum moet gevierd worden. Kan ik me iets bij voorstellen.
Dat ik überhaupt in zijn adressenbestand voorkom, heb ik te danken aan mijn man; hij had iets te vieren en dat mocht van zijn opdrachtgever daar, bij Ducasse in Monaco. Een lunch, die ruim € 350 vergde, ik heb nog een kopietje van het bonnetje, want de boekhouding zit in mijn pakket. Prima gegeten, daar niet van, maar zo’n kolossaal bedrag? ´t Is misschien mijn calvinistische achtergrond, maar ik vond het genant. Toen we er nog in de buurt woonden aten we weleens bij het Ducasse-filiaal in La Celle-en-Provence (Hostellerie de l´Abbaye de La Celle, ‘slechts’ één ster) voor een fractie van die prijs; ik voelde me er een stuk beter op mijn gemak, ook al omdat de ambiance er veel minder opgedirkt is. Ik ben niet zo van die antieke kroonluchter-sjiek in Louis XV-stijl, waarbij je als het ware vanzelf gaat fluisteren.
Maar belangrijker: je eet uitstekend in La Celle. De eerste keer had ik er niet veel fiducie in, ik koester een zeker wantrouwen jegens chefs die -zoals Ducasse- aan het hoofd staan van een internationaal restaurantimperium, met achtentwintig vestigingen in negen landen. Een kok hoort in de keuken, niet in het vliegtuig onderweg naar één van zijn twaalf uitspanningen in Frankrijk of -ik noem maar wat- drie in Monaco, vijf in Amerika, twee in Japan, twee in Italië, eentje in Engeland, in Hong Kong, in Rusland, en op Mauritius. En dan heeft ie ook nog een business school, èn tijd om kookboeken te schrijven. Dat lijkt me tamelijk onmogelijk. Maar het schijnt dat het Ducasse toch lukt om de boel op orde te houden: in al zijn zaken wordt herkenbaar en op niveau gekookt. Zeggen ze.
Omdat de meester overal een vinger in de pap houdt en hoogst persoonlijk alles inspecteert; vandaar dat gevlieg.
Dat kost een paar duiten, en dat wordt meer dan riant verrekend in de tarieven.
Kijk maar even mee naar het prijskaartje van het Monegaskische feestmenu; een eenheidsmenuutje, voor lunch of diner. Dat ziet er op papier verleidelijk uit, acht gangen. Maar het vergt wel € 280, en als je de geselecteerde zes glazen wijn erbij neemt mag je nog eens € 145 extra aftikken: maakt samen € 425. Per persoon!
Nee, ik schuif niet aan, ik heb aan die ene keer al een nare nasmaak overgehouden. We hebben in ons dorp (nog?) geen Banque Alimentaire (voedselbank), maar met enige regelmaat staan er voor de deur van de Super U in het stadje iets verderop vrijwilligers voedsel in te zamelen voor de minder bedeelden die anders bijna niets te eten zouden hebben. Je schaamt je dood als je weet dat met die € 450 per persoon voor dat eenmalige Monegaskische feestmaaltje hele gezinnen een tijdje uit de brand geholpen zouden zijn. Misschien dat meneer Ducasse -bij wijze van feestelijk gebaar- in plaats van aan zijn eigen bank, eens wat aan die andere Banque zou kunnen doneren? Geef ik alvast het goede voorbeeld.

Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland verkrijgbaar zijn, te maken. Zoals al mijn recepten. Meer weten, meer recepten? Klik hier voor mijn kookboeken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

In paaseieren en paashazen heb ik nooit veel heil gezien; het wil er bij mij maar niet in dat hazen eieren leggen en die vervolgens verstoppen, en dat dan uitgerekend met Pasen. Ik krijg gelijk van de Universiteit van California, die het uitzocht: in de 13e eeuw werd in het Teutoonse rijk (Duitsland) de godin van de vruchtbaarheid vereerd. Ze heette Eostra (vandaar het Engelse Easter = Pasen) en haar symbolen waren het konijn -vanwege diens formidabele reproductiecapaciteit- en het ei – teken van vruchtbaarheid. In het vroegere volksgeloof gingen die dingen een beetje door elkaar lopen, en bij ons werd dat paaskonijn een paashaas; dat bekte lekkerder. Later kwam daar de katholieke kerk nog eens overheen, die de oude heidense rituelen niet kreeg uitgeroeid en ze dus maar integreerde in de eigen geloofsbeleving: hoe meer zieltjes, hoe meer vreugd.
Pasen en het Franse Paques zijn terug te voeren op het Aramese pascha en het Griekse pascho, wat lijden betekent. Dat komt dichter in de buurt: het lijden, sterven en de wederopstanding van Jezus, daar ging deze religieuze viering eigenlijk over.
Heeft bovenstaande iets te maken met onderstaand recept? Nee. Net zo min als dat hele commerciële paasgedoe iets met de oorspronkelijk betekenis van Pasen te maken heeft.
Maar met al die regen van de laatste dagen, en met meer regen op komst, kunnen we best een beetje zon op het bord gebruiken, plus de bijbehorende vitamientjes.
Zo, ga ik nu naar de Mattheüs Passion van Bach luisteren.
Iedereen een hele Goede vrijdag en een prima Pasen!

Ingrediënten:
6 rijpe tomaten (in plakken)
4 eetlepels olijfolie
1 eetlepel tijm (gedroogd)
1 eetlepel peterselie (fijngehakt)
1 eetlepel verse basilicum (fijngehakt)
2 rode paprika’s (gegrilleerd, geschild, zonder zaadlijsten, in reepjes)
2 eetlepels broodkruim van oud brood (of paneermeel)
3 eetlepels geraspte gruyére of emmental
2 eetlepels kappertjes
zout en peper

Bereiding:
Verwarm de oven voor op 230 graden. Leg de paprika’s op een bakplaat en laat het velletje zwart worden, haal ze uit de oven en draai die terug naar 180 graden. Laat de paprika’s afkoelen en verwijder het zwarte velletje, snij ze in parten en verwijder de zaadlijsten; snij ze in reepjes. Verdeel 1 eetlepel olijfolie over de bodem van een vuurvaste schaal. Leg een laag tomatenplakjes op de bodem, strooi er wat zout en peper, wat tijm, peterselie en basilicum over. Daarna een laagje paprikareepjes. Herhaal dit tot de ingrediënten op zijn, maar zorg dat de bovenste laag een laagje tomaten is. Giet de rest van de olijfolie erover, bestrooi met kappertjes (eventueel kunnen er ook nog wat ontpitte en in plakjes gesneden olijven aan toe worden gevoegd) en met een egaal laagje broodkruim (of paneermeel), en strooi daar de geraspte kaas over. Laat de schaal 20 minuten in de voorverwarmde oven garen. Kan warm of koud worden gegeten.