Home

vichyssoise
Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland verkrijgbaar zijn, te maken. Zoals al mijn recepten. Meer weten, meer recepten? Klik hier voor mijn kookboeken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Zoals bekend (zie m’n vorige blog) beleefden we het vorige weekeinde het Fête de la Gastronomie. Dat nemen we hier in het zuiden nogal letterlijk. Dus reserveerde ik voor de zondaglunch in een favoriet restaurant een tafeltje voor vier, we hadden vrienden op bezoek. Half een legden we aan. Het werd een feestje dat tot half zeven duurde. En toen had eigenlijk nog niemand zin om op te stappen. Van Lodewijk, de aimabele patron/cuisinier van Les Temps des Cerises, had dat ook helemaal niet gehoeven. We spraken over eten, we proefden wijnen, we vergeleken smaken en verschillen; het had nog uren mogen duren. Maar ja, de vrienden moesten nog een eind rijden, ons werk riep, en Lodewijk moest ook gewoon de keuken weer in voor de avondsessie. Als toegift kreeg ik van hem het recept mee van de Vichyssoise die we als voorgerecht hadden opgesnoept. Een lauwkoude soep van aardappels en prei. Dat klinkt alsof het nergens over gaat, maar niks is minder waar. Het oerrecept zou bedacht zijn door Louis Felix Diat (1885–1957), een vlakbij Vichy geboren chefkok, die naar Amerika emigreerde en er veel eer mee inlegde in het restaurant van het Ritz-Carlton Hotel in New York. Maar dat is niet helemáál zeker, en sindsdien zagen bovendien tal van interpretaties het licht. Die van Diat heb ik nooit geproefd. Maar die van Lodewijk is zó vingerlikkend lekker, dat ik hem graag met jullie deel. Er zit hier en daar een kleine aanpassing/uitwijkmogelijkheid in. Want Lodewijk trekt z’n kippenfond zelf, en ik heb een kant-en-klare gebruikt. In plaats van met ‘piment d’Espelette’ deed ik het met paprikapoeder. En een sjalot had ik ook al niet, dus dat werd een piepklein uitje. Lodewijk zal het ongetwijfeld met afgrijzen lezen, maar ik ben meer dan tevreden met het resultaat.
Ik zou zeggen, probeer het zelf eens.

Ingrediënten:

Voor de soep:
125 gram aardappels
1sjalot (of klein uitje)
220 gram wit van prei
6,5 dl kippenfond (mag ook van een tablet of uit een potje)
2,5 dl room
1 laurierblad
sap van een halve citroen
klontje boter
scheutje olijfolie

Voor de coulis:
groen van 2 preien (klein gesneden en gewassen)
1/4 bosje peterselie, grof gehakt

Voor de garnalengarnering:
12 niet te grote gamba’s (rauw)
zout, piment d’Espelette (of pittige paprikapoeder)
scheutje olijfolie

Bereiding:

Van de soep:
Schil de aardappels en snij ze in blokjes. Pel en snipper de sjalot/ui. Haal de buitenbladen van de prei en snij het wit in dunne ringetjes. Bewaar van 2 preien het groene gedeelte, dat is straks nog nodig.
Laat een scheut olijfolie samen met de boter warm worden in een ruime braadpan. Doe de sjalot/ui erbij en laat even aanzweten, voeg de aardappelblokjes en de laurier toe, en laat nog een paar minuten aanzweten. Voeg de preiringetjes toe en roer alles even door elkaar op hoog vuur. Als alles weer op temperatuur is, de fond en de room toevoegen. Op laag vuur zachtjes laten pruttelen tot de aardappelblokjes gaar zijn.
Vis het laurierblaadje eruit, pureer de prut (met een (staaf)mixer), pers alles door een zeef en laat de boel afkoelen. Maak op smaak met zout en citroensap, verdeel over vier soepborden.

