Home

Schermafbeelding 2015-11-27 om 15.53.55

Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland en België verkrijgbaar zijn, te maken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Ze keken me aan, en ik keek terug, een mooie berg glimmende mosseltjes waaraan ik geen weerstand kon bieden: bouchot, de lekkerste mossel die er is. De visboer zag me kijken en glom mee: “de notre”, zei hij eenvoudigweg. En zo is het. Waarna er vanzelfsprekend een heel verhaal vol uitleg volgde. Deze kwamen uit de Camargue, meer precies uit l’anse de Carteau ten zuid-westen van Port-Saint-Louis. Waar een vijftigtal producenten zorgt voor een oogst van circa 2500-3000 ton per jaar, goed voor ruim 10% van de nationale Franse productie. Die mosselen worden gekweekt op ‘tafels’ onder het wateroppervlak, in kratten of hangend aan touwen op ongeveer 5 meter diepte. Dat kan allemaal, omdat er geen getijden zijn en de mosselen zo in alle rust tot volle wasdom kunnen groeien. Maar oorspronkelijk komen ze dus uit l’Etang de Berre (Bouches du Rhône) waar mosselzaad voor zo’n beetje heel Frankrijk wordt opgekweekt. Met z’n 1700 km2 oppervlakte is dat meer het op een na grootste zoutwatermeer van Europa. En het zit stampvol mosselen. Ergens in de 18e eeuw haalden vissers er al zoveel van op dat het zo’n beetje het lokale volksvoedsel werd. Lekker goedkoop, en je kon er eindeloos mee variëren. Helaas werd de mossel ook ontdekt door ‘Parijs’, waar de zeevrucht meteen werd opgetut met van alles en nog wat; mosselen met ganzenlever, met biefstuk, met kreeft? Er bleef geen ‘de notre’ meer over. Non merci. Wij doen het gewoon op z’n Provençaals. Al moet ik eerlijk toegeven dat ik er ook wel een héél klein beetje ‘de moi’ aan heb toegevoegd.

Ingrediënten:
3 kilo kleine mosselen
1 grote ui
4 teentjes knoflook
1 bosje verse basilicum
½ bosje krulpeterselie
2 dunne stengels selderij
1 blikje gepelde tomaten in blokjes (400 gr)
1 kleine rode paprika
1 volle eetlepel herbes de provence (gedroogd)
1 groentenbouillontablet (liefst méditerraan)
olijfolie
droge witte wijn
zwarte peper uit de molen

Bereiding:
Gooi de mosselen in een grote bak koud water, laat ze een kwartietje staan. Gooi alle exemplaren die kapot zijn of open staan en niet meer dichtgaan als je ze stevig tussen duim en wijsvinger vastknijpt, meteen weg, ontdoe de rest van de schelpdieren van de harige uitsteeksels en laat ze uitlekken in een vergiet.
Hak intussen de basilicum en de peterselie fijn.
Hak de selderijbladeren grof en snij de stelen in dunne plakjes (alleen de bovenste helft van de stengels gebruiken; gooi de rest weg of bewaar voor de soep o.i.d).
Haal kop en kontje van de paprika, vierendeel ‘m, haal de zaadlijsten eruit en snij hem in blokjes.
Pel en hak de ui grof, pel de knoflooktenen.
Verhit een flinke scheut olijfolie in een ruime pan en fruit de ui erin aan. Doe de paprika en de selderij erbij en laat die mee-fruiten.
Knijp de knoflook erboven uit, gooi er een flink glas witte wijn bij en voeg de bouillontablet toe.
Even op hoog vuur door elkaar roeren en de mosselen erbij doen. Schep om, doe het deksel op de pan, laat weer aan de kook komen en laat een minuut of vijf op hoog vuur doorkoken, zodat de wijn inkookt en de mosselen garen. Niet veel langer, anders worden ze taai en verschrompelen ze; ’t zijn maar kleintjes!
Doe vervolgens het blikje tomatenblokjes erbij, de herbes de provence en de basilicum en peterselie, plus eventueel nog wat witte wijn zodat er een lekkere dikke saus ontstaat, en laat alles weer dampend warm worden.
Geef er tot slot nog een paar draaien van de pepermolen overheen, roer alles nog eens door elkaar en serveer meteen.

