Duikbootje

Schermafbeelding 2016-02-04 om 18.38.46
Het café is dicht, voor de zoveelste keer. Er komt alwéér een nieuwe gérant, omdat de huidige het niet trekt. Met veel enthousiasme begonnen, maar net iets te voortvarend. Je moet een oeroude dorpskroeg niet proberen op te stoten in de vaart der volkeren door de tv eruit te bonjouren, hippe, veel te grote vierkante parasols op het terras te zetten die bij het minste zuchtje mistral omdonderen, een deel van de tafeltjes te dekken en die gereserveerd te houden voor toeristische lunches en tea’s (de uitbaters zijn Brits), en door op topdecibellen gedragen hard rock het dorp in te dreunen. We hoeven hier geen dependance van zo’n Hard Rock Café uit de grote stad. En we hoeven geen lunchroom, we willen gewoon een dorpskroeg. De vaste bezoekers voelden zich steeds meer verwaarloosd en in een hoekje gedrukt, ze weken tenslotte vrijwel allemaal uit naar een aanpalend dorp. En omdat de toeristen in de winter wegbleven, zakte de omzet zodanig in dat er met de opgepimpte ‘bistrot de pays’ geen droog brood meer mee te verdienen viel. Een volgende waaghalsstarrige optimist mag straks gaan proberen om de boel weer nieuw leven in te blazen en de torenhoge ‘bail’ op te brengen die de huisbaas denkt te moeten vragen voor een minimalistisch kroegje in ‘un des plus beau villages de France’. We zullen wel zien. Vooralsnog klitten we een dorp verderop bij elkaar. En ’t is dat het een dorp verderop is, en je via smalle bergpaadjes terug naar huis moet met een slok op, anders zouden we er blijven, ook als onze eigen bistrot weer open is. ’t Is er namelijk best gezellig. En de kroegbaas is voor Provençaalse begrippen zelfs joviaal te noemen. Kan ook tegen een geintje, dus hij deed niet moeilijk toen ik hem – bij gebrek aan jenever – om de fles marc de Provence vroeg om het Rotterdamse duikbootje uit te leggen. Waarom ik dat deed? Nou ja, vrijdagavond, dan weet je ’t wel, en ik was in gezelschap van iemand die nog steeds in Rotjeknor woont. Nostalgie, en iedereen heeft recht op z’n eigen afwijking. Zoiets.
Een duikbootje is een glas bier waarin een gevuld jeneverglaasje op z’n kop staat. Daartoe moet eerst het jeneverglas tot de rand toe gevuld worden, waarna er een groot bierglas op z’n kop overheen kan. Daarna is het de kunst om de boel zonder morsen om te draaien en het bierglas met gerstenat af te vullen. Tijdens het leeg drinken komt dan beetje bij beetje de jenever vrij, tot het glas teveel kantelt en je de hele golf jenever ineens naar binnen slokt. Spannende gezelligheid gegarandeerd. Maar krijg zo’n rotglaasje maar eens zonder morsen, gevuld en wel, omgekeerd binnen dat bierglas; je zou geschiedenis schrijven als dat je zomaar in één keer lukte. Doen Rotterdammers dus niet. Die tappen een dikke pils en plempen daar rechtstandig een afgevuld borrelglaasje in. Vraag me niet waarom, maar de neut blijft braaf in het glaasje en komt pas sloksgewijs los om zich met het bier te vermengen. Heeft iets met soortelijk gewicht te maken, geloof ik. Vanzelfsprekend sloot ik voorafgaande aan de demonstratie de nodige weddenschappen af. En vanzelfsprekend zweette ik peentjes; je verspilt geen goede drank en een serieuze marc de Provence is ook niet goedkoop. Bovendien was er door sommige wedders wat overmoedig ingezet.
Maar het ging goed, tevreden incasseerde ik de buit.
“Rondje voor de zaak”, riep de barman enthousiast door de drukte heen. Pas later, bij de afrekening, besefte ik dat hij niet ‘van de zaak’ maar ‘voor de hele zaak’ gezegd had. ’t Blijft lastig, dat ‘patois’ van de Provence. Prijzig ook trouwens….

Kijk, Zuid-Frankrijk!

Een idee van Renée Vonk-Hagtingius, schrijver, journalist, copywriter, vertaler en hoofdredacteur van www.coteprovence.nl

12 gedachten over “Duikbootje

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: