De olijfboom: het natuurmonument van de Provence

zo 6 december 2020

Door Renée Vonk-Hagtingius

Het is het seizoen, de olijvenoogst is weer van start gegaan. En hoewel de Provençaalse olijfolie wereldwijd een bescheiden marktaandeel kent, hebben we het toch nog altijd over 3,5 miljoen olijfbomen die van hun vruchtjes moeten worden ontdaan om tot het groene goud te worden verwerkt dat we ‘huile d’olive du terroir’ noemen. Dat oogsten gaat hier dus zelden machinaal; je wordt geacht met een soort van harkje door de takken te raggen tot de olijven in de uitgespreide netten onder de bomen vallen. En dat is in december/januari – de oogsttijd – soms verdomde koud en taai werk. Ik kan het weten, ik heb het zelf gedaan.
Volgens kenners wordt 2020 een uitzonderlijk mooi jaar, met een uitstekstekende oogst, dus daar doen we het voor, zullen we maar zeggen. En voor de beloning natuurlijk: een flesje (of twee) pure natuurolie uit je eigen buurt.

Niet kappen, maar koesteren
Een Provence zonder olijfbomen is ondenkbaar. De grijsgroene leverancier van olijfolie is niet voor niets beschermd. Kappen mag niet zomaar, koesteren is het motto. En dan kan zo’n knoestige stronk vele honderden jaren oud worden. Of, zoals ze hier zeggen: ‘Un olivier ne meurt jamais’ (een olijfboom gaat nooit dood). Maar het had in de winter van 1963 niet veel gescheeld. Een ongehoorde koudegolf hield de Provence in een ijzige greep, die een groot deel van de olijfbomenpopulatie de das omdeed. Met als gevolg dat nog slechts zo’n 0,5 procent van de wereldwijde bomenvoorraad in Zuid-Frankrijk terug te vinden is.
De bomen die het wel overleefden, en de nieuwe aanplant worden – terecht – gezien als een soort natuurmonumenten. Het gaat zoals gezegd altijd nog om zo’n 3,5 miljoen bomen en men is er zuinig op. Daar moet je dus vanaf blijven, tenzij je ze wilt vertroetelen.

Geen gerommel
Wie een huis bouwt, een zwembad graaft, een weg wil aanleggen, dient eerst zorgvuldig de ‘versperrende’ olijfbomen uit te graven en ze elders te herplanten. De trend om volwassen buitenlandse (Spaanse, Portugese) olijfbomen naar Zuid-Frankrijk te immigreren wordt dan ook officieel niet echt goedgekeurd, al wordt het oogluikend toegelaten. Maar uitsluitend als het gaat om sierbomen die in tuinen terecht komen en niet voor de olijf(olie)productie gebruikt worden.
Een aantal olijfgaarden in de Provence heeft een eigen appellation. De kwaliteit van de olie van die percelen voldoet aan de hoogste eisen. Daar mag beslist niet mee gerommeld worden.
Nice heeft bijvoorbeeld een AOP, die zelfs met één bepaalde olijvensoort te maken heeft: de cailletier. Klik hier maar.

Vloeibaar goud
Een olijfboom verdient respect. Snoeien is van levensbelang voor een goede oogst. Een boom die een paar jaar verwaarloosd is, draagt nauwelijks nog vrucht. En bij té sterk terugsnoeien heeft de boom jaren nodig om de verminking weer te boven te komen. Lucht en ruimte tussen de takken geeft meer vruchten. Maar de stronk zo’n beetje bij de ‘enkels’ afhakken, geeft jaren van ellende.
De pluk begint eind november, maar niet voor iedereen. Wie groene olijven en een lichte olie wil, plukt ze – onrijp – van de boom. Voor een rijkere olie en donkere olijven moet er gewacht worden. Desnoods tot eind februari, als de rijpe vruchten vanzelf van de boom vallen.
Voor een liter olijfolie is vijf tot acht kilo olijven nodig. Een gemiddelde boom produceert jaarlijks tussen de tien en dertig kilo. Grootschalig zal de Provençaalse productie dus niet gauw worden. Maar wie de hand weet te leggen op een fraaie fles, haalt dus wel echt vloeibaar goud in huis.

Een kijkje nemen
Olijfbomen vind je in de hele Provence. Van de Alpes-de-Haute-Provence en de Alpes-Maritimes, tot en met de Bouches du Rhône, de Drôme-Provencal, de Var en de Vaucluse.
In de Alpes-de-Haute-Provence volgen de gaarden de rivier La Durance, met een concetratie tussen Manosque en Château-Arnoux.
In de Alpes-Maritimes zijn in het gebied rond Grasse en het achterland van Cannes, Nice en Menton, plus de kuststreek richting Italië, tal van kleine, maar karakteristieke oude olijfgaarden te vinden.
In de Rhône-delta tref je de mooiste gaarden aan in de driehoek Arles, Saint-Rémy-de-Provence en Salon.
De Drôme-Provençal kent een mooi gebied rond Nyons en langs de oevers van de Aigues en de Ouvèze, met uitlopers naar de Grignan in het noorden en de Mont-Ventoux in het zuiden.
De Var biedt het fraaiste olijvengebied ten westen van de garnizoenstad Draguignan en het centrale plateau: van Brignoles tot Vidauban, van Barjols tot Tourves en van Aups tot Bargemon glanst het zilvergroen van de olijfbomen je tegemoet.
In de Vaucluse concentreert de mooiste olijvenpopulatie zich rond Carpentras en Beaume-de-Venise.
De beste tijd op zelf op verkenning uit te gaan is van november tot eind februari. In deze periode worden doorgaans ook tal van oogstfeesten gehouden. Maar ja, nu even niet hè. Dus een ritje langs al die mooie olijfgaarden kan, wellicht wordt er na 15 december zelfs weer het een en ander aan bezoekjes en dégustations georganiseerd (met inachtneming van de voorzichtigheidsmaatregelen natuurlijk), maar al die mooie oliën zijn natuurlijk ook gewoon op afstand te koop. Kijk hier maar eens: klik hier.

3 reacties op “De olijfboom: het natuurmonument van de Provence”

    1. Vierge en extra vierge olijfolie is per definitie zuivere olijfolie die uitsluitend mechanische bewerking heeft ondergaan (malen, centrifugeren, filtreren)

  1. Hey , mooi verhaal Renée , even vermelden de tweestrijd die er heerst wie de beste olijfolie maakt : Vallée des Baux (13) en de streek rond Nyons (26) ( knipoogje ) !

    Bonne soirée

Laat een antwoord achter aan Nicolas Loyens Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Of reageer met je Facebook account

Scroll naar top