Boodschappenkarretje

november 24, 2015

car-shopping-cart
Ik had het bijna gezegd: “Mwah, doe er maar twee.” Quasi nonchalant, met zo’n blik van ‘koopje, moet kunnen’. Maar daar keek Denise toch iets te streng voor; geen serieus gevoel voor lichtvoetigheid, deze dame van de ‘accueil’ van de grote supermarché een dorp verderop. Ik beperkte me tot het overhandigen van m’n ‘piece d’identité’ en scheurde de ingevulde cheque uit m’n ‘carnet’. Ze gaf me de sleuteltjes en dat was dat. Ik had zojuist een auto gekocht. Bij de supermarkt.
‘Holland, eat your heart out’! grinnikte ik inwendig terwijl ik m’n boodschappenkarretje over de parkeerplaats naar mijn vers verworven boodschappenkarretje duwde. Ik stak de sleutel in het slot, laadde de boodschappen in, en dacht aan al die keren dat de achterblijvers in Nederland me meewarig voor de voeten geworpen hadden dat ik me had begraven in een onherbergzaam berggehucht: “Daar kom je vroeger of later echt wel op terug hoor. Wat heb je daar nou? Studeer je voor fossiel of zo?” Daarbij even negerend dat ik weliswaar afgelegen woon, maar dat de internet- en mobiele verbindingen hier doorgaans optimaal functioneren (bij ons geen dagenlange KPN-storingen), en dat je wel gewoon met zo’n achterlijke Franse cheque een autootje kunt kopen bij de plaatselijke kruidenier. Kom er maar eens om bij Albert Heijn. Dat ging ik ze dus even handenwrijvend per email inpeperen.
Terug naar huis tuffend realiseerde ik me dat ook de echtgenoot wellicht een tikkie verrast zou zijn door de voor hem bedoelde Ferrari-rode bolide. Ja zeg, ik ga natuurlijk niet zelf in een Fiat Panda rijden. Moest ik alleen nog even uitleggen. “Nou eh, ze waren in de aanbieding”, leek me geen goeie openingszin, al was dat niet helemaal bezijden de waarheid; die supermarché doet ook in autoverhuur en eens in de paar jaar wordt het complete wagenpark vernieuwd. Dat is centraal geregeld door de supermarktketen. De puike karretjes die amper verhuurd zijn geweest (ja ja, het stille, achterlijke platteland) gaan eruit. Tegen een vriendenprijsje, voor wie het weet. De rest gaat naar een opkoopdealer die ze voor grof geld doorverkoopt.
Bovendien zou de echtgenoot me ook niet thuis verwachten; die ging z’n mail doen, de krant lezen en de honden uitlaten, nadat hij me had afgezet en we het tijdstip van ophalen hadden uit-onderhandeld.
Ik koos voor de frontale aanval, parkeerde pal voor het huis, opende de voordeur en galmde door de gang: “Help je even sjouwen?” Toch wel een mooi gezicht, die totale verbijstering.
Maar de echtgenoot heeft gevoel voor humor. En een vreugdedempend gevoel voor realiteit. “Carte grise ook al geregeld?”
Shit! Hoe kreeg ik die auto op naam, op kentekenbewijs! Ik voorzag een gang naar de sous-préfecture in de nabijgelegen grote stad, oeverloze wachtrijen, geharnaste loketbeambten die altijd net dat ene ontbrekende stukje onontbeerlijke documentatie wensten ‘pour completer le dossier’.
Ik pleegde een paniektelefoontje naar een vriend uit de dorpskroeg van wie ik wist dat hij een beetje in de autohandel scharrelt. Et voila! Ik hoefde helemaal niet meer naar de sous-préfecture: “Gewoon even naar de mairie op het dorp. Zo geregeld.”
Speelde nog de verzekering. Mwah, zo geregeld, dacht ik. Ik keek op internet, koos een aantrekkelijke offerte en meldde me per email. Helaas. De assuradeur, nota bene in het wereldse Nice, wenste nadere info en wel per antieke telefoon. Halfuurtje in de wacht met als tijdverdrijf-jengel een soort van hiphopmuzak waartegen ik als Bach-liefhebber niet zo opgewassen ben. ’t Zal wel jong en optimistisch bedoeld zijn, maar ik werd toch tamelijk nerveus van die in de repeteerstand verankerde digitale notenbrij. Uiteindelijk kreeg ik een heuse mevrouw aan de lijn. Vriendelijk ook nog, al liep haar computer tijdens ons onderhoud voortdurend vast. Kan gebeuren, ’t is de grote stad tenslotte. Maar na verloop van tijd was de auto dan toch verzekerd. Nee, niet meteen, na 24 uur. We gingen die avond maar met míjn auto uit eten om het te vieren. Het Pandaatje bleef een beetje triest achter op de parkeerplaats.
De volgende morgen kreeg ik een NL-mailtje van onze zoon. Zijn Alfa Romeo, klassiek en ‘verantwoord’ gekocht bij een echte dealer, had ’t begeven.
Nee nee nee! Zo vals ben ik nou ook weer niet. Ik berichtte alleen maar terug dat ik net een auto bij de supermarkt had ingeslagen. Tegelijk met een paar flessen wijn, wat voer voor de honden, en nog zo het een en ander aan leeftocht voor boodschapperenkarretjesrijders.
Het bleef meer dan een etmaaltje stil.

