Home

cake-jambon-olives-et-camembert-le-rustique-414x414

Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland en België verkrijgbaar zijn, te maken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Er zijn van die dagen dat niks wil en alles moet. Dat er absoluut een deadline gehaald moet worden bijvoorbeeld. Dat de boiler patst en je de ochtend dweilend doorbrengt in de wetenschap dat er geen loodgieter tijd voor je heeft. Dat de telefoondienst besloten heeft maar eens lekker langzaam en met grote pauzes te disfunctioneren en ook de internetverbinding het er riant van neemt. Dat de storm de tv-schotel op het dak uit het lood heeft geblazen. En dat uitgerekend als je even snel iets troostrijks te eten wilt maken het gas van het fornuis op is. Zo’n dag dus. Maar als het elektra het doet, is er altijd de oven nog en gaan we over op ‘système D’ zoals dat hier heet, waarbij die D staat voor ‘se débrouiller’, zich ergens uit redden. Zeg maar de noodoplossing.
Ik heb er een receptje voor achter de hand dat ik inmiddels kan dromen (ja ja, het gaat wel vaker mis) en dat ik graag deel. Voor als het bij een van jullie ook weer eens genadeloos tegen zit. En nou niet vragen wat ik doe als de stroom ook uitvalt hè. Dan wordt het gewoon een boterham met pindakaas.

Ingrediënten:
4 eieren
160 gram ontpitte olijven
200 gram rauwe ham
150 gram geraspte gruyère
250 gram bloem
1 zakje droge gist
20 cl olijfolie
10 cl droge witte wijn
10 cl zoete witte dessertwijn (zoals sauternes)

Verwarm de oven voor op 210 graden.
Snij de ham in stukjes en de olijven in ringetjes.
Doe alle overige ingrediënten in een ruime kom en mix alles met de mixer tot een luchtig beslag. Meng de ham, de olijven en de gruyère er voorzichtig doorheen.
Vet een cakeblik in en verdeel de massa gelijkmatig over het blik.
Laat in 1½ uur in het midden van de oven gaar worden. Laat de cakevorm afkoelen en schudt het baksel er voorzichtig uit. Kan warm en koud worden gegeten, ook lekker als borrelhapje.

Touche pas a mes amies!

wo 24 februari 2016

IMG_0007

Ik ben boos. Nee, ik lieg, ik ben razend. Klopt ook niet, ik ben godvergeten woest, ziedend en voorlopig even ontoerekeningsvatbaar als niet benaderbaar. Kijk even naar de foto. Dit is Jip, de allerliefste hond ter wereld en haar baasje is m’n allerbeste vriend. Mooi plaatje hè? Behalve dan dat Jip hier ligt dood te gaan. In d’r eigen mandje, bij het baasje thuis. Jip heeft namelijk een stukje gewandeld. Doet Jip wel vaker, rondje in de buurt, even de pootjes strekken. Jip woont ‘en campagne’, lekker rustig, in de buurt van één van de mooiste dorpjes van de Var, zeer in trek bij toeristen. Niks aan de hand zou je denken. Maar een dag of wat geleden kwam Jip terug van zo’n ommetje. Ze liep een beetje moeizaam. Misschien wat aan d’r pootje, dacht de bezorgde baas. En ging met haar naar de dierendokter. “Vergiftigd”, luidde diens oordeel, “denk aan rattengif.”
Het enige waar haar baasje aan kon denken was aan haar: gaat ze het redden? Hij kreeg een pak medicale rommel mee. “Over een dag of twee weten we meer.”
En daar ligt ze dan. Moeizaam ademend, lusteloos, apatisch. Zeg maar voor lijk.
We hopen, we bidden (al hadden we dat eigenlijk al lang geleden afgeschaft, maar een oer-christelijke opvoeding verloochent zich blijkbaar niet) en we vloeken om de kwaadwillendheid en/of het totale onbenul van genadeloze idioten die her en der rattengif rondstrooien. Omdat er wat ritselt in hun (tweede) huis, omdat ze een spuit Roundup van de firma Monsanto op hun grindpad zetten vanwege een sprietje opspruitend gras, omdat alles dat ze niet welgevallig is dood moet. Morsdood. Dus ook een toevallig passerende hond die een ommetje maakt mag creperen. Of het opzet was? We zullen het nooit weten. Maar die mooie Provence is wel een stukje minder mooi geworden. En ik bid dat Jip geen Rip wordt. #@!±^((^&$%$##&**#!

