Droef gemoed

do 27 augustus 2020

Vandaag zijn we weer rood gekleurd. Na de belendende departementen Bouches-du-Rhône, Alpes-Maritimes en Vaucluse, staat nu ook mijn departement Le Var weer op de kaart als gebied waar het coronavirus zich lekker actief verspreidt. Ik wil het er eigenlijk helemaal niet over hebben, maar ik word nogal met m’n mondkapje op de feiten gedrukt. En ik denk niet dat ik de enige ben die constateert dat de lol er overal wel zo’n beetje af is, dat de economische ramp nu we aan een tweede golf begonnen zijn niet te overzien is, en dat iedereen vooral compleet coronamoedeloos is. Je merkt het aan alles: de tabagiste frommelt je doosje sigaren gewoon onder het plastic scherm door, samen met je wisselgeld, naast de lege flacon ontsmettingsmiddel; épicerientje aan de overkant van het pleintje wappert je met een handgebaar het overvolle winkeltje in terwijl zij op straat – mondkapje bungelend aan een oorschelp – een dampertje staat te doen; op het kroegterras, gevuld met toch nog wel veel toeristen, staan de stoelen allang geen meter meer van elkaar af en doen ze al helemaal niet aan mondkapjes. Aan bediening ook niet trouwens.
Met een vers krantje onder de arm zag ik in het voorbijgaan een tafeltje leegkomen en besloot toch nog maar van een glaasje te nippen. Ik schoof de limonadeglazen voorzichtig naar het randje van de tafel, terwijl de echtgenoot elders een asbak scoorde. En we keken verwachtingsvol naar de ingang van de kroeg aan de overkant van de straat, van waaruit we elk moment onze favoriete serveuse Lilly verwachtten, met ons vertrouwde kannetje rosé, twee glazen en een bakje ijsklontjes. Dat ging al jaren zo. Ze hoefde ons maar te zien of ze kwam al aandraven. Echt, heus, ik heb er nooit om gevraagd, ’t zat gewoon in haar natuur. Zelden iemand gezien met zoveel talent voor haar vak. ‘Service with a smile’ is ongetwijfeld door haar uitgevonden, of in ieder geval naar haar vernoemd. Altijd werkend voor twee (nou, maak daar maar drie van) snel, vakkundig, oog voor alles, op de hoogte van alles. Nooit iemand efficiënter een tent zien runnen dan Lilly.
Alleen, er kwam geen Lilly, er kwam niemand. Ja, na een kwartiertje of zo een meneer die voor ober speelde maar er beslist niet voor had doorgeleerd. Die aan het ouwehoeren sloeg aan een nabijgelegen tafeltje waarbij zijn mondkapje tot op z’n ringbaardje zakte, die niet de moeite nam lege tafeltjes op te schonen en die (daar ging het echt mis) zelfs toen ik hem nariep niet de moeite nam om een bestelling te komen noteren. Bon, in zo’n geval ga ik die zelf wel halen. Keurig met mondkapje op meldde ik me aan de toog. Waar de spichtige nieuwe uitbater Jacques in paniek probeerde te snappen wat een citron pressé onderscheidde van een flesje Orangina, waarin een perroquet verschilt van een tomate, op welke golflengte je een diepvriesmaaltijd in de magnetron ontdooit en hoe je dat allemaal ook nog eens in de elektronische kassa verwerkt. Ik wendde me dus maar tot echtgenote Marianne, van wie we op het dorp hoge verwachtingen hadden toen het echtpaartje een maandje geleden de kroeg van de vorige uitbaters overnam. Dat was iets te optimistisch ingeschat. ’t Is een schat van een kind, heus, maar als zelfs het intappen van twee glaasjes rosé te hoog gegrepen is, heb ik er weinig fiducie in dat het ooit nog goed komt met deze dorpskroeg.
Tenzij… Tenzij Lilly. En die was er niet. Ik informeerde voorzichtig: “Is ze met vakantie?”
“Ja ja, vakantie, tuurlijk.”
“Wanneer komt ze terug?”
“Terug? Ja ja, tuurlijk.”
Dus Lilly komt nooit meer terug, dacht ik somber, die heeft ongetwijfeld haar congé gekregen. Of genomen, omdat ze het eenvoudigweg niet meer trok.
Terwijl ik m’n rosé-glazen op ons tafeltje parkeerde bracht ik de echtgenoot op de hoogte van het slechte nieuws. En die had het al niet makkelijk. In de tijd dat ik was weggeweest had hij te maken gekregen met een tafeltje Belgen dat luidkeels en duidelijk besloten had het hele terras – wat zeg ik – de hele Var maar over te nemen. Mijn stoeltje stond naast een fors gebouwd type dat het geen probleem vond om zonder mondkapje of zelfs maar de hand voor de mond riant om zich heen te niezen. Ik schoof voorzichtig een stukje terug en inademde de andere kant uit. Daarna vond hij het nodig om de parasol waaronder wij zaten naar hun tafeltje te verplaatsen. Daar vond ik wat van, ik zei er wat van. Ik kreeg een grote bek, en hij spetterde nog ook. Daarmee was voor mij de discussie gesloten.
Voorlopig zien ze mij niet meer terug op het dorp. Laat de boel maar lekker rood kleuren, wel zo rustig. Wie weet komt het ooit nog goed, maar met mij even niet.
Ik heb een droef gemoed, om wat was en niet meer terugkomt.
O ja, voor me weer verweten wordt dat ik ‘hier maar weg moet, en wat doe ik dan in dit gastland als ik alleen maar kritiek heb’: ik woon hier ruim 30 jaar, ik ben positief als er aanleiding toe is, en soms negatief. Lees er maar over op mijn site kijkzuidfrankrijk.com

9 reacties op “Droef gemoed”

  1. Robert van Elven

    Beste Renée,
    In september zijn al die toeristen weer weg en heb je het rijk weer alleen. Wellicht zijn de nieuwe eigenaren dan iets meer ingewerkt en hebben ze in ieder geval weer meer tijd.
    Mocht dat niet het geval zijn, kun je wellicht eens in Villecroze bij Martine een glaasje drinken. Die snapt ook hoe je een tent moet runnen.

  2. Een vraagje vanuit Belgie. Kunnen we volgende week nog met verlof komen naar Entrecasteaux?
    Wij zouden graag de druiven plukken .
    Vriendelijke groeten,

    Noël.

    1. Kijk, Zuid-Frankrijk!

      Dat denk ik wel hoor, tenzij de situatie ineens dramatisch verslechtert. Maar neem in elk geval je mondkapje mee, en blijf de corona-updates op onze site volgen.

  3. Voor u hoop ik dat de niesende Belg alleen een beetje stof uit z’n neus blies.
    Santé ! Ik geniet van uw verhalen en anekdotes ?????

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Of reageer met je Facebook account

Scroll naar top