Schermafbeelding 2015-11-20 om 16.42.50

Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland en België verkrijgbaar zijn, te maken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Ik kon er vanmorgen vroeg niet omheen: van de wijnboer moest en zou ik een glaasje vin nouveau van eigen makelij proeven. O ja, realiseerde ik me, gisteren was de beaujolais primeur vrijgegeven. Hier in het zuiden doen we daar amper aan, we hebben onze eigen vin nouveaux, mijn wijnboer ook. Normaal gesproken wip ik in en uit, de 5-liter ‘cubi’s’ van het domaine staan op kleur gesorteerd vlak naast de ingang van de cave dus ik hoef alleen de knip te trekken terwijl de echtgenoot de buit in de auto laadt. Maar die kwam terug, zijn neus achterna; je kon de verse persing inderdaad door de hele cave heen ruiken. We namen een glaasje van het huis. Fris, fruitig en godzijdank niet die bananensmaak waaraan veel beaujolais primeur lijden. Dit was er eentje die je ook over een jaar gewoon kon drinken. We namen nog een glaasje, al was het krap voor tienen. En bespraken alvast de lunch; wat zou hier nou eens lekker bij zijn?
“Iets van het seizoen”, opperde ik. Er werd bedachtzaam en instemmend in half lege glazen getuurd. De wijnboer schonk bij.
“Iets met truffels lijkt me wel wat, maar dan wel een gerecht van de streek, en niet al te zwaar… Ja! Brouillade! Moet ik alleen wel even naar Vaucluse, daar is vandaag de eerste truffelmarkt, ‘t is maar een paar honderd kilometer verderop.”
Het bleef even stil. “Da’s dus niet op tijd voor de lunch”, concludeerde de echtgenoot laconiek. De wijnboer keek meewarig. Maar achter zijn slimme oogjes ging een alert lichtje branden. Samenzweerderig blikte hij om zich heen in de doodstille cave en wenkte onze hoofden naderbij: “En als ik nou eens een adresje weet?”
Dat adresje bleek ie zelf: via een broer via een zwager via een vriend via een ver familielid, had hij wat in huis, zoals dat hier nou eenmaal al eeuwen gaat. Ik had het kunnen weten. Maar we gingen wel met een mooie en helemaal verse truffel naar huis, voor een vriendenprijsje wegens ‘bon client’.
Ik ben benieuwd wat de officiële prijs straks gaat worden…

Ingrediënten:
12 eieren
½ dl crème fraîche (room mag ook)
1 kleine zwarte truffel
3 tenen knoflook
1 flinke scheut olijfolie
zout en peper uit de molen

Bereiding:
Borstel de truffel voorzichtig af, spoel eventueel achtergebleven aarderestjes snel af onder de koude kraan.
Rasp de truffel grof, bijvoorbeeld op een kaasrasp, maar snij er eerst een paar mooie plakjes af voor de garnering.
Pel de knoflooktenen en snij ze in snippers.
Laat een flinke scheut olijfolie samen met de geraspte truffel en de knoflook, langzaam lauwwarm worden (niet heet!) in een pan met dikke bodem.
Breek de eieren in een ruime kom en klop ze even los zodat eiwit en dooiers zich met elkaar vermengen, meer niet. Meng er wat peper en zout door.
Giet het eiermengsel bij de truffelrasp in de pan en roer alles met een houten lepel voorzichtig door elkaar. Laat het mengsel onder voortdurend omroeren langzaam op een heel laag pitje stollen.
Zodra er een crèmige massa ontstaat, de room er beetje bij beetje bijgieten. Intussen blijven roeren en nog een minuutje of wat laten sudderen, tot er een mooie zompige massa ontstaat. Eventueel nog wat peper en zout er doorheen roeren en meteen opdienen, met de apart gehouden plakjes truffel als garnering.
Severen met een stukje stokbrood om te soppen en een mooi glas nouveau of ander frissig rood.