Schermafbeelding 2016-02-19 om 17.48.41

Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland en België verkrijgbaar zijn, te maken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Ik schreef het al (zie vorige blog hier), ik belandde onaangenaam vroeg bij de supermarché voor een flesje sirop d’erable, onmisbaar voor een recept dat ik uitgerekend hier vorig jaar opdeed. De cassière van destijds werkt er inmiddels niet meer, maar ik herinner me de conversatie nog levendig. Ik was er toen even niet op verdacht, terwijl ik gedachteloos de boodschappen op de band naast de kassa parkeerde. Maar ik herhaal ‘m graag nog een keer. Vooral ook omdat het recept net zo simpel als lekker is.
“Weet u dat u daar heel lekkere cupcakes mee kunt maken?” wees de cassière naar de bananen en de sirop d’érable die gebroederlijk naast elkaar naar het eindpunt gleden.
Ik keek aangenaam verrast op. Wat leuk, een kookcassière. Waarschijnlijk kookt iedere cassière wel, maar deze had er duidelijk een passie voor.
“Ah bien?” moedigde ik aan. Meer was niet nodig. Het was nog vroeg, er stond geen rij achter me waarbij ik me zou moeten excuseren wegens draalgedrag, dus we konden los. Haar recept, mijn varianten erop, zij nog wat wijzigingen en uiteindelijk de consensus: cupcakes met banaan, sirop d’erable en walnoten. Maar er kan ook kokos bij, en cacao, en rozijnen, en zelfs Nutella, en…. Gewoon een doordeweekse boodschappendag dus.

Ingrediënten:
225 gram volkorenmeel
120 gram boter op kamertemperatuur
1 zakje levure chimique (of bakpoeder)
2 eieren
130 gram suiker
4 goed rijpe bananen
100 gram gepelde walnoten
200 ml volle melk
1 eetlepel sirop d’érable (ahornsiroop, of vloeibare honing)
1 theelepel quatre-épices (of vervangen door gelijke delen kaneel, muskaat, kruidnagel, en een snufje peper)

Bereiding:
Verwarm de oven voor op 180 graden.
Pel 3 van de 4 bananen, snij ze in blokjes en bak die in 20 gram boter even aan. Bestrooi ze met wat suiker en zet weg.
Meng in een kom de rest van de boter en de suiker door elkaar tot een homogene massa.
Roer de ahornsiroop (of de honing) erdoor.
Kluts de eieren en de melk erdoor.
Meng in een andere kom de bloem en de levure chimique goed door elkaar, en roer dit beetje bij beetje door het beslag.
Hak de walnoten fijn en roer die, samen met de kruiden en de stukjes banaan door het beslag. Goed vermengen, maar niet stuk klutsen.
Verdeel het beslag over cupcakebakjes of een cupcakebakplaat.
Laat ze in het midden van de voorverwarmde oven in een half uurtje gaar en goudbruin worden.
Laat ze afkoelen en haal ze uit de vorm.
Pel de laatste banaan, snij die in schijfjes, en leg de plakjes op de cupcakes ter garnering.