Van de coulis:
Verwijder het bovenste (lelijke) stukje en snij de rest van het preigroen fijn. Breng 1,5 liter water aan de kook en blancheer (een minuutje of 2,3 in het kokende water laten spartelen) de prei erin. Laat even uitlekken in een zeef, doe de preiprut over in een bakje en zet meteen in de diepvries (daar wordt het mooi donkergroen van. Overigens koelt Lodewijk de preiprut op ijswater.). Na een minuut of 10/15 de prei in de keukenmachine met een beetje water pureren en terugdoen in de zeef om het overtollige water eruit te laten lekken. Na een minuut of 10 even goed aandrukken voor het laatste restje vocht. Daarna de preiprut door de zeef drukken, in een plastic (diepvries)zakje doen, daar een minipuntje vanaf knippen en er vlak voor het opdienen een mooi patroontje mee spuiten op het soepoppervlak. Niet teveel: het dient vooral als versiering!

Van de gamba’s:
Pel de gamba’s en haal de darm eruit (elke gamba over de hele rugkant met een scherp mesje insnijden en het zwarte sliertje eruit trekken). Bestrooi de gamba’s met wat zout en ‘piment d’Espelette’ (of pittige paprikapoeder, als de piment niet te krijgen is) en bak ze kort aan twee kanten in een koekenpan met hete olijfolie. Laat ze afkoelen en leg ze als garnering in het midden van de borden, of steek ze aan een prikkertje zodat ze niet kunnen wegdobberen.

pasta kaas tomaatVoor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland verkrijgbaar zijn, te maken. Zoals al mijn recepten. Meer weten, meer recepten? Klik hier voor mijn kookboeken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Dit weekeinde vieren we het Fête de la Gastronomie, een jaarlijks terugkerend smulfestijn dat op de kaart staat sinds de Franse gastronomische maaltijd in 2010 op de UNESCO-lijst van immaterieel erfgoed werd geplaatst.
“Zij (dat feestje dus) heeft als roeping om te verenigen, te introduceren en je zin te geven om te koken in een sfeer van gezelligheid, van delen en van vrijgevigheid”, aldus het Ministerie van Toerisme. En dat zullen we weten. In heel Frankrijk wordt van 20/9 tot en met 22/9 van alles georganiseerd: van kookcursussen, -wedstrijden en masterclasses met befaamde chefs tot en met buffetten, proeverijen en speciale restaurantmenu’s onder het motto ‘Tous au restaurant’. Dat menu bestaat uit een entree, een hoofdgerecht en een dessert voor een vaste prijs. Leuk, maar nóg leuker is dat voor elk gekocht menu, het zelfde menu voor een meegebrachte gast gratis is. Wel even opletten: er moet tevoren gereserveerd worden, het aantal tafels is beperkt en verschilt per restaurant, net als de menu’s en de prijzen trouwens. Meer info: klik hier.1219391
Vanzelfsprekend ga ik ergens een vorkje prikken dit weekeinde, met vrienden.
En verder houd ik het simpel. Met onderstaande pasta met kaas en tomaat. Komt vast nooit op de UNESCO-lijst. Maar als je gastronomische echtgenoot een tweede portie ambieert, is er vast niks mis mee. Vooraf doe ik m’n slaatje van vorige week, en als toetje deze millefeuille.
O ja, en we hebben volstrekt illegale kaasjes van een lokale geitenboer.
Bonne fête!