Verse truffels kun je in Zuid-Frankrijk scoren op tal van markten en marktjes. De bekendste:
Carpentras (84), vanaf vandaag 20/11, elke vrijdag van 8 tot 12.30 uur
Richerenches (84), vanaf morgen 21/11, elke zaterdag van 9 tot 13 uur
Aups (83), vanaf 26/11, elke donderdag van 9 tot 13 uur.

In Nederland zijn verse truffels vooral bij de speciaalzaak te koop, maar ze zijn ook te bestellen: http://www.dutchtruffle.com/c-128549/verse-truffel-bestellen/

Huisdissen

november 17, 2015

Schermafbeelding 2015-11-17 om 17.29.40“Yamina! Wat doe je nou?”
Ik trof madame Mahmoud, mijn thuishulpvriendin, aan op een keukentrapje, terwijl ze met de stofzuiger verwoed omhoog porde naar een mini-disje. Oké, officieel heet zo’n te verwaarlozen reptielachtige een gekko, een hagedisje, maar sinds ik m’n toen nog piepjonge dochter vele jaren geleden van haar angst voor kruipers en sluipers probeerde af te helpen heten die dingen disjes.
Dat ging eigenlijk vanzelf. Er sloop wat over de balken boven het overkapte terras tijdens zo’n warme zomeravond waarop je vanzelfsprekend buiten blijft zitten tot zelfs de laatste cigale het voor gezien houdt. Dat ‘iets’ viel met een bescheiden plofje naast haar bord op tafel. Geen opzet, gewoon een vergissing, of even geen houvast meer, wie weet. Gruw, eng! Ze was al bijna van schrik van haar stoeltje gestruikeld toen ik haar maande om toch vooral te blijven zitten. En te kijken. “Dat beestje is banger voor jou dan andersom.” Dat viel mee, die hagedis vond het wel best op tafel, kopje parmantig omhoog, de omgeving alert afspeurend met priemende oogjes. De dochter vond het maar niks. Al helemaal niet toen dat rare reptiel ook nog eens bovenmatig geïnteresseerd bleek in het restje tiramisu op haar bordje. Met één handwapper werd er een einde gemaakt aan de zomeravond-idylle.
Er kwamen meer zomeravonden, en meer hagedissen langs. Ik besloot ze namen te geven, het onbekende buitenleven te benoemen. Dus de eerstvolgende hagedis werd ‘mevrouw Haagje Dis’, gevolgd door ‘meneer Heuse Dis’, en de kindertjes ‘Dis Trom’, ‘Dissewis’ en ‘Nogmeerdis’. Daarna kwam nog een hele reutel ‘Disteveeltjes’, want die dingen waren op een zeker moment niet meer te tellen. Maar goed, de boodschap kwam aan; doordat ze namen hadden gekregen waren die reptilio’s ineens niet meer eng. Ze kon er zelfs om lachen.
Maar leg dat maar eens uit aan Madame Mahmoud, die als de dood is voor alles wat in elk woonhuis op het platteland een aantrekkelijke pleisterplaats ziet en graag even zonder kloppen komt buurten. Spinnen, torren, rupsen, mieren, muggen, vliegen, muizen: you name it, we’ve got it. We hebben zelfs een bescheiden vleermuizenkolonie achter een paar hooggelegen niet-gebruikte luiken. En de disjes natuurlijk. Ik ben daar blij mee; het betekent dat we de natuur niet al te zeer verstoren met onze aanwezigheid. Wat ook blijkt uit de vele vogels die onze tuin frequenteren en soms vrijwel naast je lunchbordje het hoogste lied aanheffen. Dan moet je dus niet met de stofzuiger op huisdisjes gaan jagen. Die bovendien ok nog eens heel nuttige insectenvangers zijn.
Madame Mahmoud vond het bij nader inzien ook wel lullig, ze had er al eentje opgezogen ook nog. Of ze die dan buiten moest zetten?
“Doe ik wel”, bood ik ruimhartig aan.
Ze liet opgelucht haar adem ontsnappen. “T’est trôp gentille pour le monde”, hoofdschudde ze de kamer uit. Vrij vertaald: ‘Je bent knettergek’.
En gek hè, daar voel ik me prima bij.

