Home

Schermafbeelding 2015-09-25 om 16.46.01
Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland en België verkrijgbaar zijn, te maken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Vanmiddag de houthandelaar aan de telefoon. Of het niet eens tijd werd om het haardhout voor de winter te bestellen. Jawel, natuurlijk wel, maar ik was nog even aan het doorzomeren. Ik bedoel, als je met 26 graden in de tuin zit te lunchen in je korte broek en zomerslippers, is je winterhoutvoorraad niet meteen het eerste waaraan je denkt. Maar gelijk had ie natuurlijk. Je kunt wel de krekel spelen die niets met die zeurmier uit de fabel van La Fontaine te maken wil hebben, en het weer mag dan nog een weekje of wat heerlijk blijven volgens de météo, maar die winter komt natuurlijk, onherroepelijk. Dus ja ja ja, een kuub of wat haardhout besteld. Maar ik nam het hem ook een beetje kwalijk dat hij precies op het lunchuur belde, dat doe je hier niet, da’s iets voor noorderlingen die niets weten van ‘les heures sacrées’ van het zuiden. De houtman komt van oorsprong dan ook uit de Elzas. Ik keek ook ineens anders tegen mijn slaatje aan, dat zopas nog heel zomers lag te wezen op m’n bordje; het was ineens een overgangssalade geworden, tussen zomer en winter. ’t Heeft evengoed gesmaakt, dus ik geef het recept graag door. Voor de overgang, zullen we maar zeggen.

Ingrediënten:
Een kropje sla (of 1 zakje gemengde salade naar keuze)
1 rolletje geitenkaas
1 kleine ui
16 kerstomaatjes (of 4 gewone)
2 eetlepels amandelschaafsel
1 takje verse (of ½ theelepeltje gedroogde) dragon
8 blaadjes basilicum
½ bosje bieslook
1 theelepel mosterd
2 eetlepels balsamico-azijn
3 eetlepels olijfolie
zout en peper uit de molen
1 teen knoflook
stokbrood

Bereiding:
Was de sla en sla droog, snij de kerstomaatjes doormidden (of de gewone tomaten in plakjes) en verdeel over de borden.
Snipper de ui, pel de knoflookteen, snij de basilicum in reepjes en de bieslook in snippes.
Doe de olijfolie, de balsamico, de mosterd, de dragon, de basilicum, de bieslook en de gesnipperde ui in een kom, voeg peper en zout naar smaak toe en meng alles door elkaar tot een mooie vinaigrette.
Verhit de grill. Schuif een bakplaat met het daarop verspreide amandelschaafsel onder de grill en laat even roosteren. Haal de bakplaat eruit en laat afkoelen.
Snij per bord 3 à 4 sneetjes stokbrood af en leg ze onder de grill. Als de bovenkant begint de kleuren, omdraaien en de andere kant laten kleuren. Haal ze onder de grill vandaan en smeer ze in met de knoflookteen. Leg op elk sneetje een flinke plak geitenkaas en zet terug onder de grill tot de kaas begint te smelten en licht verkleurt. Niet te lang; zwart geblakerde kaas is alleen goed voor de vuilnisbak.
Schenk de vinaigrette over de borden met de salade. Strooi het amandelschaafsel er overheen. Leg de sneetjes kaasstokbrood op de salade. Schenk een mooi glas lichte rode wijn in. Bon app!