Bejaardengymnastiek

vr 19 februari 2016

p1050960Van de week belandde ik door omstandigheden op een onbetamelijk vroeg tijdstip, in het holst van de ochtend, bij de grote supermarkt van het dorp verderop. Maar blijkbaar toch niet vroeg genoeg. Voor de gesloten glazen schuifpui dobberde een kluitje hoogbejaarden die, hangend op de winkelwagentjes, met argusogen de verrichtingen van de bewaker aan de andere kant van het glas volgden. Ik schoof behoedzaam aan en wachtte lijdzaam mee, ondertussen van top tot teen en weer terug met onverholen nieuwsgierigheid door de grijze brigade bestudeerd. Ik knikte maar eens wat en bekeek de reclameplaquette van m’n karretje waarop gewag werd gemaakt van de aanbieding van de week. Mits je een klantenkaart hebt, die ik natuurlijk niet bezat. Toen de bewaker het laatste slot van de deuren draaide en die eindelijk open zoefden voer er een rimpeling door het ingesufte clubje en kwam men langzaam in beweging. De gedachte dat ik even snel de broodnoodzakelijke boodschappen uit de schappen zou kunnen trekken stierf ter plekke een stille dood. Het aantal schuifelenden voor me had het tempo van appelstroop bergopwaarts, zoals een oud-collega van me dat noemde. Schrijver/tekenaar Marten Toonder, van de Ollie B. Bommelstrips, zou het de vertraagde massa genoemd hebben, ook mooi. Maar intussen mooi niet doorheen te komen. Ik sijpelde mee naar binnen en nam meteen de eerste de beste afslag naar de kassa’s, die trouwens op twee na allemaal dicht waren. Van daaruit werkte ik me tegen de logische looprichting in langs de vers gedweilde paden waarop hier en daar nog bordjes met ‘Pas op! Glijgevaar!’ stonden. In gedachten zag ik het aantal gebroken heupen oplopen, tot ik me realiseerde dat ik verkeerdom slalomde en de bejaardensoos pas in dit deel van de winkel zou belanden als alles netjes was opgedroogd.
Mijn tempo zat er lekker in. Tot ik bij een schap kwam waaruit ik even snel een flesje sirop d’erable dacht weg te grissen dat ik onmisbaar achtte voor een recept dat ik wilde maken. Schap leeg? Ik hipte een paar keer op en neer en zag helemaal bovenin achterin twee flesjes van de begeerde ahornsiroop staan. Ik klom zo’n beetje half de stelling in maar kon er nog steeds net niet bij.
“Madame! Wat doet u nou?” De jonge, rijkelijk met jeugdpuistjes bedeelde vakkenvuller die een stukje verderop aan het vakken vullen was geweest kwam verontrust aangesneld.
“Ik kan er niet bij”, zei ik een beetje schaapachtig.
“Maar dan haal ik toch een trapje!” En weg was hij, naar het magazijn, om dat opstapje te halen. Hij posteerde het voor het schap, ik dacht dat ik er zo wel bij zou kunnen en wilde al een voet op het eerste treetje zetten. Dat mocht niet.
“Dat doe ík wel”, klonk het met een zekere bravoure. Hij kon er net bij.
“Doe ze alletwee er maar” zei ik ruimhartig, “voor de moeite. En heel erg bedankt hè.” Hij bloosde zowaar, maar behield iets van z’n bravoure. Dat werd vast ooit de volgende bedrijfsleider van de supermarché.
Ik was al bijna op weg naar de uitgang toen me nog iets te binnen viel. Ik ben niet groot, maar de bejaarden die voor me uit gedobberd hadden waren beslist nog kleiner. “Moeten die stellingen eigenlijk niet wat lager? Kleine mensen kunnen er toch echt nooit bij, bij die bovenste schappen? En voor oudere mensen is het nog gevaarlijk ook.”
“Nou mevrouw, dat valt wel mee hoor.” En kijkend naar de eerste bejaarden die inmiddels ons gangpad hadden bereikt, voegde hij er filosofisch aan toe: “Ze klimmen niet hè. Ze komen gewoon terug als de onderste schappen weer gevuld zijn. Toch alle tijd.”
Van de week sprak ik erover met een van mijn bejaarde ‘buurvrouwen’ op het dorp. Zo’n typisch Provençaals onderdeurtje van ik denk een jaar of tachtig, iedereen wordt hier oud, die zich nog steeds probleemloos in een minstens zo oud R4tje verplaatst. Eén keer per week racet ze naar die supermarché en als ze ergens niet bij kan, laat ze zich gewoon optillen door zo’n vakkenvuller. Ze giechelde er ondeugend bij. Aan die optie had ik niet gedacht.
‘Zal ik me ook een keertje laten optillen?’vroeg ik aan de echtgenoot aan wie ik verslag uitbracht.
Hij beloofde voortaan zelf mee te gaan.

Schermafbeelding 2016-02-12 om 09.53.37
Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland en België verkrijgbaar zijn, te maken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Over Sint Valentijn, wiens naamdag het zondag is, doen meer legenden de ronde dan er blaadjes aan een bos bloemen zitten. Ik pluk er daarom maar gewoon wat aardige anekdotes uit. Deze bijvoorbeeld: Valentijnsdag werd in het jaar 496 ingesteld door Paus Gelasius, om weerwerk te bieden aan ‘Lupercalia’, een heidens Romeins vruchtbaarheidsfeest dat op 15 februari werd gevierd.
Valentijn zou volgens de ene legende priester in Rome zijn geweest, in een andere versie bisschop van Terni (Umbrië). Maar volgens de overlevering zou het best om een en dezelfde persoon kunnen gaan.
Hij zou, tegen het uitdrukkelijke bevel van keizer Claudius II in, heidense Romeinse soldaten en hun christelijke liefjes in de echt hebben verbonden zodat de tortelduifjes legaal samen door het leven konden gaan. Een doodzonde blijkbaar, want Valentijn werd ervoor ter dood veroordeeld.
De cipier die hem bewaakte, had een blind dochtertje. Op weg naar het schavot stopte Valentijn haar een briefje toe. Toen ze het op de tast opende, viel er een bloem uit (op 14 februari wordt liefde daarom bevestigd met bloemen) en als door een wonder kon het blinde meisje zien en de tekst nog lezen ook: “Van je Valentijn”, stond er op het briefje. En zie, de Valentijnskaart was geboren. Maar de executie ging wel gewoon door. Dat was op 14 februari.
Nu alleen nog een verklaring voor de wijn en de chocolade die hier in Frankrijk bij de Valentijnsviering hoort.
Voor de wijn zijn we er wel uit met dit gezegde: “Zonneschijn op Sint-Valentijn, geeft zoete wijn.” Laten we hopen dat er zondag zon is, want thans hoost het.
Maar die chocola? Ik hou het er maar op dat die uitstekend past bij een glaasje zoete witte wijn. Of nog lekkerder, champagne. Liefde moet je vieren tenslotte.