carbonara-de-pomme-de-terre--07-09-002

Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland en België verkrijgbaar zijn, te maken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Oké, ik woon zo goed als in Italië, maar dat betekent niet dat Italië hier culinair de dienst uitmaakt. De Provence heeft zo zijn eigen recepten. Wat niet wegneemt dat de invloeden van de oosterburen er natuurlijk stiekem zijn ingeslopen. Maar er zijn grenzen. Voor mij ligt die bijvoorbeeld bij ‘gnocchi’, een soort van mislukt mini-aardappelkroketje waarvan de slijmerige structuur me meer aan kauwgom dan aan aardappel doet denken. Je zult het maar onder je schoenzolen vandaan moeten krabben, denk ik doorgaans.
Maar een mooie carbonara? Ja, tuurlijk! Daar had ik helemaal trek in. En toen bleek de pasta op. En lagen er wel een paar moppige aardappels te wachten op consumptie.
Zou het zo simpel zijn als 1 + 1? Ik bedoel, aardappelcarbonara?
Yep. Zo simpel kan het zijn. Probeer maar.

Ingrediënten:
4 grote vastkokende aardappels (denk aan 1,5 kilo)
100 gram hamblokjes
100 gram spekblokjes
3 stengels selderij
2 tenen knoflook
1 grote ui
1 potje crème fraîche
2 eierdooiers
100 gram geraspte gruyère
50 gram parmesan
olijfolie
peper uit de molen

Bereiding:
Boen de aardappels schoon en snij ze – schil en al – in blokjes of schijfjes.
Kook ze net niet gaar: een vork moet er niet makkelijk doorheen gaan. Giet ze af en laat afkoelen.
Pel en snipper de ui, pel de knoflooktenen, snij de selderijbladeren fijn.
Doe de eierdooiers in een kom, voeg een paar draaien uit de pepermolen toe, doe de gruyère erbij, plus de crème fraîche. Voeg de afgekoelde aardappelblokjes toe en meng alles door elkaar.
Verhit een flinke scheut olijfolie in een ruime koekenpan en laat de ui glazig worden. Voeg de selderij toe en laat alles nog een paar minuten bakken. Knijp de knoflook er boven uit en laat even meefruiten. Doe de ham- en spekblokjes erbij en laat ze een paar minuten meebakken.
Doe het aardappelmengsel erbij en meng alles op laag vuur door elkaar tot de kaas gesmolten is. Verdeel over de borden en geef de parmesan er los bij.

Schermafbeelding 2015-11-06 om 17.29.35
Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland en België verkrijgbaar zijn, te maken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Als je tegen een Provençaal zegt dat je van champignons houdt, zal hij (of zij) meteen vragen wat je precies bedoelt, zeker als de persoon in kwestie zelf een lekkerbek is, en dat zijn ze hier bijna allemaal. Met “Nou, gewoon, paddenstoelen” kom je niet weg. Paddenstoelen zijn hier nooit gewoon. Ja, een bakje ‘champignons de Paris’, zoals ze overal (ook in NL) in de supermarkten worden verkocht, dié zijn gewoon. Maar hier in de Provence moet je toch iets specifieker zijn. En voor je het weet heb je een les in soorten en bereidingswijzen voor je kiezen. Cèpes, girolles, trompettes de la mort; alles passeert de revue. Waarbij de gekuste vingertoppen als graadmeter voor de lekkerte fungeren. Er is maar één champignongeheim dat de rechtgeaarde paddenstoelenliefhebber niét met je deelt: zijn vindplaatsjes. Diepgeheime plekjes ergens in het binnenste van de bossen die als een kostbaar gekoesterde familieschat van generatie op generatie worden overgeleverd. Niet voor niks worden er elk jaar weer argeloze paddenstoelenzoekers door onoplettend en ongeïnteresseerd jagersvolk op een schot hagel getrakteerd. Maar wie wel heelhuids met een mandje champignons de bois terugkeert in de huiselijke kring wordt als een ware held binnengehaald. Het smulfestijn kan beginnen.
O ja, niet zomaar zelf links en rechts wat mooi ogende paddenstoelen gaan plukken hè. Elk jaar weer raken er honderden mensen vergiftigd doordat ze geen idee hebben van wat ze in hun mandje en in hun mond stoppen. Bij ons op het dorp kun je je oogst door de apotheker laten keuren, maar dat is lang niet overal meer gebruikelijk. Geen verstand van paddenstoelen? Niet plukken! Gewoon die mooie boswandeling maken en de champignons bij de marché, de super of bij de groentejuwelier halen. Misschien iets minder romantisch, maar wel zo veilig.