Ingrediënten:
500 gram pasta (spaghetti, tagliatelle, penne, of andere pasta naar keuze)
2 bakjes boursin (samen circa 300 gram,) of andere fromage aux herbes et ail
200 gram geraspte gruyère
1 bosje krulpeterselie
1 blik gepelde tomaten (800 gram, of 2 kleintjes van 400 gram)
3 tenen knoflook
geraspte parmesan
droge witte wijn
olijfolie
zwarte peper uit de molen

Bereiding:
Breng in een grote pan 1 ½ liter water aan de kook. Giet er een gulle scheut olijfolie in en doe de pasta erbij. Laat onder die af en toe roeren beetgaar worden.
Pel de tenen knoflook, snij de peterselie fijn (behalve de stugge stelen).
Gooi de inhoud van het blik tomaten in een vergiet in de gootsteen. Laat uitlekken, druk het ergste vocht er nog even uit met een vork, vis de tomaten eruit, leg ze op een snijplank en snij ze in stukjes.
Doe intussen in een ruime koekenpan of braadpan een flinke scheut olijfolie. Laat warm worden en doe er de peterselie bij. Als die begint te sputteren, de knoflooktenen erboven uitknijpen en alles even doorroeren. Gooi er een gulle scheut witte wijn bij en laat onder af en toe doorroeren een paar minuten pruttelen op laag vuur. Voeg de tomaten toe er roer alles nog eens door.
Intussen zal de pasta wel gaar zijn. Doe die over in het vergiet en laat uitlekken (niet afblussen onder de koude kraan!). Gooi de pasta terug in de pan, doe er een scheut olijfolie bij, roer even door en laat staan met het deksel op de pan.
Voeg de boursin toe aan het prutteltje in de koeken/braadpan en roer de kaas los tot die helemaal gesmolten is. Geef een paar fikse draaien aan de pepermolen, doe er de geraspte gruyère bij en roer alles op laag vuur door elkaar tot de kaas gesmolten is. Voeg eventueel nog wat witte wijn toe als de saus te dik dreigt te worden; hij moet soepel van een lepel lopen.
Verdeel de pasta over de borden, verdeel de saus erover en geef de parmesan er los bij. Plus natuurlijk wat stokbrood om te soppen, en een mooi glas rosé of rood.

De nieuwe trend: kindvrij

do 19 september 2013

Deligne poussette.jpg
Eerst even voor alle duidelijkheid: ik heb niets tegen kinderen, ik héb ze zelfs.
Maar ik kan en wil niet snappen waarom ze alom (te vaak) luidruchtig en onaangepast aanwezig moeten zijn.
Ik citeer even uit mijn boek ‘Opgestroopte mouwen’:
“‘Merde!’ schold mijn vriend François, de kleine aannemer. Hij had me uitgenodigd voor een aperitiefje, om mijn terugkomst te vieren. Alle tafels op het terras waren door luidruchtige noorderlingen met blèrende kinderen bezet. De ouders bestelden koffie met veel melk, het nageslacht knoeide met rietjes in flesjes en besmeurde stoelen met gesmolten ijs. Ik voelde me vreemdeling in eigen dorp.”
Had François iets tegen kinderen? Nee, in het geheel niet. Nadat zijn echtgenote met de noorderzon en met achterlating van de baby was vertrokken in het kielzog van een flamboyante amant, voedde hij zijn dochter met geduld en toewijding in z’n eentje op. Thans past hij op de kleinkinderen. Hij neemt ze niet mee naar het café en ze mogen pas aanschuiven in een restaurant als de opvoeding voltooid is. Dat wil zeggen dat ze netjes op hun stoel blijven zitten, niet knoeien met het eten, keurig verorberen wat het menu schaft en pas van tafel mogen (om te plassen bijvoorbeeld) als daar netjes om gevraagd is. Niks rennen, niks blèren, niks overlast geven.
Hij knikte dan ook meer dan instemmend toen ik hem onlangs vertelde een van mijn favoriete restaurants in Antibes het helemaal gehad heeft met baby´s, kinderwagens en andere ongemakkelijkheden, zoals rondrennende kinderellende. Sinds kort hangt er een bordje op de deur: geen toegang! Zoals je bij andere restaurants wel eens ziet dat je hond niet naar binnen mag.
Ik heb het over restaurant Michelangelo, een gereputeerde ´Italiaan´ met een ruim bemeten interieur en een prettige binnenplaats waar het goed nazomeren is.
Mamo, de eigenaar wil rust in de tent. En niet alleen omdat er met regelmaat een ‘bekende’ een vorkje komt prikken. Zoals Belmondo een paar weken terug -ik vond hem oud en broos geworden- en vaste gast Karl Lagerfeld.
Nee, de rust moet er ook zijn voor al die andere gasten die gewoon ongestoord willen kunnen eten.
“Madame Etincelle” (ja, hij zegt het echt, mevrouw Vonkje) “les très jeunes enfants “troublent la tranquilité de mes autres clients. Il invoque également des “problèmes de sécurité”. Oftewel: die piepjonge kinderen verstoren de rust en zorgen ook nog eens voor een veiligheidsprobleem.
Hoe dat zo? “Kinderwagens blokkeren (vlucht)routes, rondrennende kinderen kunnen obers laten struikelen, hete soep over zich heen krijgen, kaarsen van tafel gooien…”
Hij krijgt bijval. Bijvoorbeeld van de gérant van het visrestaurant Bacon (Michelinster) in Antibes, die tegen de Nice-Matin zei: “Gemiddeld betalen onze gasten 150 euro per couvert. Dan willen ze wel in alle rust kunnen genieten”. Op zijn adres zijn kinderen min of meer welkom tijdens de lunch, als het meestal niet zo druk is. Maar ´s avonds liever geen (te) jong spul, en kinderwagens.
Ook elders signaleer ik een trend. Er worden al tal van ‘singles only’-reizen aangeboden, met een gegarandeerd kindvrij hotel.
En steeds meer luchtvaartmaatschappijen bieden kindvrije vluchten/zônes aan, zoals Signapore Airlines, Air Asia, Malaysia Airlines en het Australische Scoot Airlines. Ik ben niet tegen, integendeel.
Als je kinderen neemt, heeft dat consequenties, dat weet ik uit ervaring. Maar zadel er een ander niet mee op. Morgen begint het Fête de la Gastronomie. Ik eet met vrienden in een kindvrij restaurant. En de dag erop kook ik voor het complete thuisfront. Thuis.