Recept van de week: Fougasse

vr 18 september 2015

Schermafbeelding 2015-09-18 om 15.53.50 Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland en België verkrijgbaar zijn, te maken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Dit weekeinde vieren we overal in Europa ons cultureel erfgoed tijdens de 32e editie van Les Journées Européenne du patrimoine. Thema: ‘Le patrimoine du 21e siècle, une histoire d’avenir.’ In elk departement van PACA zijn veelal honderden mogelijkheden om met het erfgoed kennis te maken, van gratis museum- en kasteelbezoek tot wijnproeverijen, etc. Voor complete overzichten per departement en per gemeente: www.journees-du-patrimoine.com
Maar ik vind dat het immateriële erfgoed er net zo goed bij hoort. Want stenen kun je wel (af)bikken, maar niet eten. En van authentieke gerechten kun je smullen. De Franse keuken als geheel is al door de Unesco op de lijst van immaterieel cultureel erfgoed geplaatst, voorvechters van de enige echte ‘cuisine Nissarde’ (Nice) willen ook zo’n plekje. En ik vind dat de Provençaalse plattelandskeuken minstens zoveel recht op erkenning heeft. Neem nou de fougasse, een heerlijk eerlijk brood dat teruggaat tot de Romeinse overheersing van de Provence (ik schreef er al eerder over). Als iets al zo lang ‘en famille’ is, nog steeds bij de lokale bakker gekocht kan worden, een voorname rol speelt bij volksfeesten, bij officiële recepties als borrelhapje fungeert en niet weg te denken is van de kerstdis, dan kun je toch wel van erfgoed spreken. Zelfs al gaat het eigenlijk om een misbaksel.
Kijk, in het oude Rome was de ‘panis focacius’ bedoeld om de temperatuur van de houtgestookte steenoven te meten. De platte plak deeg werd in de as op de bodem gelegd, terwijl de oven werd opgestookt. Als het deeg eenmaal gaar en tot brood getransformeerd was, was de oven heet genoeg voor het serieuzere werk.
Maar een vers broodje – ook al is het een proefbaksel – gooi je natuurlijk niet weg. En omdat alleen deeg een beetje saai is, werden er langzaam maar zeker steeds meer ingrediënten aan toegevoegd. Eerst wat kruiden, later ander lekkers. De ‘foccacia’ zoals ie in Italië heet, kwam een eeuw of wat geleden met de Italiaanse bezetters mee naar de Provence en heet hier ‘fogatza’ in het Provençaals, en ‘fougasse’ in gewoon Frans. Van hieruit veroverde het brood de wereld: ze kennen ‘m in bijvoorbeeld in Hongarije (pogacsa), in Portugal (fogaça) en in Brazilië, waar het brood ‘pão francês (Frans brood) heet. Precies: Frans brood, al zou Provençaals brood een betere benaming zijn. Ik denk dan ik maar eens een mailtje aan de Unesco ga sturen. Alhoewel, kan ik als Hollandse ‘Provençaalse par desir’ dan mijn eigen recept wel meesturen?

Ingrediënten:
250 gram bloem (plus een beetje extra)
20 gram verse bakkersgist (of 1 zakje korrelgist)
olijfolie
2 theelepels oregano (of herbes de provence)
zout, peper
water
100 gram spekjes (facultatief)
1 ui
1 grote teen knoflook
12 kleine zongedroogde tomaatjes
12 olijven zonder pit

Bereiding:
Bij gebruik van verse gist: laat de gist vooraf in een kommetje met 2 eetlepels water oplossen. Korrelgist hoeft niet vooraf opgelost te worden en kan direct door de bloem gemengd worden.
Meng de 250 gram bloem, de gist (de ene soort óf de andere), 2 eetlepels olijfolie en een snuf zout in een ruime kom door elkaar. Doe er 15 cl water bij en kneed er een elastisch deeg van: je moet het als een harmonica uit elkaar kunnen trekken. Vorm het tot een bal. Leg een theedoek over de kom en laat het deeg anderhalf uur op kamertemperatuur rijzen.
Begin een half uurtje voor het einde van de rijstijd met de bereiding van de rest van de ingrediënten.
Verhit de oven voor op 210 graden.
Pel en snipper de ui, pel de knoflookteen. Snij de zontomaatjes in reepjes, de olijven in tweeën, de spekjes in hele dunne reepjes.
Verhit 1lepel olijfolie in een koekenpan en laat de ui erin kleuren. Doe de knoflook erbij en bak even mee. Voeg de spekjes toe en laat ze enkele minuten meebakken op laag vuur. Maak af met wat peper, roer nog eens door en zet het vuur uit. Laat wat afkoelen tot lauwwarm en giet alles door een zeef zodat het bakvet weglekt, anders wordt het brood straks te zompig.
Bestrooi het werkblad met wat bloem. Haal het deeg uit de kom als de rijstijd voorbij is en rol het deeg uit tot een plak van zo’n 2 centimeter dik, liefst zoveel mogelijk in de vorm van een rechthoek. Het luistert allemaal niet zo nauw, maar dan hebben we een idee.
Verdeel de uien/spekjesmassa over de helft van het deeg, verdeel de zontomaatjes en de olijven er gelijkelijk overheen. Klap de andere helft van het deeg over de vulling, druk de randen aan elkaar en modelleer de zijkanten nog een beetje; de boel moet niet open barsten. Bestrijk de bovenkant met wat olijfolie en strooi er de oregano of de herbes de provence over. Snij de bovenkant van de fougasse op een aantal plaatsen met een scherp mes in om te voorkomen dat het deeg door verhitting van de vulling gaat bubbelen.
Bedek een bakplaat met bakpapier en schuif de fougasse er voorzichtig op.
Bak het brood in zo’n 20 minuten in het midden van de oven gaar.
Kan warm en koud worden gegeten.