Ingrediënten:
300 gram tagliatelle
600 gram bospaddenstoelen (cèpes, girolles, trompettes de la mort) of gewoon een bakje champignons de Paris
1 grote ui
3 tenen knoflook
½ bosje peterselie
½ vleesbouillontablet
witte wijn
olijfolie
1 citroen
peper uit de molen

Bereiding:
Haal de voetjes van de champignons, doe de paddenstoelen in een vergiet en spoel ze af onder de koude kraan. Hak ze in grove stukken.
Pel de uit en snij ‘m in grove snippers.
Pel de knoflooktenen en snij ze in stukjes.
Hak de peterselie fijn.
Breng een ruime pan met water en een flinke scheut olijfolie aan de kook en doe de tagliatelle erbij als het water kookt.
Verhit intussen een scheut olijfolie in een grote koekenpan en laat de ui erin aanbakken. Draai het vuur laag. Als de ui glazig begint te worden, de knoflook erbij doen.
Voeg de champignons toe en laat ze even op hoog vuur meebakken.
Giet er een scheutje witte wijn bij en verkruimel de halve bouillontablet erover, geef een paar draaien aan de pepermolen, doe de peterselie erbij maar hou wat apart voor de garnering. Schep alles nog een keertje door elkaar.
Giet de tagliatelle af al die beetgaar is (niet afspoelen!) en laat even uitlekken in een vergiet.
Verdeel de tagliatelle over de borden, verdeel de paddenstoelen er overheen, schenk een beetje van het kookvocht mee. Strooi er nog wat peterselie over.
Geef er een partje citroen bij, plus wat stokbrood om te soppen, en natuurlijk een mooi glas rood.