Archaïsch genoegen genekt

ma 16 september 2013

Logo-NRC-HandelsbladEn dus kreeg ik vandaag een met vertraging bezorgde brief van Xavier van Leeuwe, Hoofd Lezersmarkt van NRC Media BV via onze grimmige facteuse bezorgd.
Ik citeer: “Helaas moeten wij u mededelen dat NRC Media op 1 december 2013 stopt met de distributie van NRC Handelsblad op uw adres. Het aantal kranten in het land van bezorging is te laag om deze service nog langer aan te kunnen bieden.” Rare zin (het gaat niet om het aantal kranten, maar om het aantal abonnees) en een nog veel raarder besluit. Ik voel me niet alleen geschoffeerd, maar ook gediscrimineerd.
Kijk, ik ben al iets van veertig jaar geabonneerd op NRC/Handelsblad. Toen ik naar Frankrijk emigreerde, hield ik die krant aan. Met twee of drie dagen vertraging (afhankelijk van de luimen van de meestal chagrijnige facteuse) zit hij keurig bij de post. Dat ik dan ´oud´ nieuws onder ogen krijg, geeft niks; het gaat me juist om de toegevoegde waarde, de duiding van het nieuws, de achtergrondverhalen, de colums, de opiniestukken. Voor het snelle nieuws hebben we de hele dag internet, inclusief ´s ochtends de elektronische Telegraaf voor de ‘raw cut’.
Een van mijn heimelijke genoegens -ik geef het eerlijk toe- is dat ik graag kranten lees onder het eten. Dat is vast niet ‘comme il faut’, maar ik vind het een prettige manier van kennisconsumptie. Heerlijk met zo’n knisperende krant naast je bordje aan een ruime tafel en dan om de zoveel tijd katerns uitwisselen met je echtgenoot. Dat maakt een maaltijd tot een lekker lang gerekt eetleesfeestje. En het staat in geen enkele verhouding tot het bord op schoot voor de tv. Ook niks mis mee, maar dat reserveer ik voor voetbal op zondag.
Na een paar Franse kranten bewaar ik bij wijze van toetje NRC/Handelsblad altijd voor het laatst. Een prettige krant die méér te bieden heeft dan ´hard nieuws´ en die me -denk ik- een redelijke indruk biedt van wat er zoal in het oude vaderland (en elders) speelt. En hoe er daar gedacht wordt.
Het zogeheten buitenland-abonnement op de NRC, dat me nu wordt afgejat, kost een bom duiten. Ik heb het er altijd graag voor over gehad. Ook toen ik een tijdje op een afgelegen berg in Portugal woonde waar de post maar één keer per week werd bezorgd. Kreeg ik drie of vier van die kranten tegelijk, heerlijk! Snoeplezen!
En nu dus die brief. Van Xavier van Leeuwe, die mij luid en duidelijk te verstaan geeft dat ik niet ´rendabel´ meer ben en dat mijn buitenlandabonnement wordt opgeheven. “Weet ik al jaren, dat je niet rendabel bent”, grapte mijn man nadat hij de brief gelezen had. Hij dook meteen achter de Nice Matin toen ik vernietigend terugkeek.
Meneer Van Leeuwe had ‘ter kennismaking’ een exemplaar van de weekeditie van zijn krant bij zijn brief gedaan. Daarop zou ik me eventueel mógen abonneren. Een knusse weekkrant van ruim een week eerder, waar alles uitgefilterd was dat ik graag had willen lezen, en al gelezen had in de dagkrant van mijn dus straks opgeheven abonnement.
Ik mócht me overigens ook nog abonneren op de digitale versie. Maar ik zie het niet zo zitten, met een bordje naast je pc achter je bureau.
Geen e-reader? Nee! Ik vind het tamelijk onzinnig om voor elke e-krant of voor elk e-book een ander modelletje aan te moeten schaffen omdat de hele handel niet compatible is.
Bovendien: voor je ´t weet, gooi je je glas over zo’n tablet heen en dan kun je zo’n ding echt niet even te drogen hangen om de krant daarna uit te lezen.
Ik zal wel antiek zijn, maar een krant en een boek behoren van papier te zijn en naar inkt te ruiken. En je moet ze gewoon naast je bordje kunnen uitspreiden. Het knisperen als je een krantenpagina omslaat, is onlosmakelijk verbonden met mijn heimelijk genoegen: snoeplezen tijdens het eten.
Ik heb de uitgever inmiddels gevraagd hoe ´rendabel´ het is om trouwe abonnees weg te jagen. Het antwoord van service@nrc.nl moet nog komen.