Ingrediënten:
2 eieren
100 gram kwark
75 gram pure chocolade (minstens 60%)
3 cl olijfolie
120 gram bloem
90 gram fijne suiker
½ zakje levure chimique (bakpoeder)
75 gram geraspte kokos
zout en peper

Bereiding:
Verwarm de oven voor op 180 graden.
Breek de chocolade en laat de stukjes ‘au bain marie’ of in de magnetron smelten (niet laten koken!).
Breek de eieren in een ruime kom en mix ze met de suiker. Voeg de kwark toe en mix die erdoor. Doe er de olijfolie en de gesmolten chocolade bij en mix weer alles door elkaar. Mix er de bloem en het bakpoeder doorheen. Meng er tot slot de geraspte kokos door, maar hou een volle eetlepel apart.
Doe het mengsel over in een ingevette (of met bakpapier beklede) springvorm en verdeel het gelijkmatig.
Bak de taart in het midden van de voorverwarmde oven in 15-20 minuten. Controleer of de taart gaar door er een prikker in te steken; die moet er schoon weer uitkomen. Anders nog een paar minuten extra in de oven laten staan.
Laat de taart even afkoelen, haal hem uit de springvorm en bestrooi ‘m met de achtergehouden kokos.

Schermafbeelding 2016-02-05 om 17.04.53
Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland en België verkrijgbaar zijn, te maken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

In Holland is het dit weekeinde carnaval, in Frankrijk het volgende weekeinde, dus dat wordt weer leve de leut en een stevige neut. Jawel, iedereen blijft intussen op z’n hoede, het zijn rare tijden; hier in Frankrijk geldt zelfs nog steeds de noodtoestand en is er tijdens het feestgedruis in de grote steden een flinke politiemacht op de been om feestvierders te beschermen tegen ‘je weet maar nooit’.
Hier op het dorp bestaat de bescherming uit 1 dranghek voor het lagere schooltje en een vriendelijke en ongewapende champêtre die samen met de juf de 12 verklede kindertjes begeleidt tijdens de optocht vanaf het schooltje onderin het dorp naar de mairie bovenin het dorp, alwaar de burgemeester wordt toegezongen. Daarna heeft iedereen het koud en gaat naar huis. Ongetwijfeld om iets warms en troostrijks te eten. Een lekkere hete aardappel bijvoorbeeld, zoals in het receptje hieronder.
Al vermoed ik dat de dorpsdiender onderweg eerst nog wel ergens zal aanleggen voor een ontspannend hartversterkertje. ’t Was hard werken tenslotte, al dat bewaken.

Ingrediënten:
4 grote vastkokende aardappels
125 gram bleu d’Auvergne (of een andere milde blauwkaas)
1 grote tomaat
3 plakjes parmaham
½ bosje bieslook
1 teen knoflook
olijfolie
peper uit de molen

Bereiding:
Schil de aardappels en kook ze in hun geheel in ruim water tot ze bijna gaar zijn.
Laat ze afkoelen en snij ze overlangs in twee helften, haal het binnenste eruit maar laat een dikke rand over.
Verhit de oven voor op 180 graden.
Snij intussen de tomaat in parten, haal het binnenwerk eruit en snij het vruchtvlees in kleine blokjes.
Snipper de bieslook fijn.
Snij de hamplakjes in dunne reepjes.
Pel de knoflookteen.
Snij de bleu in kleine blokjes (koud snijdt het makkelijkst).
Doe alle ingrediënten in een kom (knoflookteen uitpersen), geef een ferme draai aan de pepermolen en meng alles voorzichtig door elkaar.
Vul de aardappelhelften met het mengsel, vet een ovenschaal in met olijfolie en zet die met de aardappelhelften erin in het midden van de oven tot de kaas zo’n beetje gesmolten is; er hoeft geen bruin korstje op dus niet laten verbranden!
Heet serveren met een koel glas mooie rooie.