Opgelicht

november 5, 2015

Schermafbeelding 2015-11-05 om 23.03.48Ik zat al in de auto op weg naar het vliegveld van Nice toen het telefoontje kwam: “We gaan het niet redden, lekke band op de A9, ergens ter hoogte van Uitgeest.” De vriendin die mijn dochter voor een vakantie naar ons afgelegen bergonderkomen in het achterland van de Pays de Fayence op sleeptouw zou nemen, kon niet somberder klinken. Dat vliegtuig hebben ze inderdaad gemist.
Dat was naar, zeg maar gerust heel vervelend, maar niet onoverkomelijk; er zijn ergere dingen in het leven. “Okay”, zei ik geruststellend, “maak je geen zorgen, er gaan morgen of zo nog wel een paar vluchten. Zie eerst maar eens dat jullie weer heel thuiskomen.” En ik zag geen financieel probleem, ik had immers een annuleringsverzekering afgesloten toen ik de tickets boekte bij Transavia. Redelijk prijsje, gunstige aankomst- en vertrektijden. Terwijl ik op m’n Mac de boekingsprocedure doorliep had ik immers ook het vakje ‘annuleringsverzekering’ aangeklikt, vanwege ‘je weet maar nooit’: ik lees iets te vaak dat Schiphol niet zo lekker bereikbaar is. Files, treinen die niet rijden, dat soort dingen. Nee, dat zat wel snor, dacht ik. Mooi niet.
Om te beginnen waren er op de korte termijn geen aantrekkelijk voordelige tickets meer te koop bij de groen/witte prijsvechter. Moedermaatschappij KLM dan maar geprobeerd – Ryanair en Easyjet bleken geen alternatief – waar nog wel redelijk geprijsde vliegkaartjes voor handen waren, maar dan wel zonder annuleringsverzekering; daar doet de KLM voor dit soort vluggertjes niet aan. Het ging goed, de dochter kwam zonder ernstig haperen op het beoogde tijdstip aan. Zonder de vriendin, die had haar zakelijke afspraken wegens de vertraging moeten afzeggen waardoor haar tripje geen zin meer had.
Leek me ook een gevalletje voor die annuleringsverzekering. Ik klom in de telefoon, want een claim via email was iets te modern gedacht. Na heel veel keuzemenu’s en slechts een halfuurtje in de wacht hangen (kan iemand in godsnaam iets doen aan die gekmakende hou-je-gedeisd-en-afwachten-maar-muzak?) werd ik door een geroutineerde ik-kan-er-ook-niks-aan-doen-dame doorverwezen naar de assuradeur, een vage firma met de naam ACE Europe, alwaar ik de afdeling Benelux Claims moest zien te bereiken. Dat liep een paar keer spaak, om onverklaarbare redenen werd mijn (peperdure) telefoontje vanuit Frankrijk tot drie keer toe afgebroken en kon ik na het tuutuutuut opnieuw het hele zullen-we-dit-lekker-nog-wat-langer-rekken-computermenu doorworstelen. Ik besloot uiteindelijk tegelijkertijd via mijn vaste Franse nummer en via mijn Hollandse mobiel te bellen, mij pakken ze niet. De Hollandse mobiel won. En ik kreeg na ruim 20 minuten wachten zowaar te horen dat ik via email een schadeclaim kon indienen. Moest ik wel een schadeformulier voor invullen, dat ik niet had. Of ze me dat dan even via email wilden toesturen? Er viel een zuinige stilte, maar zowaar, men was bereid mijn emailadres te noteren. En verdomd, de volgende dag lag er inderdaad een mailtje van ACE Europe op de elektronische deurmat. Zonder schadeformulier.
Na nog een robbertje belcomputerworstelen kwam ook dat de mailbox binnen. Ik printte de hele handel, vulde braaf alle gevraagde gegevens in, scande de boel, voegde de bewijsstukken bij en mailde het hele jpg-file naar ACE terug. Mooi zo, geregeld. Dacht ik.
De volgende dag een mailtje van ACE. Alles in goede orde ontvangen, dank en zo, maar helaas: “Wij kunnen uw bijlagen niet openen. Wilt u zo vriendelijk zijn ze op een andere manier toe te sturen?”
“Geen probleem”, mailde ik terug, “U kunt de documenten downloaden via wetransfer. Een desbetreffend mailtje wordt u heden toegestuurd.”
Weer een dag later: “ Helaas kunnen wij de link van wetransfer niet openen. Dit heeft te maken met beveiliging van ons systeem. Onze excuses hiervoor. We zouden u daarom willen vragen om de documenten in pdf-bestand naar ons te mailen. Bij voorbaat dank.”
Ik sloeg meteen terug: “Bijgaand voor de derde keer de documenten, ditmaal in pdf.” En intussen vroeg ik me af hoe een digibeet zonder Adobe en aanverwante hulpmiddelen zich hieruit gered zou hebben. Pure vertragingstactiek, leek het me. Om vooral maar niet te hoeven uitkeren.
Een dag of wat later kreeg ik min of meer m’n gelijk. Nee, de verzekering ging niet uitkeren. Natuurlijk niet. Want autopech valt onder de ‘uitzonderingen’. Men deed er de hele lijst ‘uitzonderingen’ bij en ik dacht: een dik boek als de Bijbel of de Quote 500 is er niks bij.
’t Zal allemaal wel. Maar volgens mij verkoopt Transavia gebakken lucht met die annuleringsverzekeringen. Denken ze daar nou echt dat je eerst alle verzekeringsvoorwaarden bestudeert en die hele lijst met ‘uitzonderingen’ uitpluist als je even snel via internet een ticket boekt? En dan – o ja – ook nog even dat vakje annuleringsverzekering aanklikt? Eerst een paar uur studie en dan pas ‘verzekerd’ boeken? Dan zijn de prettig geprijsde stoelen allang voor je neus weggekaapt.
Weggegooid geld dus, zo’n annuleringsverzekeringgetje. Maar ergens wordt er wel gecasht. Zal wel een dealtje zijn tussen die vliegmaatschappij en de verzekeraar. Beetje provisie voor Transavia, beetje snelle winst voor de verzekeraar. Die niet uitkeert. Ik heb daar wel een woord voor: oplichting. Maar als je dat mailt krijg je een automatische antwoordreply waarop ‘u helaas niet kunt antwoorden’. Ik ben te annuleringsmoe om ook nog eens opnieuw oeverloos in de belwacht te gaan hangen. Inderdaad, ‘ze’ hebben gewonnen.