Een juwelier met enkelketting

zo 15 september 2013

juwelier
Het schijnt in Nederland ook niet meer zo geweldig pluis te zijn als toen ik er nog woonde -ik lees de NL-kranten- en in een kwart eeuw verandert er natuurlijk veel. Maar vlak ook Zuid-Frankrijk niet uit als het om criminaliteit gaat. De achteruitgang in veiligheid en de toename van misdaad mag je gerust indrukwekkend noemen. Marseille, Corsica, de afrekeningen in het ´milieu´: het is allemaal nauwelijks meer bij te houden. In mijn dorpje in het achterland valt het overigens wel mee hoor. We hebben in de jaren dat ik hier woon maar één moord gehad en dat was ook nog een familievete. Schoonzoon schiet schoonvader dood die net met een baguette onder zijn arm uit het bakkerswinkeltje stapte. Ik was er zo ongeveer bij, op weg naar de tabac. Het was wel schrikken, maar niet echt spannend. De dader bleef rustig op de gendarmerie wachten. En aan pief-paf-poef ben ik wel gewend. Ook vanmorgen om een uur of zeven vlogen de kogels om mijn huis, het jachtseizoen is geopend. Ik hoop dat ik weer een paar sangliers kan redden.
In slapeloze, nachtelijke uren lees ik graag thrillers. Die van Michael Berg bijvoorbeeld. Maar in het dagelijks leven bemoei ik me niet met ´crime´. Tenzij er iets gebeurt waarover ik ineens ga nadenken. Ik bedoel: stel dat ik overvallen word, zou ik dan proberen de dader genadeloos te grazen te nemen? Zou ik het recht in eigen hand nemen? Ik denk het wel. Als mijn honden me niet te snel af zouden zijn.
Ik kom erop door de berichten over de Niçoise juwelier Stephan Turk (67) die van de week in zijn winkel overvallen werd. De bandieten gingen er op hun scooter vandoor, maar hun slachtoffer rende achter hen aan en loste midden op straat drie schoten. Een van die kogels trof de duo-passagier dodelijk in de rug. Turk werd vastgezet en formeel beschuldigd van moord, dan wel doodslag. Zijn advocaten wezen op de paragrafen in het Franse Wetboek van Strafrecht die over zelfverdediging gaan. Is de vraag in hoeverre je van zelfverdediging kunt spreken als je iemand met een vuurwapen achterna rent.
De publieke opinie heeft van zich laten horen. En dat zegt misschien wel wat over hoe er in dit deel van de wereld over justitie en ´eigen richting´ (het juridisch begrip voor recht in eigen hand nemen) gedacht wordt. En over de invloed van de sociale media. Het begon met een Facebook-pagina waarop iemand het voor Turk opneemt. Nu ik dit tik heeft die pagina 1,2 miljoen (!) ´likes´. Dat is ongeveer drie keer de totale bevolking van Nice. Een petitie die om de vrijlating van Turk vraagt, had in een mum van tijd 20.000 handtekeningen. Ik denk dat de rechter-commissaris toch met een schuin oog naar die getallen gekeken heeft en daarna besloot dat de juwelier zijn proces onder huisarrest en met zo´n enkelband mag afwachten.
We hadden het er vanmorgen in het café over, het is ook in mijn dorp echt een item. Iedereen was vóór Turk. Want ach ja, politie, justitie, wat heb je eraan? Laks optreden, laffe straffen. Je kunt maar beter zelf je recht halen.
Dat heet eigenrichting, en dat mag niet, van de wet. Ik ben bang dat Turk nog een stevige (af)rekening tegemoet kan zien.

bietjes
Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland verkrijgbaar zijn, te maken. Zoals al mijn recepten. Meer weten, meer recepten? Klik hier voor mijn kookboeken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Vorige week een bewerkelijk recept, vandaag maar eens iets heel simpels. Maar wel lekker. ’t Is voor mijn gevoel een beetje een nazomergerecht, vanwege die bietjes, die me alweer aan de winter doen denken. Al kan dat ook komen door de tien kuub haardhout die zojuist voor de deur zijn gestort. Daarover later.

Ingrediënten:
2 gekookte bieten
2 grote tomaten
1 rolletje geitenkaas (bûche de chèvre)
4 blaadjes verse basilicum
1 theelepeltje pesto
notenolie
balsamicoazijn

Bereiding:
Pel -indien nodig- de bieten, haal kop en kontje eraf en snij ze in dunne plakjes.
Haal kop en kontje van de tomaten en snij ze eveneens in dunne plakjes.
Doe hetzelfde met het rolletje geitenkaas; ook daar kop en kont vanaf halen en in dunne plakjes snijden.
Snij de basilicumblaadjes in dunne reepjes.
Verdeel eerst de plakjes biet over de borden, daarop de plakjes tomaat, en daar bovenop de plakjes geitenkaas.
Smeer op elk plakje geitenkaas een dun laagje pesto.
Bedruppel het geheel met notenolie, en daarna met balsamicoazijn.
Garneer met de fijngesneden basilicum.
Stukje stokbrood erbij, glaasje rosé, en nog even nazomeren.