Aan het gas

di 15 september 2015

bzp38_2
De zondagmiddagvisite borrelde nog even lekker weg terwijl ik in de keuken de laatste voorbereidingen trof voor de rijsttafel waarop ze als vliegen op de stroop waren afgekomen. Ik doe het niet vaak, maar eens in de zoveel tijd – als de druk te groot wordt – geef ik toe aan de wens (zeg maar gerust eis) van de echtgenoot om weer eens ‘gewoon’ Indisch te eten. ’t Is Moluks trouwens, een culinaire scholing overgehouden uit een vorig leven, maar het gaat er steevast in als Gods woord in een ouderling. Het kost me zo ongeveer een week aan voorbereidingen en voorkoken, dus ik geef doorgaans flink tegengas als het voorstel weer eens ter tafel komt. Waarna ik capituleer en de echtgenoot meteen in de kroeg rondbazuint ‘dat het eindelijk weer zover is’, zodat ik in elk geval niet meer terug kan. Ik kook dan ook meestal voor een mannetje of twintig, er blijft zelden iets over.
Deze zondagmiddag zag het er veelbelovend uit. Ik was riant op tijd klaar met de voorbereidingen, salades, atjars en andere bijschoteltjes stonden klaar in de bijkeuken, huisgemaakte prefabgerechten stonden prettig warm te wezen in de warmhoudkast van het fornuis; er moesten alleen nog wat laatste dingetjes worden gedaan. Zoals het stomen van de rijst en van de bao pao (gevulde deegpakketjes), het frituren van de pisang goreng (gebakken banaan) en van de prikadel (aardappel/vleeskroketjes) en het bereiden van de versgerechten – een stuk of zes.
Ik zette de wadjang (wok) op de grote middenpit en voorzag de overige vier branders van pannen met uiteenlopende inhoud. Daarna hoefde ik alleen nog maar de grote grillplaat over twee gaspitten te leggen om de saté te roosteren. Een moppie Bach hummend draaide ik de gaskranen open: fluitje van een cent nu, ik ging een tussendoorborreltje pakken op het terras. Het was er heel gezellig, iedereen in opperbeste stemming, dat werd een leuke middag. Na een minuut of wat haastte ik me terug naar de keuken, je moet de boel wel in de gaten houden tenslotte. En trof een koud en uitgedoofd fornuis: alleen de elektrische warmhoudkast zoemde me gezellig tegemoet. Gas op! En geen reservefles! Sinds ik in de binnenlanden van de Var woon weet ik ook wel dat je standaard een extra fles butagas in huis moet hebben, maar het was er – zoals zo vaak overigens – bij ingeschoten. Je moet er voor naar die ene supermarkt die dat speciale merk voert, of naar het tankstation voor dat andere (alle uitgiftepunten zijn strikt merkgebonden) en ik rijd ook niet graag met zo’n volle gasfles op de achterbank. Je stelt het dus uit. En nou was het te laat.
Met lood in de schoenen slofte ik terug naar het terras, hoe ging ik dit vertellen. Ik durfde niet eens het geanimeerde gekrakeel te onderbreken. François, de kleine aannemer, zag me aarzelend aanschuifelen en zag meteen dat er wat mis was.
“Quoi?”
Ik legde het uit.
“Ah non! Pas ça! Ik wil mijn ‘repas Mluccien’!” Hij is een liefhebber van het eerste uur. Hij drukte me zijn glas in de hand en sprintte naar zijn camionnette. Om een kwartiertje later terug te keren met een volle gasfles die hij net zo flux aansloot op het fornuis.
“Voilà”, grijnsde hij tevreden, “fait ta cuisine!”
“Waar heb je die fles vandaan?” vroeg ik verbijsterd, “alles is dicht”.
“Ah, mais pas chez moi hein.” Hij had z’n eigen gasfles van zijn fornuis gesloopt. Hij is erg dol op saté met pindasaus.
Het werd een memorabele lunch die tot aan de avondschemering duurde, zoals het hier hoort.
“Wat had jij nou met François”, vroeg de echtgenoot later op de avond, “hij was ineens weg. Toch geen ruzie?”
“Neu,” zei ik losjes, “moet alleen wel morgen even iets goedmaken.”
“Je doet maar”, bromde hij slaperig.
“Komt goed.” En terwijl ik de lichten uitdraaide voegde ik er nonchalant aan toe: “Kun je morgen twee gasflessen voor me meenemen? Eentje bij de supermarkt en eentje bij het tankstation?”
Ik ben er niet mee weggekomen.