Duikbootje

do 4 februari 2016

Schermafbeelding 2016-02-04 om 18.38.46
Het café is dicht, voor de zoveelste keer. Er komt alwéér een nieuwe gérant, omdat de huidige het niet trekt. Met veel enthousiasme begonnen, maar net iets te voortvarend. Je moet een oeroude dorpskroeg niet proberen op te stoten in de vaart der volkeren door de tv eruit te bonjouren, hippe, veel te grote vierkante parasols op het terras te zetten die bij het minste zuchtje mistral omdonderen, een deel van de tafeltjes te dekken en die gereserveerd te houden voor toeristische lunches en tea’s (de uitbaters zijn Brits), en door op topdecibellen gedragen hard rock het dorp in te dreunen. We hoeven hier geen dependance van zo’n Hard Rock Café uit de grote stad. En we hoeven geen lunchroom, we willen gewoon een dorpskroeg. De vaste bezoekers voelden zich steeds meer verwaarloosd en in een hoekje gedrukt, ze weken tenslotte vrijwel allemaal uit naar een aanpalend dorp. En omdat de toeristen in de winter wegbleven, zakte de omzet zodanig in dat er met de opgepimpte ‘bistrot de pays’ geen droog brood meer mee te verdienen viel. Een volgende waaghalsstarrige optimist mag straks gaan proberen om de boel weer nieuw leven in te blazen en de torenhoge ‘bail’ op te brengen die de huisbaas denkt te moeten vragen voor een minimalistisch kroegje in ‘un des plus beau villages de France’. We zullen wel zien. Vooralsnog klitten we een dorp verderop bij elkaar. En ’t is dat het een dorp verderop is, en je via smalle bergpaadjes terug naar huis moet met een slok op, anders zouden we er blijven, ook als onze eigen bistrot weer open is. ’t Is er namelijk best gezellig. En de kroegbaas is voor Provençaalse begrippen zelfs joviaal te noemen. Kan ook tegen een geintje, dus hij deed niet moeilijk toen ik hem – bij gebrek aan jenever – om de fles marc de Provence vroeg om het Rotterdamse duikbootje uit te leggen. Waarom ik dat deed? Nou ja, vrijdagavond, dan weet je ’t wel, en ik was in gezelschap van iemand die nog steeds in Rotjeknor woont. Nostalgie, en iedereen heeft recht op z’n eigen afwijking. Zoiets.
Een duikbootje is een glas bier waarin een gevuld jeneverglaasje op z’n kop staat. Daartoe moet eerst het jeneverglas tot de rand toe gevuld worden, waarna er een groot bierglas op z’n kop overheen kan. Daarna is het de kunst om de boel zonder morsen om te draaien en het bierglas met gerstenat af te vullen. Tijdens het leeg drinken komt dan beetje bij beetje de jenever vrij, tot het glas teveel kantelt en je de hele golf jenever ineens naar binnen slokt. Spannende gezelligheid gegarandeerd. Maar krijg zo’n rotglaasje maar eens zonder morsen, gevuld en wel, omgekeerd binnen dat bierglas; je zou geschiedenis schrijven als dat je zomaar in één keer lukte. Doen Rotterdammers dus niet. Die tappen een dikke pils en plempen daar rechtstandig een afgevuld borrelglaasje in. Vraag me niet waarom, maar de neut blijft braaf in het glaasje en komt pas sloksgewijs los om zich met het bier te vermengen. Heeft iets met soortelijk gewicht te maken, geloof ik. Vanzelfsprekend sloot ik voorafgaande aan de demonstratie de nodige weddenschappen af. En vanzelfsprekend zweette ik peentjes; je verspilt geen goede drank en een serieuze marc de Provence is ook niet goedkoop. Bovendien was er door sommige wedders wat overmoedig ingezet.
Maar het ging goed, tevreden incasseerde ik de buit.
“Rondje voor de zaak”, riep de barman enthousiast door de drukte heen. Pas later, bij de afrekening, besefte ik dat hij niet ‘van de zaak’ maar ‘voor de hele zaak’ gezegd had. ’t Blijft lastig, dat ‘patois’ van de Provence. Prijzig ook trouwens….