Een fluitje en een vakje teveel

do 16 april 2020

Vanmorgen wakker geworden door uitbundig vogelgezang. Schitterend!, dacht ik in eerste instantie. Maar toen het tijdens het ontbijt doorging, en er tegen het middaguur nog steeds uitbundig geflierefluit werd, bekroop me toch een zekere achterdocht. Zó lang en zo uitgelaten fluiten die vogels hier in het bos nou ook weer niet. Meestal houden ze er zo’n beetje mee op als ze hun dagelijkse portie zonnebloempitten en pinda’s hebben gekregen. Bovendien, als iets te mooi is om waar te zijn, is het meestal niet waar. Dat bleek te kloppen. De buurman van een eind verderop had zijn zoontje een vogelfluitje cadeau gedaan. Het kind verveelt zich tijdens de ‘confinement’ te pletter, dus elke afleiding is welkom. En ‘iets te doen’ om hem een tijdje het huis mee uit te krijgen al helemaal. Dus liep het joch in z’n dooie eentje door het bos rondom te scharrelen, blazend op een stukje bamboe waarin je een stokje op en neer kunt bewegen dat voor een ruim assortiment aan fluittonen zorgt. Ik moet zeggen, dat deed ie heel aardig. Maar de godganse dag hoeft nou ook weer niet. Dat vond de buurman zelf ook. Dus legde hij achter het huis langs de rivier een fietscrossbaan aan. Met z’n favoriete graafmachientje ploegde hij een slalommend parcours, inclusief heuvels en dalen, waar menige profsport VTT-er jaloers op zou zijn. We kwamen hem na een tippel met de honden tegen toen hij net op weg naar huis reutelde. Op gepaste ‘distance sanitare’ hielden we stil. Het graafmachientje sloeg af (het is een oud graafmachientje) en de buurman stak zijn grijnshoofd uit de cabine, stak zijn hand op en riep: “J’ai fait un parcours santé. Pour vous! Comme ça vous pouvez bouger un peu.” (Ik heb een fitness baan aangelegd. Voor jullie! Kunnen jullie een beetje bewegen.)
Op dat moment racete het zoontje met een knalrood hoofd van inspanning, op zijn crossfietsje rakelings langs ons heen: “Papa, c’est cool!” Duidelijk.
Al even duidelijk van de week, het absolute onbenul van de overijverige champêtre op het dorp. Maar dat is eigenlijk geen nieuws.
Het gemeentehuis is gesloten, maar als het moet kun je er op afspraak nog wel terecht. Ik moest een stempeltje dat geen uitstel duldde en had keurig telefonisch een rendez-vous geregeld. Volgens de instructies diende ik op het afgesproken tijdstip op de deur van het gemeentehuis te kloppen en dan zou er iemand komen om het papier van het beoogde stempel te voorzien. Een bescheiden klopje leverde geen resultaat op, een harde bons evenmin. Pas na een flinke rammel met een beringde vinger ging de deur een stukje open en kon ik mijn document overhandigen aan een mevrouw met handschoentjes aan en een mondmasker voor. Terwijl ik buiten voor de deur op gepaste afstand stond te wachten tot de formele handelingen verricht waren, werd ik aangesproken door de langs slenterende champêtre, die zich bij het ontwaren van een mogelijke overtreding ineens van zijn daadkrachtige kant liet zien. Met het mondkapje bungelend rond de kin, kwam hij akelig dicht binnen mijn ‘cordon sanitaire’ dus ik deed volautomatisch een stap of wat naar achteren en het had niet veel gescheeld of ik was de trap voor de mairie afgedonderd.
“Kan ik u ergens mee helpen?” grimgrijnsde hij. Oftewel: “Wat mot dat hier?”
Ik legde het uit, maar hij wilde toch wel even mijn ‘attestation’ zien. Die gaf ik hem.
“Er staan twéé vakjes aangekruist!”
Dat klopte. Eentje voor het akkefietje op het gemeentehuis, en eentje voor de boodschappen die ik hierna ging doen. Dat mag. De overheid stimuleert zelfs het clusteren van buitenshuise bezigheden. Kijk hier maar. Helaas was de champêtre daarvan niet op de hoogte. Met een gezicht van ‘HA, fijn, beet! trok hij zijn bonnenboekje. Op dat moment ging de deur van de mairie open en stak een gemaskerd hoofd om de hoek, plus een handschoenhandje met mijn papieren erin.
“Madame, vos papiers.”
“Et vous, Jean? Wat is er aan de hand?”
Als door een wesp gestoken sprong de dienstklopper achteruit, stamelde iets over teveel vakjes en verbaliseren.
“Faites pas de conneries, c’est permis.” (Doe niet zo gek, dat mag.) Met een klap ging de deur weer dicht.
“Nog een fijne dag verder”, mompelde de overrompelde overheidsdienaar onderdanig. En slenterde met de handen op de rug het dorp in op zoek naar nieuwe niet ter zake dienende zaken.
Soms, heel soms, ben ik wel blij met de Franse hiërarchie.

13 reacties op “Een fluitje en een vakje teveel”

      1. Maeyken Van Helden

        Het is wel ‘Faites pas de conneries!’ Na een ontkenning wordt het article partitif vervangen door ‘de’.
        Salutations, Maeyken

  1. Leuk verhaal, Merci.! Ja de Franse dienders zijn vaak slecht geïnformeerd bij veranderingen en hebben dan moeite met buitenlanders die de decreten wel gelezen hebben..

  2. Die vorige champêtre was toch vriendelijker, het was wel moeilijk om te checken of hij nu echt keek want ik had de indruk dat hij een beetje scheel keek :-)

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Of reageer met je Facebook account

Scroll naar top