Schermafbeelding 2015-09-11 om 18.35.32
Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland en België verkrijgbaar zijn, te maken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Nee, dat klinkt niet erg Méditerraans, balletje gehakt, en dat is het ook niet maar eigenlijk ook weer wel. Als je hier al zo lang rondhangt als ik, krijgen veel van je van oorsprong Nederlandse recepten vanzelf een zuidelijk tintje. En dan kan ik het wel heel stoer gaan hebben over ‘boulettes de viande hachée à la provençale’ of zo, maar het blijft gewoon een opgetut balletje gehakt. Zo’n bal die Toon Hermans ooit een ‘galabal’ noemde en waaraan hij een onvergetelijke conference wijdde die me nog altijd onder het aanrecht doet rollen van het lachen. Zo’n bal dus. Ik kom erop omdat ik onlangs zijn zoon Maurice sprak die hier regelmatig in de buur bivakkeert, vanzelfsprekend kwam die historische balbehandeling langs. Daar krijg je trek van.
Hierbij het recept. Maar pas op hè, ’t is niet echt een galabal, meer een dorpsbal. “Ook niet verkeerd”, vinden ze in de huiselijke kring.

Ingrediënten:
500 gram mager rundergehakt
50 gram paneermeel
1 kleine ui
2 teentjes knoflook
1 stengel bleekselderij (alleen het blad)
1 ei
1 klein blikje tomatenpuree
tomatenketchup
fond de veaupoeder
witte wijn
1 theelepel mosterd
1 afgestreken theelepel zout
½ theelepel witte peper
½ theelepel kerrie
snufje nootmuskaat
olijfolie, klontje boter

Bereiding:
Snipper de ui, pel de knoflooktenen, snij het selderijblad ragfijn.
Doe de paneermeel in een ruime kom en meng er het zout, de peper, de kerrie en de nootmuskaat doorheen. Voeg het gehakt toe, plus de gesnipperde ui, de selderij, en pers er de knoflooktenen boven uit. Pluk het gehakt los en meng de boel een beetje door elkaar, voeg het ei toe en kneedt alles stevig dooreen tot de ergste plakkerigheid eraf is. Blijft het mengsel te zompig, dan nog wat paneermeel toevoegen.
Verdeel het gehakt in porties en maak er afgeplatte ballen van; met een pond kom ik uit op ongeveer 6-8 ballen.
Verhit de olijfolie met een klont boter in een braadpan waarin de ballen netjes naast elkaar passen. Braadt de ballen snel aan twee kanten aan, giet er een scheut witte wijn bij en laat op laag vuur met het deksel op de pan een minuut of tien sudderen. Vis de ballen uit de pan en hou ze apart.
Giet nog een scheut witte wijn in de pan, doe het blikje tomatenpuree erbij (is het ‘double concentré’ dan is de helft voldoende) plus een ferme kneep tomatenketchup, een theelepel mosterd en een ruime theelepel fond de veaupoeder. Roer alles goed los, voeg eventueel nog wat witte wijn toe als de saus te dik dreigt te worden, en doe de ballen terug in de pan. Nog een minuutje of tien op laag vuur laten sudderen.
Je kunt er van alles bij eten, van een salade en patatten tot en met broccoli met pasta of bloemkool met kruimige aardappelen. Ja ja, en natuurlijk een mooi glaasje rood erbij.

