Vakantietip: De Franse verleiding

za 13 juni 2020

Door Peter Hooft

(Klik op de foto’s om ze te vergroten.)

De Languedoc hoort natuurlijk ook bij Zuid-Frankrijk. En min of meer per ongeluk raakte ik in die contreien verzeild in Fontcouverte, waar me in het café verteld werd dat ze er een heel speciaal museumpje ‘De Franse Verleiding’ hebben. Over de geschiedenis van het reizen en het toerisme in Frankrijk. Ik erheen. Ik werd ontvangen door Ger Verhoeve, bedenker, eigenaar, conservator van het museum, geen idee hoe je zo’n functie omschrijft, maar volgens mij in de eerste plaats een geboren verhalenverteller.
Als 18-jarige werd hij in 1969 door zijn vader naar Parijs gestuurd, de metropool maakte indruk. Daarna verkende hij in zijn 2CV de rest van het land en raakte gefascineerd door de Franse cultuur en geschiedenis. Hij studeerde af op de politieke carrière van François Mitterand.
Ondertussen had hij ‘zomaar’ een uit de twintiger jaren stammend Nederlands reisgidsje voor Parijs gekocht. Hij realiseerde zich dat er vroeger ook Nederlanders naar Parijs trokken en legde even later beslag op het boek ‘Parijs in den aanvang van de negentiende eeuw’ in 1804 geschreven door Adriaan van der Willigen.

De belangrijkste reisbestemming
Voor Verhoeve het echte begin van zijn tomeloze belangstelling voor de ontwikkeling van het toerisme in Frankrijk.
Ik laat hem zelf maar aan het woord.
“Er wordt wat afgereisd tegenwoordig, gewoon, voor eigen plezier. Tot zo’n 450 jaar geleden was dat wel anders. Voor die tijd ging
je alleen op pad met een serieuze ‘opdracht’: voor oorlog, ter bedevaart, voor handel, voor wetenschap, voor adellijk machtsvertoon, voor een kwakkelende gezondheid eventueel en voor algemene ontwikkeling ook. Daartoe diende vanaf circa 1600 immers de ‘Grand Tour’, een lange reis, soms wel van een jaar, ondernomen door zonen van rijke patriciërs, ter vervolmaking van hun vorming tot aanzienlijk burger. Frankrijk was, met Italië, de belangrijkste reisbestemming. Zie je ook wel in mijn museum.

Bijna 100 jaar na de stapfiets
Toen ook pas kwam er op het gebied van vervoer enige ‘beweging’; honderden jaren deed men erover om van een kar een karos te maken. Een koets, een bak die in leren riemen hing om de ergste schokken op te vangen, ook daar ging weer
een tijd overheen. Een met de paarden meedraaiende voorassen plus wielen?
Ook weer van latere datum. Moet je niet meewarig over doen, wees verbaasd.
Want hoe snel gaan de veranderingen nu?
Heb ik het nog niet gehad over de fiets. Maar weet dat er zo’n 100 jaar overheen ging voordat ’t van een stapfiets kwam tot een ingenieus samenstel van kettingen, trappers en rubberen banden. Bijkans 100 jaar, waar zat hun verstand?”

De eerste toerist aan de Côte d’Azur
Je wordt al gauw een uur door Verhoeve bijgepraat als hij je rondleidt in het museum. Ooit gehoord van de Amsterdammer Jacob Muhl, mogelijk
één van die eerste zeldzame toeristen die in 1778 ‘gewoon voor de
lol’ naar Parijs was afgereisd. Per koets. Een rit van één
volle week, dag èn nacht, zonder logis onderweg. Of was het de Schot Tobias Smollett de ‘ontdekker’, die al in 1766 schreef over zijn verblijf in Nice, Nizza, waarmee voor de Britse aristocratie ’t signaal op groen sprong om er ’t milde klimaat op te zoeken en er te overwinteren.
Verhoeve:”Het woord ‘toerist’? De Fransen houden ’t op schrijver Stendhal met zijn ‘Mémoires d’un touriste’ uit 1838 als ‘uitvinder’ ervan. La Côte d’Azur dan? Weer was het een schrijver, Stéphen Liégaard, die in 1887 een lyrische beschrijving over de kuststrook onder die titel publiceerde”.
Op die dikke blauwe pil moet conservator Verhoeve met nadruk wijzen,
want er ligt, staat en hangt zovéél in ‘le fournil’, in die vroegere bakkerij.

Het begin van de ‘autoroute’
Zoiets als zonnebaden, vakantie en vrije tijd? Allemaal noties die pas in zwang
raakten in de vorige eeuw. “En kijk!”, zegt hij. “Een kaart voor de eerste vélocipedisten, de eerste wielrijders waren dat, uit 1888! ’t Eerste stuk ‘autoroute’? Dat was bij Lille, rond 1960”.
Nu eens niet tussen de volhangende muren, maar in één van de 21 vitrines zie ik een prachtige foto van uit die tijd. Naast gestencilde ANWB-reismapjes voor de Dordogne.
Een geschiedenis van het reizen, een geschiedenis van het toerisme.
Dat is het verhaal van dit bijzondere museum, niet te missen als je in de buurt bent.

Museum De Franse verleiding, 2 Place de la Révolution, Fontcouverte, open van 1 mei tot 31 oktober, van 10.30 tot 19.00 uur. Ook buiten ‘het seizoen’, op afspraak: +33(0)4 68 43 60 16. Entree € 7, gratis t/m 12 jaar. www.defranseverleiding.nl

2 reacties op “Vakantietip: De Franse verleiding”

  1. Ik woon in Frankrijk sinds 3 jaar. Avec plaisir. Toch denk ik soms dat het enorme verhaal over t Franse mooie en goede leven wat geromantiseerd is. De haute cuisine is vaak beperkt tot kasteelachtige restaurants die de doorsnee Fransman niet kan betalen. In tegenstelling tot België, Nederland en Duitsland vind he hier geen uitspanningen bij de zee, bossen of andere natuurgebieden. Na 14.00u kun je, behalve in de grote steden vrijwel nergens meer eten of zomaar n drankje pakken. Dit mag ook gezegd worden over ” la douce France “

  2. Tja, aangaande ‘haute cuisine’, inderdaad, het onderkomen en de inrichting is er vaak naar en ook voor de doorsnee Nederlander onbetaalbaar. Voor het overige: in het verre zuiden zitten we dicht op de Spaanse siesta-gewoonte, ook op het terras op mijn Zuidfranse pleintje wordt tussen 13,00 en 16.00 simpelweg niet geserveerd. Hier geldt zeker de uitspraak ‘Lands wijs, lands eer’, behalve dan in oorden als Cannes, Deauville of de Cité van Carcassonne, daar is sprake van 18 uur ‘around the clock’. Maar zeg nou eerlijk: wil je daar eigenlijk wel wezen?

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Of reageer met je Facebook account

Scroll naar top