Tafeldrama

do 9 juli 2020

Door Renée Vonk-Hagtingius

(klik op de foto om te vergroten)

Er moest een nieuw kleed voor de buitentafel. Er zou voor het eerst sinds tijden weer eens van de grillplaat gebruik gemaakt worden. Dat spat nogal en daar kan het oude hout van de hoogbejaarde tuintafel niet tegen, vandaar dat beschermkleed. Moet je er wel eentje hebben zonder brandgaten natuurlijk; zo’n kleed kan weer niet tegen gloeiende sigarenas. Leek me niet zo’n probleem, om aan een vers exemplaar te komen. Bij de supermarché in de stad en op de lokale markt verkopen ze van die heerlijk ouderwetse Provençaalse lappen geplastificeerd katoen gewoon vanaf de rol. Die rollen hangen in grote rekken boven elkaar. Je wijst aan wel truttenmotiefje je wilt hebben, geeft het aantal meters op, en het wordt ter plekke op maat voor je afgeknipt.
Bon, er was geen dagmarkt dus dan maar naar de super, waar die rolrekken in de entreehal staan opgesteld tussen de in- en uitgaande schuifdeuren. Ik vervoegde me bij de accueil waar niks te vervoegen viel want er was niemand te bekennen. Ik ben niet goed in wachten, zeker niet als je regelmatig op een haar na gemist wordt door een zwalkende boodschappenkar waarachter iemand met een mondkapje op loopt te zwoegen en te zweten. Voor de goede orde: het was net na negenen, ik had op een beetje ochtendrust gehoopt, maar de vacanciers zijn alweer op volle sterkte gearriveerd en die doen blijkbaar ook in het holst van de ochtend boodschappen om de rest van de dag overal vanaf te wezen en volop te kunnen vacanciëren. Geef ze eens ongelijk.
Na – voor mijn doen – geruime tijd besloot ik maar eens bij een van de kassa’s te informeren of er wellicht ook?… Het was een aardig meisje, dat niet te beroerd bleek de supermarkttelefoon te pakken. Nou, zeg maar gerust supertelefoon: haar stem schalde ondanks haar mondkapje op stadionsterkte uit de verborgen luidspeakers door de hele superhal heen: “Accueil! Er staat hier een dame voor een kleedje!” Ik kon wel door de grond zakken en dacht er even over om weg te sluipen, maar er werd al vanaf andere kassarijen meewarig naar me gekeken. Ik besloot m’n noodlot manmoedig te trotseren en wandelde nonchalant terug naar de entree.
Niet veel later verscheen er een nieuw mondkapje bij de receptie dat me – gewapend met schaar en rolmaat – vroeg mee te lopen naar de rollenrekken. Ze zag er voortvarend uit en dat was ze ook. Ik wees de bedoelde rol aan, zij pakte die eronder bij een punt vast, gaf er een ruk aan (plastic kan weleens lekker blijven kleven op de rol) en struikelde de halve hal door terwijl de rol deed wat ie moest doen: afrollen. Volle karren stokten in de voortgang terwijl het mondkapje nog net niet tegen de kassa’s aanklapte en de vloer bedekt werd met het meest afschuwelijke tafelkleedpatroon dat ik ooit gezien had.
“Hoeveel had u gehad willen hebben?!” hijgde ze vanachter haar mondmasker terwijl het zweet op haar voorhoofd parelde.
Daar sta je dan. Oprollen was geen optie, het superkarrenverkeer begon aan filevorming te doen, er was al bijna sprake van een ochtendspits, ik verwachtte elk moment de verkeersberichten uit de luidsprekers te horen: “Door een gestoorde dame bij de accueil is het supermarktverkeer tijdelijk gestremd. Hulpdiensten zijn onderweg om de blokkade op te heffen.”
Ik had de moed niet meer om te zeggen dat dit nou precies de verkeerde rol was. “Doe maar twee meter!” riep ik in paniek.
Ze mat, ze knipte. De rest van de afgerolde rol schopte ze achteloos onder het rek. Het verkeer hernam zijn loop, ik rekende een schrikbarend bedrag af bij de dichtstbijzijnde kassa en maakte me met het onhandelbare pak opgevouwen gruwelkleed uit de voeten, weg uit deze dagmerrie.
We hebben gegrilld die avond, de echtgenoot zei niks, het tot op de grond slepende kleed heeft nog ongeveer een week op tafel gelegen. Even heb ik overwogen er met een gloeiende sigaar wat gaatjes in te branden, maar dat zou vals spelen zijn.
Er ligt inmiddels een vers ‘velletje’ over de tafel, bovenop de miskoop die als lekker stevig onderkleed dienst doet; je hoeft je schaamlap niet elke dag onder ogen te zien tenslotte. En vandaag stond er ineens een vergeten Portugese veiligheidsasbak op tafel. “Vond ik er wel bij passen”, bromde de echtgenoot.
Soms zijn we het zomaar eens.

8 reacties op “Tafeldrama”

  1. Hahaha herkenbaar verhaal. Vindt het ook zo typisch Frans dat ‘plastic’ kleed. Franse vriendin met eigenlijk goede smaak normaal meldde onlangs ook dat ze een nieuw tafelkleed nodig had en sleepte me mee naar de stoffenwinkel die net weer geopend was ( eigenlijk om stof voor mondkapjes te verkopen die plots essentieel werden). Ik gebruik het nu ook voor mijn dochtertje, kan ze ongestoord kleuren en verven. Daarna snel in de kast die gezellige olijven takken ?

    1. Maar Rene ,dit is het bekenste motief voor zo.n tafelkleed .
      In ieder vakantiehuis van Fransen ligt dit zeiltje met olijven tak.
      Ze zijn lekker stevig..
      Ik neem.altijd 2 tafelkleden van thuis mee ..die gaan er mooi overheen.
      Maar ik heb ook zo.n zeiltje een paar jaar geleden mee naar huis genomen…inderdaad voor een aardig kapitaaltje.
      De kleinkinderen verven en kleien en nog meer erop.
      De jongste van 3 jr vind het heel mooi .
      ???het is onverwoestbaar.
      Joke

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Of reageer met je Facebook account

Scroll naar top