Feestje, bedankt

do 10 september 2015

Fete-de-lolivier_thumb
Het had gekund, ik had het kunnen halen, en het scheelde niks. Als die champêtre maar niet voor de auto was gesprongen toen ik met een bloedgang richting dorp racete om nog net voor sluitingstijd bij het postkantoortje te kunnen aanleggen. Dat heeft nogal beknopte openingstijden; ben je ’s ochtends voor half twaalf niet binnen, dan ‘mag’ je de volgende dag terugkomen. En nee, ik had me niet verslapen, ik was de hele ochtend druk geweest met het signeren van m’n nieuwe boek, met opdracht erin. Dan wil je toch graag iets aardigs en persoonlijks schrijven, niet gewoon maar ‘veel leesplezier’ of iets anders obligaats. En dan wil je ze ook dezelfde dag nog op de post doen, er wordt op gewacht tenslotte. Dus hup, tegen elven fluks de auto in, het hobbelpad van de berg afgekacheld en dan vol gas de D-zoveel af die naar het dorp leidt.
En ergens halverwege dook die champêtre op. Geen waarschuwingsbord, geen wegblokkade, gewoon een rood aangelopen dikke dorpsdiender die in een theatraal gebaar zijn mollige arm de lucht in zwierde en amechtig op z’n fluitje blies.
‘Aj, ongeluk’, dacht ik eerst terwijl ik vol de remmen inging, alle goden van dienst dankend dat ik nog net voor die volvette knieën tot stilstand kwam. Het gezag draaide zich hautain om, bewust van de macht van zijn plekgebonden autoriteit. Samen, maar dan ieder voor zich, keken we naar de lege weg en wachtten op de dingen die komen zouden. Die namen de tijd. Pas na een minuut of vijf verscheen er uit een zijweggetje een in klederdracht gestoken mannetje met een vaandel dat hij amper leek te kunnen torsen. Hij stak tergend langzaam de weg over, maar haalde zowaar de overkant.
‘Mooi’ dacht ik, ‘hebben we ook weer gehad, kunnen we verder.’
Maar de veldwachter bleef staan. Minuten later snapte ik waarom: de schriele vaandeldrager werd gevolgd door een complete processie. De schutterij voorop, eveneens gehuld in klederdracht, hield de donderbussen nonchalant voor de buik en loste zo nu en dan een schot dat de hele vallei doordaverde en een witte rookpluim voor het gezicht van de schutter achterliet die de schotwolk dan weer met een routineus gebaar wegwapperde. Achter de schutters kwam de pastoor die zijn eigen rookgerei bij zich had en er druk mee heen en weer zwaaide. Op gepaste afstand gevolgd door een achttal vrouwen die een zo te zien loodzware stellage met daarop een heiligenbeeld meetorsten. ‘Foto!’, dacht ik meteen, ‘dit gelooft geen hond!’ Helaas zei de mobiel hartgrondig ‘uuhhrp’ en hield het voor gezien. Ik zag de afdeling historische klederdracht uit beeld verdwijnen, gevolgd door een stoet van eigentijds geklede gelovigen die – de handen devoot ineen gevouwen – achter de processie aansjokten. Ik schatte de gemiddelde leeftijd op riant pensioengerechtigd.
Ik heb het later opgezocht. Ik bleek gestuit op de dorpsheilige die juist die dag haar bestaansrecht vierde met een optocht vanuit de grote kerk bovenin het dorp naar het aan haar gewijde kapelletje tussen de wijngaarden in de ‘plaine’. Daar moet je inderdaad die drukke D-weg voor oversteken. En ik was blij met het engeltje op m’n schouder dat me op tijd deed remmen voor de dikke diender. Maar minder blij met madame de heilige zelf, wier feestje nog de hele dag en tot diep in de nacht duurde. Met een luidruchtig schutterijfestijn, een jeu-de-boulestoernooi, een gigantische aïolimaaltijd en een oorverdovend discobal na, voor de jeugdiger zieltjes. Allemaal tot in detail te volgen vanaf het terras in m’n achtertuin; geluid klinkt ver hier.
Met die post is het trouwens niks meer geworden. Het kan dus een dagje later zijn voor Kijk, Zuid-Frankrijk! op de deurmat valt. En het duurt waarschijnlijk nog langer voor de echtgenoot gelooft dat ik echt – eerlijk waar – zo laat thuis was door een ‘rencontre’ met de heilige maagd.