Stempeltje

ma 9 september 2013

keurmerk
Voor nationalisme ben ik altijd een beetje bang, maar chauvinisme heeft wel een zekere charme. Ondoordachte en tamelijk zinloze ‘liefde’ voor een land, een stad, een club, wat zou er verkeerd aan zijn? Ik ben een geboren Rotterdamse en al ben ik heel lang niet meer in die stad geweest, kom mij niet aan met propaganda voor 020. En handen af van de Kuip, maar dat is een ander verhaal. Ik mag Ajax ook nog altijd graag zien verliezen, wat in de huiselijke kring overigens helemaal niet gewaardeerd wordt.
Ik las ergens een berichtje over Peugeot. Die auto´s hebben het label `Origine France garantie` toegekend gekregen. Zo zo. Ik ging even op zoek en wat blijkt? Die ´onderscheiding´ mag je gebruiken zodra je (eind)product (vrij vertaald) voor minimaal 50% in Frankrijk is gemaakt en aan het Franse BNP bijdraagt.
Mooi initiatief van ‘Pro France’, een ondernemersorganisatie die zich sterk maakt voor het Franse product. Ik googelde even op mijn regio en kwam uit bij de lokale vertegenwoordiger. Hij doet in gekleurd beton; wel Frans gekleurd beton, mèt keurmerk uiteraard.
Peugeot strooit inmiddels gretig met het keurmerk in advertenties. En wordt straks ongetwijfeld door Brussel op de vingers getikt wegens protectionisme of zo.
Ik wil best nóg meer bijdragen aan de Franse economie dan ik nu al doe. Maar zo´n label ´Origine France garantie´ verleidt me er niet toe mijn bejaarde Japanse SUV te verruilen voor een Peugeot. Ik zou niet weten waarom het stempeltje ´uit Frankrijk´ een overtuigend keurmerk is. Hooguit voor mensen die gevoelig zijn voor nationalisme? Chauvinisme dan misschien? Ondoordachte liefde voor een automerk is aan mij niet besteed. Kwaliteit telt, Frans of niet. En nu ik het er toch over heb, ik zou in de supermarché graag hele schappen wijn uit die zogenaamde ´nieuwe´ landen willen aantreffen. De wijn uit Zuid-Afrika, Californië, Australië en nog zo wat landen schijnt helemaal niet zo slecht te zijn. Ik heb geen idee, het spul is hier in de buurt niet verkrijgbaar.
Op misschien wel de laatste avond van dit jaar dat we buiten konden eten, hadden we het er over. Nationalisme en chauvinisme. “Ben je nou eigenlijk Française of Néerlandaise, vroeg mijn hoogbejaarde buurman Marius vilein. We kennen elkaar een jaar of dertig.
Het beste antwoord dat ik zo gauw kon bedenken, was dat ik al in 2000 enthousiast ‘on a gagné’ heb meegezongen toen er in de Grand’ Rue van ons dorp een volksfeest ‘bien arrosé’ losbarstte nadat het Franse voetbalelftal wereldkampioen was geworden. En dat ik het echt verschrikkelijk vond toen Nederland in 2008 met 4-1 van Frankrijk won. Marius -ook een slokje verder- hief spontaan de Marseillaise aan bij de herinnering en hij vond het zo mooi dat ik feilloos kon invallen dat hij me een smakkende klapzoen gaf. Ik kon nog net een wang indraaien.
Eerlijk gezegd kan het me niet zoveel schelen of ik Française of Nederlandse ben. Nationaliteit, vaderland: het zegt me niks, het lijkt me allemaal flauwekul. Ik woon ´par désir´ in Frankrijk, omdat ik me er prettig voel, meer niet.
Daar hoeft geen goedkeurend stempeltje op.