Yes! Signeren!

za 5 september 2015

Op 26 september is het zover: een signeersessie bij Le Temps des Cerises in Fayence (Var) van 12 tot 14 uur.
Iedereen is van harte welkom!

Schermafbeelding 2015-09-05 om 17.21.33

Schermafbeelding 2015-09-04 om 11.38.49
Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland en België verkrijgbaar zijn, te maken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Waarom het in de huiselijke kring nog steeds kindertjesmacaroni heet weet ik eigenlijk ook niet, laten we maar zeggen dat het tot de familietraditie behoort. Het begon vele jaren geleden. Ik was een nogal lastig krengetje als het op eten aankwam, mijn moeder was vindingrijk, en me regelmatig te slim af. Maar niet met de tot pap gekookte macaroni, zwetend in de boter, vergeven van de tomatenketchup en gelardeerd met blokjes Smac. Dat werd geheid een nachtje kotsen. Terwijl ik het toch eigenlijk heerlijk vond; junkfood avant la lettre.
Ik ben die jeugdherinnering in latere jaren gaan aanpassen. Vooral aan wat mijn blijkbaar op olijfolie georiënteerde maag kan hebben, en voor wat ik gewoon nog steeds heel erg lekker vind. Onderstaand is dus een opgetutte, verprovençaalste versie van het oerrecept. Maar ja, dat vind ík nou smikkelen.
We plaatsen het meteen in de categorie ‘geheime genoegens’ dus hou het asje onder ons…

Ingrediënten:
200 gram macaroni (of penne, fusilli, farfalle, rigatone of vergelijkbare pasta)
4 plakken gekookte ham (circa 150 gram)
1 mini-blikje tomatenpuree (of 2 eetlepels double concentré)
1 ferme kneep goede tomatenketchup (liefst Amora, Heinz desnoods)
3 grote tomaten
1 preitje
2 tenen knoflook
60 gram geraspte Emmental
60 gram geraspte Parmesan
50 gram Saint Aigur (of bleu d’Auvergne, desnoods Roquefort)
1 handje ontpitte groene olijven
olijfolie
witte wijn
peper uit de molen

Bereiding:
Zet de macaroni (of andere pasta) op in ruim kokend water. Laat koken tot de pasta nog iets te hard is – hij gaart straks verder in de saus – en gooi ‘m in een vergiet. Niet (!) afspoelen onder de koude kraan, gewoon laten uitlekken.
Pel – terwijl de pasta kookt – de knoflooktenen.
Snij de olijven in tweeën, de grotere in plakjes.
Haal het buitenste van de preistengel af, verwijder kop en kont en snij de rest in ragfijne ringetjes.
Vierendeel de tomaten, haal het kroontje en het binnenwerk eruit en snij de rest in blokjes. Snij de ham fijn.
Zet de grill aan.
Doe een scheut olijfolie in een ruime pan (dat mag de pastapan zijn, maar dan eerst het restwater eruit soppen met een stuk keukenpapier anders gaat het spatten), laat warm worden (niet heet) en knijp de knoflooktenen erboven uit. Even laten pruttelen. Schenk er een flinke scheut witte wijn bij en roer alles los. Gooi de preiringetjes erbij, en vervolgens de pasta. Roer alles door elkaar tot het weer warm is, doe dan de ham en de olijven erbij en roer opnieuw warm. Meng de Saint Aigur erdoor tot die is opgelost, doe er de tomatenpuree en -ketchup bij en roer weer. Voeg al roerend de Emmental (hou een beetje apart) en de Parmesan toe, plus een paar draaien van de pepermolen. Giet er eventueel nog wat witte wijn bij als de boel dreigt in te drogen; het moet een redelijk zompige massa worden. Meng er op het laatst pas de tomatenblokjes door, strooi de laatste Emmental er overheen en zet even onder de hete grill tot de kaas bovenop gesmolten is.
Serveer met een salade en een lekker glaasje.